- De student kan factoren herkennen en beschrijven die menselijk gedrag beïnvloeden (human factors), zowel
in een werksituatie (psychosociale arbeidsbelasting) als in een maatschappelijke situatie (verward en afwijkend
gedrag), zodanig dat de student veiligheidsvraagstukken kan analyseren vanuit psychologisch perspectief.
- De student kan factoren in groepsprocessen organisatiecultuur benoemen die van invloed zijn op het
veiligheidsgedrag, zodanig dat hij interventies kan voorstellen in het veiligheids- en gezondheidsbeleid van een
organisatie.
Samenvatting lessen en PowerPoints:
Les 1
De 4 g’s: gevoelens, gedachte, gedrag, gevoel
Persoonlijkheid = eigenschappen binnen het individu die relatief stabiel zijn en van invloed
zijn op zijn/haar interacties met de interne en externe omgeving.
Persoonlijkheid is interessant voor veiligheid omdat persoonlijkheid stabiel is en moeilijk is
te veranderen. Je kunt het goed gebruiken om verschillen tussen mensen te beschrijven, te
verklaren en te voorspellen.
Persoonlijkheid wordt gevormd door nurture (omgeving), sociale netwerken en cultuur,
ontwikkeling, biologie en evolutie.
Psychologisch perspectief van Freud: persoonlijkheid ontstaat door onbewuste begeerten,
conflicten en herinneringen. Ervaringen uit de vroege jeugd hebben een sterke invloed op de
persoonlijkheid.
Psychologisch perspectief van Carl G. Jung en de test MBTI: MBTI gaat over fundamentele
voorkeuren op vier gebieden die ook wel worden aangeduid als de volgende
voorkeursschalen; waarvan krijg je energie? Hoe neem je informatie op? Hoe neem je
beslissingen? Hoe ga je om met de buitenwereld?
Psychologisch perspectief van Carl Rogers: een humanistische kijk wat tot stand komt
door een aantal basisbehoeften als zelfontwikkeling, bevestiging en responsen/resultaten.
Psychologisch perspectief van Bandura: een sociaal-cognitieve kijk. Wederzijds
determinisme is het proces waarbij de cognitief, het gedrag en de omgeving van een individu
elkaar beïnvloeden. Gedrag, omgeving, cognitie. Zijn uitgangspunten zijn als volgt:
- Mensen leren door het observeren van rolmodellen
- Interne psychologie beïnvloedt het leerproces. Intrinsieke bekrachtigingen geven een
gevoel van voldoening, trots of succes.
- Het aanleren van gedrag betekent niet automatisch dat de persoon het ook zal
uitvoeren. Het veranderen of toepassen van nieuw gedrag moet van waarde zijn.
Psychologisch perspectief van Rotter Locus of control: een sociaal-cognitieve kijk. Bij
interne locus of control zorg jij dat er dingen gebeuren en bij externe locus of control
gebeuren er dingen vanzelf. Deze factoren zorgen ervoor hoe je jezelf gedraagt.
1
, De Big Five = in hoeverre ben je open voor nieuwe ervaringen? Het gaat om hoog laag scores
om je persoonlijkheid te verklaren.
Waarnemen = het interpreteren van een (nieuwe) situatie gebeurt op basis van jouw
eerdere ervaringen. Je neemt iets waar en geheel onbewust wordt het direct beïnvloed door
bepaalde associaties die je er zelf eerder bij hebt gevormd.
Bij een persoonlijkheidsstoornis is de persoonlijkheid verstoord, waardoor de omgeving er
hinder van heeft en het aanpassen aan situaties niet of minder goed lukt.
Self-fulfilling prophecy = mensen die eenmaal het stempel van een bepaalde trek hebben
gekregen, gaan zich daarnaar gedragen en worden daardoor belemmerd in hun pogingen
om te veranderen.
Fundamentele attributiefout = gedrag volledig verklaren op basis van
persoonlijkheidseigenschappen, zonder rekening te houden met de situatie.
Les 2
Veel handelingen zijn onbewust. Achterliggende gedachten zijn niet
actief nodig; die verdwijnen in ons werkgeheugen. Dit heeft te
maken met de hersencapaciteit.
Gerichte aandacht = je filtert signalen in jouw gesprek en je
gespreksgenoot.
Ongerichte aandacht = andere prikkels worden niet doorgestuurd, tenzij je iets opmerkt
waar je altijd alert op bent. Bijvoorbeeld als iemand je naam roept.
Onbewust onbekwaam -> bewust onbekwaam -> onbewust bekwaam -> bewust bekwaam
Denken = het zoeken in het geheugen naar het juiste antwoord. Hoe dit werkt, zijn we ons
niet bewust van. Het onbewuste geeft het antwoord door aan het bewuste. Je maakt van
een hoop warrige, ongeorganiseerde informatie een concrete, heldere voorspelling.
Bouwstenen van denken:
1. Concepten een begrip, een intentie. Een ervaring onderbrengen in vertrouwde
categorieën. Denk hierbij wel aan de culturen; overal is de cultuur anders. De relatie
tussen mensen in andere culturen zoals Afrika of Azië zijn belangrijker dan de positie
van het individu. Concepten lopen daar meer in elkaar over, waarbij de invalshoeken
vergeleken worden.
2. Beelden concepten krijgen betekenis in beelden. Dit zijn allerlei sensorische
associaties, niet alleen visueel, ook geluiden, geuren en smaken. Beelden met
concepten geven cognitieve plattegronden. Een cognitieve plattegrond stelt je in staat
om vanuit je denkvermogen iemand iets uit te leggen en daarin verbanden te
schetsen. Geslacht en cultuur kunnen hierbij een rol spelen.
2