RELATIE- EN GEZINSSTUDIES
,De cosmos of relaties: even complex?
relaties zijn complex
gaat in tegen intuïtieve opvatting dat relaties goed en simpel moeten zijn
‘zolang er maar genoeg aantrekkingskracht is’, match made in heaven
maar relaties zijn niet iets dat vanzelf gaat
relaties betreffen emoties, gedachten, wensen, doelen, passie, persoonlijkheden,
geschiedenissen, … van minstens 2 personen
dit alles vereist ‘daily coördination’ voor partnerrelaties moet gewerkt worden!
Theorie & onderzoek naar partnerrelaties
Wat is het aan relaties dat ze ze zo lastig maakt, zo complex, maar anderzijds ook zo
onmisbaar?
Wat is een intieme relatie en wat maakt ze anders dan relaties met collega’s, vrienden,
familie…?
Wat is een goede relatie?
Hoe kunnen we het verloop van relaties begrijpen?
Waarom zijn relaties soms een bron van intimiteit, steun, vriendschap, en soms een bron van
frustratie, conflict, geweld etc.
….
Hoe kan wetenschap (theorie & onderzoek) ons helpen om deze vragen (ten dele) te
beantwoorden
“intimate relationship science”
wetenschappelijke studie naar het ontstaan, behoud, en verval van partnerrelaties
hele initiële fasen van ‘attraction’, of ‘maintenance’ van relaties tot het
verval van relaties
sinds jaren 1960; vnl noord‐amerika
nu internationaal, inclusief België, Familylab Ugent
International Association for Relationship Research www.iarr.org
aanbevolen literatuur (niet te kennen voor het examen!)
Bradbury & Karney (2010). Intimate Relationships. Norton.
Vangelisti & Perlman (2008). The Cambridge Handbook of Personal Relationships.
Cambridge University Press.
Duck (2007). Human Relationships. 4th ed. Sage
Personal Relationships; Jn of Social and Personal
Relationships; Jn of Family Psychology; …
,Vereisten aan wetenschappelijk onderzoek naar partnerrelaties
vereiste 1
proberen zoveel mogelijk de nuances, complexiteiten, eigen aan partnerrelaties te capteren
en te respecteren
we bestuderen geen dode materie, maar dynamische en dyadische processen
wat gebeurt er tussen partners?
heeft implicaties …
op theorie
P1, P2, interacties
hele uitdaging om iets te vertellen hoe 2 mensen met elkaar omgaan in een
relatie, want gaat verder dan wat zich rond 1 persoon afspeelt
ook op de methodes
autorapportering = over zichzelf
heterorapportering = over de andere rapporteren zeer informatief!
relatierapportering = over de relatie rapporteren correlaties tssn
personen? overeenkomsten en verschillen?
en op de statistische modellen/technieken
interafhankelijkheid; APIM, repeated measures
vereiste 2
relaties bestuderen dmv wetenschappelijke onderzoeksdesigns, methodes, en instrumenten
we moeten het warm water niet opnieuw gaan uitvinden
er bestaan reeds zeer goede methodes en paradigma’s
onderzoek naar partnerrelaties = fundamenteel onderzoek!
heel rigoureus te werk gaan, net zoals in ander psychologisch onderzoek
vereiste 3
proberen kennis te vertalen naar klinische praktijk
in het bijzonder: preventie‐therapie & beleidsmakers
doel = interventies gebaseerd op wetenschappelijke inzichten (evidence‐based)
fundamenteel onderzoek moet de klinische praktijk informeren (Buysse, De Mol,
Verhofstadt, 2008;2014)
,Inleiding
Wat zijn intieme relaties?
Waarom moeten we ze bestuderen?
Wat willen we dan juist weten?
Hoe moeten we onze vragen beantwoorden?
Wat zijn intieme relaties?
wat moeten mensen specifiek doen of wat moet er tussen mensen dan gebeuren om ons te
doen besluiten dat ze “een intieme relatie hebben”?
