1. Inleiding
1.1. Kenmerken van de geschiedenis van het moderne
privaatrecht
1.1.1. Afbakening
PRIVAATRECHT – Het privaatrecht of burgerlijk recht kent een onderscheid
tussen personen,
goederen en verbintenissen. In het personen- en familierecht worden alle niet-
vermogensrechtelijke aspecten betreffende de persoon en tussen personen
onderling in een
familiale relatie geregeld
PUBLIEKRECHT – publiekrecht regelt de verticale rechtsverhoudingen regelt
tussen de onderdanen en de overheid en tussen de overheidsorganen onderling.
1.1.2. Chronologie
BELANG – Historische chronologie is één van de belangrijkste analytische
werktuigen waarover
historici en rechtshistorci beschikken. Net zo belangrijk is de erkenning dat
historische interpretatie in de loop van de tijd evolueert. Nieuwe ontdekkingen,
interdisciplinaire benaderingen en veranderende theoretische kaders
zettenhistorici er vaak toe aan om gevestigde chronologieën opnieuw te
evalueren.
MODERNITEIT -Ontstaan: tussen het einde van de 15e en de 18e eeuw; een
periode gekenmerkt door diepgaande verschuivingen op
● cultureel, economisch, politiek en intellectueel vlak.
● Oorsprong vaak in verband gebracht met Renaissance & Verlichting =>
luidde beide afscheid in van traditionele denkbeelden en structuren
● Einde? => Sommigen zeggen nog altijd bezig, anderen zeggen tot 1960
(einde koloniale periode)
RATIONALITEIT EN EMPIRISME – Een kenmerk van de moderniteit was de
toenemende nadruk
op rationaliteit en empirisme. De Verlichtingsdenkers verdedigden de rede,
observatie en
wetenschappelijk onderzoek als primaire bronnen van kennis en vooruitgang. =>
zorgde voor een kritische blik op bestaande staatsinstellingen en bevorderde een
geest van scepticisme die traditionele autoriteiten en dogma’s uitdaagde =>
leidde tot vooruitgang op het vlak van de wetenschappen
INDIVIDUALISME – Daarnaast is de opkomst van het individualisme en het
concept van het
‘autonome zelf’ tekenend voor de moderniteit.
● Toen samenlevingen verstedelijkten en industrialiseerden, groeiden de
stedelijke centra en ontwikkelden zich sociale structuren waardoor
individuen een identiteit konden vormen.=> vergemakkelijkt door de
vooruitgang in communicatie en printtechnologie, die de verspreiding van
ideeën vergemakkelijkte.
Belangrijkste gevolg van dit individualistische wereldbeeld was de opkomst van
,de secularisatie en de scheiding van religieuze en seculiere sferen
INDUSTRIALISATIE EN KAPITALISME
⇨ Technologische innovaties,
⇨ verstedelijking en huiskamereconomieen werden uiteengetrokken
⇨ vergemakkelijkte transnationale communicatie en globalisering maatschappij
⇨ opkomst nationalisme (verlangen autonomie en zelfbeschikking) leidde tot
revoluties
1.1.3. Standaardvisie op het moderne privaatrecht
PRESENTISME – Presentisme is de menselijke neiging om het verleden te
interpreteren door een hedendaagse filter en om bestaande maatschappelijke of
zelfs persoonlijke gevoeligheden op het verleden te projecteren
STANDAARDVISIE VAN DE EUROPESE RECHTSGESCHIEDENIS –
Paul Koschaker (1879-1951), poogde na de Tweede Wereldoorlog een
rehabilitatie van het Romeins recht te bewerkstelligen.
● Het Romeins recht was volgens Koschaker sinds de negentiende-eeuwse
Historische School van Friedrich Carl Von Savigny in een lange crisis
verzeild geraakt.
=> Von Savigny had geargumenteerd dat elk rechtssyteem het
product was van een historisch proces en dat de studie van de
geschiedenis van het RR van cruciaal belang was om als nieuw
fundament te dienen voor de Duitse rechtsgeleerde wetenschap.
=> Hij, en zijn navolgers, de Pandektisten, deden oorspronkelijke
boodschap van de Historische School echter oneer aangedaan, door
de studie van het Romeins recht te vernauwen tot deze van het
Justiniaanse Corpus + toeschrijving systematiek die het niet had.
