PERSONENLIJST BRONNEN (NAAM + PAGINA + UITLEG)
● DEEL 1
Van Gerven (p5) definieert SR als “een door het OR aan een individu - Rsubject
genoemd - erkende of toegekende heerschappij strekkende tot de
bevrediging van menselijke behoeften”
Hohfeld (p6) ● Subjectieve rechten
Amerikaanse Rfilo : maakt onder de SR een oscheid tss type van
relaties tss personen
1) Aanspraak (claim) = tegenover een R staat een pl! (+
inbreuken vd pl! leidt tot ASH)
(bv. koper heeft aanspraak op levering vh gekochte goed + verkoper
heeft pl! om goed te leveren)
2) vrijheid (privilege) = vrijheid om iets te doen, zonder daartoe
verpl!
(bv. eigenaar ve fiets heeft vrijheid om te fietsen of niet)
3) macht/bvh (power) = geeft Rsubject de BVH om
aanspraken/vrijheden ih leven te roepen
(bv. macht om vermogen bij testament weg te schenken
4) immuniteit (immunity) = beschermt tegen macht van anderen
om aanspraak/vrijheid te wijzigen
Hobbes (p16) ● OR : de normatieve ordening vd SL als doel vh R
‘homo homini lupus’ in boek Leviathan = eigenbelang
DAAROM : natuurwetten (lex naturalis) geformuleerd = algemene
regels ontwikkeld door de rede en die het natuurlijke R op
zelfbehoud beperken
MAAR : eigen irrationeel gedrag is onvermijdelijk ⇒ DUS : creatie ve
politieke orde = één machthebber/soev. die soevereiniteit ontvangt
obv sociaal contract
Locke (p17) ● OR : de normatieve ordening vd SL als doel vh R
soc. contract tss vrije en gelijke individuen
boek ‘Two treatises of government' : mensen kunnen SL zonder dat
een staat nodig is
→ bij conflicten : om dit te vermijden w. er soc. contract met
derde/staat gesloten om onenigheid te beslechten
→ twee gescheiden machten
1) natuurR definiëren (= WM)
2) rechten afdwingen en geschillen erover beslechten (= UM)
geen absolute macht voor staat ⇒ bij miskenning vh vertrouwen /
schending vh sociaal contract = ontbinding vd zittende macht
Rousseau (p18) ● OR : de normatieve ordening vd SL als doel vh R
sociaal contract waarbij indiv. hun indiv. wil inruilen voor de
algemene wil (la volonté générale) die de uitdrukking is vh geheel
van mensen ⇒ volk behoudt zijn macht en regering moet die
volkswil uitvoeren
Peeraer (p21) ● de rechtsstaat in enge zin : het wetspositivisme
wetspositivist die volgende uitgangspunten hanteert:
1) wil vd wetgever = enige bron van R
2) enkel regels die door staats volgens geijkte procedures w.
uitgevaardigd
3) de beoefening vh R is een waardenvrije discipline
4) er is geen noodzakelijke band tss R (‘wat feitelijk is’) en
moraal (‘wat zou moeten zijn’)
, Celsus (p26) ● recht en rechtvaardigheid
Romeinse rechtsgeleerde : ‘ius est ars aequi et boni’ = R is de kunst
vh goede en het billijke
Van Aquino (p26) ● recht en rechtvaardigheid
‘ius id quod justum est’ : enkel wat Rvaardig is, kan R zijn
Kelsen (p26) ● recht en rechtvaardigheid
Rpositivist
→ antwoord of R rechtvaardig is
rechtmatigheid bestaat wnr een RR in alle gevallen waarop die regel
van toepassing is ook effectief w. toegepast
→ RVH w. beoordeeld adhv criterium of handeling in
overeenstemming is met wettelijke norm, los vd beoordeling adhv
morele/ethische maatstaven
Aristoteles (p27) ● recht en rechtvaardigheid
vat RVH op als antwoord op een verdelingsproblematiek van
schaarse goederen id SL : maakt oscheid tss verdelende RVH en
vereffende RVH
⇒ verdelende/distributieve RVH : bij verdeling geldt gelijkheid =
gelijken gelijk behandelen en ongelijken ongelijk (+ voor ongelijke
behandeling moet een Rvaardiging bestaan)
- obv gelijkheid, obv behoefte, obv verdienste, obv billijkheid,
obv marktwaarde
⇒ vereffende RVH/ruilRVH : ad orde tss 2 p
Peeraer (p28) ● rechtvaardigheids- en grondslagentheorieën
RVH- en grondslagentheorieën : invulling van wat RV is, is sterk
geëvolueerd en vormt het voorwerp van RVHtheorieën → Peeraer
deelt deze in 2 groepen, naargelang hun oriëntatie
1) gedragsgeoriënteerde theorieën : obv morele principes die
bepalen welke besl. iemand m! nemen/hoe iemand m!
