Bacteriële ziekten Rund 1ste Master 2024-2025
Rund
Koudvuur en Boutvuur
Koudvuur (Gasgangreen)
Definitie en voorkomen:
Koudvuur is een ernstige infectie veroorzaakt door histotoxische Clostridia (o.a.
Clostridium septicum en Clostridium perfringens), vaak in een menginfectie. Deze
anaërobe bacteriën zijn Gram-positief en vormen sporen (subterminaal) die lang
kunnen overleven in de omgeving. De infectie treedt op bij diepe, bevuilde wonden
zoals steek- of navelwonden, vaak onder omstandigheden met een lage
zuurstoftoevoer (ze zijn anaëroob). Verkiezen warmte, vocht als een eiwitrijke
omgeving (vb. karkas, bevuilde wonde). In WO2 kwam dit veel voor.
Eerst vermeerderen de aërobe bacteriën (gaan de zuurstof
opgebruiken), daarna gaan de anaërobe bacteriën (groen)
groeien. De bolletjes stellen sporen voor, die vervolgens zullen
ontluiken en vermeerderen. Als zij gaan vermeerderen, dan
produceren ze exotoxines en weefselschade en gaan ze ook
gas produceren. Dit is één van de typische symptomen bij
koudvuur. De exotoxines gaan er eigenlijk voor zorgen dat de
permeabiliteit van de bloedvaten toeneemt, waardoor je
veralgemeend oedeem krijgt. Ze zorgen ook voor necrose van
cellen. Dit proces kan binnen de 1-2 dagen.
Pathogenese:
• Kiem-gastheer interactie: Clostridia produceren exotoxines die de doorlaatbaarheid van bloedvaten verhogen,
gastheercellen beschadigen, en gasvorming veroorzaken. Komen zowel in omgeving als in dier voor
(darmmicrobiota).
• Systemische effecten: De toxines veroorzaken necrose, oedeem
en uiteindelijk septische shock, wat snel fataal kan zijn.
Symptomen:
1. Lokaal:
o Beginfase: pijn, warmte, zwelling en cyanose rondom de
wond.
o Gevorderd stadium: zwartgekleurd, koud, pijnloos
weefsel met krepitatie door gasvorming.
2. Systemisch:
o Shockverschijnselen (snelle hartslag, lage bloeddruk).
o Hoge sterfte binnen korte tijd zonder snelle interventie.
Diagnose:
• Klinische symptomen: Lokale necrose, gasvorming en krepitatie.
• Microbiologische bevestiging: Anaërobe cultuur (cytologie) van wondmateriaal om de betrokken Clostridium-
soorten te identificeren.
1
,Bacteriële ziekten Rund 1ste Master 2024-2025
Therapie:
• Medicamenteus: Intramusculaire of intraveneuze toediening van penicilline (beta-lactam-antibioticum).
• Symptomatisch: Anti-shocktherapie en chirurgische wondverzorging (debridement).
• Prognose: Afhankelijk van vroege diagnose en behandeling, vaak gereserveerd bij uitgebreide necrose.
Preventie:
• Wondverzorging met antiseptica en tijdig gebruik van antibiotica bij risicowonden.
• Vaccinatieprogramma's bij dieren in risicogebieden.
Boutvuur (Clostridium chauvoei)
Definitie en voorkomen:
Boutvuur (vorm van gasgangreen), ook bekend als "blackleg," (komt voor op zware spieren achterhand) is een acute,
vaak fatale infectie veroorzaakt door Clostridium chauvoei. Het treft vooral jonge runderen (6 maanden tot 3 jaar)
zonder zichtbare wonden, waarbij de achterhand meestal betrokken is. Geen uitwendige verwondingen! Het is een
ziekte die in principe kan voorkomen bij alle zoogdieren. Momenteel komt de ziekte niet voor in België, maar wel in
andere Europese landen.
Pathogenese:
• Opname van sporen: Via de mond (via tandalveolen), gevolgd door hematogene verspreiding naar lever (door
wisselen van tanden) (komen in rust aanwezig: je ziet dus geen klinische symptomen tot er iets gebeurt vb.
uitgebreid spiertrauma) en spierweefsel.
• Activering: In spierweefsel met lage zuurstoftoevoer activeren de sporen en produceren exotoxines. Bij
beschadigde spieren dus. Je krijgt ter plekke gangreen.
o Toxines verhogen de vaatpermeabiliteit, vernietigen gastheercellen
en veroorzaken gasvorming.
