tijdslijn filosofie
(6e v.Chr.)
de voorsocratische filosofie
- natuurfilosofen (alles is te herleiden tot één arché)
Thales Van Milete, Anaximander, Anaximenes
- de verborgen orde (achter alle fenomenen zit een verborgen orde)
Pythagoras, Parmenides, Herakleitos
- de pluralisten (alles is te herleiden tot meerdere beginsels)
Empedocles, Anaxagoras, Democritos
(5e E v.Chr.)
socrates & de sofisten (aandacht w verlegd naar de mens zelf)
- de sofisten (relativistisch & antropocentrische ingesteldheid)
- Socrates (universalistisch & de ‘deamon’ in ons blijft zoeken naar die ene waarheid)
(4e E v.Chr.)
De grot van Plato
- Plato (duaal wereldbeeld waarbij zintuiglijke wereld een afspiegeling is van de
Vormenwereld)
(mensbeeld = ook dualistisch + ziel bestaat uit 3 delen)
(4e - 3e E v.Chr.)
De teleologie van Aristoteles
- Atistoteles (entelechie = alles streeft ernaar zijn doel te bereiken, doel v. mens = eudaimonia)
(hilomorfisme = vorm bevindt zich in de dingen zelf ≠ wat zijn leermeester Plato stelt!)
(mensbeeld orde der dingen + deugden)
(3e - 2e E v.Chr.)
de tuin van Epicurus
- Hellenistische en Romeinse periode
de cynici (zochten naar de essentie, hielden MY een spiegel voor) Diogenes
de sceptici (twijfel is nodig id filosofie, niet zomaar overnemen) Pyrrho van Elis
epicuristen en stoïcijnen
het neo-platonisme (het ultieme gaat via verschillende niveau’s over op materie)
- Epicurus (zocht naar het essentiële om gelukkig te zijn. Hédone(genot) = het hoogste goed)
(3e E v.Chr.)
De stoïcijnen en het Lot (alles is door het lot bepaald = determinisme)
- Zeno van Citium (stichter)
- metafysica (pantheïstische visie op kosmos: leeft en is bezield door goddelijke logos)
- onze verlangens botsen op de muur vd werkelijkheid. dit tegengaan = levensdoel = harmonie
vinden door streven naar apatheia (gevoelsmatige onverschilligheid) bv. Seneca
(5e E)
middeleeuwse filosofie als ‘dienstmaagd’ van de religie (stond in dienst vh geloof)
goddelijke ≠ kosmos (zoals bij de klassieke denkers) maar is persoon geworden.
- patristiek: tijd vd kerkvaders bv. Augustinus (opkomst van zelfreflectie)
- scholastiek: ontw zich aan scholen en universiteiten bv. Thomas van Aquino
(verzoening tussen geloof en rede)
, (15e E)
De renaissance = wedergeboorte van de antieke oudheid
- Copernicus (heliocentrisme: zon is het centrum! = zware slag aan het gezag van de bijbel!)
- humanisme (= mens centraal in het nier en nu, ≠ God centraal en het hiernamaals)
bv. Erasmus, Morus &
Michel de Montaigne (legt eigen ziel bloot dmv reflectie om te zoeken ‘wie we werkelijk zijn’)
(17e E)
De verlichting (eeuw van de rede)
- rationalisme (rede = bron van zekere kennis.+ kennis verwerven via wiskundige methode)
René Descartes (via methodische twijfel komen tot ‘cogito ergo sum’ en het bestaan van God)
Spinoza (drang om te filosoferen = gevoel van onbevredigd zijn + hoogste deugd = inzicht
krijgen, ‘God kennen’)
Leibniz
- empirisme (ervaring = bron van kennis + kennis verwerven via waarneming)
John Locke (tabula rasa) + liberale democratie)
David Hume (‘de vork van Hume’ + zijn vs. behoren)
Blaise Pascal (“redenen vh hart > redenen van het verstand”)
Berkeley
- brug tussen beide stromingen = Immanuel Kant (Wie is de mens? + er zijn 2 werelden: 1 =
wereld zoals we die ervaren, 1 = de werkelijke wereld)
(18e E - 20e E)
reactie op vervreemding gebeurt op 2 manieren:
- de Romantiek (kiest resoluut voor het subjectieve, het gevoel)
Jean-Jaques Rousseau (de mens is van nature goed, wordt vrij geboren maar overal is hij in ketenen)
William Blake (‘song of innocence en ‘song of experience’(uiting vd romantiek in kunst en literatuur))
Arthur Schopenhauer (zinloosheid vh leven: “ik heb voorspellingen –vd buitenwereld- en ik ben Wil –
verlangen pijn lust,… zijn de manifestaties van de Wil in ons lichaam-“ = zeer pessimistische visie!)
