Classificatie van bijwerkingen:
Type A Augmented
= duidelijk gerelateerd met de farmacologie van het middel
à versterkte vorm vd werking van het GM
- Frequent (70-80% van de bijwerkingen)
- Dosis-gerelateerd
- Treden terug na nieuwe blootstelling
- Voorspelbaar
- Lage mortaliteit
Begeleid?: dosis verminderen of stoppen
Voorbeelden:
- Hypoglycemie bij antidiabetica
- Alopecia bij chemotherapie
- Urine retentie bij anticholinergica
- Hypokaliëmie bij Lis en thiazide diuretica
Populatie at risk:
- zwangere vrouwen (en foetus)
- ouderen
- kinderen
- Patiënten met nierlijden
- Patiënten met leverlijden
- Gebruik van andere medicatie (risico op interacties)
Type B Bizarre of idiosyncratisch
= NIET gerelateerd aan farmacologische werking van het middel → individuele
eigenschappen patiënt bepalen of de bijwerking optreed
- NIET voorspelbaar
- GEEN dosis relatie
- NIET altijd te herhalen bij “rechallenge” (Ethisch?)
- ERNSTIG
Begeleid?: stoppen en vermijden van gebruik in de toekomst
Voorbeelden:
- Stevens Johnson syndroom (antibiotica, anti-epileptica, NSAIDs, …) ⇒
huidaandoening waar celdood zorgt voor de separatie van de binnenste en
buitenste huid en mucus membranen
- Anesthesie en maligne hyperthermie (hypermetabole fase) -
Troglitazone en “drug-induced” hepatitis
- Anafylaxie door penicilline (hypersensitieve reactie)
1
,Type C Chronisch
= dosis- en tijdgerelateerd
à opbouwen van cumulatieve dosis
Begeleid?: Dosisreductie of stoppen
Voorbeelden:
- benzodiazepines afhankelijkheid
- analgetica nefropathie = fenacetine nier
- Onderdrukken van de hypothalamus-hypofyse-adrenerge as bij het gebruik
van corticosteroïden
Type D Delayed
= dosisgerelateerd en blijft ook na stoppen van therapie
⇒ Carcinogene en teratogene bijwerkingen
- er is meestal een geruime tijd tussen stoppen en optreden van bijwerkingen
- relatief zeldzaam gezien uitgebreide preklinische testen rond het risico op
kanker en congenitale afwijkingen (dierstudies)
Begeleid: Vaak niet behandelbaar
Voorbeelden:
- risico op kanker bij bepaalde immunosuppressiva
- Retinoïden en teratogeniciteit
- Neuroleptica (antipsychotica) en tardieve dyskinesie (bewegingsstoornis ⇒
Het heeft waarschijnlijk te maken met veranderingen in de basale ganglia.
Tardieve dyskinesie is irreversibel, een eenmaal ontwikkelde handicap is
blijvend.)
Type E End-of-use
= treed op na stoppen van therapie (cold turkey)
⇒ relatief zelden
Voorbeelden:
- afkicken van opiaten
- β-blocker withdrawal syndrome: a “rebound” effect characterized by
tachycardia and hypertension. Patients with ischemic heart disease may
have exacerbation of angina or acute ischemic events.
Begeleid: Start opnieuw op en nadien GELEIDELIJK stoppen met het middel
Type F Failure
= Frequent en dosis gerelateerd
⇒ kan ook door gevolg van interacties!
2
, Voorbeelden:
- Gebruik van Orale anti conceptie (OAC) met enzym inducers (CYP3A4) (vb.
Anti-epileptica)
- Antibioticaresistentie
Begeleid: Eventueel verhogen van de dosis of eventuele interacties proberen te
voorkomen (switchen van GM die zorgt voor interactie)
Nieuw classificatiesysteem = DoTS
- Do: Dosering
○ subtherapeutische dosering (hypersusceptible/overgevoelig)
○ Standaard therapeutische dosering (collateral)
○ Supratherapeutische dosering (Hypo Susceptible/ondergevoelig)
- T: Timing
○ Rapid reactions
○ First dose
○ Early reactions
○ Intermediate
○ Late
○ Delayed
- S: susceptibility = individuele gevoeligheid van de patiënt
○ Genetisch (vb. maligne hyperthermie) ⇒ Screen voor abnormaliteiten en vermijd
sommige medicatie
○ Geslacht (vb. Alcohol intoxicatie) ⇒ gebruik verschillende doseringen in mannen en
vrouwen
○ Leeftijd (vb. chlooramfenicol en neonaten) ⇒ pas de dosering aan afhankelijk van de
leeftijd
○ Fysiologisch ⇒ pas de dosering aan of vermijd
○ Exogene factoren (Vb. drug interacties) ⇒ Pas de dosering aan en vermijd co-
administratie
○ Comorbiditeit (vb. renale insufficiëntie en Lithium) ⇒ screen voor abnormaliteiten ,
vermijd specifieke GM’en en gebruik gereduceerde dosissen
à rekening houdend met het risico voor de individuele patiënt.
3