De verpleegkundig specialist als leider en mentor:
Introductie
De verpleegkundig specialist
● Is een autonome professional : CNS/APN
● Hij/zij onderscheidt zich van de andere klinische rollen in de verpleegkunde door
o Verpleegkundig expert en klinisch behandelaar
o Innovator
o Klinisch leider
o Onderzoeker
● Verantwoordelijke voor het zorgproces : verpleegkundig expert en klinisch behandelaar
CANMEDS rollen: competentiegebieden
● Klinisch leiderschap niet expliciet benoemd
● Valt onder organisator, maar ook onder de andere rollen
Verpleegkundig leiderschap
● Speelt een cruciale rol in zorgorganisaties.
● Hedendaags hoge retentie in zorgorganisaties.
o Initieel probleem met instroom, maar nadien ook groot
verloop
o Oorzaak = te hoge werkdruk
● Maar wat is dat leiderschap? Niet evident omdat leiderschap zo’n
breed, complex en betwist onderwerp is met een vaak verschillende betekenis voor
verschillende mensen
‘triangle of succes’ driehoek:
● Attitude (95%): transparant, reflectief, benaderbaar, duidelijke
visie, motiverend, betrokken, zelfzeker 🡪 leiderschap
● Kennis/expertise: weet veel/meer 🡪 management
● Vaardigheden (skills): coachend, probleemoplossend,
communicatief 🡪 management
Wat is klinisch leiderschap?
● “Het proces van beïnvloeding van innovatie op en verbetering van point-of-care in zowel
organisatorische processen als individuele zorgpraktijken om kwaliteit en veiligheid van
zorgresultaten te bereiken”
● (klinisch) leiderschap =
o Talent om energie te managen van mensen in je omgeving en deze in beweging te
brengen (🡪 talent vanaf 12 jaar ontwikkelbaar)
o Attitude
o = Beinvloeding van mensen = vrijwillig, maar nooit vrijblijvend
● Er zijn aanwijzingen dat leiderschap een verschil maakt in hoe organisaties werken en hoe
services worden geleverd en hoe organisaties lopen.
● Het is contextafhankelijk: Dit betekent dat lessen uit één situatie/context moeten worden
aangepast voor gebruik in een andere, vaak met verschillende resultaten
● Het gaat over het ‘(BE-ge-)leiden’ van mensen: vertrekt vanuit je zijn (to be).
Over welke kwaliteiten moet de VES als leider en mentor beschikken? (niet-exhaustief)
● Verantwoordelijkheidszin ● Rolmodel: leadership by example
, ● Leergierig – open minded ● Bemiddelaar
● Kwetsbaarheid ● Gespecialiseerde kennis
● Communicator ● Excelleren in vaardigheden binnen het
● Influencer – beïnvloeder expertisedomein
● Flexibel (situationeel leiderschap) ● Professionele identiteit
● Geduldig ● Klinische expertise
● Coachend
Staff Nurse Clinical Leadership (artikels in literatuurlijst te kennen voor examen)
● Patrick (2011). Developing and testing a new measure of staff nurse clinical leadership: the
clinical leadership survey.
● Nomologisch netwerk: verondersteld model van relaties voor de klinische
leiderschapsconstructie
● Clinical leadership scale 🡪 5 componenten
o Challenging the process is a leadership practice reflected by the core behaviours of
seeking out opportunities for change, questioning the status quo, taking risks to
improve the process and thinking creatively.
▪ Open vragen stellen
▪ Veilig voelen om een risico te nemen
o Enabling others to act is a leadership practice that reflects the core behaviours of
collaboration, building trusting relationships, sharing information and resources.
▪ Samenwerking
▪ Vertrouwen opbouwen
▪ Informatie en bronnen delen
o Inspiring a shared vision is a leadership practice reflected in the core behaviours of
positive communication, interpersonal competence and sharing a common purpose.
▪ Professionele rol identiteit: visie
o Modeling the way is a visible leadership practice which reflects the core behaviours
of setting an example, clarifying values, sustaining commitment and making a plan.
o Encouraging the heart is a leadership practice that reflects the core behaviours of
recognizing contributions, providing feedback and celebrating accomplishments.
