● HT 1 : WAT IS RECHTSSOCIOLOGIE (RS)
rechtssocio is de studie tss R en SL vanuit een empirisch en extern perspectief
⇒ onderwerpen zijn (meestal) vertrouwde juridische onderwerpen
● RECHTSWETENSCHAPPEN (= JURISTEN)
⇒ doctrinaire methode die meerdere methodes/technieken omvat
subsumptie = feiten onder regel brengen → oplossing voor juridische casus wordt
gevraagd mbv feiten (bv. auto-ongeval = welke regels zijn van toepassing?)
⇒ intern perspectief = deelnemersperspectief (BINNEN het R)
beginselen in overeenstemming met formeel recht/wetgeving : law in the books
JURIDISCHE METHODE : TECHNIEKEN
1) juridisch relevante feiten verzamelen = empirisch onderzoek : “wat is relevant?"
2) regel moet gevonden worden = heuristiek
3) regel kan open / vage normen bevatten ⇒ interpreteren
open norm = wetgever wilt niet elke situatie specifiek regelen DUS ruime norm die lang mee
kan gaan id tijd <3
4) geldigheid ve norm controleren adhv juridische criteria (bv. norm in
overeenstemming met hogere norm?)
5) wnr meerdere regels mogelijk zijn ⇒ afwegen welke belangrijker is (bv. fotograaf = R
op privacy + R op publicatie = welke is belangrijker?)
6) wnr regel gebreken kent ⇒ nieuwe regel maken = verbeteren vd regel (normatief =
men gaat sleutelen ad normen) : voorschrijven hoe het ‘zou moeten’ (bv. wnr R
leemten bevat = R beslist hoe het moet worden opgevuld)
7) uitleggen waarom je bepaalde interpretaties, afwegingen… hebt doorgevoerd =
argumentatie
➡ bewaking van coherentie vh recht/doctrine
⇒ vb. doctrinaire methode : genitale verminking → tegengewerkt door het recht = verboden
A. DOCTRINAIRE METHODE
VRAAG : ‘zijn de instrumenten effectief?’ : heeft verbod doel bereikt? ⇒ effecten die wetgever voorziet ook
terecht bereikt?
VRAAG : ‘reden wrm doel wel/niet goed heeft bereikt?’ ⇒ reden bij de wet? kijken naar handhaving vd
wetgeving? reden bij de SL?
→ vragen : niet beantwoorden met juridische analyse : empirisch onderzoek = nodig ⇒ RS kijkt op andere
manier naar het recht
METHODE : rechtssocio trefwoorden, formuleringen, vragen = empirische trefwoorden
● RECHTSSOCIOLOGIE
⇒ empirische methode + extern perspectief (“hoe ontstaat R”, “hoe werkt het R?”)
wetensch, system. gegevensverzameling id praktijk/over het R = id praktijk = ‘law in action’
CRITERIA VOOR SOCIAAL-WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK
1) betrouwbaarheid : als men het onderzoek opnieuw uitoefent, komt men tot dezelfde
resultaten = repliceerbaarheid
2) externe validiteit : representativiteit vh onderzoek (bv. als men iets zegt over REA in
antwerpen kan men niets zeggen over REA in argentinië)
3) interne validiteit : kijken of er match is tss onderzoek en conclusie
4) objectiviteit vd data : gaat over positionaliteit vd onderzoeker = deel vh onderzoek
en kan invloed hebben op data
⇒ versch. technieken (interviews, surveys, veldwerk…)
⇒ wetensch. analyse vd verzamelde data (→ gaat ook over wat R doet id SL, vanwaar R vd
SL komt)
⇒ recht id samenleving
1
, 2
VB. DOCTRINAIRE METHODE (vb. genitale verminking)
1) vaststellen ve onderzoeksprobleem
genitale verminking in senegal
2) onderzoeksvraag in juridisch ‘doctrinair’ onderzoek
"Welke juridische instrumenten zijn relevant?” / "Hoe luidt R over dit probleem?”
