Inhoudsopgave
H10: agressie............................................................................................................................. 2
1. wat is agressie?................................................................................................................... 2
1.1 definities en voormen van agressie............................................................................... 2
1.2 pestgedrag..................................................................................................................... 2
1.3 de meting van agressie.................................................................................................. 2
2. crossnationale en intraculturele verschillen........................................................................3
2.1 crossnationale verschillen.............................................................................................. 3
2.2 intraculturele verschillen................................................................................................ 5
3. de oorsprong van agressie.................................................................................................. 5
3.1 biologische theorieën: het erfelijkheidsperspectief........................................................6
3.2 leertheorieên.................................................................................................................. 8
4. sociaalpsychologische theorieën van agressie....................................................................9
4.1 frustratie...................................................................................................................... 11
4.2 negatief affect.............................................................................................................. 11
4.3 fysiologische opwinding............................................................................................... 11
4.4 cognitieve processen................................................................................................... 12
4.5 een intergratief model van agressie............................................................................ 12
5. de invloed van geweldmedia............................................................................................. 13
5.1 geweld in de media...................................................................................................... 13
5.2 pornografie.................................................................................................................. 14
6. verborgen geweld............................................................................................................. 17
6.1 seksuele agressie......................................................................................................... 17
6.2 partnergeweld.............................................................................................................. 17
6.3 kindermishandeling...................................................................................................... 18
7. slotwoord: de reductie van geweld................................................................................... 18
7.1 concrete maatregelen.................................................................................................. 18
7.2 omvattende programma’s............................................................................................ 18
1
,H10: AGRESSIE
1. WAT IS AGRESSIE?
1.1 DEFINITIES EN VOORMEN VAN AGRESSIE
Agressie = gedrag bedoeld om iemand te kwetsen die niet wenst gekwetst te worden
Fysieke agressie = gedrag bedoeld om iemand lichamelijk te kwetsen
Verbale agressie = communicatie bedoeld om iemand mentaal te kwetsen vb
schelden, vloeken, beledigen
Instrumentele agressie = iemand schade berokkenen om iets waardevol te
verkrijgen (vb terrorisme)
Emotionele agressie = iemand schade berokkenen omwille van schade
3 kenmerken van agressief gedrag
1. De motivatie om te schaden (het doel van het gedrag)
Geen motivatie = geen agressie
Gevolg doet er niet toe vb ribben breken bij massage, geen agressie want geen
motivatie om te schaden
2. De intentie om het gedrag uit te voren (het gedrag wordt opzettelijk gesteld)
geen intentie = geen agressie
3. Feit dat dit gedrag ongewenst is door het slachtoffer
Niet ongewenst = geen agressie
1.2 PESTGEDRAG
Vormt een groot probleem op school en werk
Tussen 10-20% vd mensen zijn slachtoffer
Slachtoffers op school zijn dit vaak ook op het werk
Studie: kinderen die gepest werden op 8j, maakten meer kans op zelfmoord op 25j (V
6.3x meer kans, M 4x)
Nultolerantie is het enige zinvolle beleid (na preventie)
1.3 DE METING VAN AGRESSIE
Agressie moeilijke doelvariabele om te meten
- Onethisch om aan deelnemers te vragen tegen andere agressie te uiten
- Praktische beperkingen (agressie is niet alledaags, etc)
Beperkte methodologische middelen om agressie te bestuderen
1. Observatie
Meestal in labocontext
2
, Gebruik maken van paradigma’s waarin deelnemers gedrag kunnen stellen waarvan
ze denken dat het schade berokkent aan andere partij
Vb paradigmas: elektrische schokken, lawaai, koud water, onaangenaam pikante
saus
2. Rapportering
Zelfrapportering: individuen beschrijven hun eigen agressieve neigingen
Vb Agression Questionnaire (veel gebruikt)
vragenlijsten die peilen naar agressie in specifieke domeinen
- Seksuele agressie
- Aanvaarding van interpersoonlijke agressie = overtuiging dat gedrag dat
fysiek, psychisch of seksuele schade berokkent aan partner in een hechte
relatie aanvaardbaar is
- Aanvaarding van verkrachtingsmythes = foute overtuiging van verkrachting,
verkrachters en hun slachtoffers (verkrachters vrij en slachtoffer schuldig)
Probleem zelfrapportering: sociaal onwenselijk gedragingen zoals agressie
ontkennen of minimaliseren
Oplossing: rapportering van naasten of bekenden (familie, leerkracht, etc)
Andere databronnen
Publieke bronnen vb misdaadstatistieken
Krantenartikels
2. CROSSNATIONALE EN INTRACULTURELE VERSCHILLEN
Grote verschillen tussen landen
2.1 CROSSNATIONALE VERSCHILLEN
Moordcijfers hoogst in latijns- en Midden-Amerika,
ook Oost-Europese landen
VS staat ook tamelijk hoog vergeleken met andere
westerse landen
- Geweld gepaard met gebruik van vuurwapens
- Moorden
- Gewelddadige verkrachtingen
- Geweldplegingen
Deze dingen liggen hoger bij VS dan andere westerse landen
Geweldloze samenlevingen
Ladkhis (Tibet) Dorpelingen kunnen zich niet herinneren dat
er iemand ooit gevochte had
G/wi (Zuid-Afrika) Ze hebben een afkeer van geweld en enkel
in groep verheugen ze zich over leuke
gebeurtenissen
Inuït (Alaska) Ze controleren hun woede en agressie.
Hebben een grote afkeer van agressie
3
H10: agressie............................................................................................................................. 2
1. wat is agressie?................................................................................................................... 2
1.1 definities en voormen van agressie............................................................................... 2
1.2 pestgedrag..................................................................................................................... 2
1.3 de meting van agressie.................................................................................................. 2
2. crossnationale en intraculturele verschillen........................................................................3
2.1 crossnationale verschillen.............................................................................................. 3
2.2 intraculturele verschillen................................................................................................ 5
3. de oorsprong van agressie.................................................................................................. 5
3.1 biologische theorieën: het erfelijkheidsperspectief........................................................6
3.2 leertheorieên.................................................................................................................. 8
4. sociaalpsychologische theorieën van agressie....................................................................9
4.1 frustratie...................................................................................................................... 11
4.2 negatief affect.............................................................................................................. 11
4.3 fysiologische opwinding............................................................................................... 11
4.4 cognitieve processen................................................................................................... 12
4.5 een intergratief model van agressie............................................................................ 12
5. de invloed van geweldmedia............................................................................................. 13
5.1 geweld in de media...................................................................................................... 13
5.2 pornografie.................................................................................................................. 14
6. verborgen geweld............................................................................................................. 17
6.1 seksuele agressie......................................................................................................... 17
6.2 partnergeweld.............................................................................................................. 17
6.3 kindermishandeling...................................................................................................... 18
7. slotwoord: de reductie van geweld................................................................................... 18
7.1 concrete maatregelen.................................................................................................. 18
7.2 omvattende programma’s............................................................................................ 18
1
,H10: AGRESSIE
1. WAT IS AGRESSIE?
1.1 DEFINITIES EN VOORMEN VAN AGRESSIE
Agressie = gedrag bedoeld om iemand te kwetsen die niet wenst gekwetst te worden
Fysieke agressie = gedrag bedoeld om iemand lichamelijk te kwetsen
Verbale agressie = communicatie bedoeld om iemand mentaal te kwetsen vb
schelden, vloeken, beledigen
Instrumentele agressie = iemand schade berokkenen om iets waardevol te
verkrijgen (vb terrorisme)
Emotionele agressie = iemand schade berokkenen omwille van schade
3 kenmerken van agressief gedrag
1. De motivatie om te schaden (het doel van het gedrag)
Geen motivatie = geen agressie
Gevolg doet er niet toe vb ribben breken bij massage, geen agressie want geen
motivatie om te schaden
2. De intentie om het gedrag uit te voren (het gedrag wordt opzettelijk gesteld)
geen intentie = geen agressie
3. Feit dat dit gedrag ongewenst is door het slachtoffer
Niet ongewenst = geen agressie
1.2 PESTGEDRAG
Vormt een groot probleem op school en werk
Tussen 10-20% vd mensen zijn slachtoffer
Slachtoffers op school zijn dit vaak ook op het werk
Studie: kinderen die gepest werden op 8j, maakten meer kans op zelfmoord op 25j (V
6.3x meer kans, M 4x)
Nultolerantie is het enige zinvolle beleid (na preventie)
1.3 DE METING VAN AGRESSIE
Agressie moeilijke doelvariabele om te meten
- Onethisch om aan deelnemers te vragen tegen andere agressie te uiten
- Praktische beperkingen (agressie is niet alledaags, etc)
Beperkte methodologische middelen om agressie te bestuderen
1. Observatie
Meestal in labocontext
2
, Gebruik maken van paradigma’s waarin deelnemers gedrag kunnen stellen waarvan
ze denken dat het schade berokkent aan andere partij
Vb paradigmas: elektrische schokken, lawaai, koud water, onaangenaam pikante
saus
2. Rapportering
Zelfrapportering: individuen beschrijven hun eigen agressieve neigingen
Vb Agression Questionnaire (veel gebruikt)
vragenlijsten die peilen naar agressie in specifieke domeinen
- Seksuele agressie
- Aanvaarding van interpersoonlijke agressie = overtuiging dat gedrag dat
fysiek, psychisch of seksuele schade berokkent aan partner in een hechte
relatie aanvaardbaar is
- Aanvaarding van verkrachtingsmythes = foute overtuiging van verkrachting,
verkrachters en hun slachtoffers (verkrachters vrij en slachtoffer schuldig)
Probleem zelfrapportering: sociaal onwenselijk gedragingen zoals agressie
ontkennen of minimaliseren
Oplossing: rapportering van naasten of bekenden (familie, leerkracht, etc)
Andere databronnen
Publieke bronnen vb misdaadstatistieken
Krantenartikels
2. CROSSNATIONALE EN INTRACULTURELE VERSCHILLEN
Grote verschillen tussen landen
2.1 CROSSNATIONALE VERSCHILLEN
Moordcijfers hoogst in latijns- en Midden-Amerika,
ook Oost-Europese landen
VS staat ook tamelijk hoog vergeleken met andere
westerse landen
- Geweld gepaard met gebruik van vuurwapens
- Moorden
- Gewelddadige verkrachtingen
- Geweldplegingen
Deze dingen liggen hoger bij VS dan andere westerse landen
Geweldloze samenlevingen
Ladkhis (Tibet) Dorpelingen kunnen zich niet herinneren dat
er iemand ooit gevochte had
G/wi (Zuid-Afrika) Ze hebben een afkeer van geweld en enkel
in groep verheugen ze zich over leuke
gebeurtenissen
Inuït (Alaska) Ze controleren hun woede en agressie.
Hebben een grote afkeer van agressie
3