INLEIDING (PWP 1)
INLEIDEND DEEL: WAT IS EEN VERBINTENIS?
DEFINITIE VERBINTENISSENRECHT
RECHTSBAND TUSSEN PERSONEN
1) Rechtsverhouding tussen ten minste 2 personen
a) Ene partij heeft een vorderingsrecht op de andere partij (actiefzijde)
i) zakelijk recht = aanspraak van een persoon op een zaak
b) Ene partij heeft een schuld ten aanzien van de andere partij (passiefzijde)
IN GELD WAARDEERBARE AANSPRAAK
1) Verbintenis bezit een marktwaarde
Vb. beslag mogelijk bij onroerend goed
2) Resultaatsverbintenis & middelenverbintenis (Art 5.72)
a) Resultaatsverbintenis
i) SA verbindt zich ertoe bepaald resultaat te bekomen
ii) Aansprakelijk van zodra resultaat niet is bekomen, uitz: overmacht
iii) SE moet bewijzen dat resultaat nt is bereikt
Vb. haar rood verven bij kapper, verplicht aanwezig zijn op training, advocaat
moet beroep aantekenen binnen 40 dagen…
b) Middelenverbintenis
i) SA moet zich gedragen als zorgvuldig, rationeel persoon en zo goed mogelijk
handelen om bepaald resultaat te bekomen
ii) SE moet bewijzen dat SA niet als normaal, zorgvuldig persoon heeft gehandeld
Vb: haar knippen bij kapper zoals getoonde foto, zoveel mogelijk doelpunten
scoren, advocaat die voor vrijspraak gaat in HvA…
3) Verbintenis om te doen, niet te doen, te geven
a) Te doen
i) Verplichting om een bepaalde handeling te stellen
ii) Kan een resultaats/middelenverbintenis zijn
Vb. huis bouwen, schade herstellen, patiënt verzorgen
b) Te geven
i) Verplichting om zakelijk recht over te dragen
ii) Meestal resultaatsverbintenis
Vb. auto leveren
c) Niet te doen
i) Verplichting om een bepaalde handeling niet te stellen
ii) Meestal resultaatsverbintenis
Vb. een ander geen concurrentie aandoen, niet bouwen op iemands grond
IN RECHTE AFDWINGBAAR
1
,1) Niet-nakoming = sanctie
a) Bij niet-nakoming kan de SE de SA in rechte dwingen tot uitvoering
b) Uitzonderingen
i) Vriendschappelijke afspraken
Vb. op restaurant afspreken maar andere komt niet, je kan persoon niet in
gebreke stellen omdat deze niet kwam
ii) Natuurlijke verbintenis
(1) Als iemand de verbintenis vrijwillig nakomt, kan die prestatie niet
teruggevorderd worden
Vb. betaling van een verjaarde schuld, betaling alimentatie zonder
wettelijke verplichting
iii) Intentieverklaring
(1) Onderneming laat weten dat er een intentie is om contract te sluiten, als
dit toch niet gebeurt kan je dit niet afdwingen
iv) Patronaatsverklaring
DEEL I: VERBINTENISSEN (KUNNEN °)UIT MEERZIJDIGE EN EENZIJDIGE
RECHTSHANDELINGEN
BEGRIP RECHTSHANDELING (ART 1.3BW)
1) Handeling die gesteld is met het oog om rechtsgevolgen te doen ontstaan
Vb. contract sluiten, huwelijksovereenkomst…
a) rechtsfeit = geen actieve rechtshandeling, je krijgt onbedoeld rechten en
plichten
Vb. geboorte, 18j worden…
b) Eenzijdige en meerzijdige rechtshandeling
i) Eenzijdig
(1) Er is een wilsuiting van slechts één partij/ één partij heeft wil om
rechtsgevolgen te doen ontstaan
Vb. op vinted iets te koop zetten, aanbod van iemand aanvaarden,
opstellen van een testament
ii) Meerzijdig
(1) Minstens 2 of meer partijen hebben wil om rechtsgevolgen te doen
ontstaan
Vb. koopovk, contracten, schenking, handgift
(2) Contract, overeenkomst
VERBINTENISSEN UIT OVEREENKOMSTEN (ART 5.4 BW)
1) Overeenkomst = contract
a) Meerzijdige rechtshandeling
b) Wilsovereenstemming
c) Één of meer partijen
d) Ten aanzien van één of meerdere anderen
e) Afdwingbare verbintenissen aangaan
i) Geldig aangegane overeenkomsten verbinden de partijen tot wet (pacta sunt
servanda)
