1
EXAMENKENNIS: THERAPEUTISCHE
DENKKADERS
EXAMENVRAAG 1
1.1 Van welke belangrijke technieken maakte Freud gebruik tijdens
de psychoanalytische kuur? Schets zijn zoektocht van bij aanvang
tot de finale toepassing van specifieke actuele technieken.
Benoem en geef toelichting, ook over de technieken die vandaag
in een hedendaagse psychoanalytische kuur nog steeds worden
gehanteerd.
Hypnose
= Freud gebruikte hypnose om verdrongen trauma’s, zoals gebeurtenissen uit de
kinderjaren, naar boven te halen. Hij ontdekte echter dat hypnose niet altijd
werkte en slechts tijdelijke resultaten gaf
Talking cure
= Freud verving hypnose en catharsis door de “talking cure,” waarbij hij
patiënten aanmoedigde om woorden te geven aan hun klachten in plaats van
deze fysiek te uiten. Dit proces hielp verdrongen herinneringen te verwoorden en
gaf blijvender resultaten.
Catharsis = een techniek om mensen te genezen. Door te praten komen affecten
naar boven. De behandeling bestaat er dan uit om ‘vergeten’ gebeurtenissen en
emoties opnieuw tot het bewustzijn te brengen, waardoor een ontlading van het
affect mogelijk is en waarna de symptomen verdwijnen.
Vrije asociatie = is gebasseerd op het praten over wat u te binnen schiet. Hierbij
is het belangrijk dat de analyticus niet te veel vragen stelt. De cliënt praat dan
op een vrije manier, onsamenhangende manier. Zinnen moeten niet vervolledigd
worden en grammatica is niet belangerijk.
Divan = Freud gebruikte de divan om patiënten te helpen ontspannen en vrijer
te associëren, zonder afgeleid te worden door de aanwezigheid van de
therapeut.
EXAMENVRAAG 2
2.1 Freud spreekt over neurotische verdedigingsmechanismen. Hoe
werkt dit mechanisme volgens Freud.
1) Verdinking
= onaanvaardbare gedachten, gevoelens, wensen… worden naar het
onbewuste verbannen. Dit verdedingsmechanisme zou geheel onbewust
verlopen.
2) Verplaatsing
= gevoelens verbonden aan een bepaalde situatie of persoon worden
gericht op een andere situatie of persoon
1
, 2
3) Reactieformatie
= een onaavaardbare wens, impuls wordt geneutraliseerd door gedachte
of gedrag te vertonen dat er lijnrecht tegenover staat
4) Isolering
= een gedachte of gedrag te vertonen wordt afgesneden van het
bijhorende gevoel, typisch voor dwangneuroses. Het gevoel lijkt weg te
zijn.
5) Rationaliseren
= een rationele verklaring wordt gecontrueerd voot bepaald gedrag om
emotionele motieven te verhullen
6) Ongedaan maken
= het subject probeert bepaalde gedachten uit te wissen door iets magisch
te doen, een lichte vorm van magisch denken.
7) Somatiseren
= onbewuste wensen komen vermomd tot uitdrukking in lichamelijke
klachten
8) Conversie
= een psychisch probleem wordt omgezet in een lichamelijke stoornis
9) Vermijding
= gedachten of situaties die gepaard gaan met angst of schaamte worden
vermeden. Dit mechanisme zou bewust verlopen
2.2 CASUSBESCHRIJVING: VERDEDIGINGSMECHANISMEN VOLGENS FREUD
Mark (38 jaar) werkt als administratief medewerker in een middelgroot bedrijf.
Hij heeft de laatste tijd te maken met verhoogde stress door een conflict met zijn
leidinggevende. Hoewel hij in het bijzijn van zijn leidinggevende rustig lijkt en
nauwelijks zijn ongenoegen uit, merkt zijn omgeving verschillende
gedragsveranderingen. Hieronder volgen enkele fragmenten uit situaties waarin
Mark zich bevindt.
