, Samenvatting
Dit onderzoek onderzocht de relatie tussen sociale fobie en agressieve gevoelens bij
volwassenen en de mogelijke modererende rol van vitaliteit. Eerder onderzoek suggereert dat
sociale fobie samenhangt met verhoogde agressieve gevoelens. Vitaliteit is volgens de literatuur
een mogelijke beschermende factor als het gaat om ervaren van agressieve gevoelens.
Aan de hand van de vragenlijst van Carlier et al. (2012) beantwoordden 1211 respondenten
vragen over onder andere sociale fobie, agressieve gevoelens en vitaliteit. Voor dit onderzoek werd
een steekproef getrokken van negentig procent. De onderzoeksvraag luidde: ‘In welke mate heeft
de vitaliteit van de respondenten effect op de relatie tussen sociale fobie en de mate van ervaren
agressieve gevoelens bij respondenten van 18 tot 90 jaar oud?’
Een meervoudige lineaire regressieanalyse toonde aan dat zowel sociale fobie als vitaliteit
significante voorspellers zijn van agressieve gevoelens. Daarnaast bleek vitaliteit een belangrijke
modererende rol te spelen: bij hogere vitaliteit was de relatie tussen sociale fobie en agressieve
gevoelens zwakker. Dit wijst op een mogelijk beschermend effect van vitaliteit als het gaat om het
ervaren van agressieve gevoelens.
Vanwege het cross-sectionele karakter van het onderzoek kunnen geen causale conclusies
worden getrokken. De resultaten bieden echter waardevolle aanknopingspunten voor
vervolgonderzoek en praktijk. In behandeltrajecten voor sociale fobie zou het verhogen van
vitaliteit mogelijk kunnen bijdragen aan het verminderen van agressieve gevoelens.
Vervolgonderzoek wordt aanbevolen de causale relatie te onderzoeken en onderzoek te doen naar
andere factoren die van invloed kunnen zijn op de relatie tussen sociale fobie en agressieve
gevoelens.
, De rol van vitaliteit in de relatie tussen sociale fobie en agressie van volwassenen.
Dit onderzoek richt zich op de samenhang tussen sociale fobie en het ervaren van agressieve
gevoelens bij respondenten van 18 tot 90 jaar oud, waarbij vitaliteit als mogelijke modererende
factor wordt meegenomen.
Meer dan de helft van de zorgprofessionals in Nederland wordt maandelijks geconfronteerd
met agressie van patiënten. Binnen de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) en de gehandicaptenzorg
komt agressie het meest voor: ruim zeven op de tien zorgmedewerkers krijgt te maken met agressie
vanuit patiënten. Ongeveer 24% van de medewerkers in de zorg die te maken kregen met agressie
op de werkvloer overwegen hierdoor te stoppen met het werken in de zorg (Instituut voor
Zelfstandige Zorgprofessionals, 2023).
Uit meerdere recente studies blijkt dat het hebben van een psychische stoornis
samenhangt met een verhoogde kans op het ervaren van agressieve gevoelens (Candini et al., 2020;
Di Girolamo et al., 2019; Sariaslan et al., 2020). Hoewel angststoornissen doorgaans gekenmerkt
worden door sociale terugtrekking en ongemak in sociale expressie, toont onderzoek aan dat
mensen met een angststoornis vaak buitensporige gevoelens van woede en agressie ervaren.
(Kashdan & Collins, 2010). Recent onderzoek van Thompson en Schmidt (2021) toont aan een
afname van angstklachten, samenhangt met een afname in zelf gerapporteerde gevoelens van
agressie.
Specifiek onderzoek naar het verband tussen sociale fobie en agressie suggereert dat
sociale fobie samenhangt met agressieve gevoelens (Barnett et al., 2013). Ook uit onderzoek van
Chung et al. (2019) bleek dat sociale angst samenhangt met een hogere mate van agressieve
gevoelens.
Sociale fobie wordt gekarakteriseerd door het overdenken van het eigen handelen en de
angst voor een negatieve beoordeling door anderen (American Psychological Association, 2013).