Symptomen:
1. Lokaal: Zwelling en crepitatie in de aangetaste spieren, vaak in de
achterhand. Voelt droog aan, als spons, ruikt zoet, gasbelletjes
2. Algemeen: Hoge koorts, lethargie, snel verloop naar septische shock en
sterfte.
Diagnose:
• Symptomatologie: Kenmerkende lokale en systemische symptomen. Bij een lijkschouwing ziet het er relatief
typisch uit. De aangetaste spieren zijn donkerrood tot zwart verkleurt en het voelt wat droog en sponsig aan.
Daarnaast bevat het weefsel ook uitgebreide gasbelletjes en een zoetige geur geeft.
• Differentiële diagnose: Uitsluiten van andere aandoeningen zoals andere vormen van clostridiale infecties.
• Microbiologisch onderzoek: Isolatie van C. chauvoei via cultuur.
• Bij boutvuur: geen duidelijke intredepoort, aantasting van de spieren van de achterhand
• Bij gasgangreen: wel duidelijke intredepoort (wonde, navel), kan overal op het lichaam voorkomen. Om de
diagnose te bevestigen kan je de bacterie in cultuur brengen en eventueel ook met behulp van PCR.
Therapie: vaak te laat, je moet binnen 48 uur ingrijpen
• Antibiotica: Hoge doses penicilline, zowel lokaal als systemisch. (maar je kan eigenlijk niet veel doen)
• Symptomatisch: Ondersteunende therapie tegen shock, vaak met beperkte effectiviteit in gevorderde gevallen.
Lokaal goede wondbehandeling.
Preventie:
• Vaccinatie met een C. chauvoei-vaccin, aanbevolen voor jongvee in endemische gebieden.
• Goede hygiëne en wondverzorging om introductie van sporen te minimaliseren.
2
,Bacteriële ziekten Rund 1ste Master 2024-2025
Dermatomycose
Definitie en voorkomen
Een groot aantal bacteriën en schimmels kunnen bij runderen dermatitis veroorzaken. Een
diagnose van een bacteriële of mycotische dermatitis moet gebaseerd zijn op een combinatie
van de waargenomen symptomen en letsels, gecombineerd met het aantonen van een
infectieus proces. Dermatomycose is een schimmelinfectie van de huid veroorzaakt door
dermatofyten zoals Trichophyton verrucosum, Microsporum spp., en zeldzaam
Epidermophyton. Deze schimmels infecteren keratineus weefsel en zijn resistent door hun
sporen. Zijn zoönosen!!
Morfologie
Dermatofyten zijn schimmels die hyfen produceren. Hyfen zijn draadvormige, vertakte structuren die onderverdeeld zijn
door septa en de schimmels kunnen sporen vormen die enkel zichtbaar zijn mbv microscopie. Identificatie van de sporen
gebeurt door identificatie van de morfologie van de sporen: Arthrospores - Chlamydospores - Macroconidia – Microconid
De belangrijkste dermatofyt bij runderen is Trichophyton verrucosum. Die kan herkend worden op basis van de
microscopische eigenschappen zoals de sporen, maar daarnaast ook op basis van groei eigenschappen in bepaalde
milieus bij bepaalde incubatietemperaturen. Bij 37°C kan deze schimmel goed groeien en dus geïdentificeerd worden. T.
verrucosum is een zoöfiele dermatofyt, wat betekent dat de belangrijkste reservoir voor de schimmel het rund is. Het
gedraagt zich zoals zeer veel andere dermatofyten. Het is een obligaat symbiotische schimmel die leven op hun relatief
specifieke gastheer, hier rund, waar ze gaan groeien in gekeratiniseerde weefsels en ze gaan zeer veel sporen vormen die
resistent zijn in de omgeving. Als je een geval hebt van dermatomycose bij een rund, dan zal de omgeving ook zeer
besmet zijn en je zal deze moeten desinfecteren.
Pathogenese
• Kolonisatie van oppervlakkige gekeratiniseerde huidlagen: Dermatofyten gebruiken keratine als voedingsbron,
wat leidt tot ontsteking en schilfering. Ze kunnen zich ook dieper gaan uitbreiden naar de haarwortel toe en de
haarwortel vernietigen en zo in de diepe huidlaag zitten. Schimmel bevindt zich aan de rand.
• Immunologische reactie: Huidletsels ontstaan als gevolg van de gastheerreactie op de schimmel.
Symptomen
• Incubatie: 1-6 weken (relatief lang).
• Klinisch: Ronde, schilferige huidletsels ("ringworm") met mogelijk alopecia: katrienwiel.