▪ Inspireren
▪ Erkenning geven
▪ Feedback geven
▪ Vieren indien iemand iets bereikt
Legitimiteit als leider?
● Formeel leiderschap = managen (cf. hierarchisch mandaat)
o Macht = impact
● Informeel leiderschap = inspireren (cf. follow the leader)
o Acceptatie (kracht) = impact
● Leiderschap is géén doel op zich, het is een levend continuüm met de combinatie van :
attitude – vaardigheid – kennis
VES ‘identikit’
, ● Professionele (rol)identiteit (cfr. gouden cirkel – samenwerken 1)
● Kompas om je op koers te houden bij “alles wat je doet”
o Doelen (oppervlakkig) = de impact die je wil hebben, wat je hebt gedaan of wil doen.
o Gedrag (diepere laag) = hoe je doelen bereikt.
o Identiteit (kern) = wat je drijft, je kernwaarden, waar je in gelooft, wat je belangrijk
vindt.
● Onrealistische doelen, contextuele invloeden, beperkingen,…
● Outside-in = van buiten naar binnen 🡺 Doelen > gedrag > identiteit
● Inside-out = van binnen naar buiten 🡺 Identiteit > gedrag > doelen = zelfleiderschap
o Transparantie en authenticiteit!
● Clinical leaders are recognised for having their values and beliefs parallel their actions and
interventions
● Leiderschap vertrekt van binnenuit (inside-out)
o Vanuit welke bijdrage wil jij welke impact hebben?
o To (bijdrage -> kernwaarden) …… so that (impact -> SMART doelen) …….
‘Ingangsexamen van de leider’
● Niv 1: De persoon = onmiddelijke taxatie
o Wie is deze persoon?
o De ‘emotionele rekening’ in + en – termen
o Perceptie = waarheid bv. prof + gouden horloge dragen
o Bv. mensen denken direct “Jij zal hard je best moeten doen om mij te overtuigen”
o Hoe ziet die eruit? Wat draagt die? Hoe kijkt die?
● Niv 2: Imago
o Welk ‘imago’ hangt er rond jou?
o Kan persoonlijk zijn maar ook afdelingsgebonden of contextgebonden
o Wat is de perceptie die mensen al hebben o.b.v. voorkennis?
o Bv. Facebook, LinkedIn, Google, ...
● Niv 3: Expert
o Je gaat pas naar ingangsexamen van expert als vorige twee geslaagd.
▪ Hoe weten? => mate van interactie
, o Hoeveel expertise heb je? Kan zowel technisch als op humaan niveau zijn
o Meetpunt van expert is : Kan je resultaten boeken?
o Wat met dissidenten die je expertise (openlijk) in vraag stellen?
● Niv 4: Expert in communicatie
o Als je geslaagd bent in de vorige, in welke mate ben je in staat te communiceren?
o Communicatie vaardigheden
o Op maat van de persoon dat tegenover je zit
o Cf. het impactmodel
● Niv 5: Adviseur
o Oké, je kan het (goed) uitleggen, maar in welke mate ben je in staat mij ook
adviezen te geven = De échte uitdaging naar de toepasbaarheid
o Ben je bereid een stuk van je expertise te delen?
o Het kan zijn dat iemand hier weerstand tegen vertoont
● Niv 6: Change-manager
o = ultieme TEST
o Je hebt je volgers nodig om veranderingen te implementeren
o Dit is de test van je acceptatie door anderen
o Leiderschap = acceptatie
Hoe ga je om met weerstand?
● Kan je contact maken met de ander zijn zijn/Inner why?
● Kan je de ruimte maken om dat te laten bestaan?
● Kan je de juiste vragen stellen? Ga je bemiddelen of zeg je My way want “ik ben de expert”
Hoe ‘medieer’ je dat moment?
● Kan je de vlag houden? (cf. ouderschap)
o ≠ command and controle
o = trouw zijn aan jezelf
● Kan je in verbinding blijven met alle ‘partijen’?
