Catecholamines
Catecholamines= adrenaline (=epinefrine), noradrenaline =(norepinefrine) en (+ dopamine)
SYNTHESE
- Als reactie op acute stress
o Om deze situatie terug te brengen naar normaal
o Zorgen dus voor homeostase
- Gescreteerd door bijniermerg
o Staat niet onder invloed van de hypothalamo-hypofysaire as (zoals cortex)
o Staat wel rechtstreeks in verbinding met hypothalamus dmv n.splanchnicus
§ Deze is onderdeel van de sympaticus
§ Gaat de bijniermerg cellen rechtsreeks beïnvloeden
- Dopamine
o = PIF en NT maar ook een catecholamine!
o Uit dopamine worden adrenaline en noradrenaline opgebouwd
o Dopamine kan niet binden op de 𝛼 en 𝛽 receptoren
§ Moet op zijn eigen dopaminereceptoren binden
- Productie door:
o Chromafiene cellen
§ Deze worden rechtstreeks bezenuwd door n.splanchnicus
§ Kleuren makkelijk aan
§ NOR en ADR zitten gestockeerd in secretorische granules
• Wanneer ze gebonden zijn aan ATP à inactief
§ Bij actiepotentiaal à depolarisatie à exocytose van de vesicels
Er is een continu passieve lekkage van deze catecholmaines van de vesciels naar het cytoplamsa
à het enzyme MAO breekt de catecholamines intracellulair af (kijk verder)
- Hoe gebeurd synthese?
o Bouwsteen à thyrosine
§ Wordt dmv een thyrosine hydroxylase omgezet naar DOPA
§ DOPA wordt dmv decarboxylase omgezet naar dopamine
§ Vanuit dopamine à adrenaline en noradrenaline
o De hydroxylase stap is de snelheidsbepalende stap
o DOPA, dopamine, NOR en ADR geven negatieve feedback naar thyroxine
hydroxylase
- Hoeveelheden NOR en ADR die worden geproduceerd afhankelijk van:
o Diersoort
§ Meeste zoogdieren à 80% ADR en 20% NOR
§ Kat, kip en walvis produceren meer noradrenaline!
§ Foetus produceert ook vnl noradrenaline, nadien omslag naar adrenaline
o Type stressprikkel
§ Bij angst à vnl adrenaline
§ Bij positieve stress à noradrenaline
1
, • Bv. Een cheetah die jaagt op een gazelle à de cheetah kent een
positieve stress en zal vnl NOR produceren, de gazelle kent angst en
zal dus vnl ADR produceren
- Afbraak
o Intracellulair (in cytosol) à MAO = mono-amino-oxydase
o Extracellulair (intertsitium, bloedbaan) à COMT (catechol-O-methyltransferase)
SECRETIE
- Cellen bezenuwd door n.splanchnicus
- Acetylcholine is ook nodig voor de vrijstelling van NOR en ADR
Parasympaticus
Ø lange pre-ganglionaire vezels
Ø Acethylcholine wordt al NT pre-ganglionair vrijgesteld
o Deze bindt op een nicotine receptor
Ø korte post ganglionaire vezel
o ook deze zal acetylcholine vrijstellen
Ø = cholinerge synapsen
sympaticus
Ø korte pre-ganglionaire vezels, lange post-ganglionaire vezels
Ø pre-ganglionaire vezel stelt acethylcholine vrij en deze bindt op
een nicotine receptor
Ø post-ganglionair à verschillende NT mogelijk
o noradrenaline à bindt thv hart en bloedvaten op alfa en
beta receptoren
o acetylcholine à bindt op muscarine receptoren thv bloedvaten en zweetklieren
o dopamine à bindt op dopamine receptoren
§ dient hier dus als NT
§ typisch thv de bloedvaten van de nier
• stimuleert bloedvloei en zorgt voor vasodilatatie
Chroma_iene cellen
- pre ganglionair wordt acethylcholine vrijgesteld en gaat naar de chroma_iene cellen
- ADR en NOR komen terecht in de bloedbaan en kunnen binden op de alfa en beta
receptoren
o = NEUROHORMONEN (want komen terecht in de bloedbaan)
- Adrenaline à is enkel een neurohormoon (geen NT) omdat deze nooit de synpatische
spleet zal worden vrijgesteld
o De a_initeit van ADR voor intra synaptische receptoren zal dan ook veel lager zijn
dan voor extra synaptische receptoren
- Noradrenaline à is zowel een neurohormoon als neurotransmitter
o Wordt dus zowel in de bloedbaan als in de synaptische spleet vrijgesteld
Bijniermerg à wordt gezien als een gemodificeerd sympatisch ganglion
