MEDISCHE PSYCHOLOGIE:
MIND + BODY IN MEDICINE:
VAN BIOMEDISCH NAAR BIOPSYCHOSOCIAL MODEL:
BIOMEDISCH MODEL:
= dualistische visie = scheiding lichaam en geest
Alle ziekte verklaart vanuit fysiologie / biochemisch
o Begrijpen wat er in lichaam misloop, hier behandeling, oplossen probleem
Lineair verband: oorzaak in lichaam à leidt tot aandoening/ziekte
Beperkte opties: probleem in lich oplossen: als niet kunt oplossen, niet veel opties
meer over
Arts/hulpverlener = centraal: psychologie/context buiten dit model
Nadelen = bij bepaalde zaken ga je veel moeten investeren terwijl
het mss op makkelijkere manier meer resultaat had gehaald
bv infecties : helpt om handen te wassen, isolatie, …
BIOPSYCHOSOCIAAL MODEL:
= gezond benaderen vanuit bredere visie: holistic = niet alleen lichamelijke, ook
mentale + sociale
Niet enkel fysiologie, ook omgeving, cultureel, sociaal (externe factoren) +
persoonlijke factoren
Werkt in 2 richtingen: pers beinvloedt door externe fact maar beinvloed zelf ook de
externe fact
o Dus ook circulaire relaties en niet enkel lineair
Veel completer + complexer + meer opties om te behandelen
Belangrijk om verdere vooruitgang te krijgen
o Vraagt andere houding: patient in geheel bekijken
o Ook individueler : varieert per persoon
o Verantwoordelijkheid verschuift: niet enkel arts, ook maatschappij en
patient zelf
,Behandeling in biopyschosociaal model: veel complexer
Hoe keuzes maken en behandelingen priotiriseren ?
o Het is complex maar toch proberen te prioritiseren, stukjes uit heel verhaal
pakken
Don’t stay in your lane (holistische visie)
o Kijken wat patient zelf kan doen of psycholoog en niet enkel de dokter; ook
omgekeerd
THE FOUR P’S:
= multifactorieel model: alle factoren rangschikken en prioriteiten maken
Predisposing factors = voorbeschikkend
o Maken iemand kwetsbaar om aandoening te ontwikkelen
o Psychological + socio-environ + biological
Precipitating = uitlokkend
o Die aandoening activeren/opgang brengen
o Psychological + socio-environ + biological
Perpetuating = onderhoudend
o In stand houden v aandoening
o Bv eigen drang tot isolatie bij depressie
Protective = factoren die ons beschermen
o Bv steun vrienden, copingvaardigheden, gezonde levensstijl,…
o Helpen ons gezond te blijven of te herstellen ondanks risicofactoren
Preventie enkel toegepast op voorbeschikkende en uitlokkende factoren: wnnr aandoening
gestart is heeft preventie geen belang meer
Aandoening gestart à mitigation (verzachting )en behandeling : onderhoudende +
beschermende factoren
INTERSECTIONALITY:
= focus op het feit dat ongelijkheden gebaseerd op sociale factoren (geslacht/leeftijd/socio-
economisch) knn combineren om ongelijkheden in gezondheid gedrag en gezondheid
uitkomsten : verbanden zijn vaak heel sterk, alle factoren komen vaak bij elkaar à
verschillende sociale factoren met elkaar verweven + ongelijkheden stapelen zich
op en versterken elkaar
,STRESS EN ZIEKTE:
WAT IS STRESS?
Psychologische stress = toestand v spanning of druk die ontstaat wnnr iemand zich
overweldigd voelt door eisen of uitdagingen die de capaciteiten of middelen van een persoon
overschrijden.
Fysieke stress = lichamelijke reactie op uitdaging of bedreiging (verhoogde hartslag,
ademhaling of spierspanning)
Stress in de biologie = reactie ve organisme op externe invloeden (klimaatveranderingen,
ziekteverwekkers, of andere bedreigingen) die invloed hebben op het functioneren van het
organisme
Werkstress= specifieke vorm van stress die wordt ervaren in werkomgeving, vaak door
hoge werkdruk, lange werkuren, gebrek aan controle of een onduidelijke rol binnen een
organisatie.
Sociale stress = stress die ontstaat door interpersoonlijke relaties of sociale verwachtingen
(conflicten met anderen/ druk om te voldoen aan maatschappelijke normen)
Spanning in materialen = in de techniek en natuurkunde verwijst stress naar de kracht
per eenheid van oppervlakte die wordt uitgeoefend op een materiaal, wat kan leiden tot
vervorming of breuk van het materiaal. Het wordt vaak gemeten in pascal (Pa).
Stress in de linguïstiek =de nadruk die op een bepaald deel van een woord of zin wordt
gelegd. Dit kan betrekking hebben op de uitspraak, waarbij bepaalde lettergrepen sterker of
langer worden uitgesproken dan andere
= niet specifieke respons vh lichaam op elke prikkel, wnnr het resulteert in zowel
aangename als onaangename condities
Fysiologische definitie: Wanneer de eisen die aan ons gesteld worden, hoger worden
ingeschat dan onze ervaren middelen om ermee om te gaan.