● Ben je consistent en consequent?
Introductie
De verpleegkundig specialist
● Is een autonome professional : CNS/APN
● Hij/zij onderscheidt zich van de andere klinische rollen in de verpleegkunde door
o Verpleegkundig expert en klinisch behandelaar
o Innovator
o Klinisch leider
o Onderzoeker
● Verantwoordelijke voor het zorgproces : verpleegkundig expert en klinisch behandelaar
CANMEDS rollen: competentiegebieden
● Klinisch leiderschap niet expliciet benoemd
● Valt onder organisator, maar ook onder de andere rollen
Verpleegkundig leiderschap
● Speelt een cruciale rol in zorgorganisaties.
● Hedendaags hoge retentie in zorgorganisaties.
o Initieel probleem met instroom, maar nadien ook groot
verloop
o Oorzaak = te hoge werkdruk
● Maar wat is dat leiderschap? Niet evident omdat leiderschap zo’n
breed, complex en betwist onderwerp is met een vaak verschillende betekenis voor
verschillende mensen
‘triangle of succes’ driehoek:
● Attitude (95%): transparant, reflectief, benaderbaar, duidelijke
visie, motiverend, betrokken, zelfzeker 🡪 leiderschap
● Kennis/expertise: weet veel/meer 🡪 management
● Vaardigheden (skills): coachend, probleemoplossend,
communicatief 🡪 management
Wat is klinisch leiderschap?
● “Het proces van beïnvloeding van innovatie op en verbetering van point-of-care in zowel
organisatorische processen als individuele zorgpraktijken om kwaliteit en veiligheid van
zorgresultaten te bereiken”
● (klinisch) leiderschap =
o Talent om energie te managen van mensen in je omgeving en deze in beweging te
brengen (🡪 talent vanaf 12 jaar ontwikkelbaar)
o Attitude
o = Beinvloeding van mensen = vrijwillig, maar nooit vrijblijvend
● Er zijn aanwijzingen dat leiderschap een verschil maakt in hoe organisaties werken en hoe
services worden geleverd en hoe organisaties lopen.
● Het is contextafhankelijk: Dit betekent dat lessen uit één situatie/context moeten worden
aangepast voor gebruik in een andere, vaak met verschillende resultaten
● Het gaat over het ‘(BE-ge-)leiden’ van mensen: vertrekt vanuit je zijn (to be).
Over welke kwaliteiten moet de VES als leider en mentor beschikken? (niet-exhaustief)
● Verantwoordelijkheidszin ● Rolmodel: leadership by example
, ● Leergierig – open minded ● Bemiddelaar
● Kwetsbaarheid ● Gespecialiseerde kennis
● Communicator ● Excelleren in vaardigheden binnen het
● Influencer – beïnvloeder expertisedomein
● Flexibel (situationeel leiderschap) ● Professionele identiteit
● Geduldig ● Klinische expertise
● Coachend
Staff Nurse Clinical Leadership (artikels in literatuurlijst te kennen voor examen)
● Patrick (2011). Developing and testing a new measure of staff nurse clinical leadership: the
clinical leadership survey.
● Nomologisch netwerk: verondersteld model van relaties voor de klinische
leiderschapsconstructie
● Clinical leadership scale 🡪 5 componenten
o Challenging the process is a leadership practice reflected by the core behaviours of
seeking out opportunities for change, questioning the status quo, taking risks to
improve the process and thinking creatively.
▪ Open vragen stellen
▪ Veilig voelen om een risico te nemen
o Enabling others to act is a leadership practice that reflects the core behaviours of
collaboration, building trusting relationships, sharing information and resources.
▪ Samenwerking
▪ Vertrouwen opbouwen
▪ Informatie en bronnen delen
o Inspiring a shared vision is a leadership practice reflected in the core behaviours of
positive communication, interpersonal competence and sharing a common purpose.
▪ Professionele rol identiteit: visie
o Modeling the way is a visible leadership practice which reflects the core behaviours
of setting an example, clarifying values, sustaining commitment and making a plan.
o Encouraging the heart is a leadership practice that reflects the core behaviours of
recognizing contributions, providing feedback and celebrating accomplishments.
