Samenvatting DCA – Secundair onderwijs
HOOFDSTUK 1: EEN KRACHTIGE LEEROMGEVING
Visie op leren en onderwijzen: van behaviorisme naar constructivisme
Behaviorisme
o Gedrag wordt aangeleerd door conditionering
o Gericht op observeerbaar en meetbaar gedrag
o De leerling als iemand die eerder passief gegevens en informatie opneemt
Leerlingen zijn ontvangers, geen actieve medespelers
o De leraren verantwoordelijk gesteld voor het overdragen van kennis
o Voorbeeld:
‘Streepjes zetten’ bij een drukke klas
bonuspunten geven aan leerlingen die het huiswerk maken
Ouders belonen goede punten met geld, hierdoor gaan kinderen beter
studeren.
Cognitivisme
o Jaren 30
o leerling wordt gezien als een black box
kan aangevuld worden met kennis
kennis bestaat uit mentale schema’s waarop ze steeds voortbouwen
de gedachten van een lerende spelen geen rol
o transfer -> de overdracht:
van conceptuele of procedurele kennis tussen verschillende taken
van het korte naar het langetermijngeheugen
o voorbeeld:
vragen stellen om het denken te bevorderen
concept van voortbouwen op voorkennis
Feedback geven op hoe er geleerd wordt
1
, Constructivisme
o Jaren 60
o De sociaal constructivistische stroming
o gaat ervan uit dat leerlingen veel beter leren wanneer ze actief, zelfontdekkend en
zelfconstruerend met leerinhouden omgaan, vertrekkend vanuit hun eigen context
leren is een actief en sociaal proces
student heeft eigen verantwoordelijkheid voor het leerproces
leerkracht krijgt de rol van coach of mentor
context en samenwerken met anderen staan centraal
laat ruimte voor eigen inbreng en creativiteit
door uitnodigende materialen en activiteiten (nieuwe media)
interatieve manier van lesgeven
o verschillende rollen:
leerling = actieve deelnemer
= zelf opbouwen van kennisinhouden en vaardigheden
= zelfontdekkend en zelfconstruerend
= grote verantwoordelijkheid voor het eigen leerproces
leerkracht = mentor, coach, begeleider
= helpen en ondersteunen lln
Connectivisme
o Nieuwe leerstijl
o Stephen downes en george siemens
o Stelt dat een leerling een persoonlijk leernetwerk opstelt met diverse platformen
Leggen netwerken tussen concepten en ideeën
Bv. blogs, forums, sociale media, informatieve websites, boeken …
o Leraar = coach
Reikt relevante bronnen aan
Leerling begeleiding in de zoektocht naar informatie en sturing geven
o Aanvulling op de andere leertheorieën
o Een leerling moet in dit tijdperk gericht leren zoeken en de nieuwe media leren
gebruiken
o Gebruik van technologie -> basis van deze stroming
Kenmerken van leren en onderwijzen
Leren is een activiteit van leerlingen
Leren verandert de kennis, vaardigheden, attitude van de lerende
o Eigen concepten van de wereld (mentale schema’s) aangepast op basis van nieuwe
informatie
De corte:
o Effectief leren = een actief constructief, cumulatief, zelfgestuurd, doelgericht,
gesitueerd, coöperatief en individueel verschillend proces van kennisverwerving,
betekenisgeving en vaardigheidsontwikkeling.
Leren is actief en constructief
o Constructivistische leertheorie
Fout beeld: Leerlingen als lege vaten die gevuld kunnen worden met kennis
Juist beeld: leerlingen zijn bouwmeester van hun kennisconstructie
2
, Creëren eigen begrippen en structureren de werkelijkheid
Nieuwe informatie in wisselwerking met bestaande voorkennis,
vaardigheden en verwachtingen.
