FYSIEKE ONTWIKKELING H2: baby en peutertijd H3: vroege kindertijd H4: k
1. lichaamsgroei 1.1 algemeen 8kg gewichtstoename 1.1 trends lichaamsg
lengte 50% 1e levensjaar, 75% tot 2de levensjaar Lengte = 110à120 cm
cephalocaudale
gewicht neem toe -> babyvet (temp regelen) Asynchronie = versch lichaamsdelen volgen
vb sneller nie
groeispurten (MAAR continu ontw) versch groeipatroon
grote lenigheid
1.2 verschuiving lichaamsproportie Einde kleutertijd: verlies babytandjes
kindertanden 6
hoofd ¼
trage fysieke g
1.3 groeitrends
1.2 gezondheidspro
cephalocaudale trend
bijziendheid
hoofd -> staart
slechte voeding
proximodistale trend
obesitas
dicht -> ver
1.4 beïnvloedende factoren
erfelijkheid
omgeving
2. motorische ontwikkeling 2.1 algemeen 2.1 ruwe motorische ontwikkeling 2.1 ruwe motori
beïnvloedt sociale ontwikkeling sterker evenwicht vooruitgan
proximodestaal binnen-> buiten verschuiving zwaartepunt a) flexibi
cephalocaudaal hoofd > romp 2.2 fijne motorische ontwikkeling b) evenw
2.2 ruwe motoriek hoger zelfredzaamheid c) snelhe
kruipen (cephalocaudaal) 3-4jaar: vork d) krach
2maand: hoofd tillen 5 jaar: mes en vork 2.2 fijne motoris
2.5 maand: rollen 6 jaar: schoenen knopen alfabet
3 maand: zitten Spelactiviteiten, prikken, scharen, tekenen tekeningen
6 maand: zitten zonder support 2.3 Tekenen gendervers
6.5 maand: rechtstaan met steun Krabbelstadium: 2 jaar 2.3 spelletje me
9 maand: wandelen met steun Toevallig realisme: 3-4 jaar toename in
10 maand: eventjes alleen staan Mislukt realisme: 4-5 jaar samen ontd
11 maand: alleen rechtstaan Verstandelijk realisme: 5-6 jaar fair & recht
12 maand: alleen wandelen Visueel realisme: 8-9 jaar
14 maand: achteruit wandelen 2.4 Schrijven
17 maand: trappen lopen Omgekeerde richting
20 maand: tegen bal trappen Symmetrische letters door elkaar (vb d en b)
2.3 dynamische systeemtheorie 2.5 individuele verschillen
= nieuwe vaardigheid aanleren impliceert verwerven genetica
van gradueel complexer systeem geslacht
4 factoren bij elke nieuwe vaardigheid oefening
1) Ontwikkeling CZS omgeving
2) Capaciteit lichaam bewegen
3) Doelen kind
4) Ondersteuning door omgeving
2.4 fijne motoriek
pre-reiken tot 3 maanden
vrijwillig rijken vanaf 3 maand
ontwikkeling naar grijpen
1) grijpreflex: geboorte
2) rijfgreep: 0-3 maand
3) handgreep: 3-6 maand
4) tangreep: 6-9 maand
5) pincetgreep: 9 maand – 1 jaar
3. ontwikkeling van de hersenen 3.1 ontwikkeling op microscopisch niveau
experience-expectant brain growth
= basis stimulatie
experience-dependant brain growth
= uniek (synaptisch snoeien)
cathing-up (adoptiekinderen)
myelinisatie
3.2 ontwikkeling op cortexniveau
lateralisatie
slaappatroon
4. leervermogen 4.1 klassieke conditionering
4.2 operante conditionering
4.3 habituatie
, herstel (recovery)
novelty preference
familiarity preference
4.4 imitatie
2 dagen oud
Spiegelneuronen
5. zintuigelijke ontwikkeling 5.1 algemene trends in zintuigelijke ontwikkeling
sensaties (adualisme)
perceptie (dualisme)
5.2 tastzin, reuk en smaak
5.3 gehoor
prenataal ontwikkeld
3 dagen: hoofd naar muziek
4-7maanden: gevoel muzikale frasering
6-8maanden: gevoeligheid voor geluiden uit
eigen taal
7-9maanden: herkenning vertrouwde woorden en
gespreekseenheden
5.4 zicht, diepteperceptie en patroonperceptie
2maanden: object en kleurherkenning
6maanden: omgeving en bewegend object
6-7maanden: diepteperceptie
Patroonperceptie
- 3weken: grote, simpele patronen
- 2maanden: detail, complexere patronen
- 4maanden: grenzen niet zichtbaar
- 12maanden: 2/3 vd figuur ontbreekt
Gezichtsperceptie
- <1m: eenvoudig (rand gezicht)
