100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting - Moleculaire en algemene genetica hoofdstuk 2

Rating
-
Sold
-
Pages
42
Uploaded on
19-08-2025
Written in
2024/2025

Deze samenvatting hoort bij de lessen genetica hoofdstuk 2 gegeven door prof. Peelman. Ze is gebaseerd op alles wat in de les werd gezegd en de slides. Alles wat te kennen is voor het examen genetica is aanwezig. Veel succes!

Institution
Course











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
August 19, 2025
Number of pages
42
Written in
2024/2025
Type
Summary

Subjects

Content preview

HOOFDSTUK 2: DE STRUCTUUR VAN HET GENOOM

Wat is het genetisch materiaal?
à Men vroeg zich vroeger af of het genetisch materiaal op eiwitten of op DNA zat waarom?

- Chromosomen bestaan uit een ongeveer gelijke hoeveelheid eiwitten en DNA (ook een
beetje RNA)
- DNA is maar opgebouwd uit 4 basiseenheden, terwijl eiwitten een complexere structuur en
samenstelling hebben
- Eiwitten zijn opgebouwd uit 20 AZ, er is dus veel variatie mogelijk

à Door al deze vaststellingen dacht men dus dat het genetisch materiaal zich bevond op de
eiwitten en dat het DNA diende als het skelet
à Nadien gebeurden er experimenten met een bacterie populatie waaruit men concludeerde dat
het genetisch materiaal zich toch bevindt op het DNA

Het genoom

= de volledige DNA chromosoominhoud van een somatisch cel
Is een samentrekking van het woord gen en chromosoom
Hierbij wordt het mitochondriale genoom niet bijgerekend à heeft een eigen genoom =
mitogenoom

DNA en chromosomen

Ø Primaire structuur DNA
o Basiseenheid DNA à nucleotide
§ Opgebouwd uit:
• Pentose suiker
o In geval van DNA is het een deoxyribose, bevat dus geen O op
C2’
• N base
o Heterocyclisch
ð Combinatie suiker en base à nucleoSide
• Fosfaatgroep
o Deze zorgt ervoor dat het DNA zuur is
o Staat op C5’ uiteinde


Het 5’ en 3’ uiteinde zijn heel belangrijk (zie verder)



o Deze nucleotiden die vormen een opeenvolgende lineaire structuur

4 heterocyclische basen voor DNA
- Pirimidines (deze hebben enkel een 6 ring)
o Is de kleinste structuur


1

, o Thymine, cytosine (en uracil maar komt niet voor in DNA, wel RNA)
- Purines (6ring + 5ring)
o Is de grotere structuur
o Adenine en guanine




- Deze vormen in combinatie met met de suiker een nucleoside
o DNA is een deoxynucleoside
§ Het heeft op C2’ geen O groep maar enkel een H
§ Gevolg:
• Kan niet makkelijker hydrolyse ondergaan, het zorgt er dus voor dat
het een stevige structuur is
• RNA heeft wel een OH groep op C2’ en kan dus wel gehydrolyseerd
worden waardoor het een minder stevige structuur is
o Nucleoside met de fosfaatgroep op C5’ = nucleotide




o Al deze nucleotiden worden dan aan elkaar gekoppeld
tot vorming polynucleotide keten
§ Aan het ene uiteinde heb je altijd de 5’ met een
vrije fosfaatgroep
§ Het andere uiteinde is het 3’ uiteinde met een
OH- groep

ð We beschouwen het 5’ uiteinde als het begin van de keten

Ø Secundaire structuur DNA
o = dubbele helix
o Regels van Charga\ à basen verhoudingen (de twee dingen die hij opmerkte)
§ 1ste regel van Charga\
• de concentraties van adenine en guanine is alijd gelijk aan die van
thymine en cytosine



2

, • of met andere woorden conc. Van purines = pirimidines
§ 2 regel van Charga\
e

• De concentratie aan adenines is altijd gelijk aan die van de
thymines
• De concentratie van de guanines is altijd gelijk aan die van de
cytosines