• Herstel: Spontaan binnen 3 weken tot 9 maanden, afhankelijk van de gastheerimmuniteit.
• Veel runderen kunnen besmet worden. De incubatietijd kan relatief lang zijn en herstel
duurt meerdere maanden.
3
, Bacteriële ziekten Rund 1ste Master 2024-2025
Diagnose
• Klinisch onderzoek: Typische huidletsels. Combinatie van uitgebreide haaruitval (alopecie), korstvorming en
eventueel exudaat. Macroscopisch kan je het niet onderscheiden van een bacteriële dermatitis waarbij je
dezelfde symptomen zal zien. We zien mooie circulaire letsels. Het kan zeer lokaal optreden (vb. rond het oog),
maar kan zich ook heel sterk uitbreiden over het volledige oppervlakte van de huid.
• Laboratoriumdiagnostiek:
o Biopt (histologie)/cytologie (moet niet in labo): Aan de rand van het circulair letsel zal je een staal
nemen; haren uittrekken (niet afknippen!), eventueel kan je ook korsten verzamelen. De korsten kan je
droog opsturen (vb. in een envelop (2)). Hier kunnen ze microbiologisch onderzoek op uitvoeren.
Door rechtstreeks microscopisch onderzoek uit te voeren kan je zelf ook al een idee hebben over de
diagnose van het rund; of het te maken heeft met dermatomycose of niet. Je gaat dan de korsten of de
haren in een speciale vloeistof mengen waarbij de keratine verweekt wordt en waarbij je dan
rechtstreeks de sporen te zien krijgt. Maar is relatief weinig gevoelige methode. Je kan geen onderscheid
maken tussen de verschillende soorten dermatofyten. Stel je hebt een rund met uitgebreide letsels, dan
ga je naast cytologie, histologie, ook bacteriologie en mycologie laten uitvoeren. Op basis van de
macroscopische en microscopische eigenschappen van de cultuur kan je de diagnose geven en een
identificatie van de schimmel, vaak zal dat Trichophyton verrucosum zijn.
o Bacteriologie en mycologie: Cultuur van schimmels, resultaten binnen 2 weken.
- Staalname: niet te veel materiaal, in geschikt transportmedium, koelen, afgesloten letsel staal
name (diep onder korst). Voor schimmels evt lokaal decontamineren met ethanol om de
bacteriën zo veel mogelijk te onderdrukken. Aan de rand van het letsel voor schimmels.
Sporen rond een haarwortel. Al die
kleine bolletjes zijn arthrosporen van
een dermatofyt.
Therapie
Het is belangrijk te beseffen dat er een groot aantal resistente sporen in de omgeving terechtkomen en die ook de mens
kunnen infecteren. Dermatomycose is een frequent voorkomende zoönose en veroorzaakt relatief goedaardige letsels,
bij de mens ook zelflimiterend. Je gaat zowel de dieren als hun omgeving behandelen.
1. Behandeling van dieren:
o Lokale behandeling van letsels. Geen systemische antimycotica gegeven. Scheren, afborstelen met harde
borstel om de korsten te verwijderen, reinigen en topicaal behandelen met antimycoticum
o Behandeling van alle dieren. Zowel diegene met symptomen als de contact dieren
o Meerdere malen behandeling: (3-4 x behandelen met telkens 3-4 dagen ertussen) van éénzelfde dier
o Dieren buiten laten: Hoe meer je de dieren op de weide kan zetten, hoe sneller de heling zal verlopen.
2. Behandeling van omgeving: Schimmeldodende sprays of reinigingsmiddelen (javel: zeer actief tegen de sporen
van de dermatofyten bij hoge concentratie. Nadeel: is toxisch voor aquatisch milieu.) De alternatieven bestaan
uit rookkaarsen of enilconazole spray.
3. Vaccinatie: Er zijn verschillende commerciële vaccins, namelijk levend verzwakte vaccins (gebaseerd op
microconidiën). Deze vaccins kunnen heel wat bijwerkingen hebben: vooral lokaal, maar het voordeel is dat het
zowel therapeutisch als preventief gebruikt kan worden. Bij klinisch aangetaste dieren kan vaccinatie de heling
gaan versnellen en preventief kan vaccinatie ervoor zorgen dat er minder dieren klinische symptomen worden
waargenomen.
Zoönotische betekenis
Zoöfiele dermatofyten zoals T. verrucosum (vorming kerion) en M. canis kunnen mensen infecteren, vooral in nauwe
contactomgevingen zoals boerderijen.