- het Duitse Idealisme (eenheid herstellen in de toekomst)
Hegel (dialectiek = veranderingen id wereld zijn ontwikkelingen vanuit ideeën. Dialectiek verloopt in
fasen: these − antithese − synthese)
… Hierbij kunnen we niet om het belang heen van van de evolutietheorie (Charles Darwin)
Comte (evolutietheorie: mensheid in 3 fasen: 1. religieuze, 2. metafysische, 3. positieve (wetensch.))
SINDS DE VERLICHTING ZIJN DE WETENSCHAPPELIJKE INZICHTEN DOMINANT GEBLEVEN, TOCH
ZIJN ER STEEDS KRITISCHE STROMINGEN GEKOMEN…
(19e E)
Dialectisch materialisme (voorloper vh communisme. Stelt gelijkheid en broederlijkheid centraal)
Karl Marx (zijn grootste politiek-filosofisch doel = De bevrijding van de onderdrukte klassen in het
kapitalisme, en daarmee de opheffing van de vervreemding die dit systeem in stand houdt)
later werd het Marxisme op zijn ideeën gebaseerd
Engels (beste vriend van Marx, schreef mee aan het communistisch manifest)
(20e E)
enkele andere MY-kritische analysen
- De Frankfürter Schule (ontw. kiritische theorie om het succes van Hitler te kunnen verklaren)
- convivialiteit (Ivan Illich) & ‘therapeugenese’ (Hans Achterhuis)
- (+ zie: lezing Paul Verhaeghe)
(6e v.Chr.)
de voorsocratische filosofie
- natuurfilosofen (alles is te herleiden tot één arché)
Thales Van Milete, Anaximander, Anaximenes
- de verborgen orde (achter alle fenomenen zit een verborgen orde)
Pythagoras, Parmenides, Herakleitos
- de pluralisten (alles is te herleiden tot meerdere beginsels)
Empedocles, Anaxagoras, Democritos
(5e E v.Chr.)
socrates & de sofisten (aandacht w verlegd naar de mens zelf)
- de sofisten (relativistisch & antropocentrische ingesteldheid)
- Socrates (universalistisch & de ‘deamon’ in ons blijft zoeken naar die ene waarheid)
(4e E v.Chr.)
De grot van Plato
- Plato (duaal wereldbeeld waarbij zintuiglijke wereld een afspiegeling is van de
Vormenwereld)
(mensbeeld = ook dualistisch + ziel bestaat uit 3 delen)
(4e - 3e E v.Chr.)
De teleologie van Aristoteles
- Atistoteles (entelechie = alles streeft ernaar zijn doel te bereiken, doel v. mens = eudaimonia)
(hilomorfisme = vorm bevindt zich in de dingen zelf ≠ wat zijn leermeester Plato stelt!)
(mensbeeld orde der dingen + deugden)
(3e - 2e E v.Chr.)
de tuin van Epicurus
- Hellenistische en Romeinse periode
de cynici (zochten naar de essentie, hielden MY een spiegel voor) Diogenes
de sceptici (twijfel is nodig id filosofie, niet zomaar overnemen) Pyrrho van Elis
epicuristen en stoïcijnen
het neo-platonisme (het ultieme gaat via verschillende niveau’s over op materie)
- Epicurus (zocht naar het essentiële om gelukkig te zijn. Hédone(genot) = het hoogste goed)
(3e E v.Chr.)
De stoïcijnen en het Lot (alles is door het lot bepaald = determinisme)
- Zeno van Citium (stichter)
- metafysica (pantheïstische visie op kosmos: leeft en is bezield door goddelijke logos)
- onze verlangens botsen op de muur vd werkelijkheid. dit tegengaan = levensdoel = harmonie
vinden door streven naar apatheia (gevoelsmatige onverschilligheid) bv. Seneca
(5e E)
middeleeuwse filosofie als ‘dienstmaagd’ van de religie (stond in dienst vh geloof)
goddelijke ≠ kosmos (zoals bij de klassieke denkers) maar is persoon geworden.
- patristiek: tijd vd kerkvaders bv. Augustinus (opkomst van zelfreflectie)
- scholastiek: ontw zich aan scholen en universiteiten bv. Thomas van Aquino
(verzoening tussen geloof en rede)
, (15e E)
De renaissance = wedergeboorte van de antieke oudheid
- Copernicus (heliocentrisme: zon is het centrum! = zware slag aan het gezag van de bijbel!)
- humanisme (= mens centraal in het nier en nu, ≠ God centraal en het hiernamaals)
bv. Erasmus, Morus &
Michel de Montaigne (legt eigen ziel bloot dmv reflectie om te zoeken ‘wie we werkelijk zijn’)
(17e E)
De verlichting (eeuw van de rede)
- rationalisme (rede = bron van zekere kennis.+ kennis verwerven via wiskundige methode)
René Descartes (via methodische twijfel komen tot ‘cogito ergo sum’ en het bestaan van God)
Spinoza (drang om te filosoferen = gevoel van onbevredigd zijn + hoogste deugd = inzicht
krijgen, ‘God kennen’)
Leibniz
- empirisme (ervaring = bron van kennis + kennis verwerven via waarneming)
John Locke (tabula rasa) + liberale democratie)
David Hume (‘de vork van Hume’ + zijn vs. behoren)
Blaise Pascal (“redenen vh hart > redenen van het verstand”)
Berkeley
- brug tussen beide stromingen = Immanuel Kant (Wie is de mens? + er zijn 2 werelden: 1 =
wereld zoals we die ervaren, 1 = de werkelijke wereld)
(18e E - 20e E)
reactie op vervreemding gebeurt op 2 manieren:
- de Romantiek (kiest resoluut voor het subjectieve, het gevoel)
Jean-Jaques Rousseau (de mens is van nature goed, wordt vrij geboren maar overal is hij in ketenen)
William Blake (‘song of innocence en ‘song of experience’(uiting vd romantiek in kunst en literatuur))
Arthur Schopenhauer (zinloosheid vh leven: “ik heb voorspellingen –vd buitenwereld- en ik ben Wil –
verlangen pijn lust,… zijn de manifestaties van de Wil in ons lichaam-“ = zeer pessimistische visie!)
- het Duitse Idealisme (eenheid herstellen in de toekomst)
Hegel (dialectiek = veranderingen id wereld zijn ontwikkelingen vanuit ideeën. Dialectiek verloopt in
fasen: these − antithese − synthese)
… Hierbij kunnen we niet om het belang heen van van de evolutietheorie (Charles Darwin)
Comte (evolutietheorie: mensheid in 3 fasen: 1. religieuze, 2. metafysische, 3. positieve (wetensch.))
SINDS DE VERLICHTING ZIJN DE WETENSCHAPPELIJKE INZICHTEN DOMINANT GEBLEVEN, TOCH
ZIJN ER STEEDS KRITISCHE STROMINGEN GEKOMEN…
(19e E)
Dialectisch materialisme (voorloper vh communisme. Stelt gelijkheid en broederlijkheid centraal)
Karl Marx (zijn grootste politiek-filosofisch doel = De bevrijding van de onderdrukte klassen in het
kapitalisme, en daarmee de opheffing van de vervreemding die dit systeem in stand houdt)
later werd het Marxisme op zijn ideeën gebaseerd
Engels (beste vriend van Marx, schreef mee aan het communistisch manifest)
(20e E)
enkele andere MY-kritische analysen
- De Frankfürter Schule (ontw. kiritische theorie om het succes van Hitler te kunnen verklaren)
- convivialiteit (Ivan Illich) & ‘therapeugenese’ (Hans Achterhuis)
- (+ zie: lezing Paul Verhaeghe)