handelen
2) regelgeoriënteerde theorieën : vertrekken van vraag waarom
een regel rechtvaardig is en m! w. nageleefd
→ formeel regelgeoriënteerd : herkomst/bron vd regels
bepalen wnr regel rechtvaardig is
→ materieel regelengeoriënteerd : inhoudelijke RVgrond
Plato (p30) ● materieel regelgeo. T : het natuurrecht : id oudheid
idee van ideale werkelijkheid = is transcendent en onveranderlijk en
alleen toegankelijk voor de rede
Van Aquino (p30) ● materieel regelgeo. T : het natuurrecht : id middeleeuwen
onderscheid 3 soorten recht
1) goddelijke eeuwige recht (lex aeterna) : komt overeen met de
rationele ordening vd kosmos volgens de eeuwige goddelijke
rede
2) natuurrecht (lex naturalis) : uitdrukking vd deelname vd
menselijke rede ah eeuwige R : mens kan dit zelf niet
volledig vatten ⇒ het bevat algemene morele principes die
o1stemmen met menselijke natuur
3) menselijke wet (les humana) : positieve R dat id SL door een
autoriteit is uitgevaardigd
Grotius (p32) ● het verlichte natuurrecht : id moderne tijd
natuurR is een gebod vd ware vrede, dat zelfs zonder god bestaat
● DEEL 1
Van Gerven (p5) definieert SR als “een door het OR aan een individu - Rsubject
genoemd - erkende of toegekende heerschappij strekkende tot de
bevrediging van menselijke behoeften”
Hohfeld (p6) ● Subjectieve rechten
Amerikaanse Rfilo : maakt onder de SR een oscheid tss type van
relaties tss personen
1) Aanspraak (claim) = tegenover een R staat een pl! (+
inbreuken vd pl! leidt tot ASH)
(bv. koper heeft aanspraak op levering vh gekochte goed + verkoper
heeft pl! om goed te leveren)
2) vrijheid (privilege) = vrijheid om iets te doen, zonder daartoe
verpl!
(bv. eigenaar ve fiets heeft vrijheid om te fietsen of niet)
3) macht/bvh (power) = geeft Rsubject de BVH om
aanspraken/vrijheden ih leven te roepen
(bv. macht om vermogen bij testament weg te schenken
4) immuniteit (immunity) = beschermt tegen macht van anderen
om aanspraak/vrijheid te wijzigen
Hobbes (p16) ● OR : de normatieve ordening vd SL als doel vh R
‘homo homini lupus’ in boek Leviathan = eigenbelang
DAAROM : natuurwetten (lex naturalis) geformuleerd = algemene
regels ontwikkeld door de rede en die het natuurlijke R op
zelfbehoud beperken
MAAR : eigen irrationeel gedrag is onvermijdelijk ⇒ DUS : creatie ve
politieke orde = één machthebber/soev. die soevereiniteit ontvangt
obv sociaal contract
Locke (p17) ● OR : de normatieve ordening vd SL als doel vh R
soc. contract tss vrije en gelijke individuen
boek ‘Two treatises of government' : mensen kunnen SL zonder dat
een staat nodig is
→ bij conflicten : om dit te vermijden w. er soc. contract met
derde/staat gesloten om onenigheid te beslechten
→ twee gescheiden machten
1) natuurR definiëren (= WM)
2) rechten afdwingen en geschillen erover beslechten (= UM)
geen absolute macht voor staat ⇒ bij miskenning vh vertrouwen /
schending vh sociaal contract = ontbinding vd zittende macht
Rousseau (p18) ● OR : de normatieve ordening vd SL als doel vh R
sociaal contract waarbij indiv. hun indiv. wil inruilen voor de
algemene wil (la volonté générale) die de uitdrukking is vh geheel
van mensen ⇒ volk behoudt zijn macht en regering moet die
volkswil uitvoeren
Peeraer (p21) ● de rechtsstaat in enge zin : het wetspositivisme
wetspositivist die volgende uitgangspunten hanteert:
1) wil vd wetgever = enige bron van R
2) enkel regels die door staats volgens geijkte procedures w.