4
Rund
Koudvuur en Boutvuur
Koudvuur (Gasgangreen)
Definitie en voorkomen:
Koudvuur is een ernstige infectie veroorzaakt door histotoxische Clostridia (o.a.
Clostridium septicum en Clostridium perfringens), vaak in een menginfectie. Deze
anaërobe bacteriën zijn Gram-positief en vormen sporen (subterminaal) die lang
kunnen overleven in de omgeving. De infectie treedt op bij diepe, bevuilde wonden
zoals steek- of navelwonden, vaak onder omstandigheden met een lage
zuurstoftoevoer (ze zijn anaëroob). Verkiezen warmte, vocht als een eiwitrijke
omgeving (vb. karkas, bevuilde wonde). In WO2 kwam dit veel voor.
Eerst vermeerderen de aërobe bacteriën (gaan de zuurstof
opgebruiken), daarna gaan de anaërobe bacteriën (groen)
groeien. De bolletjes stellen sporen voor, die vervolgens zullen
ontluiken en vermeerderen. Als zij gaan vermeerderen, dan
produceren ze exotoxines en weefselschade en gaan ze ook
gas produceren. Dit is één van de typische symptomen bij
koudvuur. De exotoxines gaan er eigenlijk voor zorgen dat de
permeabiliteit van de bloedvaten toeneemt, waardoor je
veralgemeend oedeem krijgt. Ze zorgen ook voor necrose van
cellen. Dit proces kan binnen de 1-2 dagen.
Pathogenese:
• Kiem-gastheer interactie: Clostridia produceren exotoxines die de doorlaatbaarheid van bloedvaten verhogen,
gastheercellen beschadigen, en gasvorming veroorzaken. Komen zowel in omgeving als in dier voor
(darmmicrobiota).
• Systemische effecten: De toxines veroorzaken necrose, oedeem
en uiteindelijk septische shock, wat snel fataal kan zijn.
Symptomen:
1. Lokaal:
o Beginfase: pijn, warmte, zwelling en cyanose rondom de
wond.
o Gevorderd stadium: zwartgekleurd, koud, pijnloos
weefsel met krepitatie door gasvorming.
2. Systemisch:
o Shockverschijnselen (snelle hartslag, lage bloeddruk).
o Hoge sterfte binnen korte tijd zonder snelle interventie.
Diagnose:
• Klinische symptomen: Lokale necrose, gasvorming en krepitatie.
• Microbiologische bevestiging: Anaërobe cultuur (cytologie) van wondmateriaal om de betrokken Clostridium-
soorten te identificeren.
1
,Bacteriële ziekten Rund 1ste Master 2024-2025
Therapie:
• Medicamenteus: Intramusculaire of intraveneuze toediening van penicilline (beta-lactam-antibioticum).
• Symptomatisch: Anti-shocktherapie en chirurgische wondverzorging (debridement).
• Prognose: Afhankelijk van vroege diagnose en behandeling, vaak gereserveerd bij uitgebreide necrose.
Preventie:
• Wondverzorging met antiseptica en tijdig gebruik van antibiotica bij risicowonden.
• Vaccinatieprogramma's bij dieren in risicogebieden.
Boutvuur (Clostridium chauvoei)
Definitie en voorkomen:
Boutvuur (vorm van gasgangreen), ook bekend als "blackleg," (komt voor op zware spieren achterhand) is een acute,
vaak fatale infectie veroorzaakt door Clostridium chauvoei. Het treft vooral jonge runderen (6 maanden tot 3 jaar)
zonder zichtbare wonden, waarbij de achterhand meestal betrokken is. Geen uitwendige verwondingen! Het is een
ziekte die in principe kan voorkomen bij alle zoogdieren. Momenteel komt de ziekte niet voor in België, maar wel in
andere Europese landen.
Pathogenese:
• Opname van sporen: Via de mond (via tandalveolen), gevolgd door hematogene verspreiding naar lever (door
wisselen van tanden) (komen in rust aanwezig: je ziet dus geen klinische symptomen tot er iets gebeurt vb.
uitgebreid spiertrauma) en spierweefsel.
• Activering: In spierweefsel met lage zuurstoftoevoer activeren de sporen en produceren exotoxines. Bij
beschadigde spieren dus. Je krijgt ter plekke gangreen.
o Toxines verhogen de vaatpermeabiliteit, vernietigen gastheercellen
en veroorzaken gasvorming.