▪ Inspireren
▪ Erkenning geven
▪ Feedback geven
▪ Vieren indien iemand iets bereikt
Legitimiteit als leider?
● Formeel leiderschap = managen (cf. hierarchisch mandaat)
o Macht = impact
● Informeel leiderschap = inspireren (cf. follow the leader)
o Acceptatie (kracht) = impact
● Leiderschap is géén doel op zich, het is een levend continuüm met de combinatie van :
attitude – vaardigheid – kennis
VES ‘identikit’
, ● Professionele (rol)identiteit (cfr. gouden cirkel – samenwerken 1)
● Kompas om je op koers te houden bij “alles wat je doet”
o Doelen (oppervlakkig) = de impact die je wil hebben, wat je hebt gedaan of wil doen.
o Gedrag (diepere laag) = hoe je doelen bereikt.
o Identiteit (kern) = wat je drijft, je kernwaarden, waar je in gelooft, wat je belangrijk
vindt.
● Onrealistische doelen, contextuele invloeden, beperkingen,…
● Outside-in = van buiten naar binnen 🡺 Doelen > gedrag > identiteit
● Inside-out = van binnen naar buiten 🡺 Identiteit > gedrag > doelen = zelfleiderschap
o Transparantie en authenticiteit!
● Clinical leaders are recognised for having their values and beliefs parallel their actions and
interventions
● Leiderschap vertrekt van binnenuit (inside-out)
o Vanuit welke bijdrage wil jij welke impact hebben?
o To (bijdrage -> kernwaarden) …… so that (impact -> SMART doelen) …….
‘Ingangsexamen van de leider’
● Niv 1: De persoon = onmiddelijke taxatie
o Wie is deze persoon?
o De ‘emotionele rekening’ in + en – termen
o Perceptie = waarheid bv. prof + gouden horloge dragen
o Bv. mensen denken direct “Jij zal hard je best moeten doen om mij te overtuigen”
o Hoe ziet die eruit? Wat draagt die? Hoe kijkt die?
● Niv 2: Imago
o Welk ‘imago’ hangt er rond jou?
o Kan persoonlijk zijn maar ook afdelingsgebonden of contextgebonden
o Wat is de perceptie die mensen al hebben o.b.v. voorkennis?
o Bv. Facebook, LinkedIn, Google, ...
● Niv 3: Expert
o Je gaat pas naar ingangsexamen van expert als vorige twee geslaagd.
▪ Hoe weten? => mate van interactie
, o Hoeveel expertise heb je? Kan zowel technisch als op humaan niveau zijn
o Meetpunt van expert is : Kan je resultaten boeken?
o Wat met dissidenten die je expertise (openlijk) in vraag stellen?
● Niv 4: Expert in communicatie
o Als je geslaagd bent in de vorige, in welke mate ben je in staat te communiceren?
o Communicatie vaardigheden
o Op maat van de persoon dat tegenover je zit
o Cf. het impactmodel
● Niv 5: Adviseur
o Oké, je kan het (goed) uitleggen, maar in welke mate ben je in staat mij ook
adviezen te geven = De échte uitdaging naar de toepasbaarheid
o Ben je bereid een stuk van je expertise te delen?
o Het kan zijn dat iemand hier weerstand tegen vertoont
● Niv 6: Change-manager
o = ultieme TEST
o Je hebt je volgers nodig om veranderingen te implementeren
o Dit is de test van je acceptatie door anderen
o Leiderschap = acceptatie
Hoe ga je om met weerstand?
● Kan je contact maken met de ander zijn zijn/Inner why?
● Kan je de ruimte maken om dat te laten bestaan?
● Kan je de juiste vragen stellen? Ga je bemiddelen of zeg je My way want “ik ben de expert”
Hoe ‘medieer’ je dat moment?
● Kan je de vlag houden? (cf. ouderschap)
o ≠ command and controle
o = trouw zijn aan jezelf
● Kan je in verbinding blijven met alle ‘partijen’?
● Ben je consistent en consequent?