THERAPAEUTISCHE RELATIE
= context waarbinnen een behandeling plaatsvindt
THERAPAEUTISCHE
Zeer bepalend voor behandelresultaat
RELATIE
FASE 1
Kennismaken BEHANDELING VIA ALLE FASE BEHANDELING -> SOMS GEEN 2DE FASE
Opvoegen en wennen
Afstemmen op elkaars manier van doen
Creëren van realistische verwachtingen
Patiënt neemt voorkeurcopingstijl in
VPK reageert al dan niet passend -> wederzijds vertrouwen
Vertrouwen = verdieping van de verkenning v/d
problematiek
Geen vertrouwen? -> verder werken aan relatie
Bv. Crisisopname, weerstand, …
VERSCHILLENDE ASPECTEN BINNEN DE THERAPEUTISCHE RELATIE
1) EEN VOORWAARDENSCHEPPENDE FUNCTIE
= Relatie met de behandelaar vormt een basisvoorwaarde voor therapie
Vpk niet als expert, maar meer volgende rol t.o.v hulpvrager
Relatie = voorwaardenscheppende factor
Vriendelijke deskundige -> veel erkenning geven
Passend afhankelijke opstelling t.o.v. deskundigheid behandelaar
2) EEN CONTRUCTIVISTISCHE FUNCTIE
Herhalen problematische aspecten in contact met cliënt
Confrontatie met de problematiek
Correctie van gedrag
FASE 2
Experimenteren met nieuw gedrag
Pt stelt zich voldoende kwetsbaar op en staat open voor
behandeling
3) OMGAAN MET PROBLEMATISCHE OVERDRACHT
-> aan de problemen v/d pt werken
Combinatie van voorwaardenscheppende relatie en
Opnieuw angst voor of wantrouwen jegens de behandelaar
constructivistische relatie
-> terugkeer eerste fase
4) OMGAAN MET DE EIGEN BELASTING DOOR DE BEHANDELAAR
FASE 3 Derde aspect = verbijzondering v/d constructivistische functie
Voldoende resultaat fase 2 -> naar 3de en afsluitende fase Problematische overdracht
Patiënt incliënt
staat-> gevolgen
stelt voor therapeutische
de behandeling te accepteren
Afstand nemen van behandelaar relatie en getrouw te volgen
Manier waarop we ons naar iemand gedragen & Overdracht = cliënt herhaalt oud gedrag of coping t.o.v. behandelaar
Meer eigen verantwoordelijkheid op zich nemen- minder Vpk = geeft inizchten
wijze waarop we uitingen van gewoontes/ gedrag
afhankelijk v/d behandelaar BEJEGING EN In combinatie met disfunctionele coping stijl behandelaar
Pt-> =niet-adequate
opvattingen entherapeutische
wensen
beantwoorden
Frequentie v/d sessies/ gesprekken wordt verlaagd, zodat de cliëntWERKRELATIE (tegenoverdracht) relatie
Doorslaggevende factor? Communicatieve en
ook letterlijk
relationele vaardigheden vpk
Leert om met minder behandeling verder te kunnen
Terugvalpreventie opstellen of afspraken over wat te doden bij
terugval
, 3 ASPECTEN VOOR GOEDE WERKRELATIE & BEJEGING 3 ASPECTEN VOOR GOEDE WERKRELATIE & BEJEGING3 ASPECTEN VOOR GOEDE WERKRELATIE &
BEJEGING
1) BASISHOUDING 2) BEJEGING EN COPING
Aansluiting bij de beleefwereld van pt Bejeging is nodig om goede werkrelatie te krijgen3) BETROKKENHEID EN PROFESSIONALITEIT
Er zijn voor de patiënt, begrip tonen Goed evenwicht tussen betrokkenheid
Bieden van hoop in de toekomst Coping v/d pt is een doorslag gewende factor en de professionaliteit
Coping = hoe omgaan in stressvolle situaties
=> empathie, inschatting van haalbaarheid
doelen, kennis psychopathologie Geen passende basishouding? => stress voor pt
noodzakelijk
AANRAKINGEN ALS VPK-INTERVENTIE IN DE
GGZ
=> vertrouwen = belangrijk
3 SOORTEN AANRAKINGEN 3 CATEGORIEËN OM PATIËNT AAN TE RAKEN:
1) Instrumentele aanrakingen 1) PATIËNT
