Evaluatievragen bij Geschiedenis van het Privaatrecht Academiejaar 2024-2025
HOOFDSTUK I: HET CORPUS IURIS CIVILIS
1. Uit welke delen bestaat het Corpus Iuris Civilis? Wanneer is ieder deel precies gemaakt en wat is
de inhoud ervan? (1.17)
Het Corpus Iuris Civilis bestaat uit 3 delen:
(i) Instituten (533): een leerboek
(ii) Digesten (533): een compilatie van het oude juristenrecht
(iii) Codex Justinianus (529 & 534): een compilatie van keizerlijke constituties
Later werden hier ook nog de Novellen aan toegevoegd, een verzameling keizerlijke constituties van
Justinianus zelf.
2. Wat zijn interpolaties? (1.18)
De commissie die de Digesten moest samenstellen moest, waar nodig, ook teksten wijzigen. De commissies
hebben ook daadwerkelijk wijzigingen aangebracht.
Interpolatie: wijzigingen aan de teksten van de Digesten.
—> zo werden verouderde of obsolete rechtsbegrippen en rechtsinstellingen geschrapt.
Voorbeeld: Het onderscheid tussen res mancipi (bv. groot vee en slaven) en res nec mancipi (de overige
zaken) kwam te vervallen. Ook het bijhorende mancipatio (de handeling dit te leveren) kwam te vervallen. In
de plaats kwam het algemene traditio.
3. In welk opzicht verschilt het Corpus Iuris Civilis van Justinianus van moderne wetboeken? (1.4;
1.8)
Corpus Iuris Civilis Moderne wetboeken
Compilatie van reeds bestaand materiaal Teksten ontworpen door een wetgever
Drie afzonderlijke boeken, ieder met een geheel Één overzichtelijk wetboek
eigen karakter. De teksten van de Instituten zijn
descriptief terwijl de teksten van de Digesten en de
Codex vaak casuïstisch zijn.
Aan de onderlinge titels en rangschikkingen van de Ordening van het algemene naar het bijzondere, met
titels en boeken ligt een plan ten grondslag, maar schakelbepalingen.
geen planmatige aanpak.
De Instituten beginnen met personen- en
familierecht.
4. Waarom zou enkel bij dwaling ten aanzien van de feiten het onverschuldigd betaalde terug te
vorderen zijn, en niet bij dwaling ten aanzien van het recht? (1.7)
Men kan zich zowel vergissen ten aanzien van de feiten als ten aanzien van het recht. Dit onderscheid wordt
besproken in zowel een titel in de Codex als in de Digesten —> De iuris et facti ignorantia
Enkel bij dwaling ten aanzien van de feiten is het mogelijk het onverschuldigde bedrag te betalen.
Indien dwaling ten aanzien van het recht —> de rechtsdwaling strekt tot nadeel (error iuris nocet)
, 2
5. Wat is het verschil tussen ius civile en ius honorarium? (1.9)
Ius civile en ius honorarium // klassieke periode van het Romeinse recht. Het onderscheid verloor zijn
praktische betekenis ten tijde van Justinianus.
Ius civile Ius honorarium
(i) wetten aanvaard door de volksvergadering, bv. Recht gevormd door magistraten. Het had tot doel
Wet van de XII Tafelen (451 v. Chr.) het ius civile te ondersteunen.
(ii) Wetten afgekondigd door een magistraat Belangrijkste bron: edict van de praetor, de
krachtens een volksvergadering magistraat belast met zorg voor de rechtspraak
(iii) Aanvullingen op de wetten voortspruitend uit de
gewoonte Ius honorarium = praetorisch recht
(iv) Besluiten van de Senaat
(v) Besluiten van de volksvergadering der plebejers Edict van de praetor: hierin kondigde de praetor bij
(plebiscieten) aanvaarding van zijn ambt af welke rechtsmiddelen
(vi) Adviezen van de juristen hij gedurende zijn eenjarige ambtstermijn zou
verlenen.
6. Wat is het verschil tussen ius civile, ius gentium en ius naturale? (1.10)
Ius civile Ius gentium Ius naturale
Het recht dat alleen de mensen die Het recht dat alle volkeren Hetgeen de natuur aan alle
tot één volk of één staat behoren toepassen, zoals verzet tegen levende wezens, inclusief de
onderling toepassen. Het is geweld en onrecht. Ook wilde beesten, heeft geleerd zoals
ontleend aan de civitas, de eigen instellingen die bij alle volkeren de geslachtsgemeenschap.
gemeenschap. worden aangetrokken behoren
hiertoe: eigendom, koop,
huurcontracten,…
7. Hoelang gold oorspronkelijk het Edict van de praetor? Wanneer en hoe is dit veranderd? (1.9, 1.11)
Aanvankelijk: één jaar
Keizer Hadrianus: maakte het praetorisch edict onveranderlijk. Dit gebeurde tussen 135 en 138 AD.
