Deel 5: basis van immunologische reactie
BASIS VAN DE IMMUNOLOGISCHE REACTIE
: organisme moet zich continu verdedigen tegen pathogenen in zijn omgeving
Aangeboren immuniteit
- Voor enige blootstelling
- Vanaf geboorte
- Aspecifiek
Verworven immuniteit
- Na blootstelling
- Specifieke respons
Externe verdediging
- Intacte Huid
- Mucosa: ciliae op epitheelcellen
o Opwaartse beweging mucus en pathogenen
- Mucus
• Fysische barriëre
• Vijandige omgeving
• Bv: pH huid 3 tot 5
• Lysosyme
• Speeksel: enzyme, mechanisch
• Maag, pH 1,3 – 3,5
Granulocyten
Neutrofielen = Fagocyten
- Binden aan pathogenen
via oppervlaktereceptoren
- Internaliseren pathogenen
- Vormen vacuole die fusioneert met lysosomen
Antigen presenterende cellen
Macrofagen
– Migrerend door het lichaam of residerend in organen of lymfatisch systeem
Dendritische cellen
– Vooral in T-cel gebieden van lymfoïde organen
,Natural killer cellen
- Vallen virus-geïnfecteerde cellen en kankercellen aan
door het lichaam.
- Veroorzaken apoptose (geprogrammeerde celsterfte) van
de aangevallen cel.
- MHC-complex: presenteert eiwitten van de cel aan
immuuncellen (zoals NK-cellen).
o Als de cel normaal is: NK-cel laat de cel los en
deze overleeft.
o Als de cel geïnfecteerd is met een virus:
Virus zorgt voor expressie van een ander
ligand op het celoppervlak.
Dit ligand wordt herkend door de receptor op de NK-cel.
NK-cel stuurt signalen naar de cel om apoptose te induceren.
- Zo worden virus-geïnfecteerde cellen en potentiële kankercellen vernietigd,
waardoor kanker wordt voorkomen
Activatie aangeboren immuunrespons
Cfr: deel inflammatie
Verworven immuunrespons
- Antigen-presenterende cel (APC): activeert verworven immuunsysteem bij
contact met een antigen
- Antigen presentatie aan T-helper cel: De APC presenteert antigen aan T-helper
cel (T-lymfocyt), die fungeert als lokale regulator.
T-helper cel activeert B-cellen: stimuleert B-cellen om zich om te vormen tot
plasmacellen.
Plasmacellen maken antilichamen: helpen antigenen te opsoniseren en te
fagocyteren
Memory B-cellen: w aangemaakt om klaar te staan om snel om te vormen tot
plasmacellen bij hernieuwd contact met hetzelfde antigen, zodat ze het
opnieuw kunnen vernietigen.
- T-cellen: zorgen vr zowel humorale (antilichaamproductie) als cellulaire respons
Cytokines productie: produceren cytokines die cytotoxische T-cellen
activeren
Cytotoxische T-cellen vernietigen geïnfecteerde cellen: richten zich op cellen
waar het antigen aanwezig is
Geheugencellen: tegen antigen voor toekomstige snelle reacties
- Leeftijd en immuniteit: Bij kinderen komen vaak infecties voor, maar naarmate we
ouder worden, ontwikkelen we meer verworven immuniteit, waardoor we minder
vaak ziek worden
, - B lymfocyten: komen rechtstreeks uit
beenmerg naar bloed naar lymfen
- T lymfocyten: gaat altijd passeren via
de thymus →thymus gaat T lymfocyt
opleiden om enkel de slechte cellen
te herkennen →zo zorgen we dat
normale eiwitten in ons lichaam niet
aangevallen worden
Testen en Verwijderen van Reactieve
Lymfocyten tegen “eigen” antigen
- Tijdens maturatie van B- & T- cellen in
resp. beenmerg en thymus, worden
antigen receptoren getest op “zelf”
reactiviteit
- Lymfocyten met receptoren tegen
“eigen” of “auto” antigenen worden
vernietigd door apoptosis of worden non-functioneel
Diversiteit van Lymfocyten ontstaat door oa. somatische gen-recombinatie
- Genetisch materiaal codeert vr specifieke receptor op oppervlak →random
reorganisatie →receptor ontstaat die bepaald epitoop kan binden
- Dit geeft zeer grote variatie aan mogelijke receptoren op B en T lymfocyten
Klonale Selectie van Lymfocyten
- Tijdens de primaire immuunrespons
o Binding van antigen aan mature lymfocyt resulteert in proliferatie en
di erentiatie van de lymfocyten = clonale selectie.
T-cel Receptor voor Antigenen
T-cel receptor
- uit twee verschillende polypeptide ketens
o Transmembraanreceptor met constant gedeelte en
variabel gedeelte
o Door herschikking van genen krijgt variabel gedeelte
enorme variabiliteit → binding aan verschillende
epitopen
Hoe bindt T cel receptor aan epitoop?
