Groep 9: Gezelschapshonden
- algemeen klein van gestalte (onder 30cm)
- van verschillende achtergronden
vroeger: ‘dameshonden’ of ‘schoothondjes’ genoemd
→ sommige rassen altijd als gezelschapshond gefunctioneerd (pekingees, dwergspaniëls,...)
(Engels: Toy breeds) → poedels tot gezelschapshonden gerekend, ongeacht hun maat
uitzonderingen die niet bij gezelschapshonden ingedeeld zijn:
York
Dwergpinscher
Dwergkees
English toy terriër
Australian Silky terriër
Rat terriër USA
Italiaanse windhond
beharing:
- kroespoedels: vacht overvloedig, haar wollig, heel gekruld, zwaar, dik
- koordpoedels (zeldzaam): haar zachter en gladder, maar vormt touwachtige koorden
wanneer het lang wordt gehouden (bij trimmen gezicht altijd geschoren)
,Poedel
= Franse poedel
- stamt af van barbet
- Fransen veel rasveredeling verricht → ras wordt Frans beschouwd
vanaf 16de eeuw komt poedel voor in Midden- en Zuid-Europa
‘Poedel’ (Frans: caniche) mogelijk afgeleid van:
- oude Nederduitse ‘Pudel’ (Engels: puddle) = waterplas
- ‘poedelen’, omdat hond tijdens jacht in water poedelde
- jacht op eenden
- intelligent, harmonisch gebouwd
- leergierig → bootsen baas graag na
- hoog gedragen hoofd
- relatief lange schedel + brede middengroef tussen ogen
- scherp afgetekende neus
- weinig ontwikkeld, strakke lippen
- duidelijke stop + achterhoofdsknobbel
- schuin geplaatste ogen
- oren: vrij lang, langs wangen vallend, vlak, afgerond einde, bedekt met zeer lang,
gegolfd haar
- ovale ribbenkast met breed achterste deel
- gespierde achterhand
- matig opgetrokken buik en flanken
- vrij hoog aangezette staart
- kleur: bruin, zwart, wit, rood, abrikoos en vergrijzend
Poedel: 4 groottes :
- grote poedel (caniche royal) (sh 45-55cm)
- middenslagpoedel (sh 35-45cm)
- dwergpoedel (sh 28-35cm)
- toypoedel (sh < 28cm, liefst 25cm)
, Vlinderhondje
(Epagneul nain continental papillon)
men onderscheidt 2 slagen:
- 1,5-2,5 kg
- 2,5-4,5 kg
= dwergspaniël (28cm)
- normale, harmonische bouw
- rechte neusrug + kleine neus
- duidelijke stop
- brede borst
- lange rug
- fijne spitse snuit is korter dan matig rond schedel
- ogen: tamelijk groot, nogal laag geplaatst met binnenste hoek thv overgang van
schedel naar snuit + oogomrandingen sterk gepigmenteerd
- oren: fijn, stevig staand, vrij ver naar achter geplaatst, hoog aangezet, met
oorschelpen naar buiten gekeerd (lange haren)
- opgetrokken buik
- staart: vrij hoog aangezet, nogal lang en vormt pluim
- beharing (geen ondervacht): lang, glanzend, golvend en iets opverend, onder keel en
aan achterhand in verschillende richtingen groeiend
- kleur: alle kleuren gecombineerd met gematigd tot invasief bontpatroon, met veel wit
op lichaam en benen
Nachtvlinderhondje
(Epagneul nain continental phalene)
- zeer sterk gelijkend op voorgaande, maar:
- oren hangen
→ oorspronkelijke vorm
- algemeen klein van gestalte (onder 30cm)
- van verschillende achtergronden
vroeger: ‘dameshonden’ of ‘schoothondjes’ genoemd
→ sommige rassen altijd als gezelschapshond gefunctioneerd (pekingees, dwergspaniëls,...)
(Engels: Toy breeds) → poedels tot gezelschapshonden gerekend, ongeacht hun maat
uitzonderingen die niet bij gezelschapshonden ingedeeld zijn:
York
Dwergpinscher
Dwergkees
English toy terriër
Australian Silky terriër
Rat terriër USA
Italiaanse windhond
beharing:
- kroespoedels: vacht overvloedig, haar wollig, heel gekruld, zwaar, dik
- koordpoedels (zeldzaam): haar zachter en gladder, maar vormt touwachtige koorden
wanneer het lang wordt gehouden (bij trimmen gezicht altijd geschoren)
,Poedel
= Franse poedel
- stamt af van barbet
- Fransen veel rasveredeling verricht → ras wordt Frans beschouwd
vanaf 16de eeuw komt poedel voor in Midden- en Zuid-Europa
‘Poedel’ (Frans: caniche) mogelijk afgeleid van:
- oude Nederduitse ‘Pudel’ (Engels: puddle) = waterplas
- ‘poedelen’, omdat hond tijdens jacht in water poedelde
- jacht op eenden
- intelligent, harmonisch gebouwd
- leergierig → bootsen baas graag na
- hoog gedragen hoofd
- relatief lange schedel + brede middengroef tussen ogen
- scherp afgetekende neus
- weinig ontwikkeld, strakke lippen
- duidelijke stop + achterhoofdsknobbel
- schuin geplaatste ogen
- oren: vrij lang, langs wangen vallend, vlak, afgerond einde, bedekt met zeer lang,
gegolfd haar
- ovale ribbenkast met breed achterste deel
- gespierde achterhand
- matig opgetrokken buik en flanken
- vrij hoog aangezette staart
- kleur: bruin, zwart, wit, rood, abrikoos en vergrijzend
Poedel: 4 groottes :
- grote poedel (caniche royal) (sh 45-55cm)
- middenslagpoedel (sh 35-45cm)
- dwergpoedel (sh 28-35cm)
- toypoedel (sh < 28cm, liefst 25cm)
, Vlinderhondje
(Epagneul nain continental papillon)
men onderscheidt 2 slagen:
- 1,5-2,5 kg
- 2,5-4,5 kg
= dwergspaniël (28cm)
- normale, harmonische bouw
- rechte neusrug + kleine neus
- duidelijke stop
- brede borst
- lange rug
- fijne spitse snuit is korter dan matig rond schedel
- ogen: tamelijk groot, nogal laag geplaatst met binnenste hoek thv overgang van
schedel naar snuit + oogomrandingen sterk gepigmenteerd
- oren: fijn, stevig staand, vrij ver naar achter geplaatst, hoog aangezet, met
oorschelpen naar buiten gekeerd (lange haren)
- opgetrokken buik
- staart: vrij hoog aangezet, nogal lang en vormt pluim
- beharing (geen ondervacht): lang, glanzend, golvend en iets opverend, onder keel en
aan achterhand in verschillende richtingen groeiend
- kleur: alle kleuren gecombineerd met gematigd tot invasief bontpatroon, met veel wit
op lichaam en benen
Nachtvlinderhondje
(Epagneul nain continental phalene)
- zeer sterk gelijkend op voorgaande, maar:
- oren hangen
→ oorspronkelijke vorm