“intieme relaties” vs. “romantische relaties”
romantiek vooral iets in het begin van de relatie
intimiteit kan veel langer blijven bestaan
gevoelens van geborgenheid, veiligheid, …
4 criteria van intieme relaties
interafhankelijkheid / interdependence
= wederzijdse invloed die twee mensen hebben op elkaars gedrag
verwijst dus niet zoals ‘afhankelijkheid’ in de dagelijkse taal
invloed moet bidirectioneel zijn circulaire beïnvloeding/aanpassing
vs. uni‐directionele invloed die onvoldoende is om relatie uit te bouwen
spamberichten die beginnen met “dear friend”, waarin blijkt dat je geld
gewonnen hebt of zoiets dergelijks
je wordt hierdoor beïnvloed & dit beïnvloed je gedrag
maar dit gedrag beïnvloed niemand anders (tenzij je misschien zou
antwoorden) dus dit blijft unidirectioneel
bidirectionele invloed mag zich niet beperken tot één interactie
neemt toe met de tijd
eerste ontmoeting: heel beperkt
na een jaar: heel veel
wat er gebeurt krijgt betekenis in het licht van voorgaande interacties
interne representatie partner/relatie obv herhalende interacties (=sociale cognitie)
we bouwen cognitieve schema’s op over onze partner en over onze relatie
afwezigheid partner: beeld van partner/relatie oproepen
koppel-identiteit biedt voorspelbaarheid en geruststelling
moet bidirectioneel zijn, gedeeld zijn, co-constructie
- 2 partners construeren samen een beeld van hun relatie
, = noodzakelijke maar geen voldoende voorwaarde voor intieme relatie
elke relatievorm vereist interafhankelijkheid
betekent daarom niet dat er al intimiteit aanwezig is
bvb: cipier‐gevangene; verpleger‐patient
uniciteit
intieme relaties gebeuren niet zomaar tussen 2 “interafhankelijke personen”
moet gaan om personen die elkaar behandelen/zien als unieke individuen vs.
verwisselbare personen die bepaalde rol in ons leven opnemen (Blumstein &
Kollock, 1988)
ze moeten elkaar zien als uniek en zo wordt verwisselbaarheid lastig
bvb: cipier‐gevangene
- interafhankelijkheid gedragen door rol die ze opnemen, maar
verwisselbaar
- andere cipier en andere gevangene zou hetzelfde blijven
“impersonal” ‐> “personal”
“impersonal”: formeel, taakgericht, instrumenteel
“personal”: informeel, emotionele verbondenheid
unieke dynamieken die “vervangbaarheid” lastig maken
closeness
niet alle “persoonlijke relaties” zijn intieme relaties
zelfs al zien wij onze ouders, grootouders, vrienden, als unieke mensen (personal
relationships), toch varieert de mate van ‘closeness’ tussen die relaties
“personal relationships” “close relationships”
= “strong, frequent, and diverse interdependence that lasts over a considerable
period of time” (Kelley, 1983)
over de tijd heen, op verschillende vlakken
bellen met elkaar, gezamenlijke vriendengroep, elkaar vaak zien, …
= hoge mate van interafhankelijkheid = frequente, diverse, en significante invloed die
partners op elkaar hebben
seksualiteit
“close relationships” “intimate relationships”
closeness onvoldoende
relaties met broers/zussen/vrienden: frequente, sterke, diverse wederzijdse invloed
(=close)
maar niet geneigd om onze vriendschappen intieme relatie te noemen
,De cosmos of relaties: even complex?
relaties zijn complex
gaat in tegen intuïtieve opvatting dat relaties goed en simpel moeten zijn
‘zolang er maar genoeg aantrekkingskracht is’, match made in heaven
maar relaties zijn niet iets dat vanzelf gaat
relaties betreffen emoties, gedachten, wensen, doelen, passie, persoonlijkheden,
geschiedenissen, … van minstens 2 personen
dit alles vereist ‘daily coördination’ voor partnerrelaties moet gewerkt worden!
Theorie & onderzoek naar partnerrelaties
Wat is het aan relaties dat ze ze zo lastig maakt, zo complex, maar anderzijds ook zo
onmisbaar?
Wat is een intieme relatie en wat maakt ze anders dan relaties met collega’s, vrienden,
familie…?
Wat is een goede relatie?
Hoe kunnen we het verloop van relaties begrijpen?
Waarom zijn relaties soms een bron van intimiteit, steun, vriendschap, en soms een bron van
frustratie, conflict, geweld etc.
….
Hoe kan wetenschap (theorie & onderzoek) ons helpen om deze vragen (ten dele) te
beantwoorden
“intimate relationship science”
wetenschappelijke studie naar het ontstaan, behoud, en verval van partnerrelaties
hele initiële fasen van ‘attraction’, of ‘maintenance’ van relaties tot het
verval van relaties
sinds jaren 1960; vnl noord‐amerika
nu internationaal, inclusief België, Familylab Ugent
International Association for Relationship Research www.iarr.org
aanbevolen literatuur (niet te kennen voor het examen!)
Bradbury & Karney (2010). Intimate Relationships. Norton.
Vangelisti & Perlman (2008). The Cambridge Handbook of Personal Relationships.
Cambridge University Press.
Duck (2007). Human Relationships. 4th ed. Sage
Personal Relationships; Jn of Social and Personal
Relationships; Jn of Family Psychology; …
,Vereisten aan wetenschappelijk onderzoek naar partnerrelaties
vereiste 1
proberen zoveel mogelijk de nuances, complexiteiten, eigen aan partnerrelaties te capteren
en te respecteren
we bestuderen geen dode materie, maar dynamische en dyadische processen
wat gebeurt er tussen partners?
heeft implicaties …
op theorie
P1, P2, interacties
hele uitdaging om iets te vertellen hoe 2 mensen met elkaar omgaan in een
relatie, want gaat verder dan wat zich rond 1 persoon afspeelt
ook op de methodes
autorapportering = over zichzelf
heterorapportering = over de andere rapporteren zeer informatief!
relatierapportering = over de relatie rapporteren correlaties tssn
personen? overeenkomsten en verschillen?
en op de statistische modellen/technieken
interafhankelijkheid; APIM, repeated measures
vereiste 2
relaties bestuderen dmv wetenschappelijke onderzoeksdesigns, methodes, en instrumenten
we moeten het warm water niet opnieuw gaan uitvinden
er bestaan reeds zeer goede methodes en paradigma’s
onderzoek naar partnerrelaties = fundamenteel onderzoek!
heel rigoureus te werk gaan, net zoals in ander psychologisch onderzoek
vereiste 3
proberen kennis te vertalen naar klinische praktijk
in het bijzonder: preventie‐therapie & beleidsmakers
doel = interventies gebaseerd op wetenschappelijke inzichten (evidence‐based)
fundamenteel onderzoek moet de klinische praktijk informeren (Buysse, De Mol,
Verhofstadt, 2008;2014)
,Inleiding
Wat zijn intieme relaties?
Waarom moeten we ze bestuderen?
Wat willen we dan juist weten?
Hoe moeten we onze vragen beantwoorden?
Wat zijn intieme relaties?
wat moeten mensen specifiek doen of wat moet er tussen mensen dan gebeuren om ons te
doen besluiten dat ze “een intieme relatie hebben”?
“intieme relaties” vs. “romantische relaties”
romantiek vooral iets in het begin van de relatie
intimiteit kan veel langer blijven bestaan
gevoelens van geborgenheid, veiligheid, …
4 criteria van intieme relaties
interafhankelijkheid / interdependence
= wederzijdse invloed die twee mensen hebben op elkaars gedrag
verwijst dus niet zoals ‘afhankelijkheid’ in de dagelijkse taal
invloed moet bidirectioneel zijn circulaire beïnvloeding/aanpassing
vs. uni‐directionele invloed die onvoldoende is om relatie uit te bouwen
spamberichten die beginnen met “dear friend”, waarin blijkt dat je geld
gewonnen hebt of zoiets dergelijks
je wordt hierdoor beïnvloed & dit beïnvloed je gedrag
maar dit gedrag beïnvloed niemand anders (tenzij je misschien zou
antwoorden) dus dit blijft unidirectioneel
bidirectionele invloed mag zich niet beperken tot één interactie
neemt toe met de tijd
eerste ontmoeting: heel beperkt
na een jaar: heel veel
wat er gebeurt krijgt betekenis in het licht van voorgaande interacties
interne representatie partner/relatie obv herhalende interacties (=sociale cognitie)
we bouwen cognitieve schema’s op over onze partner en over onze relatie
afwezigheid partner: beeld van partner/relatie oproepen
koppel-identiteit biedt voorspelbaarheid en geruststelling
moet bidirectioneel zijn, gedeeld zijn, co-constructie
- 2 partners construeren samen een beeld van hun relatie
, = noodzakelijke maar geen voldoende voorwaarde voor intieme relatie
elke relatievorm vereist interafhankelijkheid
betekent daarom niet dat er al intimiteit aanwezig is
bvb: cipier‐gevangene; verpleger‐patient
uniciteit
intieme relaties gebeuren niet zomaar tussen 2 “interafhankelijke personen”
moet gaan om personen die elkaar behandelen/zien als unieke individuen vs.
verwisselbare personen die bepaalde rol in ons leven opnemen (Blumstein &
Kollock, 1988)
ze moeten elkaar zien als uniek en zo wordt verwisselbaarheid lastig
bvb: cipier‐gevangene
- interafhankelijkheid gedragen door rol die ze opnemen, maar
verwisselbaar
- andere cipier en andere gevangene zou hetzelfde blijven
“impersonal” ‐> “personal”
“impersonal”: formeel, taakgericht, instrumenteel
“personal”: informeel, emotionele verbondenheid
unieke dynamieken die “vervangbaarheid” lastig maken
closeness
niet alle “persoonlijke relaties” zijn intieme relaties
zelfs al zien wij onze ouders, grootouders, vrienden, als unieke mensen (personal
relationships), toch varieert de mate van ‘closeness’ tussen die relaties
“personal relationships” “close relationships”
= “strong, frequent, and diverse interdependence that lasts over a considerable
period of time” (Kelley, 1983)
over de tijd heen, op verschillende vlakken
bellen met elkaar, gezamenlijke vriendengroep, elkaar vaak zien, …
= hoge mate van interafhankelijkheid = frequente, diverse, en significante invloed die
partners op elkaar hebben
seksualiteit
“close relationships” “intimate relationships”
closeness onvoldoende
relaties met broers/zussen/vrienden: frequente, sterke, diverse wederzijdse invloed
(=close)
maar niet geneigd om onze vriendschappen intieme relatie te noemen