3) zoeken en analyseren van juridische bronnen
⇒ kijken naar wetgeving/RS/RL… → melden ons dat er sterk mensenrechtelijk kader is →
onderzoeksprobleem is opgelost
⇒ MAAR vanuit rechtssocio perspectief nog andere vragen (bv. instrumenten effectief? →
neen, nog altijd gaande : “wrm worden die bepalingen niet toegepast?” / “falende MSelijke
steun?” → Rsocio/empirisch onderzoek hiervoor nodig = extern perspectief
VB. DOCTRINAIRE METHODE (vb. abortus in België)
1) vaststellen ve onderzoeksprobleem
Rvergelijking tss NL en BE, abortusprobleem in BE
2) onderzoeksvraag in juridisch doctrinair onderzoek
“hoe luidt R over abortus in NL-BE”
3) zoeken en analyseren van juridische bronnen
⇒ kijken naar relevante wetgeving/RS/RL… → melden ons dat in BE : termijn van 12 weken
→ onderzoeksprobleem is opgelost
⇒ MAAR vanuit rechtssocio perspectief nog verdere vragen (bv. wat zijn effecten vd
regelgeving?” / “wordt regelgeving gevolgd?” / “Zullen alle vrouwen na 12 weken naar NL
gaan omdat dit daar wel na die termijn mag?” (nee, bv. administratieve drempels) →
Rsocio/empirisch onderzoek hiervoor nodig = extern perspectief
JURISTEN SOCIOLOGEN
⇒ intern perspectief ⇒ extern perspectief
⇒ deelnemersperspectief (jurist met toga in ⇒ toeschouwersperspectief (Rsocio = geen
RB) professional
⇒ recht : opgebouwd op interne autonome ⇒ recht begrijpen in relatie tot
logica maatschappelijke context
⇒ rechtszekerheid + rechtseenheid (geen ⇒ onzekerheid : vragen over het recht
vragen) ('Waarom werkt het goed/niet?)
⇒ gericht op rechtspraktijk ⇒ gericht op beleid/wetenschap
⇒ rolmodel vd rechter = eindpunt bij hen ⇒ ook andere rolmodellen staan centraal
⇒ bewaken : coherentie vh recht ⇒ constructief te werk : kritisch denken =
(onaantastbaar recht) = Rzekerheid niet verplicht uitgaan van coherentie
⇒ vooronderstel.: recht maakt verschil uit ⇒ toetsing van effectiviteit vh recht
⇒ monodisciplinair ⇒ interdisciplinair
⇒ casus-methode ⇒ versch. methoden
⇒ is = ought ⇒ is ≠ ought
‘hoe (zou moeten) luidt(en) recht’ 'Hoe werkt/ontstaat het recht?
OPM. bij empirisch + extern perspectief
⇒ extern vervangt intern NIET = twee perspectieven bestaan naast elkaar
⇒ doctrinaire methode blijft noodzakelijk als jurist : definiëert de ID ve jurist
LET OP : RSOC = empirische methode EN sommige Rsoc combinerend met doctrinaire
methode
2
, 3
- extern perspectief
antwoord vanuit extern perspectief : mate van ‘dubbele institutionalisering'
= kijken wat voordelen zijn en tekortkomingen van doctrinaire methode (bv. alleen kijken
naar onderwerp abortus via doctrinaire methode = RSOC verruimd blik op het recht)
● WAAROM RECHTSSOCIOLOGIE
1) academisering vd rechtenstudie
2) maatschappelijke ontwikkeling + het recht
3) professionele ontwikkeling : evoluties binnen de juridische beroepen
4) meerwaarde voor rechtspraktijk
⇨ ACADEMISERING VD RECHTENSTUDIE
→ sociaalwetenschappelijke disciplines zijn academische studies = niet direct op een beroep
gericht
= versterking vd rechtenopleiding door wetenschappelijke achtergrond te geven : R
bekijken op wetenschappelijke manier
componenten
- vertrouwd maken met empirische sociaalwetenschappelijke methode : “wat doet R,
hoe wordt R geHH?”
- theorievorming (elementen gaan begrijpen, verklaren en analyseren) :
- belang vd wetenschappelijke benadering van SLproblemen (DUS niet louter common
sense)
⇨ MAATSCHAPPELIJKE ONTWIKKELING EN HET RECHT
→ nieuwe vormen van samenleven, toenemende complexiteit vd MSelijke domeinen
→ mondige burger wilt inspraak en verantwoording (= andere manieren van participatie)
→ schaarse overheidsmiddelen dwingen tot effectiviteit en efficiëntie van wetgeving en
geschilbeslechting (“hoe ervoor zorgen dat regel zijn doel bereikt?”)
→ ‘better regulation’ : “hoe wetgeving optimaliseren?”
→ meer aandacht voor effectieve HH : “hoe wetten effectief gaan HH dat naleving wordt
verzekerd?”