- 2-4m: complexere elementen en moeders
gezicht
- 5-12m: emotionele uitdrukkingen
waarnemen
5.5 intermodale perceptie
toenemen in 1e levensjaar
5.6 differentiatietheorie
COGNITIEVE ONTWIKKELING H2: baby en peutertijd H3: vroege kindertijd H4: k
1. piaget 1.1 algemene concepten 1.1 einde sensomotorische fase 1.1 concreet-operationee
1e stadium: sensomotorische (0-2j) mentale voorstellingen: semiotische functie decentratie
, Denken met zintuigen 1.2 verworvenheden pre-operationeel denken transformaties
Handelingen herhalen capaciteit tot mentale voorstellingen omkeerbaarhei
Schema’s - taal = minimale rol operatie
Assimilatie = bestaande schema’s - tekenen gehoorz
Accommodatie = nieuwe schema’s verbeeldingsspel -> sociodramatisch spel seriatie 6-7 jaa
Equilibratiemodel = golvend model verschillende objecten = duale spatiaal redene
Organisatie -> structuren representatie (mentale rota
Holistisch-organismisch mensbeeld verschillende rollen cognitieve kaar
1.2 fases sensomotorische stadium minder zelf-gecentreerd 1.2 beperkingen
circulaire reacties = herhaling van gedragingen voordelen socio-dramatisch spel concreet, niet a
6 fases - inoefenen & versterken schemas denkproces loo
1) Oefenen aangeboren reflexen - bijdragen tot cognitieve ontwikkeling nog geen algem
- 0-1 maand 1.3 beperkingen pre-operationeel denken 1.3 recent onderzoek
2) Primaire circulaire reacties egocentrisme piaget: hersenm
- 1-4 maand - animisme recent onderzo
- Basisbehoeften bevredigen - finalisme piaget: stagebe
- Eigen lichaam - fisionomisch denken recent onderzo
3) Secundaire circulaire reacties - magisch denken centrale concep
- 4-8 maand conservatie 1.4 evaluatie
- omgeving - centratie piaget had geli
4) Coördinatie secundaire circulaire reacties - gebrek transformaties onduidelijkheid
- 8-12 maanden - onomkeerbaarheid waarschijnlijk b
- Doelgericht gedrag hiërarchische classificatie
- Onvolledige objectpermanentie 1.4 recent onderzoek
- Intentioneel handelen egocentrisme op 4 jaar
5) Tertiaire circulaire reacties overschatting animisme
- 12-18 maanden magisch denken verdwijnt 4-8j
- Gevestigde objectpermanentie categorisatie
6) Mentale voorstellingen - 7-12maand: passief
- 18 maanden – 2 jaar - 12-24maand: actief
- Uitgestelde imitatie - 24 maanden: differentiatie
Baby’s kunnen dingen al vroeger Uiterlijke verschijning en realiteit
Theorie van de basiskennis 1.5 Evaluatie
Logisch operaties geleidelijk verworven
Bestaat er wel stadium?
JA: neo-pagetiaanse denkers (discontinue)
NEEN: informatieverwerkingstheoritici
Opvoedkundige principes
- Discovery learling
- Gevoeligheid voor bereidheid
- Individuele verschillen
2. informatieverwerkingstheorie 2.1 algemeen 2.1 aandacht 2.1 algemene princip
computer-model (flow charts) verandering 2 info
Betere in plannen
1) zintuigelijk geheugen (sensory register) door hersenontwik
Minder complexe en vertrouwde taken
2) KTG (werkgeheugen) 1) snelheid
2.2 geheugenstrategieën
3) LTG 2) cognitieve in
herkenning 4-5 jarige
Capaciteit neemt toe 2.2 aandacht
herinnering 4 jaar (3à4 items)
Mentale strategieën selectiever
scripts
- Aandacht flexibel
autobiografisch geheugen
- Categorisatie planmatig
elaboratieve stijl
Perceptueel 1e jaar 2.3 geheugenstrate
repetitieve stijl
Conceptueel 2e jaar herhalen
2.3 theory of mind
- Geheugen (na 1jaar) organiseren
bewustzijn van mentaal leven: 2-3jaar
elaboratie = relati
begrip voor false belief: 4 jaar
categorie
factoren die bijdragen tot TOM
chunks
- taal
2.4 kennisbestand
- cognitieve vaardigheden
lange termijn gehe
- sociale vaardigheden
2.5 theory of mind
metacognitie
