- Onderzoek
Er zijn verschillende dimensies op basis waarvan onderzoek naar mensen kan worden
onderscheiden.
1) De eerste heeft betrekking op de aard van de verzamelde data: die kunnen kwalitatief
of kwantitatief zijn.
2) Op de tweede dimensie bevinden zich vier onderzoeksdesigns: observationeel
onderzoek (observatie van bepaald gedrag); experimenteel onderzoek (waarbij een of
meer variabele(n) word(t)(en) gemanipuleerd); longitudinaal onderzoek (met
meerdere meetmomenten in de tijd); en cross-sectioneel onderzoek (met maar één
meetmoment in de tijd).
Onderzoek bij mensen vereist bijna altijd data-verzameling in een longitudinale en
experimentele studie-opzet.
Cross-sectioneel onderzoek is onmisbaar bij psychologisch onderzoek. Enerzijds verschaft
cross-sectioneel onderzoek het fundament voor andere studies via ontwikkeling,
optimalisatie en verificatie van de gebruikte meetinstrumenten. Anderzijds is cross-
sectioneel onderzoek een efficiënte methode om in toegepast onderzoek de aanwezigheid
en sterkte van theoretisch veronderstelde relaties in kaart te brengen. Cross-sectioneel
onderzoek kan dus zowel fundamenteel als toegepast zijn. Dit is afhankelijk van de
onderzoeksvraag die men beoogt te beantwoorden. De belangrijkste analyse in cross-
sectioneel onderzoek is de correlatieanalyse, die we in deze cursus gaan uitbreiden met de
regressieanalyse, maar ook een aantal andere methoden komen aan bod.
- Cross sectioneel onderzoek
1. Cross-sectioneel onderzoek is een kwantitatieve methode. Bij een kwantitatieve
methode worden de meetresultaten uitgedrukt in getallen.
2. Cross sectioneel onderzoek wordt vaak gedaan als de ontwikkeling over tijd en
causale verbanden voor een onderzoeksvraag niet relevant zijn.
, 3. Cross sectioneel onderzoek richt zich op het ontwikkelen en onderzoeken van goed
instrumentarium.
4. Cross sectioneel onderzoek wordt vaak ingezet bij toegepast onderzoek, waarbij op
basis van theorie aannames wordt gedaan. Cross sectioneel onderzoek wordt
aangewezen als temperole of causale relaties niet zelf worden onderzocht, maar
worden aangenomen als vooronderstelling.
5. Bij cross sectioneel onderzoek is er maar één meetmoment in de tijd.
6. Omdat er niets wordt gemanipuleerd (zoals in een experiment), is er maar één groep
deelnemers nodig.
7. Omdat deelnemers niet hoeven te worden gevolgd gedurende de tijd hoeven er ook
geen persoonsgegevens te worden verzameld en worden deelnemers minder belast.
8. Dat maakt cross-sectioneel onderzoek een relatief eenvoudige en efficiënte manier
om verbanden tussen variabelen te onderzoeken.
9. De analysemethode in de kern van cross-sectioneel onderzoek is de correlatieanalyse,
in deze cursus wordt deze analyse uitgebreid naar de multipele regressieanalyse
(regressieanalyse met meerdere voorspellers).
- Experimenteel onderzoek: Causaliteit
Er zijn drie voorwaarden waar causaliteit (oorzaak-gevolg relatie) aan dient te voldoen:
1. Oorzaak gaat in de tijd vooraf aan het gevolg; eerst oorzaak, dan gevolg
2. Oorzaak en gevolg hangen met elkaar samen
3. De samenhang van oorzaak en gevolg kunnen niet door iets anders verklaard worden
Het is van belang om te onthouden dat:
1) Wanneer er sprake is van correlatie, er niet per definitie ook sprake hoeft te zijn van
causaliteit Correlatie impliceert geen causaliteit
2) Wanneer er sprake is van een zuiver experiment, kun je uitspraken doen over
causaliteit. In een zuiver experiment is er sprake van een experimentele- en controle
conditie, waar deelnemers random aan toegewezen worden. De onafhankelijke
variabele wordt gemanipuleerd, de afhankelijke variabele is het resultaat van de
onafhankelijke variabele icm. de manipulatie. Door te randomiseren, hou je de
achtergrondkenmerken zoveel mogelijk gelijk over de condities.
3) Het kan zijn dat het niet mogelijk is om een experiment uit te voeren, bijvoorbeeld
door het ontbreken van de tijd en middelen om een gedegen experiment uit te
voeren die causaliteit kan aantonen, bijv. bij studenten.
- Longitudinaal onderzoeksdesign
1. Als processen worden onderzocht die zich ontplooien over de tijd zijn er echter
meerdere meetmomenten nodig om die processen te kunnen bestuderen.
, - Wetenschap
Ontologie
Vraagt: Wat bestaat er eigenlijk echt? Gaat over wat de werkelijkheid is.
Ontologisch idealisme
Alles wat je denkt te zien of meemaken, zit misschien alleen in je hoofd. Je kunt nooit
100% zeker weten of er echt een wereld buiten jou bestaat.
Ontologisch realisme
Er bestaat wél een echte wereld buiten ons denken. Of we die goed kunnen kennen,
is een aparte vraag.
Epistemologie
Vraagt: Wat is kennis? En hoe kom je eraan?
Epistemologisch scepticisme
Je kunt nooit zeker iets weten. Alles kan twijfelachtig zijn.
Epistemologisch realisme
Je kunt wél echte kennis hebben over de wereld, bijvoorbeeld via wetenschap of
waarneming.
Sociaal constructivisme
Wat we “weten” komt door hoe we met anderen praten en samen dingen bedenken. Kennis
is dus niet alleen individueel, maar ook sociaal gemaakt.
Pragmatisme / instrumentalisme / functioneel contextualisme
Het maakt niet uit of iets absoluut "waar" is. Het gaat erom of het nuttig is, of het werkt in de
praktijk.