uitgevaardigd
3) de beoefening vh R is een waardenvrije discipline
4) er is geen noodzakelijke band tss R (‘wat feitelijk is’) en
moraal (‘wat zou moeten zijn’)
, Celsus (p26) ● recht en rechtvaardigheid
Romeinse rechtsgeleerde : ‘ius est ars aequi et boni’ = R is de kunst
vh goede en het billijke
Van Aquino (p26) ● recht en rechtvaardigheid
‘ius id quod justum est’ : enkel wat Rvaardig is, kan R zijn
Kelsen (p26) ● recht en rechtvaardigheid
Rpositivist
→ antwoord of R rechtvaardig is
rechtmatigheid bestaat wnr een RR in alle gevallen waarop die regel
van toepassing is ook effectief w. toegepast
→ RVH w. beoordeeld adhv criterium of handeling in
overeenstemming is met wettelijke norm, los vd beoordeling adhv
morele/ethische maatstaven
Aristoteles (p27) ● recht en rechtvaardigheid
vat RVH op als antwoord op een verdelingsproblematiek van
schaarse goederen id SL : maakt oscheid tss verdelende RVH en
vereffende RVH
⇒ verdelende/distributieve RVH : bij verdeling geldt gelijkheid =
gelijken gelijk behandelen en ongelijken ongelijk (+ voor ongelijke
behandeling moet een Rvaardiging bestaan)
- obv gelijkheid, obv behoefte, obv verdienste, obv billijkheid,
obv marktwaarde
⇒ vereffende RVH/ruilRVH : ad orde tss 2 p
Peeraer (p28) ● rechtvaardigheids- en grondslagentheorieën
RVH- en grondslagentheorieën : invulling van wat RV is, is sterk
geëvolueerd en vormt het voorwerp van RVHtheorieën → Peeraer
deelt deze in 2 groepen, naargelang hun oriëntatie
1) gedragsgeoriënteerde theorieën : obv morele principes die
bepalen welke besl. iemand m! nemen/hoe iemand m!
handelen
2) regelgeoriënteerde theorieën : vertrekken van vraag waarom
een regel rechtvaardig is en m! w. nageleefd
→ formeel regelgeoriënteerd : herkomst/bron vd regels
bepalen wnr regel rechtvaardig is
→ materieel regelengeoriënteerd : inhoudelijke RVgrond
Plato (p30) ● materieel regelgeo. T : het natuurrecht : id oudheid
idee van ideale werkelijkheid = is transcendent en onveranderlijk en
alleen toegankelijk voor de rede
Van Aquino (p30) ● materieel regelgeo. T : het natuurrecht : id middeleeuwen
onderscheid 3 soorten recht
1) goddelijke eeuwige recht (lex aeterna) : komt overeen met de
rationele ordening vd kosmos volgens de eeuwige goddelijke
rede
2) natuurrecht (lex naturalis) : uitdrukking vd deelname vd
menselijke rede ah eeuwige R : mens kan dit zelf niet
volledig vatten ⇒ het bevat algemene morele principes die
o1stemmen met menselijke natuur
3) menselijke wet (les humana) : positieve R dat id SL door een
autoriteit is uitgevaardigd
Grotius (p32) ● het verlichte natuurrecht : id moderne tijd
natuurR is een gebod vd ware vrede, dat zelfs zonder god bestaat