Hierdoor konden de praetoren geen nieuw eigen edict meer creëren. Het perkte hun rechtscheppende
activiteit sterk in.
Naast het ius civile en het ius honorarium ontstond nieuw keizerlijk recht.
8. Hoe heten de teksten waarin het Romeinse keizerlijk recht is vastgelegd? (1.11)
Leges
, 3
9. Wat is in de tijd van Justinianus het verschil tussen ius en leges? (1.14)
Ius Leges
Oude juristenrecht Keizerlijke recht
-> dateerde uit de klassieke periode (1ste eeuw -> constituties.
v.Chr. tot medio 3de eeuw). Rechtsbron ontstaan toen Rome geen Republiek
Het had zich na het midden van de 3de eeuw niet meer was.
meer verder ontwikkeld. In tegenstelling tot het ius waren de leges volop in
Bekende namen: Paulus, Papinianus en Ulpianus beweging, tot in de tijd van Justinianus zelf.
10. Waaruit bestaan de eerste pogingen om orde te scheppen in de veelheid van juridische teksten?
Welke Romeinse keizer heeft dat vervolgens ook geprobeerd en hoe precies? (1.15; 1.16)
Romeinse wetgevingsideaal: ordenen van ius en de leges in compilaties die alle bestaande rechts- en
kenbronnen zouden vervangen =/= 19de-eeuwse codificatie!!
Er waren schampere pogingen ondernomen om een ordening te maken.
-> Codex Gregorianus (291) en Codex Hermogenianus (295): particuliere verzamelingen van keizerlijke
constituties
Lex citandi (426): afgekondigd door Theodosius II en Valentinianus III. In deze citeerwet worden een vijftal
juristen uit de klassieke periode aangemerkt als de grote juristen van wie de adviezen bindende kracht
hebben. (Gaius, Paulus, Papinianus, Ulpianus en Modestinus)
Codex Theodosianus (438): afgekondigd door keizer Theodosius II.
-> officiële verzameling van keizerlijke constituties met kracht van wet.
11. Wat is het verschil tussen het klassieke Romeinse recht en het Justiniaanse recht? (1.19)
(i) De compilatoren van de Digesten hebben tekstfragmenten geselecteerd, losgemaakt uit hun
oorspronkelijke context en ze opnieuw gerangschikt temidden van andere fragmenten waarmee van
oorsprong geen enkele samenhang had bestaan. Zo kon een tekst worden gebruikt ter ondersteuning van
een casus waarmee de tekst oorspronkelijk geen enkele betrekking had.
(ii) de compilatoren moesten ook onderlinge tegenspraak in teksten wegwerken. Soms is een antinomie aan
het oog van de compilatoren ontsnapt.
12. Wat is de interpolatiejacht en waar en wanneer vond deze plaats? (1.21)
Interpolatiejacht vond plaats in Duitsland aan het begin van de 20ste eeuw.
Duitse romanisten probeerden het klassieke recht dat achter de Digesten lag verscholen te reconstrueren
-> ze moesten worden ontdaan van hun interpolaties. Dit gebeurde rigoureus en op basis van vaak
speculatieve argumenten.
Teksten terugplaatsen in hun oorspronkelijke context was geen vanzelfsprekendheid: veel oorspronkelijk
materiaal was reeds verloren gegaan.
Men ontdekte tegenstellingen tussen verschillende ‘sectae’, zoals de Proculianen vs. Sabinianen.
De Duitse romanisten betrachtten een historisch inzicht in hoe het klassieke recht ooit was, doel op zich. Het
had echter geen significante invloed op de hedendaagse rechtswetenschap.
, 4
12. Uit welke onderdelen bestaan de Digesten? (1.22-1.25)
De Digesten bevatten fragmenten afkomstig uit klassieke juristengeschriften die heel verschillend van aard
waren:
(i) Instituten van Gaius
(ii) Commentaren op het werk van Sabinus
(iii) Commentaren op het Edict
(iv) Werken met een casuïstisch karakter, zoals verzamelingen van adviezen en rechtsvragen
Massentheorie: ontwikkeld door de Duitse jurist F. Bluhme (1797-1874)
—> volgens deze theorie bestaat er binnen iedere titel van de Digesten een bepaalde ordening. Er zijn steeds
drie of vier verschillende tekstblokken of ‘massa’s’, gerangschikt per auteur (Sabinus, Papinianus,…). Tot
slot is er nog een Appendix-massa.
13. Wat vindt men zoal terug in de Codex Justinianus? (1.27)
In de Codex Justinianus zijn verschillende soorten keizerlijke constituties opgenomen:
(i) rescripten: antwoorden op een verzoekschrift
(ii) decreten: keizerlijke rechtspraak
(iii) edicten: keizerlijke verordeningen
Zij zijn ondergebracht in twaalf boeken, die weer zijn onderverdeeld in titels die ieder een bepaald
onderwerp betreffen.