o Actief en constructief proces
o Tip: geef leerlingen concrete aanwijzingen over hoe ze met bepaalde leerinhouden
aan de slag moeten gaan
Leren is cumulatief
o Leerlingen construeren nieuwe kennis op basis van wat ze al weten en kunnen
Nieuwe kennis wordt gekoppeld aan reeds aanwezige cognitieve structuren
o Belangrijk dat er genoeg voorkennis aanwezig is om de nieuwe inhouden zinvol te
verwerken
Streeft hogere cognitieve denkniveau’s na
o Tip: brainstormen ‘wat weet ik hier al over’
Leerkracht krijgt zicht op de voorkennis
Leren is zelfgestuurd of zelfregulerend
o Leerling moet eigen leerproces leren beheren en bewaken
Minder afhankelijk van externe sturing
Oriënteren op een leertaak
Stappen zetten tot leren
Eigen vooruitgang in het oog nemen
o Tip: nadenken over wat de leerlingen zelf kunnen verwerken en waar begeleiding
noodzakelijk is
Metacognitieve leeractiviteiten zijn belangrijk
Leren is doelgericht
o Leren wordt bevorderd als men leert met een bepaald doel voor ogen, als leren
betekenis krijgt en als zinvol wordt ervaren
o Wanneer de leerling zelf doelen kan vooropstellen, krijgt leren meer betekenis voor
de leerling
o Leer- en vormingsgebieden en de einddoelstellingen die nagestreefd worden bij
leerlingen zijn wettelijk vastgelegd
Belangrijk dat leerlingen zich de doelen eigen maken en dat ze zich ermee
kunnen identificeren
o Tip: bij aanvang van de lessen leerdoelen vooropstellen
Ook: ruimte creëren opdat leerlingen hun eigen leerdoelen vooropstellen en
leren na te streven
Leren is coöperatief
o Sociale interactie en wisselwerking met anderen zijn essentieel voor het leren
o Gemeenschappelijk werken draagt bij tot
Kennisname van verschillende effectieve denkstrategieën
wederzijdse constructieve terugkoppeling
een waardering van het samenwerken met anderen
ondersteuning bij het verwerven van moeilijke en complexe vaardigheden en
kennis
o Tip: interactie en samenwerking bevorderen
Samenwerken tussen leerlingen motiveren, organiseren, opdat ze elkaar
kunnen ondersteunen en op weg helpen.
3
, Leren is context- en situatiegebonden
o Leren is onlosmakelijk verbonden aan een sociale en culturele context
o Leren dient zoveel mogelijk te gebeuren in authentieke, reële situaties die voor de
leerling betekenisvol zijn.
o Tip: sta stil bij leersituaties die representatief zijn voor contexten waarbinnen de
leerlingen in de toekomst hun kennis en vaardigheden moeten toepassen.
Leren is individueel verschillend
o Leren gebeurt door elke leerling op een andere manier.
o Leren van elke leerling wordt beïnvloed door verschillende aspecten
Bv. voorkennis
Opvattingen
Interesse
Zelfbeeld
o Eenzelfde instructie van de leraar kan tot verschillende leeractiviteit leiden bij
leerlingen.
o Tip: passieve leerlingen uitdagen
Afwisseling bieden in werkvormen en studiemateriaal
HOOFDSTUK 2: DIDACTISCH MODEL DE CORTE
Wat betekent didactiek?
Didactiek helpt de leraar bij het creëren van een krachtige leeromgeving waarin leerlingen op
een intentionele en systematische wijze de minimumdoelen verwerven.
Krachtige leeromgeving
o Situaties en contexten die bij de leerlingen de vereiste leerprocessen en motivatie
kunnen uitlokken
Intentioneel
o Doelgericht
o Doelen die werden opgelegd: eindtermen of ontwikkelingsdoelen
o Leerkrachten leggen vaak ook zichzelf onbewust doelstellingen op
Systematisch
o Nagedacht over de wijze waarop men leerlingen in staat zal stellen de leerdoelen te
verwerven.
