Week 1 t/m 6
Actuele maatschappelijke vraagstukken
afgerond met een 7 gemiddeld
Teksten van:
Week 1:
Amba
Mills: (de belofte)
Ritzer
Plummer
Week 2
Du Bois: (Our spiritual strivings)
Du bois: (Anti-semitisme)
Du bois: (De neger en de Warschau getto)
Hart: (Wat is een sociaal probleem)
Elias & Scotson (Over Roddelen)
De vries (Democratische vooruitzichten)
Week 3
Merton: (The self-fulfilling prophecy)
Abma: (Over de grenzen van Disciplines)
Chodorow: (The sexual Sociology of Adult life)
Kuik: (worsteling met gendereisen)
Week 4
De Swaan: (de mensenmaatschappij)
Kremer: (gespannen verhoudingen tussen migratie en
verzorgingsstaat)
, Hilgartner & Bosk: (The Rise and Fall of Social problems)
Slootman & Duyvendak
Week 5
Strang: (What do Anthropologists do)
Heider: (low energy system)
Pontius: (Dani sexuality reactie)
Groenendijk (allochtonen of burgers)
Slootman & Duyvendak (feeling Dutch)
Week 6
Beekers: (Vroomheid, seksualiteit, maatschp. Kritiek)
Roeland: (zoeken naar zuiverheid)
Geert: (Internal Conversion in Contemporary Bali)
Furseth (religie als een fenomeen)
,Literatuur:
Amba
Geestenwetenschappen - interpreterende methodiek (‘’soft’’ – Alfa
vakken)
Natuurwetenschappen - experimentele methodiek (‘’hard’’ – Beta
vakken)
Sociale wetenschappen: ‘’mens en maatschappij en interactie
tussen beide’’
- nadruk op: systematische / generaliserende theorievorming
+ empirische toetsing
Empirische toetsing = elke vorm van onderzoek waarbij je nieuwe
kennis opdoet
Gammawetenschappen: bestuderen van menselijk handelen
(eco/socio/recht)
19e eeuw: ontstaan sociale wetenschap:
- industrialisatie - urbanisatie - migratie (binnen en buitenlands)
- politieke revoluties + democratisering + sociale kwestie +
nieuwe
ideologieën
- verzwakking met kerk (wetenschap + andere traditionele
banden in stad)
1950: toename: (grootte toestroom studenten na oorlogen)
- toename wetenschappelijke maatstaaf + specialisme
- vergrootte spanning tussen wetenschappelijke en maatschappelijke
ambities
(sociale wetenschappen relatief jong maar handig voor ‘maakbare’
samenleving)
Common-sense-theorieën maken onderzoeken lastig
(= alledaagse handelingen die onder de sociale wetenschappen
vallen)
- theorieën hebben hierdoor meer kennis / overtuigingskracht nodig
- paradoxale opdracht: onze kennis is relevant voor u
, vs onze kennis is beter dan die van u al denkt u van niet
Sociale wetenschappen willen geen associatie met ‘’human’’
(human = geestenwetenschappen)
- eerder met de natuurwetenschappen (science)
- dus social science
Kenmerken gedrag: meetbaarheid en observeerbaarheid
- menselijk doet denken aan waarden en interpretatie
(subjectiviteit)
- psychologen - gedragswetenschappen (objectief)
Wetenschap = product + proces
(= verzameling kennis) (= werk verricht om werkelijkheid (beter) te
kennen)
1. geheel van activiteiten waarin specifieke voorstelling van wereld
wordt gecreëerd (structuren / processen / werking achter
verschijnselen + theorieën toetsen)
2. Verzameling van praktijken die in instituties zijn ingebed (vb uni)
- instituties bewaken kwaliteit
- bepalen wat werkelijk bijdraagt zie je pas op lang termijn
(+ bevindingen zijn nooit definitief)
- meningsverschillen over kennis + over procedures verkrijgen
van kennis
- discussies vaak gerelateerd aan streven wetenschap tot 1 te
maken
Positivisme: alleen feitelijke kennis opgedaan via observatie
(zintuigen) leidt tot betrouwbare kennis