Hoofdstuk Zee
1
(pp. 20-42)
Inhoudsopgave
1.
2.
3.
4.
De zee als metafoor
Afbakenen van territoriale wateren
De kunst van het navigeren
Op een stip van werkelijkheid
5. De ether van de toekomst
Hoofdstuk Schelpen
2
(pp. 46-56)
Inhoudsopgave
1. Historici als strandjutters
2. De Wunderkammer van het verleden
3. De beeldspraak van de puzzel
Hoofdstuk Golven
3
(pp. 60-88)
Inhoudsopgave
1. Over kiezels en luchtbelletjes
2. Getijden en golven
3. Orde in de chaos van de feiten
4. Statistiek: de kracht van het oog
5. Apofenie: zwarte katten brengen geen ongeluk
6. Condenssporen of luchtspiegelingen?
7. Periodisering: een bril om te kijken
8. Soorten golven
1
,Lees meer over enkele zijsprongen
(als achtergrond; enkel te kennen wat we in de les hebben besproken):
- Bij ‘Getijden en golven’
o ‘De golven van Kondratieff’, pp. 139-142
o ‘K-golven’, pp. 144-145
Hoofdstuk Historische golven
4
(pp. 92-130)
Inhoudsopgave
Democratiserings/autocratiseringsgolven
1. De golven van Huntington
a) Een bijsturing van het golvenmodel
b) Het einde van de golven?
c) Een vloed aan golven
d) Een derde autocratiseringsgolf?
e) Democratie onder druk
f) Het begin van een golf
2. Feministische golven
3. Dekolonisatiegolven
4. Golven of hockey?
Lees meer over enkele zijsprongen
(als achtergrond; enkel te kennen wat we in de les hebben besproken):
- Bij eerste feministische golf:
o ‘De kracht van massamedia’, pp. 452-453
o ‘Anticonceptie: methoden en middelen’, pp. 211-216
- Globalisering: ‘globaliseringsgolven’, pp. 163-164
- ‘Een toepassing: economische golfbewegingen en kleding’, pp.
150- 154
o ‘Grenzen aan de groei: de Club van Rome’, pp. 328-331
2
, Hoofdstuk Weg en weer: migratie en
7 vluchtelingen
(pp. 239-258)
Inhoudsopgave
1.
2.
Woorden zijn niet vrijblijvend
Waarom migreren mensen?
a) Een complex samenspel van factoren
b) Een typologie van migraties
Lees meer over enkele zijsprongen
(als achtergrond; enkel te kennen wat we in de les hebben besproken):
- 3.1.1 ‘De lange 19e eeuw: België als emigratieland (pp. 260-262)
- 3.1.3 ‘Na de Tweede Wereldoorlog: van werk op uitnodiging
naar toevluchtsoord’ (pp. 262-263)
- 3.2.2 ‘Goedkope arbeid: het koeliesysteem’ (p. 269)
- Figuur 7.9 (p. 271)
- ‘Migratie op het Amerikaans continent’ (pp. 273-274)
- 4.2 ‘Pionnen op het geopolitieke schaakbord’ (pp. 282-283)
- Figuur 7.15 (p. 287)
- (Deels besproken bij hoofdstuk 2:) ‘Ervaringen met vluchtelingen
in België’ (pp. 289-290)
- 4.5 ‘Al te vaak over het hoofd gezien: de interne ontheemden’ (pp.
292-292)
- Milieuvluchtelingen (p. 297)
3
, Onder me vloeit de zee van het verleden, boven me drijft de ether der toekomst, en ik sta daar tusschen-in als op
een stip van werkelijkheid… Het heden is het eenige, dat is, of dat ten minste schijnt te zijn. De stip is; de stip,
ten minste, schijnt; die zee niet, en die lucht niet, want die zee is slechts herinnering en die lucht slechts illuzie
(Couperus, 1892)
"Onder me vloeit de zee van het verleden,"
→ Het verleden wordt voorgesteld als een zee die voortdurend stroomt, vol herinneringen en gebeurtenissen
die geweest zijn.
"boven me drijft de ether der toekomst,"
→ De toekomst wordt vergeleken met ether — iets vaags, ongrijpbaars en luchtigs — het hangt als het ware
boven ons, onbekend en onwerkelijk.
"en ik sta daar tusschen-in als op een stip van werkelijkheid…"
→ De spreker ziet zichzelf tussen verleden en toekomst in, als een klein puntje (een "stip") van realiteit. Dit is
het "nu", het heden.
"Het heden is het eenige, dat is, of dat ten minste schijnt te zijn."
→ Het heden lijkt het enige werkelijke moment te zijn. Het is het enige dat we ervaren en waarin we bestaan
— althans, zo lijkt het.
"De stip is; de stip, ten minste, schijnt;
→ Deze "stip", het heden, bestaat (of lijkt te bestaan). Het wordt als het meest tastbare moment
gepresenteerd.
die zee niet, en die lucht niet, want die zee is slechts herinnering en die lucht slechts illuzie"
→ Het verleden ("zee") bestaat niet meer, het leeft alleen voort in onze herinneringen.
→ De toekomst ("lucht") is nog niet werkelijkheid, enkel een illusie of verwachting.
→ Alleen het heden lijkt een echte, tastbare realiteit te zijn.
Samengevat:
De schrijver benadrukt de vluchtigheid van het menselijk bestaan. We staan op een miniem punt tussen wat
geweest is en wat nog moet komen. Het verleden is herinnering, de toekomst illusie — alleen het heden lijkt
werkelijk. Maar zelfs dat is onzeker, want het "schijnt te zijn", wat de mogelijkheid openlaat dat ook het
heden slechts een indruk of ervaring is, geen absolute werkelijkheid.
Laat me weten als je dit citaat in een andere stijl of taal wil zien uitgelegd.
1. De zee als metafoor
De feiten zijn helemaal niet als vissen op de plank bij de visboer. Ze zijn als
vissen die rondzwemmen in een uitgestrekte en soms ontoegankelijke
oceaan; en wat de historicus vangt, hangt deels van het toeval af, maar
vooral van het deel van de oceaan dat hij kiest om te bevissen en de
uitrusting die hij kiest om te gebruiken - deze twee factoren worden
natuurlijk bepaald door het soort vis dat hij wil vangen. Over het
algemeen krijgt de historicus het soort feiten dat hij wil. Geschiedenis is
interpretatie (Carr, 1961)
Dit citaat van Edward H. Carr (uit What is History?, 1961) gaat over de manier waarop geschiedenis tot
stand komt — en vooral hoe subjectief die kan zijn, ondanks de schijn van objectiviteit. Hier is een uitleg van
het citaat, stap voor stap:
"De feiten zijn helemaal niet als vissen op de plank bij de visboer."
→ Geschiedkundige feiten liggen niet zomaar netjes en kant-en-klaar voor het grijpen. Je kunt ze niet
objectief uitkiezen alsof ze op een rij liggen, klaar om opgeraapt te worden.
4