o Effectief beredeneerd lesgeven
Adequate leeromgeving
o Motiverende leeromgeving
o Mogelijke succesbeleving
o Leren met reële en authentieke situaties
o Leraar speelt adequaat in op wat zich voordoet in de feitelijke leeromgeving
o Leraar kan werken met de inbreng van de lerenden
o Leraar bevordert actief ontdekken en verwerken van leerinhouden
o Leraar leert leerlingen nadenken over hun leerproces
4
HOOFDSTUK 1: EEN KRACHTIGE LEEROMGEVING
Visie op leren en onderwijzen: van behaviorisme naar constructivisme
Behaviorisme
o Gedrag wordt aangeleerd door conditionering
o Gericht op observeerbaar en meetbaar gedrag
o De leerling als iemand die eerder passief gegevens en informatie opneemt
Leerlingen zijn ontvangers, geen actieve medespelers
o De leraren verantwoordelijk gesteld voor het overdragen van kennis
o Voorbeeld:
‘Streepjes zetten’ bij een drukke klas
bonuspunten geven aan leerlingen die het huiswerk maken
Ouders belonen goede punten met geld, hierdoor gaan kinderen beter
studeren.
Cognitivisme
o Jaren 30
o leerling wordt gezien als een black box
kan aangevuld worden met kennis
kennis bestaat uit mentale schema’s waarop ze steeds voortbouwen
de gedachten van een lerende spelen geen rol
o transfer -> de overdracht:
van conceptuele of procedurele kennis tussen verschillende taken
van het korte naar het langetermijngeheugen
o voorbeeld:
vragen stellen om het denken te bevorderen
concept van voortbouwen op voorkennis
Feedback geven op hoe er geleerd wordt
1
, Constructivisme
o Jaren 60
o De sociaal constructivistische stroming
o gaat ervan uit dat leerlingen veel beter leren wanneer ze actief, zelfontdekkend en
zelfconstruerend met leerinhouden omgaan, vertrekkend vanuit hun eigen context
leren is een actief en sociaal proces
student heeft eigen verantwoordelijkheid voor het leerproces
leerkracht krijgt de rol van coach of mentor
context en samenwerken met anderen staan centraal
laat ruimte voor eigen inbreng en creativiteit
door uitnodigende materialen en activiteiten (nieuwe media)
interatieve manier van lesgeven
o verschillende rollen:
leerling = actieve deelnemer
= zelf opbouwen van kennisinhouden en vaardigheden
= zelfontdekkend en zelfconstruerend
= grote verantwoordelijkheid voor het eigen leerproces
leerkracht = mentor, coach, begeleider
= helpen en ondersteunen lln
Connectivisme
o Nieuwe leerstijl
o Stephen downes en george siemens
o Stelt dat een leerling een persoonlijk leernetwerk opstelt met diverse platformen
Leggen netwerken tussen concepten en ideeën
Bv. blogs, forums, sociale media, informatieve websites, boeken …
o Leraar = coach
Reikt relevante bronnen aan
Leerling begeleiding in de zoektocht naar informatie en sturing geven
o Aanvulling op de andere leertheorieën
o Een leerling moet in dit tijdperk gericht leren zoeken en de nieuwe media leren
gebruiken
o Gebruik van technologie -> basis van deze stroming
Kenmerken van leren en onderwijzen
Leren is een activiteit van leerlingen
Leren verandert de kennis, vaardigheden, attitude van de lerende
o Eigen concepten van de wereld (mentale schema’s) aangepast op basis van nieuwe
informatie
De corte:
o Effectief leren = een actief constructief, cumulatief, zelfgestuurd, doelgericht,
gesitueerd, coöperatief en individueel verschillend proces van kennisverwerving,
betekenisgeving en vaardigheidsontwikkeling.
Leren is actief en constructief
o Constructivistische leertheorie
Fout beeld: Leerlingen als lege vaten die gevuld kunnen worden met kennis
Juist beeld: leerlingen zijn bouwmeester van hun kennisconstructie
2
, Creëren eigen begrippen en structureren de werkelijkheid
Nieuwe informatie in wisselwerking met bestaande voorkennis,
vaardigheden en verwachtingen.