- Wordt geïnnerveerd door een pre-ganglionaire vezel en zal dan NOR en ADR vrijstellen
Doelwitweefsel à heeft intra – en extra synaptische receptoren
2
, - Wat de reactie zal zijn van het doelwitweefsel is afhankelijk van:
o Hoeveel receptoren intra-en extrasynaptisch worden
gebonden
o Hoeveel 𝛼 𝑒𝑛 𝛽 receptoren worden gebonden
§ Extra synaptische receptoren à vnl 𝛽2 receptoren
• Omdat ADR niet in de synpatische spleet
wordt vrijgesteld maar in de bloedbaan, zal
deze dus vnl op deze receptoren binden
§ Intra synaptisch à 𝛼! 𝑒𝑛 𝛼# en 𝛽! receptoren
• Hier zal NOR meer op gaan binden
o ADR à heeft een hogere a_initeit voor beta receptoren dan alfa receptoren
o NOR à heeft een hogere a_initeit voor alfa receptoren dan voor beta receptoren
Mechanisme secretie
à bij prikkel: actiepotentiaal
à Ca kanalen gaan open
à deze influx van Ca zorgt er voor dat exocytose van
de vesicels optreedt
à NOR wordt vrijgesteld in de synaptische spleet
Kan intra synaptish zowel post als pre synaptisch
gaan binden
à intra synaptisch, pre synaptisch zorgt er voor dat NOR opnieuw wordt opgenomen
- Het kan dan intra cellulair gerecycleerd worden, of wordt afgebroken door MAO
à NOR die wordt vrijgesteld kan weg di_underen naar de bloedbaan, zo kan het toch binden op een
Beta 2 receptor, maar heeft er wel een lagere a_initeit voor
à omgekeerd kan ook dat adrenaline vanuit de bloedbaan perongeluk naar de synaptsiche spleet
gaat en daar toch bindt op een alfa 1 of 2 of een beta 1 receptor, heeft er ook een lagere a_initeit
voor, adr zal nooit rechtstreeks in de synaptische spleet worden uitgestort
Acute stressprikkels
- Zuurstoftekort – hypoxie
- Endotoxinomie
o Endotoxines zorgen voor een heel krachtige stressprikkel
o Zijn afkomstif van de wand van gram – bacteriën
- Koude
- Arbeid
o Zware inspanningen zorgen ook voor de vrijstelling van catecholamines
o ADR concentratie gaat stapsgewijs mee omhoog met de intensiviteit van de arbeid
o Spieren à rijk aan beta2 receptoren
§ Bij binding treedt vasodilatatie op zo kan er meer bloed naar de spieren
vloeien
3
Catecholamines= adrenaline (=epinefrine), noradrenaline =(norepinefrine) en (+ dopamine)
SYNTHESE
- Als reactie op acute stress
o Om deze situatie terug te brengen naar normaal
o Zorgen dus voor homeostase
- Gescreteerd door bijniermerg
o Staat niet onder invloed van de hypothalamo-hypofysaire as (zoals cortex)
o Staat wel rechtstreeks in verbinding met hypothalamus dmv n.splanchnicus
§ Deze is onderdeel van de sympaticus
§ Gaat de bijniermerg cellen rechtsreeks beïnvloeden
- Dopamine
o = PIF en NT maar ook een catecholamine!
o Uit dopamine worden adrenaline en noradrenaline opgebouwd
o Dopamine kan niet binden op de 𝛼 en 𝛽 receptoren
§ Moet op zijn eigen dopaminereceptoren binden
- Productie door:
o Chromafiene cellen
§ Deze worden rechtstreeks bezenuwd door n.splanchnicus
§ Kleuren makkelijk aan
§ NOR en ADR zitten gestockeerd in secretorische granules
• Wanneer ze gebonden zijn aan ATP à inactief
§ Bij actiepotentiaal à depolarisatie à exocytose van de vesicels
Er is een continu passieve lekkage van deze catecholmaines van de vesciels naar het cytoplamsa
à het enzyme MAO breekt de catecholamines intracellulair af (kijk verder)
- Hoe gebeurd synthese?
o Bouwsteen à thyrosine
§ Wordt dmv een thyrosine hydroxylase omgezet naar DOPA
§ DOPA wordt dmv decarboxylase omgezet naar dopamine
§ Vanuit dopamine à adrenaline en noradrenaline
o De hydroxylase stap is de snelheidsbepalende stap
o DOPA, dopamine, NOR en ADR geven negatieve feedback naar thyroxine
hydroxylase
- Hoeveelheden NOR en ADR die worden geproduceerd afhankelijk van:
o Diersoort
§ Meeste zoogdieren à 80% ADR en 20% NOR
§ Kat, kip en walvis produceren meer noradrenaline!