ð Kwam hierdoor tot het besluit dat DNA bestaat uit twee anit-parallel georiënteerde
nucleotide ketens

o DNA sequentie en complementariteit
§ DNA sequentie
• omdat DNA bestaat uit een opeenvolging van nucleotiden
§ Complementair:
• De twee ketens vullen elkaar aan
• A staat altijd tegenover T
• G staat altijd tegenover C
ð DNA bestaat uit een begin en einde
Begin à C5’ met een fosfaatgroep
Einde à C3’ met OH- groep
ð Volgens de regels van Charga\ zijn deze strengen anti- parallel (en complementair)
Het ene 5’ uiteinde van de ene keten ligt dus altijd tov het 3’ uiteinde van de andere
keten
En omgekeerd

o Dubbele helix
§ DNA heeft een dubbele helix en is geen spiraal!!
• Bij een helix structuur blijft de diameter over de volledige lengte
gelijk
• Dit is heel belangrijk voor structuur en stevigheid van de DNA
molecule
• Dat deze diameter gelijk blijft is ook een gevolg van:
o De plaasting van een purine tov pirimidine à een grote
structuur tov kleine structuur
§ De helix is rechtsdraaiend (mee met de wijzers van de klok)
§ De basen zit altijd IN de helix structuur
• Zo vormt het suiker dus de ruggengraat
• A en T à twee waterstofbruggen
• G en C à drie waterstofbruggen (dus stabieler)

ð Het is dus makkelijker om A en T uit elkaar te halen dan G en C, een DNA
molecule met overwegend meer G en C zal dus minder snel uit elkaar vallen
en dus steviger zijn dan 1 met overwegend A en T

o Stacking
§ 5’ en 3’ uiteinde vormen de ruggengraat
§ Daartussen gebeurd een opstapeling van de basenparen


3

, § Ook dit zorgt voor extra stabiliteit en stevigheid
o Door de negatieve lading van de fosfaatgroepen zouden beide
strengen elkaar afstoten
§ Deze ladingen moeten worden geneutraliseerd
• Door Mg 2+ à kan 2 ladingen neutraliseren
• En Na+ à kan 1 lading neutraliseren
o Een zout tekort kan er dus voor zorgen dat er hiermee
problemen ontstaan
§ Dit zorgt er ook nog eens voor dat de structuur wordt gestabiliseerd

oDenaturatie
§ Door de DNA dubbel streng op te warmen, worden de
Hbruggen verbroken à hier door krijg je 2 enkelvoudige
strengen
§ Van dubbele streng à enkelvoudige streng
o Renaturatie
§ Wanneer je na het opwarmen gaat afkoelen, hierdoor komen de strengen
terug bij elkaar zonder dat er iets kapot of verloren is gegaan
ð Op deze technieken zijn veel toepassingen (kijk verdere hoofdstukken)

o Smelttemperatuur
§ Dit is de temperatuur waarbij de helft van het DNA gedenatureerd is
§ DNA zal bij opwarmen niet overal gelijkmatig loskomen
• Zal het eerst en gemakkelijkst uit elkaar gaan op plekken met veel A-T
verbindingen
§ Smelttemperatuur is niet voor elke DNA streng dezelfde
• Afhankelijk van de sequentie
o DNA met veel A-T verbindingen zal een lagere
smelttemperatuur dan DNA met veel G-C verbindingen

o Hybridisatie – annealing
§ DNA molecule wordt enkel strengig gemaakt
§ Aan deze enkelstreng wordt van een ander DNA stukje een andere enkel
streng geplaatst = hybridisatie
• Je hebt dus een recombinatie van DNA stukken
§ ! Hierbij moeten de stukken die je aan
elkaar koppelt complementair zijn enkel
dan zal hybridisatie optreden
• Zijn de stukjes niet complementair
zal geen hybridisatie optreden

Ø Tertiaire DNA structuur à chromatine en chromosomen

Samenstelling chromatine
- DNA + eiwitten
o Deze eiwitten zijn histonen
§ Histonen zijn kleine eiwitten van 100-200 AZ



4
$9.61
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
adw05

Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
adw05 Universiteit Gent
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
0
Member since
4 months
Number of followers
0
Documents
28
Last sold
-

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions