Neonatologie: pathologie
NEONATOLOGIE
PATHOLOGIE
1. Congenitale infecties
1.1. Congenitale toxoplasmose
1.2. Syfilis
1.3. Rubella
1.4. CMV
1.5. Herpes neonatorum
1.6. Varicella
1.7. HIV
1.8. Hepatitis B
1.9. Parvovuris
2. Perinatale infecties
2.1. Pneumonie
2.2. Sepsis
2.3. Meningitis
2.4. GBS
3. Diabetes tijdens de zwangerschap
3.1. Diabetes type i
3.2. Diabetes type II
3.3. Diabetes gravidarum
4. Gecompliceerde partus - Geboortetraumata
4.1. Weke delenletsel
4.2. Craniale letsels
4.2.1.Extracraniële bloedingen
4.2.2.Intracraniële bloedingen
4.3. Fracturen
4.3.1.Claviculafractuur
4.3.2.Fractuur lange pijnbeenderen
4.3.3.Schedelfractuur
4.4. Zenuwletsel
4.4.1.Craniale zenuwletsels
4.4.2.Plexus brachiale letsels
1
, Neonatologie: pathologie
5. Problemen na de geboorte
5.1. Gastro-intestinaal
5.1.1.Gastro-intestinale obstructie
5.1.2.Aangeboren afwijkingen van de genitaliën
5.2. Metabool
5.2.1.Hypoglycemie
5.2.2.Icterus
5.2.3.Schildklierproblemen
5.2.4.Hielprikscreening
5.3. Neurologisch
5.3.1.Aangeboren neurologische afwijkingen
5.3.2.Hypotone baby
5.3.3.Prikkelbare baby
5.3.4.Baby met convulsies
5.4. Hematologisch: bloedonderzoek bij de neonaat
5.4.1.Bloedname –procedure
5.5. Farmacologie bij de neonaat
5.5.1.Geneesmiddelen en zwangerschap
5.5.2.Medicatiegebruik en borstvoeding
5.5.3.Geneesmiddelen en pasgeborene
2
, Neonatologie: pathologie
Gecompliceerde zwangerschap
1. Congenitale infecties
Congenitale toxoplasmose
Pathofysiologie Verwekker = parasiet toxoplasmose gondii
Hoofdgastheer = katachtigen
Infectie = levenslange immuniteit, 30-40% foetale transmissie
Klinische Aantasting van:
symptomen - Hersenen: cerebrale verkalkingen, microcephalie, hydrocephalie,
psychomotore retardatie
- Ogen: chorioretinitis
- Lever: hepatosplenomegalie, icterus
- Huid: exantheem, petechieën tgv trombocytopenie
Ernst afhankelijk van tijdstip infectie:
1ste trimester minder kans om geïnfecteerd te worden maar ernstige gevolgen
als je geïnfecteerd wordt.
3de trimester meer kans om geïnfecteerd te worden maar minder gevolgen als
je geïnfecteerd wordt.
Diagnose Labo-onderzoeken:
- Maternele seroconversie: IgM-specifieke antistoffen
- PCR-onderzoek op amnionvocht
- Bloedonderzoek bij neonaat: algemene beenmergdepressie,
leverfunctiestoornissen
- Isolatie van Toxoplasma gondii uit lichaamsvochten
Behandeling Indicatie: bevestigde neonatale toxoplasmose-infectie (ongeacht aanwezigheid
van klinische symptomen)
Anti parasitaire middelen
Doel:
- Minder nieuwe oogletsels
- Minder gehoorverlies op langere termijn
3
, Neonatologie: pathologie
Syphilis
Pathofysiologie Verwekker : spirocheet Treponema pallidum
Transplacentaire transmissie
Voornamelijk 3e trimester van zwangerschap
Klinische Vroege fase
symptomen - 70% symptomen bij geboorte
- Huidafwijkingen thv handpalmen en voetzolen
- Slijmvliesletsels (‘snuffelneus’)
- Skeletafwijkingen: osteochondritis
- Aspecifieke verschijnselen: koorts, prikkelbaarheid, anemie,
hepatosplenomegalie
Late fase
- Persisterende infectie of overgevoeligheidsreactie
- Skeletafwijkingen
- Tandafwijkingen
- Neurologische symptomen
Diagnose Serologisch onderzoek
Behandeling Penicilline IV
Aan mama tijdens zwangerschap Onbehandelde zwangere vrouw met
syphilisinfectie in stadium I of II 100% kans op infectie foetus met ernstig
beloop
Prognose 30-40% overlijden in utero
25% mortaliteit postnataal
Rubella
Pathofysiologie ‘Rode hond’
Verwekker: Rubellavirus
Ernst ziektebeeld ~ moment van besmetting:
- < 8w: 50-80% kans op transmissie
- 2e trimester 10-20%
- 3e trimester: besmetting zeldzaam
1+2 = congenitale afwijking 2+3 = perinatale afwijkingen
Klinische Oogafwijkingen: Cataract, ontbreken van lens
symptomen Neurologische symptomen: Microcephalie, mentale retardatie, gehoorsverlies,
encephalitis
Hartafwijkingen
Diagnose IgM specifieke antistoffen
Behandeling Preventie: vaccinatie
4
NEONATOLOGIE
PATHOLOGIE
1. Congenitale infecties
1.1. Congenitale toxoplasmose
1.2. Syfilis
1.3. Rubella
1.4. CMV
1.5. Herpes neonatorum
1.6. Varicella
1.7. HIV
1.8. Hepatitis B
1.9. Parvovuris
2. Perinatale infecties
2.1. Pneumonie
2.2. Sepsis
2.3. Meningitis
2.4. GBS
3. Diabetes tijdens de zwangerschap
3.1. Diabetes type i
3.2. Diabetes type II
3.3. Diabetes gravidarum
4. Gecompliceerde partus - Geboortetraumata
4.1. Weke delenletsel
4.2. Craniale letsels
4.2.1.Extracraniële bloedingen
4.2.2.Intracraniële bloedingen
4.3. Fracturen
4.3.1.Claviculafractuur
4.3.2.Fractuur lange pijnbeenderen
4.3.3.Schedelfractuur
4.4. Zenuwletsel
4.4.1.Craniale zenuwletsels
4.4.2.Plexus brachiale letsels
1
, Neonatologie: pathologie
5. Problemen na de geboorte
5.1. Gastro-intestinaal
5.1.1.Gastro-intestinale obstructie
5.1.2.Aangeboren afwijkingen van de genitaliën
5.2. Metabool
5.2.1.Hypoglycemie
5.2.2.Icterus
5.2.3.Schildklierproblemen
5.2.4.Hielprikscreening
5.3. Neurologisch
5.3.1.Aangeboren neurologische afwijkingen
5.3.2.Hypotone baby
5.3.3.Prikkelbare baby
5.3.4.Baby met convulsies
5.4. Hematologisch: bloedonderzoek bij de neonaat
5.4.1.Bloedname –procedure
5.5. Farmacologie bij de neonaat
5.5.1.Geneesmiddelen en zwangerschap
5.5.2.Medicatiegebruik en borstvoeding
5.5.3.Geneesmiddelen en pasgeborene
2
, Neonatologie: pathologie
Gecompliceerde zwangerschap
1. Congenitale infecties
Congenitale toxoplasmose
Pathofysiologie Verwekker = parasiet toxoplasmose gondii
Hoofdgastheer = katachtigen
Infectie = levenslange immuniteit, 30-40% foetale transmissie
Klinische Aantasting van:
symptomen - Hersenen: cerebrale verkalkingen, microcephalie, hydrocephalie,
psychomotore retardatie
- Ogen: chorioretinitis
- Lever: hepatosplenomegalie, icterus
- Huid: exantheem, petechieën tgv trombocytopenie
Ernst afhankelijk van tijdstip infectie:
1ste trimester minder kans om geïnfecteerd te worden maar ernstige gevolgen
als je geïnfecteerd wordt.
3de trimester meer kans om geïnfecteerd te worden maar minder gevolgen als
je geïnfecteerd wordt.
Diagnose Labo-onderzoeken:
- Maternele seroconversie: IgM-specifieke antistoffen
- PCR-onderzoek op amnionvocht
- Bloedonderzoek bij neonaat: algemene beenmergdepressie,
leverfunctiestoornissen
- Isolatie van Toxoplasma gondii uit lichaamsvochten
Behandeling Indicatie: bevestigde neonatale toxoplasmose-infectie (ongeacht aanwezigheid
van klinische symptomen)
Anti parasitaire middelen
Doel:
- Minder nieuwe oogletsels
- Minder gehoorverlies op langere termijn
3
, Neonatologie: pathologie
Syphilis
Pathofysiologie Verwekker : spirocheet Treponema pallidum
Transplacentaire transmissie
Voornamelijk 3e trimester van zwangerschap
Klinische Vroege fase
symptomen - 70% symptomen bij geboorte
- Huidafwijkingen thv handpalmen en voetzolen
- Slijmvliesletsels (‘snuffelneus’)
- Skeletafwijkingen: osteochondritis
- Aspecifieke verschijnselen: koorts, prikkelbaarheid, anemie,
hepatosplenomegalie
Late fase
- Persisterende infectie of overgevoeligheidsreactie
- Skeletafwijkingen
- Tandafwijkingen
- Neurologische symptomen
Diagnose Serologisch onderzoek
Behandeling Penicilline IV
Aan mama tijdens zwangerschap Onbehandelde zwangere vrouw met
syphilisinfectie in stadium I of II 100% kans op infectie foetus met ernstig
beloop
Prognose 30-40% overlijden in utero
25% mortaliteit postnataal
Rubella
Pathofysiologie ‘Rode hond’
Verwekker: Rubellavirus
Ernst ziektebeeld ~ moment van besmetting:
- < 8w: 50-80% kans op transmissie
- 2e trimester 10-20%
- 3e trimester: besmetting zeldzaam
1+2 = congenitale afwijking 2+3 = perinatale afwijkingen
Klinische Oogafwijkingen: Cataract, ontbreken van lens
symptomen Neurologische symptomen: Microcephalie, mentale retardatie, gehoorsverlies,
encephalitis
Hartafwijkingen
Diagnose IgM specifieke antistoffen
Behandeling Preventie: vaccinatie
4