HVO – deeltoets 2
De patiënt (H13)
8. een beschrijving geven van de mogelijke factoren die een rol
spelen bij prothese problemen en aangeven hoe dit te
ondervangen is.
H13 Deel A:
Beperking van prothese:
Belangrijk om te realiseren dat prothese slechts hulpmiddel is en veel
klachten terecht en onvermijdelijk zijn:
- Slijmvlijmvlies niet berekend op krachten die prothese bij normale
functie uitoefent.
Geen parodontium, maar druk direct op mucosa en periost
pijnsensatie.
Slijmvlies gemakkelijk beschadigd.
Mogelijk ontstaan branderige en pijnlijk mucosa.
- Kauwvermogen beperkt.
- Prothese heeft weinig houvast.
Voor bovenprothese enigszins mogelijk gebruik maken van
samenspel van fysische eigenschappen (bv. functionele
randvorming, capillaire werking speeksel).
Voor onderprothese vrijwel onmogelijk: ongunstige anatomische
verhoudingen.
- Prothese kan esthetische functie van natuurlijk gebit nauwelijks
overnemen
Elementen geven ook ondersteuning aan weke delen bij
langdurige edentaten sterke resorptie en atrofie van kauwspieren.
- Veranderingen in smaak, spraak en speekselsecretie (toe- of afname)
en mogelijk ontstaan braakreflexen t.g.v. extreme afweerreacties.
- Psychische gevolgen:
Natuurlijk gebit symboliseert kracht, schoonheid, jeugd en
vruchtbaarheid totale extractie kan leiden tot verlies
zelfvertrouwen en zelfrespect.
Functioneren met prothese vergt veel van adaptatie- en
acceptatievermogen.
Aard en omvang van problemen:
Prothesedrager moet bovengenoemde beperkingen verwerken bij 1ste
prothese (vooral psychische).
- Toch vaak in begin weinig problemen door negatieve ervaringen met
laatste elementen.
1
, HVO – deeltoets 2
Vaak ontstaan klachten pas bij 2de of 3de prothese: al aanwezige
beperkingen worden nu duidelijker door vaak voortgeschreden resorptie:
- 20% vindt kauwvermogen onvoldoende.
- 20% vindt bovenprothese, 30-40% vindt onderprothese loszitten.
- Vaak pijn, vooral door onderprothese.
- 10-25% heeft moeite met spreken en klachten over het uiterlijk.
- 25% van prothesedragers niet tevreden.
Oorzaken van problemen:
- Kwaliteit van prothese.
- Conditie van orale weefsel (bv. resorptie proc. alveolaris, anatomie van
OK).
Er komen zowel problemen voor bij goed vervaardigde protheses en
gunstige orale condities als slecht vervaardigde prothese en ongunstige
orale condities geen duidelijke relatie tussen bovengenoemde
factoren en tevredenheid, dus rol voor andere indirecte factoren:
Tandarts-patiëntrelatie:
o Patiënten tevredener wanneer ze meer bij behandeling betrokken
worden.
o Tandartsen met autoritair optreden hebben vaker ontevreden
patiënten.
o Eerste consult belangrijk!
Attitude t.o.v. prothese:
o Patiënten die voorafgaand een negatief beeld hebben over
prothese vaker ontevreden.
Persoonlijkheidsstructuur van prothesedrager:
o Ontevreden patiënten:
Vaak ‘’probleempatiënten’’ (= patiënten met veel en vaak
vage lichamelijke klachten en/of neurotische problemen).
Vaak minder intelligent, onevenwichtiger, overdreven
nauwgezet en egocentrischer.
Voelen zich meer geremd in sociale contacten.
o Hoe beter het aanpassingsvermogen van patiënt, hoe minder
problemen met prothese.
Omgevingsinvloeden en socio-economische achtergronden :
o Over het algemeen nemen klachten in loop der jaren af
(gewenning en acceptatie), maar na ≈ 15 jaar weer toename
door voortschrijdende resorptie en mogelijk vermindering van
adaptatievermogen.
Bij ontevreden patiënten waarbij psychische en sociale problemen ten
grondslag liggen aan klachten over prothese mogelijk somatische
fixatie (somatisering = uiten van psychische spanningen en
onlustgevoelens in lichamelijke klachten) niet alleen thk
behandeling, maar ook behandeling van psychische en sociale factoren.
