Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Tentamen (uitwerkingen)

Uitgewerkte examenvragen (patho)fysiologie II

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
57
Cijfer
7-8
Geüpload op
23-08-2025
Geschreven in
2025/2026

Een document van 57 pagina's met 260 uitgewerkte examenvragen van fysiologie II en pathofysiologie II, gegeven in de 2e bachelor diergeneeskunde aan de UGent. De juiste antwoorden zijn aangeduid, en er is telkens ook een duidelijke uitleg bij genoteerd waarom een antwoord wel/niet klopt.

Meer zien Lees minder
Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

EXAMENVRAGEN FYSIOLOGIE EN PATHOFYSIOLOGIE II


1. Hoe leidt hepatoencephalopathie tot PU/PD?

Hepatoencephalopathie (ook bekend als hepatische encefalopathie) is een
aandoening die ontstaat door ernstige leverinsufficiëntie, waarbij giftige stoffen, vooral
ammoniak, zich ophopen in het bloed en het centrale zenuwstelsel beïnvloeden.


A. Verhoogde adrenaline verhoogt de productie van glucose, wat leidt tot glucosurie
Dit is onwaarschijnlijk in het kader van hepatoencephalopathie. Hoewel verhoogde
adrenaline de glucoseproductie kan verhogen, is glucosurie (en dus polyurie) meestal
gerelateerd aan diabetes mellitus en niet direct aan hepatoencephalopathie.
B. De renale tubuli verliezen de capaciteit om water te reabsorberen omdat de
aquaporine-2 niet goed werkt
Problemen met aquaporine-2 zijn meer gerelateerd aan aandoeningen zoals diabetes
insipidus.
C. Verlies van remming op ACTH afgifte en ontwikkeling van Cushing-achtige
symptomen
D. Er is een acuut tubulus necrose door direct toxisch effect
Acute tubulus necrose door een direct toxisch effect, zoals door ammoniak, kan
inderdaad leiden tot nierfunctiestoornissen, waaronder verminderde
concentratiecapaciteit van de nieren en daardoor PU/PD


2. Welke uitspraak is fout over onbehandelde diabetes mellitus?

A. De verhoogde productie van ketonen leidt uiteindelijk tot een metabole alkalose
De verhoogde productie van ketonen leidt tot een metabole acidose, niet alkalose.
Ketonen zijn zuren (zoals β-hydroxybutyraat en acetoacetaat) en hun ophoping in het
bloed veroorzaakt ketoacidose.
B. De polyurie die optreedt bij een kat met onbehandelde diabetes mellitus leidt tot
elektrolyten verlies en dehydratatie
Polyurie bij diabetes mellitus leidt tot verlies van elektrolyten (zoals natrium en kalium) en
veroorzaakt dehydratatie.
C. Door de glucosurie gaat veel energie verloren. Er treedt massaal lipolyse op. Echter,
de gemobiliseerde vetten overstelpen de lever en er worden ketonlichamen gevormd.
Aceton is daar een van. Dit geeft aanleiding tot een typische geur van de
uitademingslucht.
Glucosurie leidt tot energieverlies, waardoor het lichaam vetreserves mobiliseert. De
lever zet deze vetten om in ketonlichamen, waaronder aceton, wat de typische geur van
de adem veroorzaakt.
D. Bij een kat met onbehandelde diabetes mellitus leidt de glucosurie tot polydipsie
Glucosurie leidt tot osmotische diurese, wat resulteert in polyurie en secundaire
polydipsie.


3. Welk koppel hormonen verhoogt de bloedsuikerspiegel?
A. glucagon & glucose
Glucagon verhoogt de bloedsuikerspiegel door glycogenolyse en gluconeogenese in de
lever te stimuleren.

,Glucose is een suiker, geen hormoon

B. ADH & aldosterone
ADH (antidiuretisch hormoon) reguleert waterbalans in de nieren.
Aldosteron reguleert natrium- en kaliumbalans in de nieren.


C. adrenaline & glucagon
Adrenaline (ook bekend als epinefrine) verhoogt de bloedsuikerspiegel door
glycogenolyse in de lever en spieren te stimuleren en de afgifte van glucose in het bloed
te bevorderen.
Glucagon verhoogt de bloedsuikerspiegel door glycogenolyse en gluconeogenese in de
lever te stimuleren.


D. calcitonine & PTH
Calcitonine verlaagt het calciumgehalte in het bloed.
PTH (parathyroïdhormoon) verhoogt het calciumgehalte in het bloed.




4. Wat gebeurt er als een patiënt erg veel stress heeft?
A. er is hyperglycemie ten gevolge van verhoogde vrijstelling van glucagon, epinefrine en
cortisol
Tijdens stress worden glucagon, epinefrine (adrenaline) en cortisol vrijgesteld. Deze
hormonen verhogen de bloedsuikerspiegel door glycogenolyse, gluconeogenese en
lipolyse te stimuleren. Dit resulteert in hyperglycemie.
Tijdens stress verhogen deze hormonen de bloedsuikerspiegel om het lichaam van extra
energie te voorzien.
B. er is hypoglycemie veroorzaakt door verhoogde vrijstelling van T4 en T3
T4 (thyroxine) en T3 (triiodothyronine) zijn schildklierhormonen die de stofwisseling
verhogen, maar ze veroorzaken geen hypoglycemie tijdens stress. Sterker nog, acute
stress verhoogt eerder de bloedsuikerspiegel door de werking van andere hormonen
zoals epinefrine en cortisol.
C. noradrenaline veroorzaakt hyperventilatie
Noradrenaline (norepinefrine) kan de ademhalingssnelheid verhogen als onderdeel van
de "vecht-of-vlucht"-respons, maar hyperventilatie wordt vaker direct geassocieerd met
angst of paniek, niet specifiek met noradrenaline.
D. er is remming van gluconeogenese door insuline
Insuline remt inderdaad gluconeogenese, maar tijdens stress is insulinesecretie vaak
verminderd en worden glucagon en cortisol verhoogd, wat gluconeogenese juist
stimuleert.