2) Concensueel, zakelijk & vormelijk (Art 5.5 BW)
a) Concensueel
i) Overeenkomst die tot stand komt door loutere wilsovereenstemming tussen
partijen
2
, ii) Er zijn gn formaliteiten/vormvereisten aan verbonden
iii) Algemene regel van belgisch recht
Vb. koop, huur, aanneming, lastgeving, arbeidsovereenkomst…
b) Zakelijk
i) Overeenkomst die tot stand komt vanaf afgifte van een zaak
uitzonderingen op
Vb. handgift, bewaargeving, bruikleen
consensualisme
c) Vormelijk/ plechtig
i) Overeenkomst die onderworpen is aan formele vormvereisten
ii) Soorten
(1) Met oog op geldigheid
(2) Met oog op bewijs
(3) Met oog op tegenwerpelijkheid aan derden
Vb. schenking (onderworpen aan notariële akte), huwelijksovk (naar
stadhuis gaan, ambtenaar van burgerlijke stand moet contract
meeondertekenen)
SOORTEN OVEREENKOMSTEN (ART 5. 5 & VERDER)
1) Eenzijdig vs wederkerig
a) Wederkerig
i) Zich over en weer verbinden
rechtshandeling
meerzijdige
ii) Wilsovereenstemming van beide partijen
altijd een
Vb. koop, huur, aanneming
b) Eenzijdig
i) Slechts één partij moet een verbintenis nakomen
ii) Wilsovereenstemming van beide partijen
Vb. bewaargeving (bewaken en teruggeven)
2) Overeenkomsten om niet vs. onder bezwarende titel
a) Bezwarende titel
i) Economisch voordeel voor beide partijen
Vb. Koop, huur
b) Om niet
i) Overeenkomst die wordt gesloten zonder voordeel voor partijen (‘animus
donandi’)
Vb. Schenking, bruikleen
3) Kanscontracten
a) Aleatoire overeenkomsten: ‘alea’ (=onzekerheid)
b) Overeenkomst die je sluit waarbij je kans hebt op winst of verlies
c) Kans is afhankelijk van een onzekere gebeurtenis
Vb. verzekeringsovereenkomst = je betaald voor een brandverzekering maar je
weet nooit zeker of er ooit effectief brand zal zijn
Vb. lijfrente, spel en weddenschappen,…)
4) Overeenkomsten intuïtu personae
a) Aangegaan omwille van de persoon of de persoonlijke kwaliteiten van de
tegenpartij
Vb. overeenkomst met een profvoetballer, sluiten een contract omwillen van zijn
kwaliteiten
Vb. overeenkomst tot kredietopening
b) Contract ten einde bij overlijden persoon
i) Gaat niet over op de erfgenamen
3
, 5) Benoemde vs. onbenoemde overeenkomsten
a) Benoemd
i) Overeenkomsten die in het BW een specifieke regeling hebben gekregen
ii) Algemeen contractenrecht indien geen andersluidende bepaling in wetgeving
Vb. handelsagentuur, arbeidsovereenkomstenwet
b) Onbenoemd
i) Geen bijzondere wetgeving van toepassing
ii) Onderworpen aan de algeme regels van het contractenrecht
c) Gemengd
i) Bevatten elementen uit verschillende benoemde contracten
(1) Absorptietheorie = ovk die primeert boven de ander, daarop worden de
regels op toegepast
(2) Combinatietheorie = proberen regels toe te passen van beide contracten
(3) Sui generis overeenkomst = onbenoemd, algemeen verbintenissenrecht is
van toepassing + afspraken beide partijen
6) Toetredingsovereenkomsten
a) Enige keuze die zwakke partij heeft, is contract aangaan of niet aangaan
b) Inhoud wordt eenzijdig bepaald door andere (sterkere) partij
c) Beschermingsmechanismen
Vb. Telecom contracten met Proximus, bundel die je koopt of nt
7) Raam/kaderovereenkomsten
a) Vaststellen van een algemeen kader voor latere overeenkomsten binnen dat kader
Vb. cao
Vb. concessieovereenkomst = zullen raamcontract hebben waarin algemene
afspraken staan, afspraken zullen ook gelden voor alle volgende contracten
gesloten tssn partijen. In nieuwe contracten zal verwijzing zijn naar raamcontract
zodat men die regels niet telkens opnieuw moet vermelden.