2
De patiënt (H13)
8. een beschrijving geven van de mogelijke factoren die een rol
spelen bij prothese problemen en aangeven hoe dit te
ondervangen is.
H13 Deel A:
Beperking van prothese:
Belangrijk om te realiseren dat prothese slechts hulpmiddel is en veel
klachten terecht en onvermijdelijk zijn:
- Slijmvlijmvlies niet berekend op krachten die prothese bij normale
functie uitoefent.
Geen parodontium, maar druk direct op mucosa en periost
pijnsensatie.
Slijmvlies gemakkelijk beschadigd.
Mogelijk ontstaan branderige en pijnlijk mucosa.
- Kauwvermogen beperkt.
- Prothese heeft weinig houvast.
Voor bovenprothese enigszins mogelijk gebruik maken van
samenspel van fysische eigenschappen (bv. functionele
randvorming, capillaire werking speeksel).
Voor onderprothese vrijwel onmogelijk: ongunstige anatomische
verhoudingen.
- Prothese kan esthetische functie van natuurlijk gebit nauwelijks
overnemen
Elementen geven ook ondersteuning aan weke delen bij
langdurige edentaten sterke resorptie en atrofie van kauwspieren.
- Veranderingen in smaak, spraak en speekselsecretie (toe- of afname)
en mogelijk ontstaan braakreflexen t.g.v. extreme afweerreacties.
- Psychische gevolgen:
Natuurlijk gebit symboliseert kracht, schoonheid, jeugd en
vruchtbaarheid totale extractie kan leiden tot verlies
zelfvertrouwen en zelfrespect.
Functioneren met prothese vergt veel van adaptatie- en
acceptatievermogen.
Aard en omvang van problemen:
Prothesedrager moet bovengenoemde beperkingen verwerken bij 1ste
prothese (vooral psychische).
- Toch vaak in begin weinig problemen door negatieve ervaringen met
laatste elementen.
1
, HVO – deeltoets 2
Vaak ontstaan klachten pas bij 2de of 3de prothese: al aanwezige
beperkingen worden nu duidelijker door vaak voortgeschreden resorptie:
- 20% vindt kauwvermogen onvoldoende.
- 20% vindt bovenprothese, 30-40% vindt onderprothese loszitten.
- Vaak pijn, vooral door onderprothese.
- 10-25% heeft moeite met spreken en klachten over het uiterlijk.
- 25% van prothesedragers niet tevreden.
Oorzaken van problemen:
- Kwaliteit van prothese.
- Conditie van orale weefsel (bv. resorptie proc. alveolaris, anatomie van
OK).
Er komen zowel problemen voor bij goed vervaardigde protheses en
gunstige orale condities als slecht vervaardigde prothese en ongunstige
orale condities geen duidelijke relatie tussen bovengenoemde
factoren en tevredenheid, dus rol voor andere indirecte factoren:
Tandarts-patiëntrelatie:
o Patiënten tevredener wanneer ze meer bij behandeling betrokken
worden.
o Tandartsen met autoritair optreden hebben vaker ontevreden
patiënten.
o Eerste consult belangrijk!
Attitude t.o.v. prothese:
o Patiënten die voorafgaand een negatief beeld hebben over
prothese vaker ontevreden.
Persoonlijkheidsstructuur van prothesedrager:
o Ontevreden patiënten:
Vaak ‘’probleempatiënten’’ (= patiënten met veel en vaak
vage lichamelijke klachten en/of neurotische problemen).
Vaak minder intelligent, onevenwichtiger, overdreven
nauwgezet en egocentrischer.
Voelen zich meer geremd in sociale contacten.
o Hoe beter het aanpassingsvermogen van patiënt, hoe minder
problemen met prothese.
Omgevingsinvloeden en socio-economische achtergronden :
o Over het algemeen nemen klachten in loop der jaren af
(gewenning en acceptatie), maar na ≈ 15 jaar weer toename
door voortschrijdende resorptie en mogelijk vermindering van
adaptatievermogen.
Bij ontevreden patiënten waarbij psychische en sociale problemen ten
grondslag liggen aan klachten over prothese mogelijk somatische
fixatie (somatisering = uiten van psychische spanningen en
onlustgevoelens in lichamelijke klachten) niet alleen thk
behandeling, maar ook behandeling van psychische en sociale factoren.
2