o Actief en constructief proces
o Tip: geef leerlingen concrete aanwijzingen over hoe ze met bepaalde leerinhouden
aan de slag moeten gaan
Leren is cumulatief
o Leerlingen construeren nieuwe kennis op basis van wat ze al weten en kunnen
Nieuwe kennis wordt gekoppeld aan reeds aanwezige cognitieve structuren
o Belangrijk dat er genoeg voorkennis aanwezig is om de nieuwe inhouden zinvol te
verwerken
Streeft hogere cognitieve denkniveau’s na
o Tip: brainstormen ‘wat weet ik hier al over’
Leerkracht krijgt zicht op de voorkennis
Leren is zelfgestuurd of zelfregulerend
o Leerling moet eigen leerproces leren beheren en bewaken
Minder afhankelijk van externe sturing
Oriënteren op een leertaak
Stappen zetten tot leren
Eigen vooruitgang in het oog nemen
o Tip: nadenken over wat de leerlingen zelf kunnen verwerken en waar begeleiding
noodzakelijk is
Metacognitieve leeractiviteiten zijn belangrijk
Leren is doelgericht
o Leren wordt bevorderd als men leert met een bepaald doel voor ogen, als leren
betekenis krijgt en als zinvol wordt ervaren
o Wanneer de leerling zelf doelen kan vooropstellen, krijgt leren meer betekenis voor
de leerling
o Leer- en vormingsgebieden en de einddoelstellingen die nagestreefd worden bij
leerlingen zijn wettelijk vastgelegd
Belangrijk dat leerlingen zich de doelen eigen maken en dat ze zich ermee
kunnen identificeren
o Tip: bij aanvang van de lessen leerdoelen vooropstellen
Ook: ruimte creëren opdat leerlingen hun eigen leerdoelen vooropstellen en
leren na te streven
Leren is coöperatief
o Sociale interactie en wisselwerking met anderen zijn essentieel voor het leren
o Gemeenschappelijk werken draagt bij tot
Kennisname van verschillende effectieve denkstrategieën
wederzijdse constructieve terugkoppeling
een waardering van het samenwerken met anderen
ondersteuning bij het verwerven van moeilijke en complexe vaardigheden en
kennis
o Tip: interactie en samenwerking bevorderen
Samenwerken tussen leerlingen motiveren, organiseren, opdat ze elkaar
kunnen ondersteunen en op weg helpen.
3
, Leren is context- en situatiegebonden
o Leren is onlosmakelijk verbonden aan een sociale en culturele context
o Leren dient zoveel mogelijk te gebeuren in authentieke, reële situaties die voor de
leerling betekenisvol zijn.
o Tip: sta stil bij leersituaties die representatief zijn voor contexten waarbinnen de
leerlingen in de toekomst hun kennis en vaardigheden moeten toepassen.
Leren is individueel verschillend
o Leren gebeurt door elke leerling op een andere manier.
o Leren van elke leerling wordt beïnvloed door verschillende aspecten
Bv. voorkennis
Opvattingen
Interesse
Zelfbeeld
o Eenzelfde instructie van de leraar kan tot verschillende leeractiviteit leiden bij
leerlingen.
o Tip: passieve leerlingen uitdagen
Afwisseling bieden in werkvormen en studiemateriaal
HOOFDSTUK 2: DIDACTISCH MODEL DE CORTE
Wat betekent didactiek?
Didactiek helpt de leraar bij het creëren van een krachtige leeromgeving waarin leerlingen op
een intentionele en systematische wijze de minimumdoelen verwerven.
Krachtige leeromgeving
o Situaties en contexten die bij de leerlingen de vereiste leerprocessen en motivatie
kunnen uitlokken
Intentioneel
o Doelgericht
o Doelen die werden opgelegd: eindtermen of ontwikkelingsdoelen
o Leerkrachten leggen vaak ook zichzelf onbewust doelstellingen op
Systematisch
o Nagedacht over de wijze waarop men leerlingen in staat zal stellen de leerdoelen te
verwerven.
o Effectief beredeneerd lesgeven
Adequate leeromgeving
o Motiverende leeromgeving
o Mogelijke succesbeleving
o Leren met reële en authentieke situaties
o Leraar speelt adequaat in op wat zich voordoet in de feitelijke leeromgeving
o Leraar kan werken met de inbreng van de lerenden
o Leraar bevordert actief ontdekken en verwerken van leerinhouden
o Leraar leert leerlingen nadenken over hun leerproces
4