geest = actief en c
adequate theory o
1. lichaamsgroei 1.1 algemeen 8kg gewichtstoename 1.1 trends lichaamsg
lengte 50% 1e levensjaar, 75% tot 2de levensjaar Lengte = 110à120 cm
cephalocaudale
gewicht neem toe -> babyvet (temp regelen) Asynchronie = versch lichaamsdelen volgen
vb sneller nie
groeispurten (MAAR continu ontw) versch groeipatroon
grote lenigheid
1.2 verschuiving lichaamsproportie Einde kleutertijd: verlies babytandjes
kindertanden 6
hoofd ¼
trage fysieke g
1.3 groeitrends
1.2 gezondheidspro
cephalocaudale trend
bijziendheid
hoofd -> staart
slechte voeding
proximodistale trend
obesitas
dicht -> ver
1.4 beïnvloedende factoren
erfelijkheid
omgeving
2. motorische ontwikkeling 2.1 algemeen 2.1 ruwe motorische ontwikkeling 2.1 ruwe motori
beïnvloedt sociale ontwikkeling sterker evenwicht vooruitgan
proximodestaal binnen-> buiten verschuiving zwaartepunt a) flexibi
cephalocaudaal hoofd > romp 2.2 fijne motorische ontwikkeling b) evenw
2.2 ruwe motoriek hoger zelfredzaamheid c) snelhe
kruipen (cephalocaudaal) 3-4jaar: vork d) krach
2maand: hoofd tillen 5 jaar: mes en vork 2.2 fijne motoris
2.5 maand: rollen 6 jaar: schoenen knopen alfabet
3 maand: zitten Spelactiviteiten, prikken, scharen, tekenen tekeningen
6 maand: zitten zonder support 2.3 Tekenen gendervers
6.5 maand: rechtstaan met steun Krabbelstadium: 2 jaar 2.3 spelletje me
9 maand: wandelen met steun Toevallig realisme: 3-4 jaar toename in
10 maand: eventjes alleen staan Mislukt realisme: 4-5 jaar samen ontd
11 maand: alleen rechtstaan Verstandelijk realisme: 5-6 jaar fair & recht
12 maand: alleen wandelen Visueel realisme: 8-9 jaar
14 maand: achteruit wandelen 2.4 Schrijven
17 maand: trappen lopen Omgekeerde richting
20 maand: tegen bal trappen Symmetrische letters door elkaar (vb d en b)
2.3 dynamische systeemtheorie 2.5 individuele verschillen
= nieuwe vaardigheid aanleren impliceert verwerven genetica
van gradueel complexer systeem geslacht
4 factoren bij elke nieuwe vaardigheid oefening
1) Ontwikkeling CZS omgeving
2) Capaciteit lichaam bewegen
3) Doelen kind
4) Ondersteuning door omgeving
2.4 fijne motoriek
pre-reiken tot 3 maanden
vrijwillig rijken vanaf 3 maand
ontwikkeling naar grijpen
1) grijpreflex: geboorte
2) rijfgreep: 0-3 maand
3) handgreep: 3-6 maand
4) tangreep: 6-9 maand
5) pincetgreep: 9 maand – 1 jaar
3. ontwikkeling van de hersenen 3.1 ontwikkeling op microscopisch niveau
experience-expectant brain growth
= basis stimulatie
experience-dependant brain growth
= uniek (synaptisch snoeien)
cathing-up (adoptiekinderen)
myelinisatie
3.2 ontwikkeling op cortexniveau
lateralisatie
slaappatroon
4. leervermogen 4.1 klassieke conditionering
4.2 operante conditionering
4.3 habituatie
, herstel (recovery)
novelty preference
familiarity preference
4.4 imitatie
2 dagen oud
Spiegelneuronen
5. zintuigelijke ontwikkeling 5.1 algemene trends in zintuigelijke ontwikkeling
sensaties (adualisme)
perceptie (dualisme)
5.2 tastzin, reuk en smaak
5.3 gehoor
prenataal ontwikkeld
3 dagen: hoofd naar muziek
4-7maanden: gevoel muzikale frasering
6-8maanden: gevoeligheid voor geluiden uit
eigen taal
7-9maanden: herkenning vertrouwde woorden en
gespreekseenheden
5.4 zicht, diepteperceptie en patroonperceptie
2maanden: object en kleurherkenning
6maanden: omgeving en bewegend object
6-7maanden: diepteperceptie
Patroonperceptie
- 3weken: grote, simpele patronen
- 2maanden: detail, complexere patronen
- 4maanden: grenzen niet zichtbaar
- 12maanden: 2/3 vd figuur ontbreekt
Gezichtsperceptie
- <1m: eenvoudig (rand gezicht)
- 2-4m: complexere elementen en moeders