● Europa und das römische Recht
o een Europese visie op de rechtsgeschiedenis en een verklaring voor
de zogezegde crisis van het Romeins recht in Duitsland.
o De historische basis van het Duitse privaatrecht ligt in de
herontdekking en studie van het Romeins recht tijdens de twaalfde
eeuw inBologna. => gevolgd door de uiteenlopende receptie van
het Romeins recht in West- en Centraal Europa, inclusief in
Duitsland vanaf de vijftiende eeuw, om dan tot codificaties te leiden
WEST EUROPA –
Henri Pirenne (1862-1935) beschouwde Europa als een culturele eenheid die
ontstaan was ten tijde van het Karolingische rijk, uit een synthese van Romeinse,
christelijke en Germaanse invloeden. Volgens deze analyse waren de kernlanden
van deze culturele eenheid echter grotendeels beperkt tot West Europa.
Pas op latere tijdstippen begonnen rechtshistorici ook Portugal, Spanje, Centraal
Europa en Scandinavië in deze Europese visie te betrekken.
EUROPEANISERING – De standaardvisie op de Europese rechtsgeschiedenis is
nog steeds van
,belang vandaag: het groeiende bewustzijn dat Europa vroeger één recht had, of
liever, één
verbindende rechtsgeleerdheid, namelijk het ius commune, heeft ook een impuls
gegeven aan
het streven naar de Europese eenmaking van het burgerlijk recht.
GELEERD RECHT – Voor Koschaker viel de studie van de Europese
rechtsgeschiedenis ook
samen met het geleerde recht.
● Juristen liggen aan basis herontdekking & receptie RR in omdat zij door
hun expertise erg gegeerd waren door autoriteiten en door hun aanstelling
op cruciale administratieve posities, in staat waren om ook de
rechtspraktijk te beinvloeden
● Dit leidde tot rechtshistorische analyses die de Europese
rechtsgeschiedenis weergaven aan de hand van geleerde ‘scholen’.
o Vergemakkelijkt weergeven van een Europees narratief, maar was
ook vanuit methodologisch standpunt eenvoudiger:
▪ het onderzoeken van de rechtspraktijk is tijdrovender en
vergt uitgebreid en lokaal archiefonderzoek, waarvan de
resultaten vaak moeilijk te extrapoleren zijn naar juridische
ontwikkelingen die plaatsvonden in andere gebieden
▪ Afgelopen decennia erg veel vorderingen gemaakt, mogelijk
is om de kruisbestuiving tussen geleerd recht en de
rechtspraktijk te bestuderen.
2. Het ontstaan van nationale codificaties
2.1. Codificatie: tussen verleden en moderniteit
CODIFICATIE
Betekenis code = wetboek met grote autoriteit, neergeschreven door de wetgever.
De term ‘codificatie’ zelf is een vroeg negentiende-eeuwse uitvinding die we te danken hebben aan
Jeremy Bentham (1748-1832).
Bentham gaf echter geen echte definitie van wat hij verstond onder de term ‘codificatie’, maar wees
als aanbeveling in zijn tekst op de wenselijkheid van het optekenen van wetteksten in een algemene
code om zo de totstandkoming van goed bestuur te bevorderen.
CODIFICATIES OF COMPILATIES? –
● voor het einde van de 17e eeuw = compilaties:
o nog niet het systematische en unificerende karakter, dat we vandaag als een
karakteristiek van moderne codificaties beschouwen.
o => collecties van bestaande wetgeving die weliswaar geordend zijn volgens een
bepaalde systematiek, maar die niet de bedoeling hebben om een nieuwe
rechtsorde te creëren.
KARAKTERISTIEKEN VAN MODERNE CODIFICATIE – De moderne codificaties van het burgerlijk
recht kennen een aantal karateristieken:
o Creatie van een nieuwe dominante rechtsbron: de nieuwe wetboeken van de
, o Codificatie is bij uitstek een symptoom van een bepaald politiek project vancentralisatie of
nationalisme en geldt daarom ook als een barometer van de publiekrechtelijke tijdsgeest
o De moderne codificaties waren bedoeld als pedagogisch project ter ontwikkeling van
redelijke staatsburgers en moesten daarom ook voor leken begrijpelijk en toepasbaar zijn
.
2.2. De Verlichting en de Moderne School van het Natuurrecht
INLEIDING Onder invloed van de Verlichting werd er meer en meer de nadruk gelegd op de
noodzaak om een rationele organisatie van de overheid en wetgeving na te streven die gestoeld zou
zijn op de menselijke rede.
De Moderne School van het Natuurrecht de opvatting dat het recht een logisch systeem was,
bestaande uit axiomatische principes, een premisse waar ook de moderne codificatiebeweging op
voortbouwde.