2.2 Identificeer het verdedigingsmechanisme dat Mark gebruikt in
de volgende fragmenten. Geef ook een korte uitleg waarom je
dit mechanisme kiest.
FRAGMENT 1
Tijdens een teambespreking komt een collega te laat binnen. Mark
reageert geïrriteerd en snauwt de collega af. Later zegt hij: “Ik kan er
gewoon niet tegen als mensen te laat komen.” Zijn irritatie lijkt echter niet
te passen bij de situatie.
Verplaatsing
Mark reageert zijn frustratie over het conflict met zijn leidinggevende
af op een collega die te laat komt. De intensiteit van zijn irritatie past
niet bij de situatie en lijkt te worden verplaatst van de leidinggevende
naar de collega.
2
, 3
FRAGMENT 2
Mark is erg gehecht aan een bepaalde pen die hij dagelijks gebruikt.
Wanneer hij merkt dat een collega zijn pen heeft gebruikt, haalt hij snel
een doekje en begint de pen zorgvuldig schoon te maken. Hij blijft dit
ritueel de rest van de dag herhalen, ook bij andere voorwerpen op zijn
bureau.
Reactieformatie
Mark ontwikkelt een overdreven en ritualistische reactie op de pen die
een collega heeft gebruikt. Zijn gedrag kan een manier zijn om zijn
onderliggende angst of ongenoegen te onderdrukken en te
compenseren door schoonmaakrituelen.
FRAGMENT 3
Mark heeft een uitnodiging ontvangen voor een feest van zijn
leidinggevende. Hij twijfelt sterk of hij moet gaan en zegt uiteindelijk: "Ik
heb toch geen zin in dat feest; ik hou niet van drukte."
Rationalisatie
Mark rechtvaardigt zijn besluit om niet naar het feest te gaan door te
zeggen dat hij "niet van drukte houdt." Dit biedt hem een logische
reden om zijn ongemakkelijke gevoelens jegens zijn leidinggevende te
vermijden
FRAGMENT 4
Tijdens een evaluatiegesprek zegt Mark tegen zijn leidinggevende: "Ik
weet dat ik fout Iedereen zou het moeilijk hebben gehad in mijn situatie."
Projectie
Mark schuift de verantwoordelijkheid voor zijn fouten af door de
verwachtingen van zijn leidinggevende als onrealistisch te
bestempelen. Hij projecteert de oorzaak van zijn falen op externe
factoren.
FRAGMENT 5
Mark klaagt regelmatig over hoofdpijn en spierpijn zonder aanwijsbare
medische oorzaak. Zijn huisarts kan geen fysieke reden vinden voor zijn
klachten.
Somatisering
Mark uit zijn psychische stress door lichamelijke klachten, zoals
hoofdpijn en spierpijn, zonder een medische oorzaak. Dit is een manier
om zijn onbewuste emoties fysiek te uiten.
EXAMENVRAAG 3
3.1 EXAMENCASUSBESCHRIJVING: PRIMITIEVE
VERDEDIGINGSMECHANISMEN VOLGENS FREUD
Sofie, een 28-jarige vrouw, is opgenomen in een psychiatrische afdeling na een
traumatische gebeurtenis waarbij ze een ernstig verkeersongeval heeft
veroorzaakt. De situatie heeft een diepe emotionele impact op haar gehad, maar
Sofie lijkt niet in staat om de ernst van de gebeurtenis te verwerken. Het team
3
, 4
heeft enkele opvallende gedragingen en uitspraken van haar waargenomen in
de eerste week van haar opname.
3.1 Herken de primitieve verdedigingsmechanismen die Sofie in
elk fragment toepast.
1) Ontkenning
= Niet zozeer gericht tegen innerlijke wensen, maar eerder tegen de
overrompelende werkelijkheid buiten de persoon.
2) Loochening
= De objectieve werkelijkheid wordt geweigerd, dit neigt naar psychose
3) Splitsen
= Tegengestelde gevoelens worden van elkaar gescheiden. Dit wordt niet
alleen innerlijk toegepast, maar kan ook uitgespeld worden naar de
omgeving.
4) Projectie
= Iemand schrijft onbewuste gevoelens van zichzelf toe aan iemand
anders
3.2 Geef per fragment een korte uitleg over waarom dit
verdedigingsmechanisme hier aan de orde is.
FRAGMENT 1
Tijdens een groepssessie vertelt Sofie: "Ik ben niet schuldig aan het ongeval. Het
was echt de fout van die andere bestuurder, niet van mij."
Later blijkt uit de politierapporten dat Sofie door rood licht reed.
Projectie
Sofie wijst de schuld van het ongeval volledig toe aan de andere bestuurder,
ondanks objectief bewijs (het politierapport) dat aantoont dat zij door rood
licht reed. Ze projecteert haar eigen schuldgevoelens onbewust op de
andere bestuurder
FRAGMENT 2
Sofie houdt een knuffeldier stevig vast en wiegt het zachtjes, terwijl ze fluistert:
"Mijn zoontje is hier bij me, hij slaapt nu. Ik moet heel stil zijn, anders wordt hij
wakker."
Het team weet dat Sofie's zoontje bij haar ex-partner woont sinds het ongeval.
Ontkenning
Sofie weigert de werkelijkheid te accepteren dat haar zoontje niet bij haar is.
Door te doen alsof haar zoontje aanwezig is en zachtjes met een knuffel te
praten, ontkent ze de pijnlijke realiteit en creëert ze een alternatieve, minder
overweldigende werkelijkheid.
FRAGMENT 3
Tijdens een gesprek met de verpleegkundige zegt Sofie:
"De ene verpleegkundige hier is geweldig, ze begrijpt me echt. Maar die andere,
ik weet zeker dat ze achter mijn rug over me roddelt."
Splitsen
4
EXAMENKENNIS: THERAPEUTISCHE
DENKKADERS
EXAMENVRAAG 1
1.1 Van welke belangrijke technieken maakte Freud gebruik tijdens
de psychoanalytische kuur? Schets zijn zoektocht van bij aanvang
tot de finale toepassing van specifieke actuele technieken.
Benoem en geef toelichting, ook over de technieken die vandaag
in een hedendaagse psychoanalytische kuur nog steeds worden
gehanteerd.
Hypnose
= Freud gebruikte hypnose om verdrongen trauma’s, zoals gebeurtenissen uit de
kinderjaren, naar boven te halen. Hij ontdekte echter dat hypnose niet altijd
werkte en slechts tijdelijke resultaten gaf
Talking cure
= Freud verving hypnose en catharsis door de “talking cure,” waarbij hij
patiënten aanmoedigde om woorden te geven aan hun klachten in plaats van
deze fysiek te uiten. Dit proces hielp verdrongen herinneringen te verwoorden en
gaf blijvender resultaten.
Catharsis = een techniek om mensen te genezen. Door te praten komen affecten
naar boven. De behandeling bestaat er dan uit om ‘vergeten’ gebeurtenissen en
emoties opnieuw tot het bewustzijn te brengen, waardoor een ontlading van het
affect mogelijk is en waarna de symptomen verdwijnen.
Vrije asociatie = is gebasseerd op het praten over wat u te binnen schiet. Hierbij
is het belangrijk dat de analyticus niet te veel vragen stelt. De cliënt praat dan
op een vrije manier, onsamenhangende manier. Zinnen moeten niet vervolledigd
worden en grammatica is niet belangerijk.
Divan = Freud gebruikte de divan om patiënten te helpen ontspannen en vrijer
te associëren, zonder afgeleid te worden door de aanwezigheid van de
therapeut.
EXAMENVRAAG 2
2.1 Freud spreekt over neurotische verdedigingsmechanismen. Hoe
werkt dit mechanisme volgens Freud.
1) Verdinking
= onaanvaardbare gedachten, gevoelens, wensen… worden naar het
onbewuste verbannen. Dit verdedingsmechanisme zou geheel onbewust
verlopen.
2) Verplaatsing
= gevoelens verbonden aan een bepaalde situatie of persoon worden
gericht op een andere situatie of persoon
1
, 2
3) Reactieformatie
= een onaavaardbare wens, impuls wordt geneutraliseerd door gedachte
of gedrag te vertonen dat er lijnrecht tegenover staat
4) Isolering
= een gedachte of gedrag te vertonen wordt afgesneden van het
bijhorende gevoel, typisch voor dwangneuroses. Het gevoel lijkt weg te
zijn.
5) Rationaliseren
= een rationele verklaring wordt gecontrueerd voot bepaald gedrag om
emotionele motieven te verhullen
6) Ongedaan maken
= het subject probeert bepaalde gedachten uit te wissen door iets magisch
te doen, een lichte vorm van magisch denken.
7) Somatiseren
= onbewuste wensen komen vermomd tot uitdrukking in lichamelijke
klachten
8) Conversie
= een psychisch probleem wordt omgezet in een lichamelijke stoornis
9) Vermijding
= gedachten of situaties die gepaard gaan met angst of schaamte worden
vermeden. Dit mechanisme zou bewust verlopen
2.2 CASUSBESCHRIJVING: VERDEDIGINGSMECHANISMEN VOLGENS FREUD
Mark (38 jaar) werkt als administratief medewerker in een middelgroot bedrijf.
Hij heeft de laatste tijd te maken met verhoogde stress door een conflict met zijn
leidinggevende. Hoewel hij in het bijzijn van zijn leidinggevende rustig lijkt en
nauwelijks zijn ongenoegen uit, merkt zijn omgeving verschillende
gedragsveranderingen. Hieronder volgen enkele fragmenten uit situaties waarin
Mark zich bevindt.
2.2 Identificeer het verdedigingsmechanisme dat Mark gebruikt in
de volgende fragmenten. Geef ook een korte uitleg waarom je
dit mechanisme kiest.
FRAGMENT 1
Tijdens een teambespreking komt een collega te laat binnen. Mark
reageert geïrriteerd en snauwt de collega af. Later zegt hij: “Ik kan er
gewoon niet tegen als mensen te laat komen.” Zijn irritatie lijkt echter niet
te passen bij de situatie.
Verplaatsing
Mark reageert zijn frustratie over het conflict met zijn leidinggevende
af op een collega die te laat komt. De intensiteit van zijn irritatie past
niet bij de situatie en lijkt te worden verplaatst van de leidinggevende
naar de collega.
2
, 3
FRAGMENT 2
Mark is erg gehecht aan een bepaalde pen die hij dagelijks gebruikt.
Wanneer hij merkt dat een collega zijn pen heeft gebruikt, haalt hij snel
een doekje en begint de pen zorgvuldig schoon te maken. Hij blijft dit
ritueel de rest van de dag herhalen, ook bij andere voorwerpen op zijn
bureau.
Reactieformatie
Mark ontwikkelt een overdreven en ritualistische reactie op de pen die
een collega heeft gebruikt. Zijn gedrag kan een manier zijn om zijn
onderliggende angst of ongenoegen te onderdrukken en te
compenseren door schoonmaakrituelen.
FRAGMENT 3
Mark heeft een uitnodiging ontvangen voor een feest van zijn
leidinggevende. Hij twijfelt sterk of hij moet gaan en zegt uiteindelijk: "Ik
heb toch geen zin in dat feest; ik hou niet van drukte."
Rationalisatie
Mark rechtvaardigt zijn besluit om niet naar het feest te gaan door te
zeggen dat hij "niet van drukte houdt." Dit biedt hem een logische
reden om zijn ongemakkelijke gevoelens jegens zijn leidinggevende te
vermijden
FRAGMENT 4
Tijdens een evaluatiegesprek zegt Mark tegen zijn leidinggevende: "Ik
weet dat ik fout Iedereen zou het moeilijk hebben gehad in mijn situatie."
Projectie
Mark schuift de verantwoordelijkheid voor zijn fouten af door de
verwachtingen van zijn leidinggevende als onrealistisch te
bestempelen. Hij projecteert de oorzaak van zijn falen op externe
factoren.
FRAGMENT 5
Mark klaagt regelmatig over hoofdpijn en spierpijn zonder aanwijsbare
medische oorzaak. Zijn huisarts kan geen fysieke reden vinden voor zijn
klachten.
Somatisering
Mark uit zijn psychische stress door lichamelijke klachten, zoals
hoofdpijn en spierpijn, zonder een medische oorzaak. Dit is een manier
om zijn onbewuste emoties fysiek te uiten.
EXAMENVRAAG 3
3.1 EXAMENCASUSBESCHRIJVING: PRIMITIEVE
VERDEDIGINGSMECHANISMEN VOLGENS FREUD
Sofie, een 28-jarige vrouw, is opgenomen in een psychiatrische afdeling na een
traumatische gebeurtenis waarbij ze een ernstig verkeersongeval heeft
veroorzaakt. De situatie heeft een diepe emotionele impact op haar gehad, maar
Sofie lijkt niet in staat om de ernst van de gebeurtenis te verwerken. Het team
3
, 4
heeft enkele opvallende gedragingen en uitspraken van haar waargenomen in
de eerste week van haar opname.
3.1 Herken de primitieve verdedigingsmechanismen die Sofie in
elk fragment toepast.
1) Ontkenning
= Niet zozeer gericht tegen innerlijke wensen, maar eerder tegen de
overrompelende werkelijkheid buiten de persoon.
2) Loochening
= De objectieve werkelijkheid wordt geweigerd, dit neigt naar psychose
3) Splitsen
= Tegengestelde gevoelens worden van elkaar gescheiden. Dit wordt niet
alleen innerlijk toegepast, maar kan ook uitgespeld worden naar de
omgeving.
4) Projectie
= Iemand schrijft onbewuste gevoelens van zichzelf toe aan iemand
anders
3.2 Geef per fragment een korte uitleg over waarom dit
verdedigingsmechanisme hier aan de orde is.
FRAGMENT 1
Tijdens een groepssessie vertelt Sofie: "Ik ben niet schuldig aan het ongeval. Het
was echt de fout van die andere bestuurder, niet van mij."
Later blijkt uit de politierapporten dat Sofie door rood licht reed.
Projectie
Sofie wijst de schuld van het ongeval volledig toe aan de andere bestuurder,
ondanks objectief bewijs (het politierapport) dat aantoont dat zij door rood
licht reed. Ze projecteert haar eigen schuldgevoelens onbewust op de
andere bestuurder
FRAGMENT 2
Sofie houdt een knuffeldier stevig vast en wiegt het zachtjes, terwijl ze fluistert:
"Mijn zoontje is hier bij me, hij slaapt nu. Ik moet heel stil zijn, anders wordt hij
wakker."
Het team weet dat Sofie's zoontje bij haar ex-partner woont sinds het ongeval.
Ontkenning
Sofie weigert de werkelijkheid te accepteren dat haar zoontje niet bij haar is.
Door te doen alsof haar zoontje aanwezig is en zachtjes met een knuffel te
praten, ontkent ze de pijnlijke realiteit en creëert ze een alternatieve, minder
overweldigende werkelijkheid.
FRAGMENT 3
Tijdens een gesprek met de verpleegkundige zegt Sofie:
"De ene verpleegkundige hier is geweldig, ze begrijpt me echt. Maar die andere,
ik weet zeker dat ze achter mijn rug over me roddelt."
Splitsen
4