§ Foetus produceert ook vnl noradrenaline, nadien omslag naar adrenaline
o Type stressprikkel
§ Bij angst à vnl adrenaline
§ Bij positieve stress à noradrenaline
1
, • Bv. Een cheetah die jaagt op een gazelle à de cheetah kent een
positieve stress en zal vnl NOR produceren, de gazelle kent angst en
zal dus vnl ADR produceren
- Afbraak
o Intracellulair (in cytosol) à MAO = mono-amino-oxydase
o Extracellulair (intertsitium, bloedbaan) à COMT (catechol-O-methyltransferase)
SECRETIE
- Cellen bezenuwd door n.splanchnicus
- Acetylcholine is ook nodig voor de vrijstelling van NOR en ADR
Parasympaticus
Ø lange pre-ganglionaire vezels
Ø Acethylcholine wordt al NT pre-ganglionair vrijgesteld
o Deze bindt op een nicotine receptor
Ø korte post ganglionaire vezel
o ook deze zal acetylcholine vrijstellen
Ø = cholinerge synapsen
sympaticus
Ø korte pre-ganglionaire vezels, lange post-ganglionaire vezels
Ø pre-ganglionaire vezel stelt acethylcholine vrij en deze bindt op
een nicotine receptor
Ø post-ganglionair à verschillende NT mogelijk
o noradrenaline à bindt thv hart en bloedvaten op alfa en
beta receptoren
o acetylcholine à bindt op muscarine receptoren thv bloedvaten en zweetklieren
o dopamine à bindt op dopamine receptoren
§ dient hier dus als NT
§ typisch thv de bloedvaten van de nier
• stimuleert bloedvloei en zorgt voor vasodilatatie
Chroma_iene cellen
- pre ganglionair wordt acethylcholine vrijgesteld en gaat naar de chroma_iene cellen
- ADR en NOR komen terecht in de bloedbaan en kunnen binden op de alfa en beta
receptoren
o = NEUROHORMONEN (want komen terecht in de bloedbaan)
- Adrenaline à is enkel een neurohormoon (geen NT) omdat deze nooit de synpatische
spleet zal worden vrijgesteld
o De a_initeit van ADR voor intra synaptische receptoren zal dan ook veel lager zijn
dan voor extra synaptische receptoren
- Noradrenaline à is zowel een neurohormoon als neurotransmitter
o Wordt dus zowel in de bloedbaan als in de synaptische spleet vrijgesteld
Bijniermerg à wordt gezien als een gemodificeerd sympatisch ganglion
- Wordt geïnnerveerd door een pre-ganglionaire vezel en zal dan NOR en ADR vrijstellen
Doelwitweefsel à heeft intra – en extra synaptische receptoren
2
, - Wat de reactie zal zijn van het doelwitweefsel is afhankelijk van:
o Hoeveel receptoren intra-en extrasynaptisch worden
gebonden
o Hoeveel 𝛼 𝑒𝑛 𝛽 receptoren worden gebonden
§ Extra synaptische receptoren à vnl 𝛽2 receptoren
• Omdat ADR niet in de synpatische spleet
wordt vrijgesteld maar in de bloedbaan, zal
deze dus vnl op deze receptoren binden
§ Intra synaptisch à 𝛼! 𝑒𝑛 𝛼# en 𝛽! receptoren
• Hier zal NOR meer op gaan binden
o ADR à heeft een hogere a_initeit voor beta receptoren dan alfa receptoren
o NOR à heeft een hogere a_initeit voor alfa receptoren dan voor beta receptoren
Mechanisme secretie
à bij prikkel: actiepotentiaal
à Ca kanalen gaan open
à deze influx van Ca zorgt er voor dat exocytose van
de vesicels optreedt
à NOR wordt vrijgesteld in de synaptische spleet
Kan intra synaptish zowel post als pre synaptisch
gaan binden
à intra synaptisch, pre synaptisch zorgt er voor dat NOR opnieuw wordt opgenomen
- Het kan dan intra cellulair gerecycleerd worden, of wordt afgebroken door MAO
à NOR die wordt vrijgesteld kan weg di_underen naar de bloedbaan, zo kan het toch binden op een
Beta 2 receptor, maar heeft er wel een lagere a_initeit voor
à omgekeerd kan ook dat adrenaline vanuit de bloedbaan perongeluk naar de synaptsiche spleet
gaat en daar toch bindt op een alfa 1 of 2 of een beta 1 receptor, heeft er ook een lagere a_initeit
voor, adr zal nooit rechtstreeks in de synaptische spleet worden uitgestort
Acute stressprikkels
- Zuurstoftekort – hypoxie
- Endotoxinomie
o Endotoxines zorgen voor een heel krachtige stressprikkel
o Zijn afkomstif van de wand van gram – bacteriën
- Koude
- Arbeid
o Zware inspanningen zorgen ook voor de vrijstelling van catecholamines
o ADR concentratie gaat stapsgewijs mee omhoog met de intensiviteit van de arbeid
o Spieren à rijk aan beta2 receptoren
§ Bij binding treedt vasodilatatie op zo kan er meer bloed naar de spieren
vloeien
3