Inhoudsopgave
Inleiding 3
Een structureel probleem in het sociaal werk 3-4
Oorzaken en gevolgen van uitsluiting 4
De maatschappelijke opdracht van de sociaal werker 5
De kernwaarden onder druk 5-6
Wat betekent dit voor de beroepspraktijk? 6
Ruimte maken voor starters: oplossingsrichtingen 7
Bezwaren en spanningsvelden 7
Conclusie 8
Literatuurlijst 9-10
1
, Inleiding
Jongeren maken deel uit van een samenleving die voortdurend hoge verwachtingen aan hen stelt (Spies et
al., 2016). Ze moeten zelfstandig zijn, flexibel en maatschappelijk betrokken (Sociaal en Cultureel
Planbureau, 2021). Voor veel jongeren is dat haalbaar, maar voor anderen, met name jongeren uit
achterstandswijken of met een migratieachtergrond, is de realiteit minder vanzelfsprekend (Nederlands
Jeugdinstituut, z.d.). Zij voelen zich lang niet altijd gezien of erkend binnen de structuren van
hulpverlening en beleid (Le Mat & Pouw, 2017). Het sociaal werk zou juist een verbindende rol moeten
spelen, maar slaagt daar niet altijd in (Platform31, 2023). Jongeren ervaren sociaal werkers soms als
afstandelijk of onbereikbaar, terwijl zij juist nabijheid en betrokkenheid nodig hebben om tot bloei te
komen (Muris, z.d.). Jongeren worden bovendien vaak benaderd als risicogroep in plaats van als mensen
met ideeën, talenten en ontwikkelpotentieel, waardoor verbinding en gelijkwaardige samenwerking niet
tot stand komen (Sociaal en Cultureel Planbureau, 2021). In dit essay wordt betoogd dat sociaal werkers
jongeren niet alleen moeten ondersteunen, maar ook serieus moeten nemen als gelijkwaardige
gesprekspartners. Door jongeren te benaderen als experts van hun eigen situatie ontstaat ruimte voor
wederzijds vertrouwen, samenwerking en duurzame participatie. Deze visie wordt onderbouwd met
literatuur, praktijkervaringen en reflectie op de beroepsethiek.
Een structureel probleem in het sociaal werk
Het sociaal werk is in de kern gericht op inclusie, participatie en empowerment. Toch blijkt uit zowel
praktijkervaring als onderzoek dat een aanzienlijke groep jongeren, met name jongeren met een
migratieachtergrond die opgroeien in achterstandswijken, zich niet aangesproken voelen en niet goed
worden bereikt door het bestaande aanbod. In deze wijken, waar veel gezinnen leven met armoede,
werkloosheid en beperkte kansen, ervaren jongeren structurele uitsluiting en een gebrek aan perspectief.
Zij voelen zich niet gehoord, niet erkend en ervaren het sociaal werk vaak als afstandelijk, sturend en
onvoldoende afgestemd op hun leefwereld (Movisie, 2023). Een belangrijke verklaring hiervoor ligt in de
manier waarop het sociaal werk in de praktijk is georganiseerd. Veel sociaal werkers doen hun best om
jongeren op te zoeken in hun eigen leefomgeving, bijvoorbeeld op straat of in buurthuizen. Toch geeft de
praktijk aan dat zij door strakke beleidskaders, beperkte tijd en organisatorische druk vaak onvoldoende
ruimte hebben om langdurig aanwezig te zijn en vertrouwen op te bouwen. Jongeren geven aan vooral
behoefte te hebben aan begeleiding op basis van gelijkwaardigheid en wederzijds vertrouwen, het liefst op
plekken waar zij zich thuis voelen, zoals op straat, bij de sportclub of in het buurthuis (Le Mat & Pouw,
2017). Juist daar ontstaat verbinding wanneer zij merken dat de professional er niet alleen is als
probleemoplosser, maar als betrokken mens. Daarnaast spelen ook bredere maatschappelijke
ontwikkelingen een versterkende rol. De kloof tussen de systeemwereld van beleid en instellingen en de
leefwereld van jongeren wordt hierdoor verder vergroot (Le Mat & Pouw, 2017). Jongeren met een
migratieachtergrond krijgen vaker dan andere jongeren te maken met discriminatie, negatieve
beeldvorming en uitsluiting (Nederlands Jeugdinstituut, z.d.). Tegelijkertijd wordt in de manier waarop in
de politiek en media over jongeren wordt gesproken vooral het ideaal van zelfredzaamheid benadrukt.
Jongeren die hier niet aan kunnen voldoen, krijgen vaak het gevoel dat het hun eigen fout is, terwijl zij in
werkelijkheid worden tegengehouden door omstandigheden zoals armoede, racisme of een gebrek aan
netwerk (Sieckelinck & Kaulingfreks, 2022). Dit zorgt ervoor dat zij zich mislukt voelen en zich steeds
meer afsluiten voor hulpverlening. Daar komt bij dat jongeren het gevoel hebben vooral als risicogroep te
worden gezien binnen het sociaal werk, in plaats van als individuen met kracht, creativiteit en ambities.