2.2.1. De Verlichting
VERLICHTING - 18e, 18E eeuw; cruciaal tijdperk in de intellectuele en culturele geschiedenis van
Europa.
● gekenmerkt door een toewijding aan de rede, aan empirisme en het geloof in de kracht van
het menselijk intellect om de wereld te begrijpen en vorm te geven.
● Centraal in de Verlichting stond de nadruk op rationaliteit en scepsis tegenover traditionele
autoriteiten, zoals de kerk, de monarchie en de juridische structuur van het Ancien Régime.
=> weerslag op de publiekrechtelijke organisatie van de staat: (standenmaatschappij,..)
KRITIEK OP AUTORITEIT
● een grote invloed op het politieke denken en het concept van bestuur. Het idee van
natuurlijke rechten, waaronder leven, vrijheid en eigendom, won aan belang. De organisatie
vd samenlevingmoest vanaf nu steunen op een streven naar het grootste (wereldse) goed
van het grootste aantal burgers. (utilitarisme) Ook het inhumane karakter van veel aspecten
van het openbare leven werd bekritiseerd.
VERLICHT RECHT –
De nieuwe wet moest begrijpelijk zijn voor alle burgers en moest gebaseerd zijn op de leidende
beginselen van de Verlichting, zoals geloof in de rede, gelijkheid en vrijheid. Om dit doel te bereiken
moest aan twee voorwaarden worden
1. voldaan. Inhoudelijk moest het nieuw rechtssysteem gebaseerd zijn op een nieuw corpus van
bronnen, met name het natuurrecht.
2. Formeel moesten dit nieuwe rechtssysteem op een systematische, heldere en gemakkelijk
raadpleegbare manier beschikbaar worden gesteld,.
UTILITARISME –
De basis van het sociale contractsdenken wordt gevormd door het idee dat het ontstaan van een
legitieme overheid het resultaat moet zijn van een vrijwillige overeenkomst tussen vrije en rationele
individuen.
Utilitarisme schrijft een objectieve standaard voor met betrekking tot de evaluatie en evolutie
van het menselijk gedrag, die is gestoeld op het idee dat het primaire doel van moraliteit en
rechtvaardigheid de maximalisatie van het menselijk geluk of welzijn hoort te zijn.
2.2.1. Moderne school van het natuurrecht
1.1. Kenmerken van de geschiedenis van het moderne
privaatrecht
1.1.1. Afbakening
PRIVAATRECHT – Het privaatrecht of burgerlijk recht kent een onderscheid
tussen personen,
goederen en verbintenissen. In het personen- en familierecht worden alle niet-
vermogensrechtelijke aspecten betreffende de persoon en tussen personen
onderling in een
familiale relatie geregeld
PUBLIEKRECHT – publiekrecht regelt de verticale rechtsverhoudingen regelt
tussen de onderdanen en de overheid en tussen de overheidsorganen onderling.
1.1.2. Chronologie
BELANG – Historische chronologie is één van de belangrijkste analytische
werktuigen waarover
historici en rechtshistorci beschikken. Net zo belangrijk is de erkenning dat
historische interpretatie in de loop van de tijd evolueert. Nieuwe ontdekkingen,
interdisciplinaire benaderingen en veranderende theoretische kaders
zettenhistorici er vaak toe aan om gevestigde chronologieën opnieuw te
evalueren.
MODERNITEIT -Ontstaan: tussen het einde van de 15e en de 18e eeuw; een
periode gekenmerkt door diepgaande verschuivingen op
● cultureel, economisch, politiek en intellectueel vlak.
● Oorsprong vaak in verband gebracht met Renaissance & Verlichting =>
luidde beide afscheid in van traditionele denkbeelden en structuren
● Einde? => Sommigen zeggen nog altijd bezig, anderen zeggen tot 1960
(einde koloniale periode)
RATIONALITEIT EN EMPIRISME – Een kenmerk van de moderniteit was de
toenemende nadruk
op rationaliteit en empirisme. De Verlichtingsdenkers verdedigden de rede,
observatie en
wetenschappelijk onderzoek als primaire bronnen van kennis en vooruitgang. =>
zorgde voor een kritische blik op bestaande staatsinstellingen en bevorderde een
geest van scepticisme die traditionele autoriteiten en dogma’s uitdaagde =>
leidde tot vooruitgang op het vlak van de wetenschappen
INDIVIDUALISME – Daarnaast is de opkomst van het individualisme en het
concept van het
‘autonome zelf’ tekenend voor de moderniteit.
● Toen samenlevingen verstedelijkten en industrialiseerden, groeiden de
stedelijke centra en ontwikkelden zich sociale structuren waardoor
individuen een identiteit konden vormen.=> vergemakkelijkt door de
vooruitgang in communicatie en printtechnologie, die de verspreiding van
ideeën vergemakkelijkte.
Belangrijkste gevolg van dit individualistische wereldbeeld was de opkomst van
,de secularisatie en de scheiding van religieuze en seculiere sferen
INDUSTRIALISATIE EN KAPITALISME
⇨ Technologische innovaties,
⇨ verstedelijking en huiskamereconomieen werden uiteengetrokken
⇨ vergemakkelijkte transnationale communicatie en globalisering maatschappij
⇨ opkomst nationalisme (verlangen autonomie en zelfbeschikking) leidde tot
revoluties
1.1.3. Standaardvisie op het moderne privaatrecht
PRESENTISME – Presentisme is de menselijke neiging om het verleden te
interpreteren door een hedendaagse filter en om bestaande maatschappelijke of
zelfs persoonlijke gevoeligheden op het verleden te projecteren
STANDAARDVISIE VAN DE EUROPESE RECHTSGESCHIEDENIS –
Paul Koschaker (1879-1951), poogde na de Tweede Wereldoorlog een
rehabilitatie van het Romeins recht te bewerkstelligen.
● Het Romeins recht was volgens Koschaker sinds de negentiende-eeuwse
Historische School van Friedrich Carl Von Savigny in een lange crisis
verzeild geraakt.
=> Von Savigny had geargumenteerd dat elk rechtssyteem het
product was van een historisch proces en dat de studie van de
geschiedenis van het RR van cruciaal belang was om als nieuw
fundament te dienen voor de Duitse rechtsgeleerde wetenschap.
=> Hij, en zijn navolgers, de Pandektisten, deden oorspronkelijke
boodschap van de Historische School echter oneer aangedaan, door
de studie van het Romeins recht te vernauwen tot deze van het
Justiniaanse Corpus + toeschrijving systematiek die het niet had.
● Europa und das römische Recht
o een Europese visie op de rechtsgeschiedenis en een verklaring voor
de zogezegde crisis van het Romeins recht in Duitsland.
o De historische basis van het Duitse privaatrecht ligt in de
herontdekking en studie van het Romeins recht tijdens de twaalfde
eeuw inBologna. => gevolgd door de uiteenlopende receptie van
het Romeins recht in West- en Centraal Europa, inclusief in
Duitsland vanaf de vijftiende eeuw, om dan tot codificaties te leiden
WEST EUROPA –
Henri Pirenne (1862-1935) beschouwde Europa als een culturele eenheid die
ontstaan was ten tijde van het Karolingische rijk, uit een synthese van Romeinse,
christelijke en Germaanse invloeden. Volgens deze analyse waren de kernlanden
van deze culturele eenheid echter grotendeels beperkt tot West Europa.
Pas op latere tijdstippen begonnen rechtshistorici ook Portugal, Spanje, Centraal
Europa en Scandinavië in deze Europese visie te betrekken.
EUROPEANISERING – De standaardvisie op de Europese rechtsgeschiedenis is
nog steeds van
,belang vandaag: het groeiende bewustzijn dat Europa vroeger één recht had, of
liever, één
verbindende rechtsgeleerdheid, namelijk het ius commune, heeft ook een impuls
gegeven aan
het streven naar de Europese eenmaking van het burgerlijk recht.
GELEERD RECHT – Voor Koschaker viel de studie van de Europese
rechtsgeschiedenis ook
samen met het geleerde recht.
● Juristen liggen aan basis herontdekking & receptie RR in omdat zij door
hun expertise erg gegeerd waren door autoriteiten en door hun aanstelling
op cruciale administratieve posities, in staat waren om ook de
rechtspraktijk te beinvloeden
● Dit leidde tot rechtshistorische analyses die de Europese
rechtsgeschiedenis weergaven aan de hand van geleerde ‘scholen’.
o Vergemakkelijkt weergeven van een Europees narratief, maar was
ook vanuit methodologisch standpunt eenvoudiger:
▪ het onderzoeken van de rechtspraktijk is tijdrovender en
vergt uitgebreid en lokaal archiefonderzoek, waarvan de
resultaten vaak moeilijk te extrapoleren zijn naar juridische
ontwikkelingen die plaatsvonden in andere gebieden
▪ Afgelopen decennia erg veel vorderingen gemaakt, mogelijk
is om de kruisbestuiving tussen geleerd recht en de
rechtspraktijk te bestuderen.