= taakgericht, vpk handelingen = pt bepaald niveau van aanraken (afhankelijk van cultuur, geloof, …)
= nodig om een handeling uit te voeren -> aanrakingen kan als steunend en bindend ervaren worden
Vb. Een bloedafname -> als pt geen aanraking wenst => aanraking = bedreigend
-> tijdens psychose
2) Therapeutische aanrakingen -> negatieve ervaring met aanraking = meer kwaad dan goed veroorzaken
= bewust ingezet als interventie
= om cliënt te ondersteunen of gerust te stellen 2) VPK
Vb. Iemand vasthouden tijdens een ingreep of slecht = aanraking is passend wnr vpk passend vindt (afhankelijk van persoonlijke
nieuws stijl, ervaring, …)
Vb. Rustgevende aanraking bij angst -> vpk geeft aanraking om empathie te tonen, troosten, …
3) Expressieve aanrakingen
VERSCHILLENDE MANIEREN: 3) CONTEXT
= spontaan,
Persoonlijk affectief, emotioneel
leven, visie geladen
of waarden tov een EFFECTEN =VAN ZEFLONTHULLING
aanraking is passend als de context passend is (therapeutische relatie,
Vb.bepaald
Een knuffel geven uit
zorgonderwerp genegenheid Negatieve toestand
effecten patiënt, …) Positieve effecten
Vb.Soms
High op
fiveverzoek,
of schouderklopje
soms uitom succes te vieren
jezelf -> angst,gevoelens
Negatieve verdriet, … en Positieve gevoelens en reacties bij
Non-verbaal & verbaal reacties cliënt
(On)bewsut Vermindering openheid Zich begrepen, gerustgesteld
n
Professioneel en persoonlijk Schadelijke gevolgen voelen
therapeutische relatie Normalisering van zaken
WAT WEL/ NIET ONTHULLEN? -> gebrek aan helderheid over Meer vertrouwen
-> observeer en deel jullie observaties en meningen de relatie; vervanging grenzen
door rolverwarring en - Verbetering openheid cliënt
Voornamelijk: omkering Wil om te onderzoeken
= context waarbinnen een behandeling plaatsvindt
THERAPAEUTISCHE
Zeer bepalend voor behandelresultaat
RELATIE
FASE 1
Kennismaken BEHANDELING VIA ALLE FASE BEHANDELING -> SOMS GEEN 2DE FASE
Opvoegen en wennen
Afstemmen op elkaars manier van doen
Creëren van realistische verwachtingen
Patiënt neemt voorkeurcopingstijl in
VPK reageert al dan niet passend -> wederzijds vertrouwen
Vertrouwen = verdieping van de verkenning v/d
problematiek
Geen vertrouwen? -> verder werken aan relatie
Bv. Crisisopname, weerstand, …
VERSCHILLENDE ASPECTEN BINNEN DE THERAPEUTISCHE RELATIE
1) EEN VOORWAARDENSCHEPPENDE FUNCTIE
= Relatie met de behandelaar vormt een basisvoorwaarde voor therapie
Vpk niet als expert, maar meer volgende rol t.o.v hulpvrager
Relatie = voorwaardenscheppende factor
Vriendelijke deskundige -> veel erkenning geven
Passend afhankelijke opstelling t.o.v. deskundigheid behandelaar
2) EEN CONTRUCTIVISTISCHE FUNCTIE
Herhalen problematische aspecten in contact met cliënt
Confrontatie met de problematiek
Correctie van gedrag
FASE 2
Experimenteren met nieuw gedrag
Pt stelt zich voldoende kwetsbaar op en staat open voor
behandeling
3) OMGAAN MET PROBLEMATISCHE OVERDRACHT
-> aan de problemen v/d pt werken
Combinatie van voorwaardenscheppende relatie en
Opnieuw angst voor of wantrouwen jegens de behandelaar
constructivistische relatie
-> terugkeer eerste fase
4) OMGAAN MET DE EIGEN BELASTING DOOR DE BEHANDELAAR
FASE 3 Derde aspect = verbijzondering v/d constructivistische functie
Voldoende resultaat fase 2 -> naar 3de en afsluitende fase Problematische overdracht
Patiënt incliënt
staat-> gevolgen
stelt voor therapeutische
