Fysieke fixatie:
1. inleiding
- project EX-BELT → vermindering van gebruik gordel (zonder gebruik
psychofarmaca of andere middelen)
Woonzorgcentra 4-85% (overdag gordel → meer ‘s nachts: bedhekkens)
⇓
Ziekenhuis 8-68%
⇓
thuiszorg 7-24,7%
1.1 Definitie
- beperking van iemands bewegingsvrijheid
- verschil betrokkene akkoord of niet
- Vrijheidsbeperkende maatregelen
= Alle maatregelen die beperking → keuzevrijheid & bewegingsvrijheid v/d
ZV
- Fysieke fixatie
= vorm van vrijheidsbeperking, valt onder immobiliserende maatregelen → ZV
beperkt in bewegingsmogelijkheden
- Vraag stellen is iets vrijheidsbeperkend of niet?
1. Beperkt het de bewegingsvrijheid of verhindert het de normale
toegang tot het eigen lichaam?
2. is het moeilijk door de ZV te verwijderen
→ 2 keer ja= fysieke fixatie
→ chemische fixatie ≠ fysieke fixatie
1.2 Gebruikte middelen bij fysieke fixatie
- bilaterale bedhekken → ingezet als val preventie
→ volgens onderzoek: geen reductie valincidenten of verwondingen
- Bij gebruik FM : indicatie & minst ingrijpende maatregel kiezen:
1- punt F: Zv wordt op 1 plaats vrijheid beperkt (polsbandje)
→ gevaar verwijderen medisch materiaal (infuus bij hemiplegie)
2- punt F : 2 polsbandjes
→ gevaar verwijderen medisch materiaal ( invasief beademde ZV)
3- punt F: 1 pols & 1 voet tegenovergestelde
→ lendengordel: 3 puntsfixatie toegepast
4- punt F: 1 pols & 2 voet
5- punt F 2 pols & 2 voet
- verpleegdeken → vaker
1
, 1.3 Redenen tot gebruik van vrijheidsbeperkende middelen
→ meestal preventie valincidenten
→ risico FF wordt bepaald door combinatie geheel van factoren
1. Persoonsgebonden
- beperkte mobiliteit, verhoogd valrisico
- verminderd cognitief functioneren
- hoge lichamelijke afhankelijkheid & gedragsproblemen ( kan door
medicatie, agressie, dwalen)
= Bl risicofactoren voor FF
2. Context gebonden
- vraag van familie
- afwezigheid van mantelzorger in thuiszorg (gebrek aan toezicht → pat
opgesloten)
- behandeling mogelijk te maken;
- voorkomen dat therapie onderbroken wordt
- veiligheid stellen van intraveneuze & centrale lijnen
- Zuurstoftherapie garanderen
- endotracheale tubes beveiligen
- allerlei katheters beveiligen
- wonden beveiligen
- verbanden beveiligen
- hechtingen beveiligen
3. Zorgverleners en hun organisatie
- Afwezigheid van continue professionele hulp
→ bv thuis in zetel vastzetten
- Attitude/kennis v/d ZV
→ misvatting v/d ZG:
- afdoend middel bij een verhoogt valrisico bij ZV
- morele verplichting om personen tegens schade beschermen
- gebrek kennis over negatieve gevolgen/alternatieven FF
- routinegedrag → overnemen gewoonten als ZV uit het ziekhuis
gaat
- vrees gerechtelijke vervolging
- negatieve en/of paternalistische houding tegen ZV
- eigenschappen/cultuur v/d organisaties
→ afwezigheid van;
- duidelijk beleid omtrent gebruik FF
- Multidisciplinaire betrokkenheid bij besluitvorming
- Proactief communicatiebeleid
- zorg cultuur waarin patiëntgerichte zorg centraal staat
2
, → in persoonskenmerken; beperkte cognitieve
capaciteiten, ernstige mobiliteitsproblemen en lage ADL scores bl
risicofactoren voor FF
+ combi met valpreventie, Onrustig gedrag en verbale agitatie
= zijn gevolg en oorzaak van fixatie
→ Leidt tot vicieuze cirkel
1.4 Gevolgen en impact van het gebruik van fysieke fixatie
1. Negatieve gevolgen voor de gefixeerde persoon
● Lichamelijke gevolgen ;
- Kneuzingen, hematomen
- Huidletsels, decubitus
- Pneumonie en ademhalingsproblemen
- Urine incontinentie en constipatie
- Verminderde spierkracht, spiermassa en uithoudingsvermogen
- Verhoogd risico op breuken en andere ernstige lichamelijke
verwondingen
- Gewijzigd voedingspatroon
- Urineweginfecties
- Hartproblemen
- risico op overlijden door wurging of verstikking
→ Honderden sterfgevallen door fysieke fixatie
→ naast FF ook psychotrope medicatie
● Psychosociaal welzijn
→ traumatische ervaring
- schaamte vernedering
- verlies zelfrespect
- waardigheid; angst & discomfort
- gevoelens van verschilligheid
→ kan leiden tot depressie en agressie
2. Impact van FF op familie/mantelzorger
- negatieve gevoelens
- controle van de situatie hebben (‘ik wil niet dat hij valt’)
- ontkenning (ik zie de fixatie niet, is oke voor mij)
- kwaadheid & ontluistering ( hij lijkt door FF niet geschikt voor
geestelijke vermogens)
- Ook emotionele spanning → oncomfortabel, schuldig, hopeloos
→ hebben geen begrip voor FF als niet betrokken in
beslissingsproces
3. Impact FF op zorgverlener
- beslissing niet 1 malig = continu proces
- neg gevoelens VPK; schuld, ongemak,frustratie
3
1. inleiding
- project EX-BELT → vermindering van gebruik gordel (zonder gebruik
psychofarmaca of andere middelen)
Woonzorgcentra 4-85% (overdag gordel → meer ‘s nachts: bedhekkens)
⇓
Ziekenhuis 8-68%
⇓
thuiszorg 7-24,7%
1.1 Definitie
- beperking van iemands bewegingsvrijheid
- verschil betrokkene akkoord of niet
- Vrijheidsbeperkende maatregelen
= Alle maatregelen die beperking → keuzevrijheid & bewegingsvrijheid v/d
ZV
- Fysieke fixatie
= vorm van vrijheidsbeperking, valt onder immobiliserende maatregelen → ZV
beperkt in bewegingsmogelijkheden
- Vraag stellen is iets vrijheidsbeperkend of niet?