VERBINTENISSEN UIT MEERZIJDIGE EN EENZIJDIGE
RECHTSHANDELINGEN (ALGEMENE PRINCIPES CONTRACTENRECHT)
ALGEMENE PRINCIPES VAN HET CONTRACTENRECHT
CONSENSUALISME/WILSAUTONOMIE (ART 5.28 BW)
1) Grondslag van contractenrecht
a) Wilsautonomie impliceert contractsvrijheid (art 5.14 BW)
i) Iedereen is vrij om zelf te beslissen, met wie en onder welke voorwaarden hij
een contract sluit
ii) Basis van de contractsvrijheid
b) Loutere wilsovereenstemming volstaat (‘solo consensu’)
i) Contract ontstaat zodra partijen akkoord gaan
c) Vrijheid om contracten aan te gaan vloeit voort uit persoonlijke vrijheid
i) Art 12 Gw & 5 EVRM
4
INLEIDEND DEEL: WAT IS EEN VERBINTENIS?
DEFINITIE VERBINTENISSENRECHT
RECHTSBAND TUSSEN PERSONEN
1) Rechtsverhouding tussen ten minste 2 personen
a) Ene partij heeft een vorderingsrecht op de andere partij (actiefzijde)
i) zakelijk recht = aanspraak van een persoon op een zaak
b) Ene partij heeft een schuld ten aanzien van de andere partij (passiefzijde)
IN GELD WAARDEERBARE AANSPRAAK
1) Verbintenis bezit een marktwaarde
Vb. beslag mogelijk bij onroerend goed
2) Resultaatsverbintenis & middelenverbintenis (Art 5.72)
a) Resultaatsverbintenis
i) SA verbindt zich ertoe bepaald resultaat te bekomen
ii) Aansprakelijk van zodra resultaat niet is bekomen, uitz: overmacht
iii) SE moet bewijzen dat resultaat nt is bereikt
Vb. haar rood verven bij kapper, verplicht aanwezig zijn op training, advocaat
moet beroep aantekenen binnen 40 dagen…
b) Middelenverbintenis
i) SA moet zich gedragen als zorgvuldig, rationeel persoon en zo goed mogelijk
handelen om bepaald resultaat te bekomen
ii) SE moet bewijzen dat SA niet als normaal, zorgvuldig persoon heeft gehandeld
Vb: haar knippen bij kapper zoals getoonde foto, zoveel mogelijk doelpunten
scoren, advocaat die voor vrijspraak gaat in HvA…
3) Verbintenis om te doen, niet te doen, te geven
a) Te doen
i) Verplichting om een bepaalde handeling te stellen
ii) Kan een resultaats/middelenverbintenis zijn
Vb. huis bouwen, schade herstellen, patiënt verzorgen
b) Te geven
i) Verplichting om zakelijk recht over te dragen
ii) Meestal resultaatsverbintenis
Vb. auto leveren
c) Niet te doen
i) Verplichting om een bepaalde handeling niet te stellen
ii) Meestal resultaatsverbintenis
Vb. een ander geen concurrentie aandoen, niet bouwen op iemands grond
IN RECHTE AFDWINGBAAR
1
,1) Niet-nakoming = sanctie
a) Bij niet-nakoming kan de SE de SA in rechte dwingen tot uitvoering
b) Uitzonderingen
i) Vriendschappelijke afspraken
Vb. op restaurant afspreken maar andere komt niet, je kan persoon niet in
gebreke stellen omdat deze niet kwam
ii) Natuurlijke verbintenis
(1) Als iemand de verbintenis vrijwillig nakomt, kan die prestatie niet
teruggevorderd worden