Stressor = externe of interne eventen dat stress respons kan triggeren, iets dat de reactie
uitlokt Stress respons = cognitief, affectief, gedrag en fysiologisch
manieren om te antwoorden op de stressor: deze zijn niet zo sterk geassocieerd à niet
iedereen reageert het zelfde op dezelfde stressor
Stress heeft invloed op:
, Cognitief: concentratieverlies, piekeren, negatieve gedachten, geheugenklachten
Gedrag: verstoorde slaap, agressie, alcohol
Affectief: depressie, angst, irritabiliteit, huilen
Fysiologisch/metabool; bloeddruk, droge mond, spierspanning, pupildilatatie,
stresshormonen, hartslag, versneld oppervlakkig ademen, metabole activiteit
FIGHT OR FLIGHT:
Het zenuwstelsel:
Indeling op grond v werking:
Animale ZS: onder invloed vd wil : reacties, bewegen, kijken,…
Autonome ZS: onbewust: functies organen, spijsvertering, hartslag, nieren, …
Ademhaling (longen) + spieren deels bewust en onbewust
Orthosympatisch vs parasympatisch:
Ortho = fight or flight: schiet in actie bij bedreiging
o Pupil verwijding, spier activatie, hart sneller, bloeddruk stijgen, hogere
ademhaling
o Organen minder belangrijk: speekselklier, maag, darm : vallen stil om E en O2
te sparen
Para = rest and digest : recupureren
o Maag en darmstelsel stimuleren: zoveel mogelijk voedingsstoffen opnemen ,
blaas samentrekken, geslachtsorganen stimuleren, speeksel stimuleren
o Vermindering spieren-hartslag-ademhaling
HPA-as = hypothalamus-hypofyse-bijnier
Stress: HT stuurt signaal naar HF via CRH (corticoreleasinghormone)
HF stelt dat ACTH vrij: gaat in bloedbaan naar bijnier
Bijnier zet cortisol vrij = stresshormoon
o Immuunsyst onderdrukken + metabolisme activeren (suiker vrijzetten)
Negatieve feedback v cortisol zelf:
o Bindt op receptoren op HT : minder vrijzetting CRH en dus minder cortisol
Te hoge cortisol levels voor te lang = schadelijk voor lichaam : spieren + botafbraak,
vetweefsel aanmaken thv buik en rug, huid dunner, seksuele disfunctie, slaapstoornissen,…
STRESS RESPONSIVITY:
Fysiologische respons op stress verschilt afhvd situatie:
MIND + BODY IN MEDICINE:
VAN BIOMEDISCH NAAR BIOPSYCHOSOCIAL MODEL:
BIOMEDISCH MODEL:
= dualistische visie = scheiding lichaam en geest
Alle ziekte verklaart vanuit fysiologie / biochemisch
o Begrijpen wat er in lichaam misloop, hier behandeling, oplossen probleem
Lineair verband: oorzaak in lichaam à leidt tot aandoening/ziekte
Beperkte opties: probleem in lich oplossen: als niet kunt oplossen, niet veel opties
meer over
Arts/hulpverlener = centraal: psychologie/context buiten dit model
Nadelen = bij bepaalde zaken ga je veel moeten investeren terwijl
het mss op makkelijkere manier meer resultaat had gehaald
bv infecties : helpt om handen te wassen, isolatie, …
BIOPSYCHOSOCIAAL MODEL:
= gezond benaderen vanuit bredere visie: holistic = niet alleen lichamelijke, ook
mentale + sociale
Niet enkel fysiologie, ook omgeving, cultureel, sociaal (externe factoren) +
persoonlijke factoren
Werkt in 2 richtingen: pers beinvloedt door externe fact maar beinvloed zelf ook de
externe fact
o Dus ook circulaire relaties en niet enkel lineair
Veel completer + complexer + meer opties om te behandelen
Belangrijk om verdere vooruitgang te krijgen
o Vraagt andere houding: patient in geheel bekijken
o Ook individueler : varieert per persoon
o Verantwoordelijkheid verschuift: niet enkel arts, ook maatschappij en
patient zelf
,Behandeling in biopyschosociaal model: veel complexer
Hoe keuzes maken en behandelingen priotiriseren ?
o Het is complex maar toch proberen te prioritiseren, stukjes uit heel verhaal
pakken
Don’t stay in your lane (holistische visie)
o Kijken wat patient zelf kan doen of psycholoog en niet enkel de dokter; ook
omgekeerd
THE FOUR P’S:
= multifactorieel model: alle factoren rangschikken en prioriteiten maken
Predisposing factors = voorbeschikkend
o Maken iemand kwetsbaar om aandoening te ontwikkelen
o Psychological + socio-environ + biological
Precipitating = uitlokkend
o Die aandoening activeren/opgang brengen
o Psychological + socio-environ + biological
Perpetuating = onderhoudend
o In stand houden v aandoening
o Bv eigen drang tot isolatie bij depressie
Protective = factoren die ons beschermen
o Bv steun vrienden, copingvaardigheden, gezonde levensstijl,…
o Helpen ons gezond te blijven of te herstellen ondanks risicofactoren
Preventie enkel toegepast op voorbeschikkende en uitlokkende factoren: wnnr aandoening
gestart is heeft preventie geen belang meer
Aandoening gestart à mitigation (verzachting )en behandeling : onderhoudende +
beschermende factoren
INTERSECTIONALITY:
= focus op het feit dat ongelijkheden gebaseerd op sociale factoren (geslacht/leeftijd/socio-
economisch) knn combineren om ongelijkheden in gezondheid gedrag en gezondheid
uitkomsten : verbanden zijn vaak heel sterk, alle factoren komen vaak bij elkaar à
verschillende sociale factoren met elkaar verweven + ongelijkheden stapelen zich
op en versterken elkaar
,STRESS EN ZIEKTE:
WAT IS STRESS?
Psychologische stress = toestand v spanning of druk die ontstaat wnnr iemand zich
overweldigd voelt door eisen of uitdagingen die de capaciteiten of middelen van een persoon
overschrijden.
Fysieke stress = lichamelijke reactie op uitdaging of bedreiging (verhoogde hartslag,
ademhaling of spierspanning)
Stress in de biologie = reactie ve organisme op externe invloeden (klimaatveranderingen,
ziekteverwekkers, of andere bedreigingen) die invloed hebben op het functioneren van het
organisme
Werkstress= specifieke vorm van stress die wordt ervaren in werkomgeving, vaak door
hoge werkdruk, lange werkuren, gebrek aan controle of een onduidelijke rol binnen een
organisatie.
Sociale stress = stress die ontstaat door interpersoonlijke relaties of sociale verwachtingen
(conflicten met anderen/ druk om te voldoen aan maatschappelijke normen)
Spanning in materialen = in de techniek en natuurkunde verwijst stress naar de kracht
per eenheid van oppervlakte die wordt uitgeoefend op een materiaal, wat kan leiden tot
vervorming of breuk van het materiaal. Het wordt vaak gemeten in pascal (Pa).
Stress in de linguïstiek =de nadruk die op een bepaald deel van een woord of zin wordt
gelegd. Dit kan betrekking hebben op de uitspraak, waarbij bepaalde lettergrepen sterker of
langer worden uitgesproken dan andere
= niet specifieke respons vh lichaam op elke prikkel, wnnr het resulteert in zowel
aangename als onaangename condities
Fysiologische definitie: Wanneer de eisen die aan ons gesteld worden, hoger worden
ingeschat dan onze ervaren middelen om ermee om te gaan.
Stressor = externe of interne eventen dat stress respons kan triggeren, iets dat de reactie
uitlokt Stress respons = cognitief, affectief, gedrag en fysiologisch
manieren om te antwoorden op de stressor: deze zijn niet zo sterk geassocieerd à niet
iedereen reageert het zelfde op dezelfde stressor
Stress heeft invloed op:
, Cognitief: concentratieverlies, piekeren, negatieve gedachten, geheugenklachten
Gedrag: verstoorde slaap, agressie, alcohol
Affectief: depressie, angst, irritabiliteit, huilen
Fysiologisch/metabool; bloeddruk, droge mond, spierspanning, pupildilatatie,
stresshormonen, hartslag, versneld oppervlakkig ademen, metabole activiteit
FIGHT OR FLIGHT:
Het zenuwstelsel:
Indeling op grond v werking:
Animale ZS: onder invloed vd wil : reacties, bewegen, kijken,…
Autonome ZS: onbewust: functies organen, spijsvertering, hartslag, nieren, …
Ademhaling (longen) + spieren deels bewust en onbewust
Orthosympatisch vs parasympatisch:
Ortho = fight or flight: schiet in actie bij bedreiging
o Pupil verwijding, spier activatie, hart sneller, bloeddruk stijgen, hogere
ademhaling
o Organen minder belangrijk: speekselklier, maag, darm : vallen stil om E en O2
te sparen
Para = rest and digest : recupureren
o Maag en darmstelsel stimuleren: zoveel mogelijk voedingsstoffen opnemen ,
blaas samentrekken, geslachtsorganen stimuleren, speeksel stimuleren
o Vermindering spieren-hartslag-ademhaling
HPA-as = hypothalamus-hypofyse-bijnier
Stress: HT stuurt signaal naar HF via CRH (corticoreleasinghormone)
HF stelt dat ACTH vrij: gaat in bloedbaan naar bijnier
Bijnier zet cortisol vrij = stresshormoon
o Immuunsyst onderdrukken + metabolisme activeren (suiker vrijzetten)
Negatieve feedback v cortisol zelf:
o Bindt op receptoren op HT : minder vrijzetting CRH en dus minder cortisol
Te hoge cortisol levels voor te lang = schadelijk voor lichaam : spieren + botafbraak,
vetweefsel aanmaken thv buik en rug, huid dunner, seksuele disfunctie, slaapstoornissen,…
STRESS RESPONSIVITY:
Fysiologische respons op stress verschilt afhvd situatie: