Samenvatting PSYCHOLOGIE-periode 4
Hoorcollege 1
Student heeft kennis van de normale en pathologische ontwikkeling van een kind, jeugdige
of (jong) volwassene
Ontwikkelingspsychologie Analyse van de normale ontwikkeling van de psyche
- Culturele antropologie, onderzoek naar de mens binnen verschillende culturen
- Biologie, kijken naar het menselijk lichaam
- Sociologie, kudde gedrag, grote groepen mensen bekijken, hoe werken deze groepn.
Psychopathologie Analyse van stoornissen van de psyche
- Klinische psychologie, Analyse van psychische, therapeutische behandeling. Hoe kun
je iets behandelen.
- (Kinder)Psychiatrie, Voornamelijk medicinale behandeling van stoornissen (bij
kinderen). Medisch opgeleid, medische basis.
- (ortho) Pedagogiek, Analyse van de opvoedkundige praktijk
Stoornis
Ontwikkelingspsychopathologie Analyse van het ontstaan en - Syndroom
beloop van psychische stoornissen. • Cognitief
- Stoornis • Emotie-regulerend
• Classificatie: systematische beschrijving van gedrag • Gedragsmatig
(Wetenschappelijk), wat neem je waar. • De volgende
• Diagnostiek: inschatting van lijden, functioneren en symptomen horen
Hulpbehoefte. samen tot een
• Comorbiditeit: samengaan met andere stoornissen bepaald syndroom.
• Differentiaaldiagnose: lijken op andere stoornissen - Lijden/disfunctie (de
(Het lijkt op een andere stoornis, maar je wil uitsluiten persoon ervaart altijd
welke het niet is) leed of disfunctie)
• Epidemiologie: hoe (verschillend), in welke mate
treden kenmerken op
• Prevalentie: hoe vaak het voorkomt op één moment/ binnen een periode
,Hoe wordt elke stoornis uitgelegd?
1. Normale ontwikkeling
2. Kenmerken van stoornissen
- DSM-5
• Beschrijving van ‘zichtbare’ gedragskenmerken
- Psychische problemen
• Persoonlijk lijden
- Differentiaaldiagnose, wat zouden deze kenmerken nog meer kunnen zijn?
- Co morbiditeit, met wat gaat het samen? Met een andere stoornis of met
andere kenmerken.
- Prevalentie, hoe vaak komt het voor?
- Verschillen in uitingsvorm, zijn er verschillen tussen bepaalde individuen?
3. Maatschappelijke en culturele invloeden op een stoornis
Culturele en maatschappelijke normen hebben een grote invloed op wat wij normaal
vinden en wat wij gestoord vinden. Hoe wordt gedrag geïnterpreteerd vanuit een
bepaalde cultuur of een maatschappij.
Cultuur en maatschappij hebben een sturende rol en een interpreterende rol naar
individueel gedrag.
4. Risico- en beschermingsfactoren
Gedrag is een combinatie van nature en nurture.
- Een stoornis is altijd een combinatie van nature + nurture.
- Bij nature heb je een bepaalde aanleg (diathesis) in bijvoorbeeld je genen of
in de omgeving waar je geboren bent.
- Daarnaast heb je ook een bepaalde nurture, dat zijn de dingen die je
meemaakt in het leven die een trigger kunnen vormen van een bepaalde
stoornis.
, 5. Hulpverlening
Voorbeeld kenmerk van een stoornis
- Classificatie van wat je ziet: een nagel die broos is geworden door water.
- Differentiaaldiagnose: wat zou het ook kunnen zijn? Gescheurde nagel door
schimmelinfectie of door vitaminetekort.
- Comorbiditeit: wat treedt er op? Rode irritatie, lage weerstand, droge huid.
- Prevalentie: hoe vaak komt het voor?
- Verschillen in uitingsvorm: verschil bij jongens en meisjes?
De student heeft kennis van de categoriale classificatiesystemen DSM-V en ICD-10 en de
dimensionele benadering van de CBCL
DSM versus CBCL
DSM-5 (Diagnostic and Statistical Manual
CBCL (Child Behavior Checklist)
of Mental Disorders)
Dimensie (dimensioneel in meer of
Categorie (categoriaal een diagnose
mindere mate kan een diagnose worden
wordt pas vanaf een bepaald punt gesteld)
gesteld)
Eén standaard (gefixeerd) Multi interpretabel (flexibel)
Afspraken van deskundigen Inschatting door persoon zelf
Eén persoon classificeert Combinatie van mensen
Lage cultuurgevoeligheid Cultuur onafhankelijk
Hoorcollege 1
Student heeft kennis van de normale en pathologische ontwikkeling van een kind, jeugdige
of (jong) volwassene
Ontwikkelingspsychologie Analyse van de normale ontwikkeling van de psyche
- Culturele antropologie, onderzoek naar de mens binnen verschillende culturen
- Biologie, kijken naar het menselijk lichaam
- Sociologie, kudde gedrag, grote groepen mensen bekijken, hoe werken deze groepn.
