Samenvatting Metabolisme en Metabole Regeling
Hoofdstuk 1: Biomoleculen
1.1 Suikers (Koolhydraten)
● De bouwstenen van suikers zijn monosachariden
● Meerdere monosachariden: Oligosachariden of Polysachariden
● Bindingen: Glycosidebindingen. Dit verbindt meerdere monosachariden aan elkaar
● Suikers worden niet gecodeerd in het genoom
● Enzymen worden wel gecodeerd in het genoom en sommige zullen suikers aanmaken
● Belang: Voeding, Metabolisme en Biomedische toepassingen
Belangrijke functies:
1. Energiebron in gezonde en minder gezonde voeding
2. Structuurgevende molecule
Twee manieren om suikers weer te geven:
1. Fischerprojectie
2. Haworth projectie
Er zijn drie belangrijke disachariden:
1. Sucrose
2. Lactose: Belangrijke suiker in melk
3. Maltose: Tussenproduct in spijvertering van zetmeel en bierproducten
Oligosachariden
= Belangrijk voor de structuur van een membraan
- Kunnen interageren met water
- Het is aan een polypeptideketen van glycoproteine via serine of
asparagine residuen
De enorme varianten bij glycoproteïnen komen door:
1. Veel verschillende onderdelen: Soorten bouwstenen
, 2. Verschillende bindingen (Glycosidebindingen)
Polysachariden (Structuurpolymeer)
1. Chitine: Exoskelet van ongewervelde dieren
2. Cellulose: Celwand van planten, zorgt voor stevigheid bij planten
Polysachariden voor energieopslag:
1. Zetmeel (Bij planten): Amylose (Onvertakt) en Amylopectine (Vertakt)
2. Glycogeen: Belangrijke energiereserve in spieren en lever
3. Dextranen: Energiereserve van bacteriën in de mondholte
Glucosaminoglycanen
Kenmerk: Repeterende sachariden
- Sterk polair
- Negatieve ladingen
- Binden veel met water
- Zeer lange strengen
- Functies in de extracellulaire ruimte (Bindweefsel, Bloedbaan, Kraakbeen,
Gewrichten)
1. Hyaluronzuur: belangrijkste structuur polymeer in navelstreng, gewrichtsvloeistof
2. Heparine: belangrijk bij bloedvaatwand bekleding, natuurlijke antistolling
Bela
1.2 Lipiden (Vetten)
● Vetzuren en alcoholdrager (Glycerol, Cholesterol)
● Bindingen: Ester en Etherbindingen
● Chemisch zeer divers: maar hebben allemaal een hydrofoob effect
● Zijn slecht oplosbaar in water
● Ze worden niet gecodeerd in het genoom
● Enzymen (die gecodeerd worden) kunnen lipiden aanmaken
● Belang: Voeding, Metabolisme, Membranen, Biomedische toepassingen
,Belangrijke functies:
1. Energiebron
2. Belangrijk bij de vorming van biomembranen
Vetzuren
Lengte:
1. Even aantal koolstofatomen
2. Onvertakte koolstof-staarten
Bindingen:
1. Verzadigd
2. Onverzadigd
Belang:
- Vrije vetzuren zijn belangrijke metabolieten
- Vetzuren veresteren aan alcoholgroepen => Lipiden
Triglyceriden = Triacyl-Glycerolen
Opbouw: 3 vetzuren (Onvertakte KWS) veresterd met 3 OH-groepen van glycerol
Bindingen:
1. Verzadigde vetzuren: Alleen enkelvoudige C-C bindingen, Hoge smelttemperatuur
(Semi-vast = Dierlijke vetten)
2. Onverzadigde vetzuren: Cis C=C bindingen, Lage smelttemperatuur (Vloeibaar,
plantaardige olieën of visolie)
Temperatuur stijgt: Toenemende lengte
De temperatuur gaat ook anders zijn bij onverzadigd en verzadigd
Verklaring: Zwakke van der waals interacties meer uitgesproken bij verzadigde vetzuren
, Membraanlipiden: Glycerollipiden en Sfingolipiden
Belang: Amfipatische structuur met polaire kop en apolaire CH-staarten
Het ontstaan van lipiden dubbellagen
De amfipatische structuur:
1. Polaire kop: interactie met water
2. Apolaire groepen: weggeven van de waterige omgeving
= Maximale opstapeling als dubbellagen
Belang:
● Vormen van biologische membraan
● Vormen van grenzen van cellen
● Vormen van subcellulaire organellen
Cholesterol
Opbouw: 4 ringstructuren (A, B, C, D)
1. A-ring: OH groep
2. B-ring: een dubbele binding
3. D-ring: vertakte koolwaterstofgroep staat er op
4. Tussen A-B en C-D: 2 methylgroepen
Cholesterol intercaleert goed tussen verzadigde vetzuurstaarten van sfingolipiden
Hoofdstuk 1: Biomoleculen
1.1 Suikers (Koolhydraten)
● De bouwstenen van suikers zijn monosachariden
● Meerdere monosachariden: Oligosachariden of Polysachariden
● Bindingen: Glycosidebindingen. Dit verbindt meerdere monosachariden aan elkaar
● Suikers worden niet gecodeerd in het genoom
● Enzymen worden wel gecodeerd in het genoom en sommige zullen suikers aanmaken
● Belang: Voeding, Metabolisme en Biomedische toepassingen
Belangrijke functies:
1. Energiebron in gezonde en minder gezonde voeding
2. Structuurgevende molecule
Twee manieren om suikers weer te geven:
1. Fischerprojectie
2. Haworth projectie
Er zijn drie belangrijke disachariden:
1. Sucrose
2. Lactose: Belangrijke suiker in melk
3. Maltose: Tussenproduct in spijvertering van zetmeel en bierproducten
Oligosachariden
= Belangrijk voor de structuur van een membraan
- Kunnen interageren met water
- Het is aan een polypeptideketen van glycoproteine via serine of
asparagine residuen
De enorme varianten bij glycoproteïnen komen door:
1. Veel verschillende onderdelen: Soorten bouwstenen
, 2. Verschillende bindingen (Glycosidebindingen)
Polysachariden (Structuurpolymeer)
1. Chitine: Exoskelet van ongewervelde dieren
2. Cellulose: Celwand van planten, zorgt voor stevigheid bij planten
Polysachariden voor energieopslag:
1. Zetmeel (Bij planten): Amylose (Onvertakt) en Amylopectine (Vertakt)
2. Glycogeen: Belangrijke energiereserve in spieren en lever
3. Dextranen: Energiereserve van bacteriën in de mondholte
Glucosaminoglycanen
Kenmerk: Repeterende sachariden
- Sterk polair
- Negatieve ladingen
- Binden veel met water
- Zeer lange strengen
- Functies in de extracellulaire ruimte (Bindweefsel, Bloedbaan, Kraakbeen,
Gewrichten)
1. Hyaluronzuur: belangrijkste structuur polymeer in navelstreng, gewrichtsvloeistof
2. Heparine: belangrijk bij bloedvaatwand bekleding, natuurlijke antistolling
Bela
1.2 Lipiden (Vetten)
● Vetzuren en alcoholdrager (Glycerol, Cholesterol)
● Bindingen: Ester en Etherbindingen
● Chemisch zeer divers: maar hebben allemaal een hydrofoob effect
● Zijn slecht oplosbaar in water
● Ze worden niet gecodeerd in het genoom
● Enzymen (die gecodeerd worden) kunnen lipiden aanmaken
● Belang: Voeding, Metabolisme, Membranen, Biomedische toepassingen
,Belangrijke functies:
1. Energiebron
2. Belangrijk bij de vorming van biomembranen
Vetzuren
Lengte:
1. Even aantal koolstofatomen
2. Onvertakte koolstof-staarten
Bindingen:
1. Verzadigd
2. Onverzadigd
Belang:
- Vrije vetzuren zijn belangrijke metabolieten
- Vetzuren veresteren aan alcoholgroepen => Lipiden
Triglyceriden = Triacyl-Glycerolen
Opbouw: 3 vetzuren (Onvertakte KWS) veresterd met 3 OH-groepen van glycerol
Bindingen:
1. Verzadigde vetzuren: Alleen enkelvoudige C-C bindingen, Hoge smelttemperatuur
(Semi-vast = Dierlijke vetten)
2. Onverzadigde vetzuren: Cis C=C bindingen, Lage smelttemperatuur (Vloeibaar,
plantaardige olieën of visolie)
Temperatuur stijgt: Toenemende lengte
De temperatuur gaat ook anders zijn bij onverzadigd en verzadigd
Verklaring: Zwakke van der waals interacties meer uitgesproken bij verzadigde vetzuren
, Membraanlipiden: Glycerollipiden en Sfingolipiden
Belang: Amfipatische structuur met polaire kop en apolaire CH-staarten
Het ontstaan van lipiden dubbellagen
De amfipatische structuur:
1. Polaire kop: interactie met water
2. Apolaire groepen: weggeven van de waterige omgeving
= Maximale opstapeling als dubbellagen
Belang:
● Vormen van biologische membraan
● Vormen van grenzen van cellen
● Vormen van subcellulaire organellen
Cholesterol
Opbouw: 4 ringstructuren (A, B, C, D)
1. A-ring: OH groep
2. B-ring: een dubbele binding
3. D-ring: vertakte koolwaterstofgroep staat er op
4. Tussen A-B en C-D: 2 methylgroepen
Cholesterol intercaleert goed tussen verzadigde vetzuurstaarten van sfingolipiden