Introductiecollege
1. INLEIDEND
Actuele ontwikkelingen rond hedendaagse zorg
● Transparant: vrijgeven van cijfers over sterfte/ziekte/…
● Veilig: Patiëntveiligheidsladders = instrument om team te meten op vlak van patiëntveiligheid
● Effectief & efficiënt = drijfveer voor herstructureringen bv. zorgpaden, taakverdeling
transdisciplinair
o Moeilijkheden bij effectief en efficiënt werken: werken met richtlijnen/procedures en
integratie van best evidence practices
● Tijdig
● Voor ieder gelijk
● Patiëntgericht
o Invoeren van pt gerichte modellen, ongeacht sector van tewerkstelling.
o Voorkomen van barrières voor zorgvrager, niet evident.
o Aardige zorgvrager = meer zorg, meer tijd dan onaardige zorgvrager
Beleidsontwikkeling
● WHO: ontvangen quotage over kwaliteit en veiligheid van ptzorg bv. ondervoeding,
vroegtijdig signaleren risicoptn, MDP communicatie … en gaan obv activiteiten/policy
opmaken 🡺 EU gemeenschap 🡺 landelijke regeling 🡺 deelregering 🡺 instelling 🡺 afdeling
(zie volgende slide)
● Innovatie dient een ondergrond te hebben voor effectieve toepassing
o Bv. ISBAR -> communicatie/informatieoverdracht
,
,Innoveren in de zorg:
● Gebeurt dagelijks, op meerdere niveau's, verschil in omvang
● Gemanaged/gecontroleerd = planned change
● Niet gemanaged: chaos, obv laatste inzichten, van plan naar werkelijkheid bv. covid
Implementeren =
● Gebruik van de nieuwste inzichten, methoden, technieken of producten die verbeteringen
brengen ten opzichte van de bestaande situatie. Invoeren van iets nieuws voor degene die
ermee moet werken.
● Veranderen: Het is in meerdere opzichten een werkwoord en vraagt om een actieve aanpak
tussen alle betrokkenen. Implementeren als werkwoord, geen protocol of lineair proces.
Vraagt om doordacht implementatieplan en activiteiten van alle betrokkenen.
● Interactie: Het is geen volkomen top-down noch een volkomen bottom-up aangelegenheid.
Interactie tussen ontwikkelaar en (beoogde) gebruiker staat centraal. Zowel bij het
ontwikkelen van nieuwe inzichten, methoden, technieken of producten als bij het
implementeren ervan. Vraagt om doordacht implementatieplan en activiteiten van alle
betrokkenen. Interpreteren vanuit gebruikers ipv bedenkers.
Innovatiekunde
● Innovatie = vernieuwing
● Innovatie = nieuw voor degenen die er mee te maken krijgen
● Perceptie (waarneming) van de innovatie centraal aspect; Waarneming is subjectieve beleving
● Persoon, afdeling, groep, instelling
● Bv. memory clock = kast in WZC/geriatrie met instrumenten uit vorige tijden voor
contactname
Operationele kenmerken van innovaties
● Observeerbaarheid: Naar innovatie en resultaten. Hoe concreet is de innovatie?
● Probeerbaarheid: Omkeerbaarheid, pilot-mogelijkheden, bij te sturen
● Complexiteit: onzekerheid, variabiliteit, stabiliteit.
o innovatie altijd hetzelfde of verandert het naargelang situatie? Bv. EPD altijd
hetzelfde
● Omvang: Range beïnvloeden door innovatie (mensen, processen). Hoeveel mensen zijn
betrokken?
● Intensiteit: Objectieve en subjectieve werklast
● Integriteit: Norm voor mate van uniformiteit in gebruik innovatie. Iedereen toepassing op
zelfde manier of mate van eigen invulling? Bv. handhygiëne
Rogers hanteert 5 eigenschappen van innovaties die de diffusiesnelheid en adoptiegraad bepalen :
1. Relatief voordeel
2. Compatibiliteit
3. Complexiteit
4. Testmogelijkheid
5. Waarneembaarheid
Beïnvloedende factoren: team
● Team = belangrijke factor bij implementatie van vernieuwingen, niet individu
● Bv. collega die procedure niet volgt: aanspreken of niet?
, ● Teamgerichte instrumenten
3 centrale begrippen/basisprincipes bij elk innovatieproces
● Innovatie: wat is de vernieuwing?
● Omgeving (context)
● Strategieën gebruikt om innovatie te plaatsen/implementeren