de behandeling te accepteren
Afstand nemen van behandelaar relatie en getrouw te volgen
Manier waarop we ons naar iemand gedragen & Overdracht = cliënt herhaalt oud gedrag of coping t.o.v. behandelaar
Meer eigen verantwoordelijkheid op zich nemen- minder Vpk = geeft inizchten
wijze waarop we uitingen van gewoontes/ gedrag
afhankelijk v/d behandelaar BEJEGING EN In combinatie met disfunctionele coping stijl behandelaar
Pt-> =niet-adequate
opvattingen entherapeutische
wensen
beantwoorden
Frequentie v/d sessies/ gesprekken wordt verlaagd, zodat de cliëntWERKRELATIE (tegenoverdracht) relatie
Doorslaggevende factor? Communicatieve en
ook letterlijk
relationele vaardigheden vpk
Leert om met minder behandeling verder te kunnen
Terugvalpreventie opstellen of afspraken over wat te doden bij
terugval
, 3 ASPECTEN VOOR GOEDE WERKRELATIE & BEJEGING 3 ASPECTEN VOOR GOEDE WERKRELATIE & BEJEGING3 ASPECTEN VOOR GOEDE WERKRELATIE &
BEJEGING
1) BASISHOUDING 2) BEJEGING EN COPING
Aansluiting bij de beleefwereld van pt Bejeging is nodig om goede werkrelatie te krijgen3) BETROKKENHEID EN PROFESSIONALITEIT
Er zijn voor de patiënt, begrip tonen Goed evenwicht tussen betrokkenheid
Bieden van hoop in de toekomst Coping v/d pt is een doorslag gewende factor en de professionaliteit
Coping = hoe omgaan in stressvolle situaties
=> empathie, inschatting van haalbaarheid
doelen, kennis psychopathologie Geen passende basishouding? => stress voor pt
noodzakelijk
AANRAKINGEN ALS VPK-INTERVENTIE IN DE
GGZ
=> vertrouwen = belangrijk
3 SOORTEN AANRAKINGEN 3 CATEGORIEËN OM PATIËNT AAN TE RAKEN:
1) Instrumentele aanrakingen 1) PATIËNT
= taakgericht, vpk handelingen = pt bepaald niveau van aanraken (afhankelijk van cultuur, geloof, …)
= nodig om een handeling uit te voeren -> aanrakingen kan als steunend en bindend ervaren worden
Vb. Een bloedafname -> als pt geen aanraking wenst => aanraking = bedreigend
-> tijdens psychose
2) Therapeutische aanrakingen -> negatieve ervaring met aanraking = meer kwaad dan goed veroorzaken
= bewust ingezet als interventie
= om cliënt te ondersteunen of gerust te stellen 2) VPK
Vb. Iemand vasthouden tijdens een ingreep of slecht = aanraking is passend wnr vpk passend vindt (afhankelijk van persoonlijke
nieuws stijl, ervaring, …)
Vb. Rustgevende aanraking bij angst -> vpk geeft aanraking om empathie te tonen, troosten, …
3) Expressieve aanrakingen
VERSCHILLENDE MANIEREN: 3) CONTEXT
= spontaan,
Persoonlijk affectief, emotioneel
leven, visie geladen
of waarden tov een EFFECTEN =VAN ZEFLONTHULLING
aanraking is passend als de context passend is (therapeutische relatie,
Vb.bepaald
Een knuffel geven uit
zorgonderwerp genegenheid Negatieve toestand
effecten patiënt, …) Positieve effecten
Vb.Soms
High op
fiveverzoek,
of schouderklopje
soms uitom succes te vieren
jezelf -> angst,gevoelens
Negatieve verdriet, … en Positieve gevoelens en reacties bij
Non-verbaal & verbaal reacties cliënt
(On)bewsut Vermindering openheid Zich begrepen, gerustgesteld
n
Professioneel en persoonlijk Schadelijke gevolgen voelen
therapeutische relatie Normalisering van zaken
WAT WEL/ NIET ONTHULLEN? -> gebrek aan helderheid over Meer vertrouwen
-> observeer en deel jullie observaties en meningen de relatie; vervanging grenzen
door rolverwarring en - Verbetering openheid cliënt
Voornamelijk: omkering Wil om te onderzoeken