2. Het ontstaan van nationale codificaties
2.1. Codificatie: tussen verleden en moderniteit
CODIFICATIE
Betekenis code = wetboek met grote autoriteit, neergeschreven door de wetgever.
De term ‘codificatie’ zelf is een vroeg negentiende-eeuwse uitvinding die we te danken hebben aan
Jeremy Bentham (1748-1832).
Bentham gaf echter geen echte definitie van wat hij verstond onder de term ‘codificatie’, maar wees
als aanbeveling in zijn tekst op de wenselijkheid van het optekenen van wetteksten in een algemene
code om zo de totstandkoming van goed bestuur te bevorderen.
CODIFICATIES OF COMPILATIES? –
● voor het einde van de 17e eeuw = compilaties:
o nog niet het systematische en unificerende karakter, dat we vandaag als een
karakteristiek van moderne codificaties beschouwen.
o => collecties van bestaande wetgeving die weliswaar geordend zijn volgens een
bepaalde systematiek, maar die niet de bedoeling hebben om een nieuwe
rechtsorde te creëren.
KARAKTERISTIEKEN VAN MODERNE CODIFICATIE – De moderne codificaties van het burgerlijk
recht kennen een aantal karateristieken:
o Creatie van een nieuwe dominante rechtsbron: de nieuwe wetboeken van de
, o Codificatie is bij uitstek een symptoom van een bepaald politiek project vancentralisatie of
nationalisme en geldt daarom ook als een barometer van de publiekrechtelijke tijdsgeest
o De moderne codificaties waren bedoeld als pedagogisch project ter ontwikkeling van
redelijke staatsburgers en moesten daarom ook voor leken begrijpelijk en toepasbaar zijn
.
2.2. De Verlichting en de Moderne School van het Natuurrecht
INLEIDING Onder invloed van de Verlichting werd er meer en meer de nadruk gelegd op de
noodzaak om een rationele organisatie van de overheid en wetgeving na te streven die gestoeld zou
zijn op de menselijke rede.
De Moderne School van het Natuurrecht de opvatting dat het recht een logisch systeem was,
bestaande uit axiomatische principes, een premisse waar ook de moderne codificatiebeweging op
voortbouwde.
2.2.1. De Verlichting
VERLICHTING - 18e, 18E eeuw; cruciaal tijdperk in de intellectuele en culturele geschiedenis van
Europa.
● gekenmerkt door een toewijding aan de rede, aan empirisme en het geloof in de kracht van
het menselijk intellect om de wereld te begrijpen en vorm te geven.
● Centraal in de Verlichting stond de nadruk op rationaliteit en scepsis tegenover traditionele
autoriteiten, zoals de kerk, de monarchie en de juridische structuur van het Ancien Régime.
=> weerslag op de publiekrechtelijke organisatie van de staat: (standenmaatschappij,..)
KRITIEK OP AUTORITEIT
● een grote invloed op het politieke denken en het concept van bestuur. Het idee van
natuurlijke rechten, waaronder leven, vrijheid en eigendom, won aan belang. De organisatie
vd samenlevingmoest vanaf nu steunen op een streven naar het grootste (wereldse) goed
van het grootste aantal burgers. (utilitarisme) Ook het inhumane karakter van veel aspecten
van het openbare leven werd bekritiseerd.
VERLICHT RECHT –
De nieuwe wet moest begrijpelijk zijn voor alle burgers en moest gebaseerd zijn op de leidende
beginselen van de Verlichting, zoals geloof in de rede, gelijkheid en vrijheid. Om dit doel te bereiken
moest aan twee voorwaarden worden
1. voldaan. Inhoudelijk moest het nieuw rechtssysteem gebaseerd zijn op een nieuw corpus van
bronnen, met name het natuurrecht.
2. Formeel moesten dit nieuwe rechtssysteem op een systematische, heldere en gemakkelijk
raadpleegbare manier beschikbaar worden gesteld,.
UTILITARISME –
De basis van het sociale contractsdenken wordt gevormd door het idee dat het ontstaan van een
legitieme overheid het resultaat moet zijn van een vrijwillige overeenkomst tussen vrije en rationele
individuen.
Utilitarisme schrijft een objectieve standaard voor met betrekking tot de evaluatie en evolutie
van het menselijk gedrag, die is gestoeld op het idee dat het primaire doel van moraliteit en
rechtvaardigheid de maximalisatie van het menselijk geluk of welzijn hoort te zijn.
2.2.1. Moderne school van het natuurrecht