- T cel receptor kan dit enkel doen als het eiwit dat epitoop draagt gebonden is aan
het MHC eiwit (= oppervlakte eiwit)
BASIS VAN DE IMMUNOLOGISCHE REACTIE
: organisme moet zich continu verdedigen tegen pathogenen in zijn omgeving
Aangeboren immuniteit
- Voor enige blootstelling
- Vanaf geboorte
- Aspecifiek
Verworven immuniteit
- Na blootstelling
- Specifieke respons
Externe verdediging
- Intacte Huid
- Mucosa: ciliae op epitheelcellen
o Opwaartse beweging mucus en pathogenen
- Mucus
• Fysische barriëre
• Vijandige omgeving
• Bv: pH huid 3 tot 5
• Lysosyme
• Speeksel: enzyme, mechanisch
• Maag, pH 1,3 – 3,5
Granulocyten
Neutrofielen = Fagocyten
- Binden aan pathogenen
via oppervlaktereceptoren
- Internaliseren pathogenen
- Vormen vacuole die fusioneert met lysosomen
Antigen presenterende cellen
Macrofagen
– Migrerend door het lichaam of residerend in organen of lymfatisch systeem
Dendritische cellen
– Vooral in T-cel gebieden van lymfoïde organen
,Natural killer cellen
- Vallen virus-geïnfecteerde cellen en kankercellen aan
door het lichaam.
- Veroorzaken apoptose (geprogrammeerde celsterfte) van
de aangevallen cel.
- MHC-complex: presenteert eiwitten van de cel aan
immuuncellen (zoals NK-cellen).
o Als de cel normaal is: NK-cel laat de cel los en
deze overleeft.
o Als de cel geïnfecteerd is met een virus:
Virus zorgt voor expressie van een ander
ligand op het celoppervlak.
Dit ligand wordt herkend door de receptor op de NK-cel.
NK-cel stuurt signalen naar de cel om apoptose te induceren.
- Zo worden virus-geïnfecteerde cellen en potentiële kankercellen vernietigd,
waardoor kanker wordt voorkomen
Activatie aangeboren immuunrespons
Cfr: deel inflammatie
Verworven immuunrespons
- Antigen-presenterende cel (APC): activeert verworven immuunsysteem bij
contact met een antigen
- Antigen presentatie aan T-helper cel: De APC presenteert antigen aan T-helper
cel (T-lymfocyt), die fungeert als lokale regulator.
T-helper cel activeert B-cellen: stimuleert B-cellen om zich om te vormen tot
plasmacellen.
Plasmacellen maken antilichamen: helpen antigenen te opsoniseren en te
fagocyteren
Memory B-cellen: w aangemaakt om klaar te staan om snel om te vormen tot
plasmacellen bij hernieuwd contact met hetzelfde antigen, zodat ze het
opnieuw kunnen vernietigen.
- T-cellen: zorgen vr zowel humorale (antilichaamproductie) als cellulaire respons
Cytokines productie: produceren cytokines die cytotoxische T-cellen
activeren
Cytotoxische T-cellen vernietigen geïnfecteerde cellen: richten zich op cellen
waar het antigen aanwezig is
Geheugencellen: tegen antigen voor toekomstige snelle reacties
- Leeftijd en immuniteit: Bij kinderen komen vaak infecties voor, maar naarmate we
ouder worden, ontwikkelen we meer verworven immuniteit, waardoor we minder
vaak ziek worden
, - B lymfocyten: komen rechtstreeks uit
beenmerg naar bloed naar lymfen
- T lymfocyten: gaat altijd passeren via
de thymus →thymus gaat T lymfocyt
opleiden om enkel de slechte cellen
te herkennen →zo zorgen we dat
normale eiwitten in ons lichaam niet
aangevallen worden
Testen en Verwijderen van Reactieve
Lymfocyten tegen “eigen” antigen
- Tijdens maturatie van B- & T- cellen in
resp. beenmerg en thymus, worden
antigen receptoren getest op “zelf”
reactiviteit
- Lymfocyten met receptoren tegen
“eigen” of “auto” antigenen worden
vernietigd door apoptosis of worden non-functioneel
Diversiteit van Lymfocyten ontstaat door oa. somatische gen-recombinatie
- Genetisch materiaal codeert vr specifieke receptor op oppervlak →random
reorganisatie →receptor ontstaat die bepaald epitoop kan binden
- Dit geeft zeer grote variatie aan mogelijke receptoren op B en T lymfocyten
Klonale Selectie van Lymfocyten
- Tijdens de primaire immuunrespons
o Binding van antigen aan mature lymfocyt resulteert in proliferatie en
di erentiatie van de lymfocyten = clonale selectie.
T-cel Receptor voor Antigenen
T-cel receptor
- uit twee verschillende polypeptide ketens
o Transmembraanreceptor met constant gedeelte en
variabel gedeelte
o Door herschikking van genen krijgt variabel gedeelte
enorme variabiliteit → binding aan verschillende
epitopen
Hoe bindt T cel receptor aan epitoop?
- T cel receptor kan dit enkel doen als het eiwit dat epitoop draagt gebonden is aan
het MHC eiwit (= oppervlakte eiwit)