Grondtrekken van het Nederlandse strafrecht Kronenberg, M. en B. de
Wilde (2024) Grondtrekken van het Nederlandse Strafrecht (10e druk) Den
Haag: Wolters Kluwer.
Inhoudsopgave
H1 Inleiding 2
H2 Inleiding materieel strafrecht 5
H3 Opzet en schuld 10
H4 Strafuitsluitingsgronden 13
H5 Poging en voorbereiding 17
H6 Deelneming 20
H7 Inleiding strafprocesrecht 25
H8 Het voorbereidend onderzoek 31
H9 Vervolging 41
H10 Het onderzoek ter terechtzitting 46
H11 Het rechterlijk beslissingsschema 51
H12 Bewijsrecht 57
H13 Straffen en maatregelen 61
H14 Rechtsmiddelen 67
H15 Mensenrechten en strafrecht 72
H16 Strafrechtelijke rechtsvinding 75
, 2
Grondtrekken van het Nederlandse strafrecht
Hoofdstuk 1: Inleiding
1.2 Plaats van het strafrecht
Het civiele, of burgerlijke, recht regelt de verhouding tussen burgers als zij overeenkomsten
met elkaar sluiten.
→ Als een van de twee partijen zijn deel van een overeenkomst niet nakomt, dan regelt het
burgerlijke recht wie waarop recht heeft en op welke wijze dat recht geëffectueerd kan
worden.
→ De staat blijft hier in principe buiten.
Schematisch weergegeven:
Bestuursrecht = dit rechtsgebied regelt onder meer de wijze waarop het openbaar bestuur
moet functioneren bij het nemen van beslissingen die de burger direct of indirect raken.
→ Denk aan het aanleggen van een nieuwe spoorlijn of horecavergunningen toekennen.
- Algemene regels op het gebied van het bestuursrecht vindt men in de Algemene wet
bestuursrecht (Awb).
- De verhouding tussen bestuursrecht en strafrecht is complex.
→ Sommige bestuurlijke sancties worden opgelegd die eerst via strafrecht gingen.
Civielrechtelijk kunnen burgers elkaar voor de (burgerlijke) rechter slepen.
In strafrechtelijke zin kunnen burgers elkaar niet dagvaarden voor gepleegde strafbare feiten.
→ Enkel de officier van justitie kan een verdachte van een strafbaar feit voor de rechter
slepen. Hij is een vertegenwoordiger van het staatsorgaan (OM).
Eigenrichting = het recht in eigen handen nemen (zelf de straffen willen uitdelen, zoals
slaag).
Bij het strafrecht kan door de strafrechter een geldboete worden opgelegd. Deze verdwijnt in
de staatskas, want de geldboete is zijn straf en heeft niets met de schade die is aangericht te
maken. Los daarvan krijgt het slachtoffer schadevergoeding.
1.3 Doelen van straffen
Het opleggen van straffen is goed voor twee doelen: vergelding en preventie.
, 3
Door het opleggen van straf vindt leedtoevoeging plaats ten nadele van de dader. Het wordt
voelbaar dat er een strafrechtelijke norm is overschreden.
Het opleggen van straf moet ertoe leiden dat minder mensen strafbare feiten plegen. Je hebt:
speciale en generale preventie:
- Speciale preventie moet ontmoedigen dat een eerder bestrafte niet wederom in de fout
gaat.
- Generale preventie betekent dat andere burgers worden afgeschrokken van het feit dat
er straf wordt opgelegd bij het plegen van een strafbaar feit.
1.4 Materieel strafrecht, formeel en sanctierecht
Materieel strafrecht = bepaalt welk gedrag niet toegestaan is en welke personen daarvoor
kunnen worden gestraft. Het gaat om:
- Strafbepalingen (bijvoorbeeld diefstal en moord).
- De algemene leerstukken die betrekking hebben op de uitsluiting van strafbaarheid
(bijvoorbeeld noodweer of ontoerekeningsvatbaar).
- En uitbreiding van strafbaarheid (bijvoorbeeld poging of medeplichtigheid).
→ Dit wordt voornamelijk gevonden in het Wetboek van Strafrecht.
Formele strafrecht = Dit deel bepaalt welke regels moeten worden gevolgd wanneer een norm
van het materiële strafrecht (vermoedelijk) is overtreden.
Voorbeelden zijn: de regels voor de bevoegdheden van de politie, de duur van de voorlopige
hechtenis, de inhoud van dagvaardingen en het instellen van hoger beroep.
→ Dit deel kun je voornamelijk vinden in het Wetboek van Strafrecht.
Sanctierecht = de regels over straffen en maatregelen die iemand kan krijgen als hij een
strafbaar feit heeft gepleegd.
→ Het sanctierecht is terug te vinden in het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van
Strafvordering.
1.5 Commuun en bijzonder strafrecht
Soort strafrecht Betekenis Voorbeelden
Commune Het algemene strafrecht, dat Moord, diefstal, mishandeling,
strafrecht geldt voor iedereen oplichting, inbraak, enz.
Bijzondere Strafwetten voor specifieke Verkeerswetten, milieuwetten,
strafwetten onderwerpen of groepen belastingfraude, wapenwet, enz.
Wetten in formele zin = wetten die zijn ontstaan in samenwerking tussen de Staten-Generaal
en de regering.
Een wet in materiële zin is een algemene, bindende overheidsregel, ongeacht wie hem maakt,
bijvoorbeeld op gemeentelijk niveau.
, 4
1.6 De opbouw van het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering
Wetboek van Strafrecht:
- Het bestaat uit drie hoofdonderdelen (boeken).
- Boek 1: Regelt de algemene leerstukken van materieel strafrecht. Dit zijn algemene
leerstukken, omdat ze van toepassing zijn op alle delicten.
- Boek 2 en 3: Bevatten uitsluitend strafbepalingen: omschrijvingen van gedrag dat
strafbaar is, met daarbij een aanduiding van de maximale straffen die mogen worden
opgelegd. Wel behandelt boek 2 enkel misdrijven en boek 3 uitsluitend overtredingen.
Wetboek van Strafvordering:
- Het bestaat uit zes boeken en volgt de chronologische volgorde van het strafproces.
- Boek 1: Hierin worden de belangrijkste bevoegdheden tijdens het
opsporingsonderzoek geregeld.
- Boek 2: Regelt de vervolgingsbeslissing van de officier van justitie en de hele
procedure voor de berechting van een verdachte door de rechtbank.
- Boek 3: Gewijd aan rechtsmiddelen.
- Boek 4 & 5 van minder belang.
- Boek 6: De tenuitvoerlegging.
1.7 De invloed van internationaal en supranationaal recht
Internationaal recht = Als gevolg van verdragen kan Nederland verplicht zijn om bepaald
gedrag strafbaar te stellen of bepaalde bevoegdheden in het leven te roepen. Het is het recht
dat tussen staten geldt.
→ Nederland is lidstaat van de EU.
Supranationaalrechtelijk = Het gaat om regels die een internationale organisatie oplegt, waar
de lidstaten bij die organisatie zich aan moeten houden.
Hoofdstuk 2: Inleiding materieel strafrecht
2.1 Plaats en structuur van strafbepalingen
De strafbepaling in de meest volledige vorm bestaat uit: