Management in sociaal agogische beroepen
Hoofdstuk 1. De wereld van de sociaal agogische manager
Een manager is iemand die met anderen werkt door hun werkzaamheden te plannen, te
coördineren en aan te sturen, met als oogmerk de doelstellingen van de organisatie te
realiseren. Conventioneel gestructureerde organisaties zijn organisaties met veel
medewerkers onderaan de ladder, waarbij de organisatiestructuur de vorm heeft van
een piramide. Lage managers, ook wel operationeel managers genoemd, zijn werkzaam
op het laagste niveau van management en beheren het werk van niet-leidinggevende
medewerkers. Deze worden vaak unitleider, teamleider of coördinator genoemd, maar
kunnen ook ‘chef’ worden genoemd. Middenmanagers, ook wel tactisch managers,
coördineren het werk van de lagere managers en worden afdelingshoofd, projectleider,
productieleider, clustermanager of divisiemanager genoemd. De hogere manager, de
strategische manager, neemt beslissingen en definieert doelstellingen die van invloed
zijn op de hele organisatie. Ook wel topmanagers genoemd.
Management het proces van het coördineren van werkzaamheden, zodat deze
efficiënt en effectief samen met en door anderen kunnen worden afgerond. Efficiëntie
betekent het halen van de maximale productie met zo min mogelijk middelen.
Effectiviteit wordt vaak beschreven als ‘het uitvoeren van de juiste activiteiten’.
4 managementfuncties: plannen, organiseren, leiding geven en controleren. Managers
hebben 3 belangrijke vaardigheden of competenties nodig:
1. beroepsspecifieke vaardigheden: kennis van en vakkundigheid in het
vakgebied van de organisatie.
2. Menselijke vaardigheden: het vermogen om goed met anderen te kunnen
samenwerken.
3. Conceptuele vaardigheden: na kunnen denken over abstracte en ingewikkelde
situaties.
Een organisatie is een geheel waarin mensen en middelen op een doelbewuste manier
bij elkaar zijn gebracht om bepaalde doelstellingen te verwezenlijken. 3 kenmerken:
specifiek doel, doelbewuste structuur en mensen.
De term externe omgeving verwijst naar krachten en instellingen buiten de organisatie
die van invloed kunnen zijn op het resultaat van een organisatie. Het bestaat uit 2
onderdelen: de specifieke omgeving en de algemene omgeving. De specifieke omgeving
heeft directe invloed op de besluiten en handelingen van een manager. Organisaties
ontlenen hun bestaansrecht aan het invullen van de behoeften van klanten. Leveranciers
zijn ook belangrijk bij organisaties.
De algemene omgeving omvat de economische, politiek-juridische, sociaal-culturele,
demografische, technologische en wereldomvattende omstandigheden in de ruimste zin
van het woord, die van invloed kunnen zijn op de grote organisatie.
Op 1 jan 2007 is de Wmo ingevoerd, waardoor verschillende aandachtsgebieden binnen
de sociaalagogische sector in plaats van onder verschillende wetten en verschillende
verantwoordelijke partijen onder één wet vallen en onder één verantwoordelijke,
namelijk de gemeente. Het belangrijkste uitgangspunt van de Wmo is dat mensen zelf
actief worden, zelf verantwoordelijk zijn en ook zelf doen waartoe ze in staat zijn.
In november 2010 is de Welzijn Nieuwe Stijl van start gegaan. Dit programma is erop
gericht een verbeterslag te maken in de (sturings)relatie tussen gemeenten en
Hoofdstuk 1. De wereld van de sociaal agogische manager
Een manager is iemand die met anderen werkt door hun werkzaamheden te plannen, te
coördineren en aan te sturen, met als oogmerk de doelstellingen van de organisatie te
realiseren. Conventioneel gestructureerde organisaties zijn organisaties met veel
medewerkers onderaan de ladder, waarbij de organisatiestructuur de vorm heeft van
een piramide. Lage managers, ook wel operationeel managers genoemd, zijn werkzaam
op het laagste niveau van management en beheren het werk van niet-leidinggevende
medewerkers. Deze worden vaak unitleider, teamleider of coördinator genoemd, maar
kunnen ook ‘chef’ worden genoemd. Middenmanagers, ook wel tactisch managers,
coördineren het werk van de lagere managers en worden afdelingshoofd, projectleider,
productieleider, clustermanager of divisiemanager genoemd. De hogere manager, de
strategische manager, neemt beslissingen en definieert doelstellingen die van invloed
zijn op de hele organisatie. Ook wel topmanagers genoemd.
Management het proces van het coördineren van werkzaamheden, zodat deze
efficiënt en effectief samen met en door anderen kunnen worden afgerond. Efficiëntie
betekent het halen van de maximale productie met zo min mogelijk middelen.
Effectiviteit wordt vaak beschreven als ‘het uitvoeren van de juiste activiteiten’.
4 managementfuncties: plannen, organiseren, leiding geven en controleren. Managers
hebben 3 belangrijke vaardigheden of competenties nodig:
1. beroepsspecifieke vaardigheden: kennis van en vakkundigheid in het
vakgebied van de organisatie.
2. Menselijke vaardigheden: het vermogen om goed met anderen te kunnen
samenwerken.
3. Conceptuele vaardigheden: na kunnen denken over abstracte en ingewikkelde
situaties.
Een organisatie is een geheel waarin mensen en middelen op een doelbewuste manier
bij elkaar zijn gebracht om bepaalde doelstellingen te verwezenlijken. 3 kenmerken:
specifiek doel, doelbewuste structuur en mensen.
De term externe omgeving verwijst naar krachten en instellingen buiten de organisatie
die van invloed kunnen zijn op het resultaat van een organisatie. Het bestaat uit 2
onderdelen: de specifieke omgeving en de algemene omgeving. De specifieke omgeving
heeft directe invloed op de besluiten en handelingen van een manager. Organisaties
ontlenen hun bestaansrecht aan het invullen van de behoeften van klanten. Leveranciers
zijn ook belangrijk bij organisaties.
De algemene omgeving omvat de economische, politiek-juridische, sociaal-culturele,
demografische, technologische en wereldomvattende omstandigheden in de ruimste zin
van het woord, die van invloed kunnen zijn op de grote organisatie.
Op 1 jan 2007 is de Wmo ingevoerd, waardoor verschillende aandachtsgebieden binnen
de sociaalagogische sector in plaats van onder verschillende wetten en verschillende
verantwoordelijke partijen onder één wet vallen en onder één verantwoordelijke,
namelijk de gemeente. Het belangrijkste uitgangspunt van de Wmo is dat mensen zelf
actief worden, zelf verantwoordelijk zijn en ook zelf doen waartoe ze in staat zijn.
In november 2010 is de Welzijn Nieuwe Stijl van start gegaan. Dit programma is erop
gericht een verbeterslag te maken in de (sturings)relatie tussen gemeenten en