Symptomen:
1. Lokaal: Zwelling en crepitatie in de aangetaste spieren, vaak in de
achterhand. Voelt droog aan, als spons, ruikt zoet, gasbelletjes
2. Algemeen: Hoge koorts, lethargie, snel verloop naar septische shock en
sterfte.
Diagnose:
• Symptomatologie: Kenmerkende lokale en systemische symptomen. Bij een lijkschouwing ziet het er relatief
typisch uit. De aangetaste spieren zijn donkerrood tot zwart verkleurt en het voelt wat droog en sponsig aan.
Daarnaast bevat het weefsel ook uitgebreide gasbelletjes en een zoetige geur geeft.
• Differentiële diagnose: Uitsluiten van andere aandoeningen zoals andere vormen van clostridiale infecties.
• Microbiologisch onderzoek: Isolatie van C. chauvoei via cultuur.
• Bij boutvuur: geen duidelijke intredepoort, aantasting van de spieren van de achterhand
• Bij gasgangreen: wel duidelijke intredepoort (wonde, navel), kan overal op het lichaam voorkomen. Om de
diagnose te bevestigen kan je de bacterie in cultuur brengen en eventueel ook met behulp van PCR.
Therapie: vaak te laat, je moet binnen 48 uur ingrijpen
• Antibiotica: Hoge doses penicilline, zowel lokaal als systemisch. (maar je kan eigenlijk niet veel doen)
• Symptomatisch: Ondersteunende therapie tegen shock, vaak met beperkte effectiviteit in gevorderde gevallen.
Lokaal goede wondbehandeling.
Preventie:
• Vaccinatie met een C. chauvoei-vaccin, aanbevolen voor jongvee in endemische gebieden.
• Goede hygiëne en wondverzorging om introductie van sporen te minimaliseren.
2
,Bacteriële ziekten Rund 1ste Master 2024-2025
Dermatomycose
Definitie en voorkomen
Een groot aantal bacteriën en schimmels kunnen bij runderen dermatitis veroorzaken. Een
diagnose van een bacteriële of mycotische dermatitis moet gebaseerd zijn op een combinatie
van de waargenomen symptomen en letsels, gecombineerd met het aantonen van een
infectieus proces. Dermatomycose is een schimmelinfectie van de huid veroorzaakt door
dermatofyten zoals Trichophyton verrucosum, Microsporum spp., en zeldzaam
Epidermophyton. Deze schimmels infecteren keratineus weefsel en zijn resistent door hun
sporen. Zijn zoönosen!!
Morfologie
Dermatofyten zijn schimmels die hyfen produceren. Hyfen zijn draadvormige, vertakte structuren die onderverdeeld zijn
door septa en de schimmels kunnen sporen vormen die enkel zichtbaar zijn mbv microscopie. Identificatie van de sporen
gebeurt door identificatie van de morfologie van de sporen: Arthrospores - Chlamydospores - Macroconidia – Microconid
De belangrijkste dermatofyt bij runderen is Trichophyton verrucosum. Die kan herkend worden op basis van de
microscopische eigenschappen zoals de sporen, maar daarnaast ook op basis van groei eigenschappen in bepaalde
milieus bij bepaalde incubatietemperaturen. Bij 37°C kan deze schimmel goed groeien en dus geïdentificeerd worden. T.
verrucosum is een zoöfiele dermatofyt, wat betekent dat de belangrijkste reservoir voor de schimmel het rund is. Het
gedraagt zich zoals zeer veel andere dermatofyten. Het is een obligaat symbiotische schimmel die leven op hun relatief
specifieke gastheer, hier rund, waar ze gaan groeien in gekeratiniseerde weefsels en ze gaan zeer veel sporen vormen die
resistent zijn in de omgeving. Als je een geval hebt van dermatomycose bij een rund, dan zal de omgeving ook zeer
besmet zijn en je zal deze moeten desinfecteren.
Pathogenese
• Kolonisatie van oppervlakkige gekeratiniseerde huidlagen: Dermatofyten gebruiken keratine als voedingsbron,
wat leidt tot ontsteking en schilfering. Ze kunnen zich ook dieper gaan uitbreiden naar de haarwortel toe en de
haarwortel vernietigen en zo in de diepe huidlaag zitten. Schimmel bevindt zich aan de rand.
• Immunologische reactie: Huidletsels ontstaan als gevolg van de gastheerreactie op de schimmel.
Symptomen
• Incubatie: 1-6 weken (relatief lang).
• Klinisch: Ronde, schilferige huidletsels ("ringworm") met mogelijk alopecia: katrienwiel.