1. Beperkt het de bewegingsvrijheid of verhindert het de normale
toegang tot het eigen lichaam?
2. is het moeilijk door de ZV te verwijderen
→ 2 keer ja= fysieke fixatie
→ chemische fixatie ≠ fysieke fixatie
1.2 Gebruikte middelen bij fysieke fixatie
- bilaterale bedhekken → ingezet als val preventie
→ volgens onderzoek: geen reductie valincidenten of verwondingen
- Bij gebruik FM : indicatie & minst ingrijpende maatregel kiezen:
1- punt F: Zv wordt op 1 plaats vrijheid beperkt (polsbandje)
→ gevaar verwijderen medisch materiaal (infuus bij hemiplegie)
2- punt F : 2 polsbandjes
→ gevaar verwijderen medisch materiaal ( invasief beademde ZV)
3- punt F: 1 pols & 1 voet tegenovergestelde
→ lendengordel: 3 puntsfixatie toegepast
4- punt F: 1 pols & 2 voet
5- punt F 2 pols & 2 voet
- verpleegdeken → vaker
1
, 1.3 Redenen tot gebruik van vrijheidsbeperkende middelen
→ meestal preventie valincidenten
→ risico FF wordt bepaald door combinatie geheel van factoren
1. Persoonsgebonden
- beperkte mobiliteit, verhoogd valrisico
- verminderd cognitief functioneren
- hoge lichamelijke afhankelijkheid & gedragsproblemen ( kan door
medicatie, agressie, dwalen)
= Bl risicofactoren voor FF
2. Context gebonden
- vraag van familie
- afwezigheid van mantelzorger in thuiszorg (gebrek aan toezicht → pat
opgesloten)
- behandeling mogelijk te maken;
- voorkomen dat therapie onderbroken wordt
- veiligheid stellen van intraveneuze & centrale lijnen
- Zuurstoftherapie garanderen
- endotracheale tubes beveiligen
- allerlei katheters beveiligen
- wonden beveiligen
- verbanden beveiligen
- hechtingen beveiligen
3. Zorgverleners en hun organisatie
- Afwezigheid van continue professionele hulp
→ bv thuis in zetel vastzetten
- Attitude/kennis v/d ZV
→ misvatting v/d ZG:
- afdoend middel bij een verhoogt valrisico bij ZV
- morele verplichting om personen tegens schade beschermen
- gebrek kennis over negatieve gevolgen/alternatieven FF
- routinegedrag → overnemen gewoonten als ZV uit het ziekhuis
gaat
- vrees gerechtelijke vervolging
- negatieve en/of paternalistische houding tegen ZV
- eigenschappen/cultuur v/d organisaties
→ afwezigheid van;
- duidelijk beleid omtrent gebruik FF
- Multidisciplinaire betrokkenheid bij besluitvorming
- Proactief communicatiebeleid
- zorg cultuur waarin patiëntgerichte zorg centraal staat
2
, → in persoonskenmerken; beperkte cognitieve
capaciteiten, ernstige mobiliteitsproblemen en lage ADL scores bl
risicofactoren voor FF
+ combi met valpreventie, Onrustig gedrag en verbale agitatie
= zijn gevolg en oorzaak van fixatie
→ Leidt tot vicieuze cirkel
1.4 Gevolgen en impact van het gebruik van fysieke fixatie
1. Negatieve gevolgen voor de gefixeerde persoon
● Lichamelijke gevolgen ;
- Kneuzingen, hematomen
- Huidletsels, decubitus
- Pneumonie en ademhalingsproblemen
- Urine incontinentie en constipatie
- Verminderde spierkracht, spiermassa en uithoudingsvermogen
- Verhoogd risico op breuken en andere ernstige lichamelijke
verwondingen
- Gewijzigd voedingspatroon
- Urineweginfecties
- Hartproblemen
- risico op overlijden door wurging of verstikking
→ Honderden sterfgevallen door fysieke fixatie
→ naast FF ook psychotrope medicatie
● Psychosociaal welzijn
→ traumatische ervaring
- schaamte vernedering
- verlies zelfrespect
- waardigheid; angst & discomfort
- gevoelens van verschilligheid
→ kan leiden tot depressie en agressie
2. Impact van FF op familie/mantelzorger
- negatieve gevoelens
- controle van de situatie hebben (‘ik wil niet dat hij valt’)
- ontkenning (ik zie de fixatie niet, is oke voor mij)
- kwaadheid & ontluistering ( hij lijkt door FF niet geschikt voor
geestelijke vermogens)
- Ook emotionele spanning → oncomfortabel, schuldig, hopeloos
→ hebben geen begrip voor FF als niet betrokken in
beslissingsproces
3. Impact FF op zorgverlener
- beslissing niet 1 malig = continu proces
- neg gevoelens VPK; schuld, ongemak,frustratie
3