Psychopathologie Analyse van stoornissen van de psyche
- Klinische psychologie, Analyse van psychische, therapeutische behandeling. Hoe kun
je iets behandelen.
- (Kinder)Psychiatrie, Voornamelijk medicinale behandeling van stoornissen (bij
kinderen). Medisch opgeleid, medische basis.
- (ortho) Pedagogiek, Analyse van de opvoedkundige praktijk
Stoornis
Ontwikkelingspsychopathologie Analyse van het ontstaan en - Syndroom
beloop van psychische stoornissen. • Cognitief
- Stoornis • Emotie-regulerend
• Classificatie: systematische beschrijving van gedrag • Gedragsmatig
(Wetenschappelijk), wat neem je waar. • De volgende
• Diagnostiek: inschatting van lijden, functioneren en symptomen horen
Hulpbehoefte. samen tot een
• Comorbiditeit: samengaan met andere stoornissen bepaald syndroom.
• Differentiaaldiagnose: lijken op andere stoornissen - Lijden/disfunctie (de
(Het lijkt op een andere stoornis, maar je wil uitsluiten persoon ervaart altijd
welke het niet is) leed of disfunctie)
• Epidemiologie: hoe (verschillend), in welke mate
treden kenmerken op
• Prevalentie: hoe vaak het voorkomt op één moment/ binnen een periode
,Hoe wordt elke stoornis uitgelegd?
1. Normale ontwikkeling
2. Kenmerken van stoornissen
- DSM-5
• Beschrijving van ‘zichtbare’ gedragskenmerken
- Psychische problemen
• Persoonlijk lijden
- Differentiaaldiagnose, wat zouden deze kenmerken nog meer kunnen zijn?
- Co morbiditeit, met wat gaat het samen? Met een andere stoornis of met
andere kenmerken.
- Prevalentie, hoe vaak komt het voor?
- Verschillen in uitingsvorm, zijn er verschillen tussen bepaalde individuen?
3. Maatschappelijke en culturele invloeden op een stoornis
Culturele en maatschappelijke normen hebben een grote invloed op wat wij normaal
vinden en wat wij gestoord vinden. Hoe wordt gedrag geïnterpreteerd vanuit een
bepaalde cultuur of een maatschappij.
Cultuur en maatschappij hebben een sturende rol en een interpreterende rol naar
individueel gedrag.
4. Risico- en beschermingsfactoren
Gedrag is een combinatie van nature en nurture.
- Een stoornis is altijd een combinatie van nature + nurture.
- Bij nature heb je een bepaalde aanleg (diathesis) in bijvoorbeeld je genen of
in de omgeving waar je geboren bent.
- Daarnaast heb je ook een bepaalde nurture, dat zijn de dingen die je
meemaakt in het leven die een trigger kunnen vormen van een bepaalde
stoornis.
, 5. Hulpverlening
Voorbeeld kenmerk van een stoornis
- Classificatie van wat je ziet: een nagel die broos is geworden door water.
- Differentiaaldiagnose: wat zou het ook kunnen zijn? Gescheurde nagel door
schimmelinfectie of door vitaminetekort.
- Comorbiditeit: wat treedt er op? Rode irritatie, lage weerstand, droge huid.
- Prevalentie: hoe vaak komt het voor?
- Verschillen in uitingsvorm: verschil bij jongens en meisjes?
De student heeft kennis van de categoriale classificatiesystemen DSM-V en ICD-10 en de
dimensionele benadering van de CBCL
DSM versus CBCL
DSM-5 (Diagnostic and Statistical Manual
CBCL (Child Behavior Checklist)
of Mental Disorders)
Dimensie (dimensioneel in meer of
Categorie (categoriaal een diagnose
mindere mate kan een diagnose worden
wordt pas vanaf een bepaald punt gesteld)
gesteld)
Eén standaard (gefixeerd) Multi interpretabel (flexibel)
Afspraken van deskundigen Inschatting door persoon zelf
Eén persoon classificeert Combinatie van mensen
Lage cultuurgevoeligheid Cultuur onafhankelijk