• Herstel: Spontaan binnen 3 weken tot 9 maanden, afhankelijk van de gastheerimmuniteit.
• Veel runderen kunnen besmet worden. De incubatietijd kan relatief lang zijn en herstel
duurt meerdere maanden.
3
, Bacteriële ziekten Rund 1ste Master 2024-2025
Diagnose
• Klinisch onderzoek: Typische huidletsels. Combinatie van uitgebreide haaruitval (alopecie), korstvorming en
eventueel exudaat. Macroscopisch kan je het niet onderscheiden van een bacteriële dermatitis waarbij je
dezelfde symptomen zal zien. We zien mooie circulaire letsels. Het kan zeer lokaal optreden (vb. rond het oog),
maar kan zich ook heel sterk uitbreiden over het volledige oppervlakte van de huid.
• Laboratoriumdiagnostiek:
o Biopt (histologie)/cytologie (moet niet in labo): Aan de rand van het circulair letsel zal je een staal
nemen; haren uittrekken (niet afknippen!), eventueel kan je ook korsten verzamelen. De korsten kan je
droog opsturen (vb. in een envelop (2)). Hier kunnen ze microbiologisch onderzoek op uitvoeren.
Door rechtstreeks microscopisch onderzoek uit te voeren kan je zelf ook al een idee hebben over de
diagnose van het rund; of het te maken heeft met dermatomycose of niet. Je gaat dan de korsten of de
haren in een speciale vloeistof mengen waarbij de keratine verweekt wordt en waarbij je dan
rechtstreeks de sporen te zien krijgt. Maar is relatief weinig gevoelige methode. Je kan geen onderscheid
maken tussen de verschillende soorten dermatofyten. Stel je hebt een rund met uitgebreide letsels, dan
ga je naast cytologie, histologie, ook bacteriologie en mycologie laten uitvoeren. Op basis van de
macroscopische en microscopische eigenschappen van de cultuur kan je de diagnose geven en een
identificatie van de schimmel, vaak zal dat Trichophyton verrucosum zijn.
o Bacteriologie en mycologie: Cultuur van schimmels, resultaten binnen 2 weken.
- Staalname: niet te veel materiaal, in geschikt transportmedium, koelen, afgesloten letsel staal
name (diep onder korst). Voor schimmels evt lokaal decontamineren met ethanol om de
bacteriën zo veel mogelijk te onderdrukken. Aan de rand van het letsel voor schimmels.
Sporen rond een haarwortel. Al die
kleine bolletjes zijn arthrosporen van
een dermatofyt.
Therapie
Het is belangrijk te beseffen dat er een groot aantal resistente sporen in de omgeving terechtkomen en die ook de mens
kunnen infecteren. Dermatomycose is een frequent voorkomende zoönose en veroorzaakt relatief goedaardige letsels,
bij de mens ook zelflimiterend. Je gaat zowel de dieren als hun omgeving behandelen.
1. Behandeling van dieren:
o Lokale behandeling van letsels. Geen systemische antimycotica gegeven. Scheren, afborstelen met harde
borstel om de korsten te verwijderen, reinigen en topicaal behandelen met antimycoticum
o Behandeling van alle dieren. Zowel diegene met symptomen als de contact dieren
o Meerdere malen behandeling: (3-4 x behandelen met telkens 3-4 dagen ertussen) van éénzelfde dier
o Dieren buiten laten: Hoe meer je de dieren op de weide kan zetten, hoe sneller de heling zal verlopen.
2. Behandeling van omgeving: Schimmeldodende sprays of reinigingsmiddelen (javel: zeer actief tegen de sporen
van de dermatofyten bij hoge concentratie. Nadeel: is toxisch voor aquatisch milieu.) De alternatieven bestaan
uit rookkaarsen of enilconazole spray.
3. Vaccinatie: Er zijn verschillende commerciële vaccins, namelijk levend verzwakte vaccins (gebaseerd op
microconidiën). Deze vaccins kunnen heel wat bijwerkingen hebben: vooral lokaal, maar het voordeel is dat het
zowel therapeutisch als preventief gebruikt kan worden. Bij klinisch aangetaste dieren kan vaccinatie de heling
gaan versnellen en preventief kan vaccinatie ervoor zorgen dat er minder dieren klinische symptomen worden
waargenomen.
Zoönotische betekenis
Zoöfiele dermatofyten zoals T. verrucosum (vorming kerion) en M. canis kunnen mensen infecteren, vooral in nauwe
contactomgevingen zoals boerderijen.
4