Vb. betaling van een verjaarde schuld, betaling alimentatie zonder
wettelijke verplichting
iii) Intentieverklaring
(1) Onderneming laat weten dat er een intentie is om contract te sluiten, als
dit toch niet gebeurt kan je dit niet afdwingen
iv) Patronaatsverklaring
DEEL I: VERBINTENISSEN (KUNNEN °)UIT MEERZIJDIGE EN EENZIJDIGE
RECHTSHANDELINGEN
BEGRIP RECHTSHANDELING (ART 1.3BW)
1) Handeling die gesteld is met het oog om rechtsgevolgen te doen ontstaan
Vb. contract sluiten, huwelijksovereenkomst…
a) rechtsfeit = geen actieve rechtshandeling, je krijgt onbedoeld rechten en
plichten
Vb. geboorte, 18j worden…
b) Eenzijdige en meerzijdige rechtshandeling
i) Eenzijdig
(1) Er is een wilsuiting van slechts één partij/ één partij heeft wil om
rechtsgevolgen te doen ontstaan
Vb. op vinted iets te koop zetten, aanbod van iemand aanvaarden,
opstellen van een testament
ii) Meerzijdig
(1) Minstens 2 of meer partijen hebben wil om rechtsgevolgen te doen
ontstaan
Vb. koopovk, contracten, schenking, handgift
(2) Contract, overeenkomst
VERBINTENISSEN UIT OVEREENKOMSTEN (ART 5.4 BW)
1) Overeenkomst = contract
a) Meerzijdige rechtshandeling
b) Wilsovereenstemming
c) Één of meer partijen
d) Ten aanzien van één of meerdere anderen
e) Afdwingbare verbintenissen aangaan
i) Geldig aangegane overeenkomsten verbinden de partijen tot wet (pacta sunt
servanda)
2) Concensueel, zakelijk & vormelijk (Art 5.5 BW)
a) Concensueel
i) Overeenkomst die tot stand komt door loutere wilsovereenstemming tussen
partijen
2
, ii) Er zijn gn formaliteiten/vormvereisten aan verbonden
iii) Algemene regel van belgisch recht
Vb. koop, huur, aanneming, lastgeving, arbeidsovereenkomst…
b) Zakelijk
i) Overeenkomst die tot stand komt vanaf afgifte van een zaak
uitzonderingen op
Vb. handgift, bewaargeving, bruikleen
consensualisme
c) Vormelijk/ plechtig
i) Overeenkomst die onderworpen is aan formele vormvereisten
ii) Soorten
(1) Met oog op geldigheid
(2) Met oog op bewijs
(3) Met oog op tegenwerpelijkheid aan derden
Vb. schenking (onderworpen aan notariële akte), huwelijksovk (naar
stadhuis gaan, ambtenaar van burgerlijke stand moet contract
meeondertekenen)
SOORTEN OVEREENKOMSTEN (ART 5. 5 & VERDER)
1) Eenzijdig vs wederkerig
a) Wederkerig
i) Zich over en weer verbinden
rechtshandeling
meerzijdige
ii) Wilsovereenstemming van beide partijen
altijd een
Vb. koop, huur, aanneming
b) Eenzijdig
i) Slechts één partij moet een verbintenis nakomen
ii) Wilsovereenstemming van beide partijen
Vb. bewaargeving (bewaken en teruggeven)
2) Overeenkomsten om niet vs. onder bezwarende titel
a) Bezwarende titel
i) Economisch voordeel voor beide partijen
Vb. Koop, huur
b) Om niet
i) Overeenkomst die wordt gesloten zonder voordeel voor partijen (‘animus
donandi’)