gezicht
- 5-12m: emotionele uitdrukkingen
waarnemen
5.5 intermodale perceptie
toenemen in 1e levensjaar
5.6 differentiatietheorie
COGNITIEVE ONTWIKKELING H2: baby en peutertijd H3: vroege kindertijd H4: k
1. piaget 1.1 algemene concepten 1.1 einde sensomotorische fase 1.1 concreet-operationee
1e stadium: sensomotorische (0-2j) mentale voorstellingen: semiotische functie decentratie
, Denken met zintuigen 1.2 verworvenheden pre-operationeel denken transformaties
Handelingen herhalen capaciteit tot mentale voorstellingen omkeerbaarhei
Schema’s - taal = minimale rol operatie
Assimilatie = bestaande schema’s - tekenen gehoorz
Accommodatie = nieuwe schema’s verbeeldingsspel -> sociodramatisch spel seriatie 6-7 jaa
Equilibratiemodel = golvend model verschillende objecten = duale spatiaal redene
Organisatie -> structuren representatie (mentale rota
Holistisch-organismisch mensbeeld verschillende rollen cognitieve kaar
1.2 fases sensomotorische stadium minder zelf-gecentreerd 1.2 beperkingen
circulaire reacties = herhaling van gedragingen voordelen socio-dramatisch spel concreet, niet a
6 fases - inoefenen & versterken schemas denkproces loo
1) Oefenen aangeboren reflexen - bijdragen tot cognitieve ontwikkeling nog geen algem
- 0-1 maand 1.3 beperkingen pre-operationeel denken 1.3 recent onderzoek
2) Primaire circulaire reacties egocentrisme piaget: hersenm
- 1-4 maand - animisme recent onderzo
- Basisbehoeften bevredigen - finalisme piaget: stagebe
- Eigen lichaam - fisionomisch denken recent onderzo
3) Secundaire circulaire reacties - magisch denken centrale concep
- 4-8 maand conservatie 1.4 evaluatie
- omgeving - centratie piaget had geli
4) Coördinatie secundaire circulaire reacties - gebrek transformaties onduidelijkheid
- 8-12 maanden - onomkeerbaarheid waarschijnlijk b
- Doelgericht gedrag hiërarchische classificatie
- Onvolledige objectpermanentie 1.4 recent onderzoek
- Intentioneel handelen egocentrisme op 4 jaar
5) Tertiaire circulaire reacties overschatting animisme
- 12-18 maanden magisch denken verdwijnt 4-8j
- Gevestigde objectpermanentie categorisatie
6) Mentale voorstellingen - 7-12maand: passief
- 18 maanden – 2 jaar - 12-24maand: actief
- Uitgestelde imitatie - 24 maanden: differentiatie
Baby’s kunnen dingen al vroeger Uiterlijke verschijning en realiteit
Theorie van de basiskennis 1.5 Evaluatie
Logisch operaties geleidelijk verworven
Bestaat er wel stadium?
JA: neo-pagetiaanse denkers (discontinue)
NEEN: informatieverwerkingstheoritici
Opvoedkundige principes
- Discovery learling
- Gevoeligheid voor bereidheid
- Individuele verschillen
2. informatieverwerkingstheorie 2.1 algemeen 2.1 aandacht 2.1 algemene princip
computer-model (flow charts) verandering 2 info
Betere in plannen
1) zintuigelijk geheugen (sensory register) door hersenontwik
Minder complexe en vertrouwde taken
2) KTG (werkgeheugen) 1) snelheid
2.2 geheugenstrategieën
3) LTG 2) cognitieve in
herkenning 4-5 jarige
Capaciteit neemt toe 2.2 aandacht
herinnering 4 jaar (3à4 items)
Mentale strategieën selectiever
scripts
- Aandacht flexibel
autobiografisch geheugen
- Categorisatie planmatig
elaboratieve stijl
Perceptueel 1e jaar 2.3 geheugenstrate
repetitieve stijl
Conceptueel 2e jaar herhalen
2.3 theory of mind
- Geheugen (na 1jaar) organiseren
bewustzijn van mentaal leven: 2-3jaar
elaboratie = relati
begrip voor false belief: 4 jaar
categorie
factoren die bijdragen tot TOM
chunks
- taal
2.4 kennisbestand
- cognitieve vaardigheden
lange termijn gehe
- sociale vaardigheden
2.5 theory of mind
metacognitie
geest = actief en c
adequate theory o