2
Inleiding 3
Een structureel probleem in het sociaal werk 3-4
Oorzaken en gevolgen van uitsluiting 4
De maatschappelijke opdracht van de sociaal werker 5
De kernwaarden onder druk 5-6
Wat betekent dit voor de beroepspraktijk? 6
Ruimte maken voor starters: oplossingsrichtingen 7
Bezwaren en spanningsvelden 7
Conclusie 8
Literatuurlijst 9-10
1
, Inleiding
Jongeren maken deel uit van een samenleving die voortdurend hoge verwachtingen aan hen stelt (Spies et
al., 2016). Ze moeten zelfstandig zijn, flexibel en maatschappelijk betrokken (Sociaal en Cultureel
Planbureau, 2021). Voor veel jongeren is dat haalbaar, maar voor anderen, met name jongeren uit
achterstandswijken of met een migratieachtergrond, is de realiteit minder vanzelfsprekend (Nederlands
Jeugdinstituut, z.d.). Zij voelen zich lang niet altijd gezien of erkend binnen de structuren van
hulpverlening en beleid (Le Mat & Pouw, 2017). Het sociaal werk zou juist een verbindende rol moeten
spelen, maar slaagt daar niet altijd in (Platform31, 2023). Jongeren ervaren sociaal werkers soms als
afstandelijk of onbereikbaar, terwijl zij juist nabijheid en betrokkenheid nodig hebben om tot bloei te
komen (Muris, z.d.). Jongeren worden bovendien vaak benaderd als risicogroep in plaats van als mensen
met ideeën, talenten en ontwikkelpotentieel, waardoor verbinding en gelijkwaardige samenwerking niet
tot stand komen (Sociaal en Cultureel Planbureau, 2021). In dit essay wordt betoogd dat sociaal werkers
jongeren niet alleen moeten ondersteunen, maar ook serieus moeten nemen als gelijkwaardige
gesprekspartners. Door jongeren te benaderen als experts van hun eigen situatie ontstaat ruimte voor
wederzijds vertrouwen, samenwerking en duurzame participatie. Deze visie wordt onderbouwd met
literatuur, praktijkervaringen en reflectie op de beroepsethiek.
Een structureel probleem in het sociaal werk
Het sociaal werk is in de kern gericht op inclusie, participatie en empowerment. Toch blijkt uit zowel
praktijkervaring als onderzoek dat een aanzienlijke groep jongeren, met name jongeren met een
migratieachtergrond die opgroeien in achterstandswijken, zich niet aangesproken voelen en niet goed
worden bereikt door het bestaande aanbod. In deze wijken, waar veel gezinnen leven met armoede,
werkloosheid en beperkte kansen, ervaren jongeren structurele uitsluiting en een gebrek aan perspectief.
Zij voelen zich niet gehoord, niet erkend en ervaren het sociaal werk vaak als afstandelijk, sturend en
onvoldoende afgestemd op hun leefwereld (Movisie, 2023). Een belangrijke verklaring hiervoor ligt in de
manier waarop het sociaal werk in de praktijk is georganiseerd. Veel sociaal werkers doen hun best om
jongeren op te zoeken in hun eigen leefomgeving, bijvoorbeeld op straat of in buurthuizen. Toch geeft de
praktijk aan dat zij door strakke beleidskaders, beperkte tijd en organisatorische druk vaak onvoldoende
ruimte hebben om langdurig aanwezig te zijn en vertrouwen op te bouwen. Jongeren geven aan vooral
behoefte te hebben aan begeleiding op basis van gelijkwaardigheid en wederzijds vertrouwen, het liefst op
plekken waar zij zich thuis voelen, zoals op straat, bij de sportclub of in het buurthuis (Le Mat & Pouw,
2017). Juist daar ontstaat verbinding wanneer zij merken dat de professional er niet alleen is als
probleemoplosser, maar als betrokken mens. Daarnaast spelen ook bredere maatschappelijke
ontwikkelingen een versterkende rol. De kloof tussen de systeemwereld van beleid en instellingen en de
leefwereld van jongeren wordt hierdoor verder vergroot (Le Mat & Pouw, 2017). Jongeren met een
migratieachtergrond krijgen vaker dan andere jongeren te maken met discriminatie, negatieve
beeldvorming en uitsluiting (Nederlands Jeugdinstituut, z.d.). Tegelijkertijd wordt in de manier waarop in
de politiek en media over jongeren wordt gesproken vooral het ideaal van zelfredzaamheid benadrukt.
Jongeren die hier niet aan kunnen voldoen, krijgen vaak het gevoel dat het hun eigen fout is, terwijl zij in
werkelijkheid worden tegengehouden door omstandigheden zoals armoede, racisme of een gebrek aan
netwerk (Sieckelinck & Kaulingfreks, 2022). Dit zorgt ervoor dat zij zich mislukt voelen en zich steeds
meer afsluiten voor hulpverlening. Daar komt bij dat jongeren het gevoel hebben vooral als risicogroep te
worden gezien binnen het sociaal werk, in plaats van als individuen met kracht, creativiteit en ambities.
2