Vb. Schenking, bruikleen
3) Kanscontracten
a) Aleatoire overeenkomsten: ‘alea’ (=onzekerheid)
b) Overeenkomst die je sluit waarbij je kans hebt op winst of verlies
c) Kans is afhankelijk van een onzekere gebeurtenis
Vb. verzekeringsovereenkomst = je betaald voor een brandverzekering maar je
weet nooit zeker of er ooit effectief brand zal zijn
Vb. lijfrente, spel en weddenschappen,…)
4) Overeenkomsten intuïtu personae
a) Aangegaan omwille van de persoon of de persoonlijke kwaliteiten van de
tegenpartij
Vb. overeenkomst met een profvoetballer, sluiten een contract omwillen van zijn
kwaliteiten
Vb. overeenkomst tot kredietopening
b) Contract ten einde bij overlijden persoon
i) Gaat niet over op de erfgenamen
3
, 5) Benoemde vs. onbenoemde overeenkomsten
a) Benoemd
i) Overeenkomsten die in het BW een specifieke regeling hebben gekregen
ii) Algemeen contractenrecht indien geen andersluidende bepaling in wetgeving
Vb. handelsagentuur, arbeidsovereenkomstenwet
b) Onbenoemd
i) Geen bijzondere wetgeving van toepassing
ii) Onderworpen aan de algeme regels van het contractenrecht
c) Gemengd
i) Bevatten elementen uit verschillende benoemde contracten
(1) Absorptietheorie = ovk die primeert boven de ander, daarop worden de
regels op toegepast
(2) Combinatietheorie = proberen regels toe te passen van beide contracten
(3) Sui generis overeenkomst = onbenoemd, algemeen verbintenissenrecht is
van toepassing + afspraken beide partijen
6) Toetredingsovereenkomsten
a) Enige keuze die zwakke partij heeft, is contract aangaan of niet aangaan
b) Inhoud wordt eenzijdig bepaald door andere (sterkere) partij
c) Beschermingsmechanismen
Vb. Telecom contracten met Proximus, bundel die je koopt of nt
7) Raam/kaderovereenkomsten
a) Vaststellen van een algemeen kader voor latere overeenkomsten binnen dat kader
Vb. cao
Vb. concessieovereenkomst = zullen raamcontract hebben waarin algemene
afspraken staan, afspraken zullen ook gelden voor alle volgende contracten
gesloten tssn partijen. In nieuwe contracten zal verwijzing zijn naar raamcontract
zodat men die regels niet telkens opnieuw moet vermelden.
VERBINTENISSEN UIT MEERZIJDIGE EN EENZIJDIGE
RECHTSHANDELINGEN (ALGEMENE PRINCIPES CONTRACTENRECHT)
ALGEMENE PRINCIPES VAN HET CONTRACTENRECHT
CONSENSUALISME/WILSAUTONOMIE (ART 5.28 BW)
1) Grondslag van contractenrecht
a) Wilsautonomie impliceert contractsvrijheid (art 5.14 BW)
i) Iedereen is vrij om zelf te beslissen, met wie en onder welke voorwaarden hij
een contract sluit
ii) Basis van de contractsvrijheid
b) Loutere wilsovereenstemming volstaat (‘solo consensu’)
i) Contract ontstaat zodra partijen akkoord gaan
c) Vrijheid om contracten aan te gaan vloeit voort uit persoonlijke vrijheid
i) Art 12 Gw & 5 EVRM
4