•De student stelt van een klein vraagstuk in de publieke ruimte een middelenraming op aan de
hand van een analyse van het probleem, zodanig dat de beslissers binnen de overheid inzicht
krijgen in de middelen die nodig zijn om de veiligheid te vergroten.
•De student beoordeelt voorstellen over kosten en baten van investeringen in veiligheid zodanig
dat de beslissers binnen de overheid een binnen de het beleid passende afweging kunnen maken.
•De student stelt op basis van de inkomsten- en uitgaven categorieën en het financieel beheer van
(gemeentelijke) overheden een inhoudsopgave van een budgetvoorstel op zodanig dat een
financieel specialist de onderliggende berekeningen kan uitvoeren.
Samenvattingen lessen en PowerPoints
Les 1
Overheidsontvangsten:
> belastingen: gedwongen betalingen aan de overheid waar geen direct
aanwijsbare tegenprestatie tegenover staat (men betaalt belasting maar krijgt
niet direct iets terug)
> directe belastingen (belastingen op inkomen, winst en vermogen)
> indirecte belastingen (kostprijsverhogende belastingen)
> niet belastingontvangsten
> retributies (gedwongen betalingen aan de overheid waarbij wél
sprake is van een tegenprestatie. Bijv. leges voor paspoort en
rijbewijs.)
> inkomsten uit overheidsbedrijven (de overheid bezit aandelen in
bedrijven. Bijv. Schiphol, Rotterdamse haven)
> aardgasbaten
> overige (verkeersboetes, staatsloterij)
> overheidsbestedingen (de overheid krijgt er iets voor terug)
> consumptieve bestedingen (uitgaven voor onderwijs
>Overheidsinvesteringen (aankoop van kapitaalgoederen door de
overheid)
> overheidsuitgaven (de overheid krijgt er niets voor terug. Bijv. huurtoeslag,
subsidies, studiebeurzen, ontwikkelingshulp)
Bedrijven zijn privaatrechtelijk tegenover elkaar; het zijn allebei rechtspersonen.
Marktwerking = aanbod en prijs worden op de markt bepaald. Vraag en aanbod.
BTW levensbehoeften = 6%
BTW luxegoederen = 21%
Veiligheid is een collectief goed.
Non-exclusiviteit = niet op te splitsen; voor iedereen toegankelijk
Non-rivaliserend = gebruik van de één gaat niet ten koste van het gebruik van de
ander
Beïnvloeden door de overheid:
Merit goederen = stimuleren (sportpark, bibliotheek)
Demerit goederen = ontmoedigen (sigaretten, alcohol)
Gemeentelijke inkomsten bestaan uit:
1
, > algemene uitkering (de gemeente krijgt van de overheid een bedrag, dit
betaald de overheid uit het gemeentefonds, de ministerie van binnenlandse
zaken stelt de verdeelsystematiek vast) (gemeente mag ermee doen wat hij wilt)
> specifieke uitkering (om specifiek taken uit te voeren (wél taken die de
overheid oplegt) wordt berekend op basis van de behoeften van de gemeente)
(gemeente mag er niet mee doen wat hij wilt, hij moet het verantwoorden)
> eigen inkomsten (belastingen, retributies, rioolbelasting, tarieven voor
sporthallen)
Begroting is een overzicht van de verwachtte inkomsten en uitgaven voor de
komende jaar periode.
Functies begroting: autorisatiefunctie, allocatiefunctie, controlerende functie,
inzicht geven in financiële positie.
Organisaties hebben middelen nodig om hun doel te bereiken. Deze middelen
hebben een financiële waarde.
Efficiëntie = met zo weinig mogelijk middelen je doel bereiken. Voorbeeld: zo
weinig mogelijk mensen inzetten voor een klein project.
Effectiviteit = een doel zo effectief mogelijk bereiken. Je doel zo goed mogelijk
uitvoeren.
Retributies = er staat een tegenprestatie tegenover. Is zonder winst.
Rijbewijs aanvragen is geen winst maken voor een gemeente. Het is
kostendekkend; je betaald waarvoor iets voor is gedaan.
Overheidsuitgaven bestaan uit overheidsbestedingen (hierbij krijgt de overheid
er iets van terug (consumptieve besteding = uitgave voor onderwijs
overheidsinvesteringen = aankoop van goederen) en uit overheidsuitgaven
(hierbij krijgt de overheid niets terug (bijvoorbeeld milieusubsidies) )
Medebewind = de gemeente voert taken uit die door een hogere overheid zijn
opgelegd.
Les 2
Inkomsten: dat wat mensen ontvangen van arbeid, onderneming, vermogen of
uitkeringen. personen
Ontvangsten: de instroom van geld bij een bij een rechtspersoon of organisatie,
als boekhoudkundig begrip. bedrijven
Kas: contant
Giraal: via de bank overmaken
Uitgaven is een boekhuidkundig begrip voor een uitstroom van geld (liquide
middelen) naar een andere (rechts) persoon.
Kosten: de offers die we moeten brengen om bepaalde goederen te produceren.
De op geld weerbare bestedingen die men moet doen om het resultaat te kunnen
realiseren. (personeelskosten, huurkosten, producten)
Kosten druk je altijd uit in: € per iets. Lease auto; €1500 per maand.
2