→ digitalisering id SL veroorzaakt nieuwe problemen en uitdagingen = bv.
geschilbeslechting via online oplossen = “wat zijn daar uitdagingen/effecten van?”
→ invloed van AI op het recht
⇨ PROFESSIONELE ONTWIKKELINGEN
→ rechters moeten complexe, niet-juridische problemen begrijpen (bv. stikstofdossier)
→ in 21e E zijn advocatenkantoren op zoek naar T-shaped professionals / problem solvers =
hebben diepe juridische kennis & breed algemeen inzicht + communicatie met experten uit
andere disciplines
→ komende 20j meer wijzigingen id advocatuur dan laatste 200j door AI
→ Alternative Dispute Resolution (ADR) : geschillen beslecht via alternatieve vormen =
inzichten uit psychologie komen naar voor (bv. "effecten/voordelen van bemiddeling?”)
⇨ MEERWAARDE VAN RECHTSSOCIO VOOR RECHTSPRAKTIJK
1) ADVOCATUUR
→ rechtssociologie is meerwaarde voor advocatuur (geschillen bestaan id SL : Rsoc leert
ons versch. manieren om geschil te beslechten + hebben versch. kenmerken en effecten)
3
, 4
→ inzichten in voordelen en nadelen vd geschilbeslechtingsmanieren = bv. arbitrage om
banden na geschil niet te verslechteren (tss familie/bedrijven)
2) RECHTSHULP
→ hulp die wordt verleend aan groepen id SL om toegang tot justitie te vergemakkelijken en
juridische vragen te beantwoorden (bv. eerstelijnsbijstand : geven eerste oriëntatie wat je
rechten zijn + waar je terecht kan)
onderzoek GIBENS : niet alleen juridische blik nodig MAAR OOK kijken naar
psychosociale context (bv. huurgeschil → diepere problematiek want hij kreeg huur niet
rond door ontslag door drankverslaving ⇒ sociale werkers geven sociologische hulp ad
persoon (= <3 niet enkel tot recht beperken)
! advocaat moet openstaan om ook te kijken naar psychologische redenen bij geschil
3) RECHTER
→ invullen van open normen (bv. belang vh kind = rechter moet inzicht hebben id MS : wat
zijn versch. W&N die groepen id SL hanteren)
→ culturele interpretaties kunnen rechterlijke oordeel beïnvloeden
bv. praktijk van eerwraak = door overspel ve vd partners is eer vd familie geraakt → ‘80 in
DUI was eerwraak vanuit zijn cultuur = wraak was verzachtende omstandigheid (↔ nu
verzwarende omstandigheid)
“met welke mate speelt culturele achtergrond vd rechter zelf mee id beslechting”
4) AMBTENAAR JUSTITIEEL BELEID
→ "hoe justitie beter maken/optimaliseren?” (bv. lange termijnen, wantrouwen tov justitie) ⇒
moderniseren van justitie
werklast invoeren, nadenken over toegang tot R (= drempels) ⇒ (her)vorming justitieel
beleid
5) BEDRIJFSJURIST
→ contracten vanuit Rsoc bekijken : juridische kennis vervatten ih contract (WANT bij
onzekerheden kan men hierop terugvallen)
MAAR in china : uitgebreide contracten geven teken van wantrouw = sociologische kennis
6) WETGEVER
→ rechtssociologie heeft subversieve relatie met wetgever
→ dubbele institutionalisering : bv. rookverbod in California was meer succesvol door
meer maatschappelijke steun dan in België → rechtssociologen kunnen voorspellen of norm
zal aanslaan in MS/niet = zorgt voor effectiviteit ve wet (= timing is cruciaal)
SAMENGEVAT
→ rechtssociologie versterkt rechtenopleiding (kritisch nadenken) + versterkt het recht id
praktijk (beter informeren wat er afspeelt id SL)
● WAT IS RECHTSSOCIOLOGIE
KOEN RAES : ‘het belang vd sociologie voor de uitoefening vh recht' → kritiek op de jurist
die we later worden + die vandaag achter de schoolbanken zit → WIJ : zijn meer filosoof +
hanteren extern perspectief = zijn meer kritisch + te persoonlijke visie
- DE PLEINVREES VD JURISTEN
LUC HUYSE + HILDE SABBE : collectieve + indivi pleinvrees → juristen stappen niet
makkelijk in publiek debat
bv. crisismaanden in 1996 (dutroux) = juristen bleven afwezig uit debat
MAAR : juristen zouden missie moeten hebben + verantwoordelijkheid moeten opnemen
= stelling
4