H3: HET SOCIALE ZELF
1. INLEIDING
Sociale zelf
‘mij’ => zelfconcept, alle kennis over onszelf
‘ik’ => zelfregulatie, het agens dat het stuur van ons dagelijks leven in handen heeft
Deze 2 zaken staan niet los van elkaar, het ‘ik’ is bepalend voor hoe we het ‘mij’ bekijken
Het is een sociale constructie; er is steeds meer ‘individualiteit’
1.1 DE OORSPRONG VAN HET ZELF
Noodzakelijk om van het zelf te spreken
→ het vermogen om jezelf als een distinctieve entiteit te zien
Een spiegelproef is een eenvoudige manier om dit vermogen na te gaan.
Spiegelonderzoek bij dieren: Gallup
Wanneer je voor een spiegel staat, herken je jezelf.
→ ook apen beschikken apen over het vermogen tot zelfherkenning
Voor deze test slagen ook andere dieren zoals dolfijnen, olifanten en eksters.
Dieren die zichzelf niet herkenden (honden, katten, vissen) reageerden met
angst of agressie op hun spiegelbeeld.
Bij andere studies werden dieren verdoofd om zo onopgemerkt een rode, geurloze vlek op
hun voorhoofd te krijgen.
- Premeting: apen wakker maar hadden geen spiegel ter beschikking, ze raakten de rode vlek
nauwelijks aan.
- Test: wel een spiegel ter beschikking, ze betasten de locatie van de vlek veel meer. Ze
herkenden zichzelf en merkten veranderingen van het uiterlijk op.
→ Apen die nog nooit in contact waren gekomen met soortgenoten, slaagden niet voor de
spiegelproef.
=> Het sociale aspect speelt dus een belangrijke rol.
1
,2
, Spiegelonderzoek bij mensen: Lewis & Brooks-Gunn
Meest jonge kinderen herkennen zichzelf in de spiegel tussen 18-24 maanden.
→ Ze willen de rode vlek op hun gezicht wegvegen en rijken niet naar de Spiegel
Jonge kinderen die voor de test slagen, gebruiken ook vaker de termen ‘ik’ en
‘mij’ dan de kinderen die niet slagen.
Zelfherkenning bij mensapen en kinderen vormt de eerste uitdrukking van
het bestaan van het zelf.
Looking glass self (Cooley)
Na het ontstaan van het zelf, dient het zelf verder ingevuld te worden.
→ het beeld van jezelf wordt opgevuld door het beeld wat anderen van je hebben
Bv. je zegt tegen je zoon dat hij onhandig is, hij ziet zichzelf ook onhandig
Generalized other (Mead)
= mensen ontwikkelen hun zelfbewustzijn door sociale interacties
→ we leren over wat de maatschappij in het geheel van ons verwacht
het algemeen beeld bestaat uit de waarden en normen die in de maatschappij
gelden
vb. Je leert als je opgroeit dat je respect moet hebben voor ouders + leekracht
(autoritaire figuren)
later leer je dat dit voor iedereen gedlt; je moet respect hebben vr iedereen
(wordt van je verwacht)
Anderson & Chen (2002)
= het zelf is relationeel
→ de manier waarop we onszelf zien (ons zelfbeeld), wordt voor een groot deel gevormd
door onze relaties met anderen vooral met betekenisvolle personen in het leven
3
1. INLEIDING
Sociale zelf
‘mij’ => zelfconcept, alle kennis over onszelf
‘ik’ => zelfregulatie, het agens dat het stuur van ons dagelijks leven in handen heeft
Deze 2 zaken staan niet los van elkaar, het ‘ik’ is bepalend voor hoe we het ‘mij’ bekijken
Het is een sociale constructie; er is steeds meer ‘individualiteit’
1.1 DE OORSPRONG VAN HET ZELF
Noodzakelijk om van het zelf te spreken
→ het vermogen om jezelf als een distinctieve entiteit te zien
Een spiegelproef is een eenvoudige manier om dit vermogen na te gaan.
Spiegelonderzoek bij dieren: Gallup
Wanneer je voor een spiegel staat, herken je jezelf.
→ ook apen beschikken apen over het vermogen tot zelfherkenning
Voor deze test slagen ook andere dieren zoals dolfijnen, olifanten en eksters.
Dieren die zichzelf niet herkenden (honden, katten, vissen) reageerden met
angst of agressie op hun spiegelbeeld.
Bij andere studies werden dieren verdoofd om zo onopgemerkt een rode, geurloze vlek op
hun voorhoofd te krijgen.
- Premeting: apen wakker maar hadden geen spiegel ter beschikking, ze raakten de rode vlek
nauwelijks aan.
- Test: wel een spiegel ter beschikking, ze betasten de locatie van de vlek veel meer. Ze
herkenden zichzelf en merkten veranderingen van het uiterlijk op.
→ Apen die nog nooit in contact waren gekomen met soortgenoten, slaagden niet voor de
spiegelproef.
=> Het sociale aspect speelt dus een belangrijke rol.
1
,2
, Spiegelonderzoek bij mensen: Lewis & Brooks-Gunn
Meest jonge kinderen herkennen zichzelf in de spiegel tussen 18-24 maanden.
→ Ze willen de rode vlek op hun gezicht wegvegen en rijken niet naar de Spiegel
Jonge kinderen die voor de test slagen, gebruiken ook vaker de termen ‘ik’ en
‘mij’ dan de kinderen die niet slagen.
Zelfherkenning bij mensapen en kinderen vormt de eerste uitdrukking van
het bestaan van het zelf.
Looking glass self (Cooley)
Na het ontstaan van het zelf, dient het zelf verder ingevuld te worden.
→ het beeld van jezelf wordt opgevuld door het beeld wat anderen van je hebben
Bv. je zegt tegen je zoon dat hij onhandig is, hij ziet zichzelf ook onhandig
Generalized other (Mead)
= mensen ontwikkelen hun zelfbewustzijn door sociale interacties
→ we leren over wat de maatschappij in het geheel van ons verwacht
het algemeen beeld bestaat uit de waarden en normen die in de maatschappij
gelden
vb. Je leert als je opgroeit dat je respect moet hebben voor ouders + leekracht
(autoritaire figuren)
later leer je dat dit voor iedereen gedlt; je moet respect hebben vr iedereen
(wordt van je verwacht)
Anderson & Chen (2002)
= het zelf is relationeel
→ de manier waarop we onszelf zien (ons zelfbeeld), wordt voor een groot deel gevormd
door onze relaties met anderen vooral met betekenisvolle personen in het leven
3