5. Welke soort gliacellen produceert myeline in het centraal zenuwstelsel?
A. oligodendrocyten
Oligodendrocyten zijn de gliacellen in het CZS die verantwoordelijk zijn voor de productie
van myeline, dat de axonen van neuronen omhult en zorgt voor een snelle geleiding van

, zenuwimpulsen.
B. microglia
Microglia zijn de immuuncellen van het CZS en spelen een rol in de verdediging tegen
pathogenen en het opruimen van beschadigde cellen en afvalstoffen.
C. Schwann cellen
Schwann cellen produceren wel myeline, maar dit gebeurt in het perifere zenuwstelsel
(PZS), niet in het CZS.
D. astrocyten
Astrocyten vervullen ondersteunende functies in het CZS, zoals het handhaven van de
bloed-hersenbarrière, het voorzien van voedingsstoffen aan neuronen, en het reguleren
van de extracellulaire ionen- en neurotransmitterconcentraties, maar zij produceren geen
myeline.



6. Welk hormoon wordt niet episodisch (circadisch) vrijgesteld?
A. ADH
B. ACTH
C. FSH
D. GH
ADH wordt niet episodisch (circadisch) vrijgegeven zoals de andere hormonen in de
opties (ACTH, FSH en GH). ADH-niveaus worden voornamelijk gereguleerd door
veranderingen in osmolaliteit en volume van lichaamsvloeistoffen, en de afgifte ervan is
meer afhankelijk van de behoeften van het lichaam op een bepaald moment, zoals bij de
regulering van waterbalans en bloeddruk. De afgifte van ADH wordt voornamelijk
gestimuleerd wanneer het lichaam dehydratatie of een toename van de osmolaliteit van
het bloed detecteert.

7. Wat is nodig om HCO3- opnieuw te absorberen ter hoogte van de proximale tubulus?
A. Een basolaterale Na+/K+ ATPase pomp aan de interstitiële zijde, een apicale Na+/H+
antiporter aan de luminale zijde en het carboanhydrase enzym.
B. Basolaterale Na+ diffusie aan de luminale zijde, een apicale Na+/H+ antiporter aan de
interstitiële zijde en het carboanhydrase enzym.
C. Apicale diffusie van Na+ aan de luminale zijde, een basolaterale Na+/H+ antiporter
aan de interstitiële zijde en het carboanhydrase enzym.
D. Een apicale Na+/K+ ATPase pomp aan de interstitiële zijde, een basolaterale Na+/H+
antiporter aan de luminale zijde en het carboanhydrase enzym.


8. Patiënt met diabetes mellitus type 1, dieet samenstellen:
A. eiwitrijk
B. vetrijk
C. koolhydraatrijk
D. vezelarm


9. Wat is niet correct?
A. overmatig zweten zorgt voor de hik
B. door hypertoon vochtverlies (zweet) wordt het dier gestimuleerd om te drinken
C. een paard verliest warmte via conductie, convectie, radiatie en evaporatie &
evaporatie is het belangrijkst

, 10. Zet in de juiste volgorde:

a) de membraan is enkel permeabel voor K
b) voltage gated Na kanalen zijn open
c) voltage gated Na kanalen zijn inactief en voltage gated K kanalen zijn open
d) voltage gated Na kanalen zijn dicht en voltage gated K kanalen zijn open


11. Wat is juist?
A. de prayer position is typisch voor pancreatitis
B. bij pancreatitis is het eerste probleem de pancreasenzymen
C. slechts 5% van de geproduceerde insuline komt in de bloedbaan
D. gouden standaard voor onderzoek is supplementatie van amylase


12. Wat wordt niet door een Na/K-pomp of cotransporter opgenomen in de darm?
A. glucose
B. lactose
C. galactose
D. fructose


13. Wat is juist?
A. Na/K-pompen aan interstitiële zijde in proximale tubulus
B. Na/K-pompen aan luminale zijde in proximale tubulus
C. Na/K-pompen aan interstitiële zijde in distale tubulus, K-kanalen zijn niet efficiënt
D. Na/K-pompen aan luminale zijde in distale tubulus, K-kanalen zijn efficiënt


14. Welk hormoon gaat niet synergetisch werken met de andere hormonen bij acute
stress?
A. cortisol
B. T4
C. adrenaline
D. glucagon


15. Een hond met een laesie tussen T2 en L3: hoe vastgesteld?
A. positieve kniepeesreflex, niet corrigeren bij dubbeltreden
B. positieve kniepeesreflex, wel corrigeren bij dubbeltreden
C. negatieve kniepeesreflex


16. Welke receptor zorgt niet voor lipolyse?
A. alfa 1
B. alfa 2
C. beta 1
D. beta 2

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
23 augustus 2025
Aantal pagina's
57
Geschreven in
2025/2026
Type
Tentamen (uitwerkingen)
Bevat
Vragen en antwoorden

Onderwerpen

$9.23
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
joliengommers Universiteit Gent
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
20
Lid sinds
4 jaar
Aantal volgers
6
Documenten
31
Laatst verkocht
3 dagen geleden

4.0

3 beoordelingen

5
0
4
3
3
0
2
0
1
0

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen