100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting wat is onderzoek

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
23
Geüpload op
27-10-2020
Geschreven in
2020/2021

Prima samenvatting van het boek wat is onderzoek. Als je geen zin hebt het gehele boek door te lezen heb ik de essentie van hoofdstuk 1 t/m 8 voor je samengevat.

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

lOMoARcPSD|6176808




Hoofdstuk 1 de functie van onderzoek
De basis voor onderzoek zijn de uitgangspunten van onderzoek, de doelen, de onderzoeksvragen, de
methoden. Zonder de structuur van deze uitgangspunten verzandt het onderzoek en kun je het niet
uitvoeren.

1.1 onderzoek moet je leren
Je kunt leren hoe je een plan, een onderzoeksontwerp, een probleemstelling en een analyse maakt,
een rapport schrijft en verslag doet. Bij het daadwerkelijk uitvoeren van een onderzoek komt heel
wat meer kijken. Onderzoekers hebben een drietal kenmerken: houding, kennis en vaardigheden
- Houding: de houding moet onafhankelijk zijn, je streeft naar openheid van je onderzoek en je
legt verantwoording af over je resultaten
- Kennis: kennis is een essentieel onderdeel. Je moet weten welke onderzoeksmethoden er
zijn, welke criteria deze hebben, wat de voor- en nadelen van het toepassen zijn etc.
- Vaardigheid: je leert onderzoek doen door er actief mee bezig te zijn, zo krijg je vaardigheid
in het doen van onderzoek

1.2 uitgangspunten van onderzoek
Je kunt onderscheid maken tussen fundamenteel en praktijkgericht onderzoek en tussen kwalitatief
en kwantitatief onderzoek. Je kunt ook een bepaalde onderzoeksrichting of een bepaald
onderzoekstype volgen.
Het belangrijkste onderscheid tussen fundamenteel en praktijkgericht onderzoek is dat het doel
verschilt. Bij fundamenteel onderzoek beantwoord je vragen die niet primair gericht zijn op
toepassing in de praktijk. Het is meestal wetenschappelijk relevant. Bij praktijkgericht onderzoek
houd je je bezig met het oplossen van problemen uit de praktijk. Er is sprake van maatschappelijke
relevantie, omdat er een maatschappelijk probleem mee kan worden opgelost. Een kennisprobleem
is een vraag over een wetenschappelijke theorie die met behulp van fundamenteel onderzoek wordt
beantwoord. Een praktijkprobleem is afkomstig uit de dagelijkse praktijk, uit de maatschappij.
Het onderscheid tussen kwalitatief en kwantitatief onderzoek wordt gemaakt om te kiezen welke
methoden van onderzoek je gaat gebruiken. Bij kwantitatieve methoden wordt gebruikgemaakt van
cijfermatige informatie, gegevens in cijfers over objecten, organisaties en personen. Statistische
technieken worden gebruikt om beschrijvingen van gegevens te geven en om verwachtingen over de
uitkomst te toetsen. Bij kwalitatieve methoden voert de onderzoeker onderzoek uit in de
werkelijkheid. Onderzoekseenheden in de omgeving worden als geheel onderzocht. Er wordt waarde
gehecht aan de betekenis die deelnemers aan de onderzoeken aan zaken geven. Triangulatie is het
gebruikt van kwalitatieve en kwantitatieve methoden naast elkaar.

1.3 stromingen in onderzoek
Er zijn drie algemene stromingen van onderzoek waar te nemen. Bij de onderzoekstromingen horen
bepaalde onderzoektypen. De drie stromingen zijn; empirisch-analytisch, interpretatief en kritisch-
emancipatorisch.

Empirisch analytisch
De onderzoekers willen objectief onderzoek verrichten en de onderzoekssituatie zo veel mogelijk
beheersen. Ze ontwerpen een onderzoek dat herhaalbaar en controleerbaar is. Ze bekijken alle
processen verstandelijk, beredeneren alles en gaan niet op hun gevoel af. Ze bedenken van te voren
een antwoord op hun onderzoeksvragen. Vervolgens toetsen ze of deze antwoorden overeenkomen
met die van de groep die ze onderzoeken. Er word veel fundamenteel onderzoek verricht en de
analyses in deze stroming zijn kwantitatief.

Interpretatief
Je bent op zoek naar interpretaties, de uitleg die personen aan een situatie geven. Het onderzoek is
over het algemeen kwalitatief, en richt zich op personen en groepen. Veldonderzoek/participerende




Downloaded by Spam Lord ()

, lOMoARcPSD|6176808




observatie is dat de onderzoeker zich begeeft onder de groep personen die hij observeert, en met ze
meedoet.

Kritisch emancipatorisch
Men wil niet alleen kritisch naar de maatschappij kijken, maar ook naar de eigen
onderzoeksresultaten. Met de resultaten willen onderzoekers bijdragen aan processen in de
samenleving die de emancipatie van groepen bevorderen.

1.4 kwaliteitscriteria van onderzoek
Er zijn een aantal criteria in wetenschappelijk onderzoek waaraan iedere onderzoeker zich moet
houden.
- Onafhankelijkheid: onafhankelijkheid van voorkeuren en meningen van betrokkenen.
Objectiviteit, je persoonlijke voorkeuren geen rol laten spelen, kunnen niet altijd worden
bereikt. Criterium is intersubjectief moeten zijn: onderzoeker zijn het met elkaar eens over
de resultaten. Onderzoek is herhaalbaar, en er bestaat overeenstemming tussen de
onderzoeker en de resultaten.
- Toepasbaarheid van uitspraken: de uitspraken moeten controleerbaar en toetsbaar zijn. Een
onderzoek moet weerlegbaar zijn. Een idee of verwachting moet door middel van onderzoek
worden bevestigd en juist weerlegd. Het onderwerp moet eenduidig zijn, er mag geen
onduidelijkheid bestaan en het moet openbaar zijn.
- Generaliseerbaarheid: je probeert je onderzoek zo in te richten dat je uitspraken kunt doen
over een zo groot mogelijke groep personen of verschijnselen. Je maakt het domein van je
onderzoek zo groot mogelijk. Het informatiegehalte van je onderwerp is hoog en het is
belangrijk dat je specifiek omschrijft want je onderwerp is.
- Praktische criteria: een onderzoek moet efficiënt zijn, dat alle kosten in verhouding tot de
resultaten moeten staan en het tijdpad haalbaar is. Het onderzoek moet bruikbaar zijn.

1.5 de onderzoekscyclus
Onderzoek heeft een vast structuur, het kent een aantal ‘onderzoeksfasen’. In fundamenteel
onderzoek wordt een theorie getoetst of ontwikkeld. Er wordt vaak een probleem geformuleerd,
vervolgens wordt een theoretisch antwoord gezocht en gegeven door een wetenschapper. Hij denkt
het antwoord op de vraag te kunnen geven met behulp van de theorie. Vervolgens gaat hij met
onderzoek toetsen of deze theorie ook het antwoord is op de vraag. Uit de resultaten van het
onderzoek trekt hij zijn conclusie. Deze spiraal is de empirische cyclus. Meestal roept het antwoord
op een kennisvraag weer nieuwe vragen op, formuleer je weer een theoretisch antwoord en nieuwe
onderzoeksvragen etc. Dit proces is opgebouwd met een PTO-schema. Probleem, Theorie en
Onderzoek.

1.6 fasen in onderzoek
Een spiraal van praktijkgericht onderzoek kan uit de volgende fasen bestaan
1. probleemanalyse. Je moet een goede afbakening van je doel- en vraagstelling bereiken
anders zwabbert je onderzoek alle kanten uit en kun je geen helderen conclusies meer
trekken
2. onderzoeksontwerp. Je maakt een ontwerp waarin je aangeeft hoe je de onderzoeksvraag
gaat beantwoorden, welke methoden je gaat gebruiken, hoeveel tijd en welke middelen je
daarbij nodig hebt, wie bij het onderzoek betrokken zijn en welke onderzoeksinstrumenten
je inzet
3. dataverzameling. Je gaat informatie verzamelen die je nodig hebt om een antwoord te geven
op je onderzoeksvraag. Hiervoor zijn verschillende strategieën te bedenken
4. Data-analyse. Je analyseert de verzamelde gegevens.




Downloaded by Spam Lord ()

, lOMoARcPSD|6176808




5. Rapportage. Je kijkt nog eens helemaal terug op alles wat je hebt gedaan. soms loopt het
onderzoek dan ten einde of kun je op basis van de onderzoeksresultaten een
vervolgonderzoek starten

1.7 Onderzoekbegrippen
- Eenheden. Elementen, objecten, personen of organisaties in je onderzoek waarover je een
uitspraak wilt doen, dus alle elementen waarop je onderzoek betrekking heeft.
- Onderzoekdomein. Het gehele gebied waarop je onderzoek betrekking heeft, alle eenheden
waarop je onderzoek zich richt. Hoe groter je domein, hoe informatiever je uitspraken
- Populatie. Totale aantal eenheden waarop het onderzoek betrekking heeft. Groepen
personen, organisaties, landen, teksten, cijfers en situaties kunnen een populatie vormen
- Steekproef. Een deelverzameling van een grote populatie. Je steekproef is representatief
voor de populatie en is willekeurig (aselect) gekozen
- Variabelen. De kenmerken van de eenheden die bij je onderzoek betrokken zijn. leeftijd,
burgerlijke staat, tempratuur.
- Categorieën en scores. Een variabele kan alle mogelijke waarden aannemen. Leeftijd kan
worden genoteerd in gehele of halve jaren. Deze waarden worden categorieën genoemd.
Geeft een persoon als leeftijd 45 jaar op, is dit een score op het kenmerk leeftijd
- Datamatrix. Hierin worden onderzoeksgegevens bij elkaar gebracht. Rechthoek bestaande
uit allemaal cellen. In die cellen kun je de scores op een bepaalde variabele noteren
- Betrouwbaarheid. De mate waarin het onderzoek vrij is van toevallige fouten. Zou je het
onderzoek onder andere omstandigheden, in een andere periode herhalen, moet dat tot
dezelfde resultaten leiden
- Validiteit. We willen er zeker van zijn dat we ‘meten wat we meten willen’ en dat bij het
onderzoek geen systematische fouten zijn gemaakt.
• Intern valide. Je kunt de juiste conclusies trekken
• Externe validiteit. Als je de conclusies mag toepassen op een grote groep
personen of zaken
- Bruikbaarheid. Het is van groot belang dat een onderzoek bruikbaar is voor personen en
organisaties.




Downloaded by Spam Lord ()

, lOMoARcPSD|6176808




Hoofdstuk 2 aanleiding tot het onderzoek
2.1 keuze van je onderwerp
Aantal manieren waarop je met de keuze voor een onderzoek te maken kunt krijgen.
1. Studie. Voor een onderzoeksproject kies je een geschikt onderwerp. Soms is er een lijst met
onderwerp gebieden of kun je zelf een onderwerp indienen.
2. Verzoek. Een verzoek van een opdrachtgever om onderzoek te doen naar een bepaald
probleem.
3. Fundamenteel. Bij fundamenteel onderzoek ga je een theorie testen en je kennis op een
bepaald gebied uitbreiden. Je hebt de vrijheid om voor een bepaald onderwerp te kiezen,
maar meestal ligt er een onderzoeksprogramma en kies je als onderzoeker een onderwerp
wat daar op aansluit.
Ook al is het gebied waarbinnen het onderzoek zich gaat afspelen al vastgesteld, het daadwerkelijke
onderwerp kun je nog steeds kiezen. Het is het resultaat van:
- Jouw ideeën over de inrichting van het onderzoek
- Jou belangstelling voor een bepaald onderwerp
- Het proces waarin je het onderwerp zodanig omschrijft dat er ook wat te onderzoeken valt
- Je vermogen om het gebied van het onderwerp te begrenzen en de juiste
(onderzoeks)keuzes te maken zodat je de uiteindelijke vraag kunt beantwoorden
In praktijkonderzoek is meestal sprake van een probleem dat met behulp van onderzoek kan worden
opgelost.

2.2 opdrachtgevers, balans tussen wens en mogelijkheid
Je inventariseert de wensen van je opdrachtgever. Vaak ligt er een vraag of probleem, een
doelstelling en een aanleiding. Soms is er sprake van een verborgen doelstelling. Achter een vraag
van een opdrachtgever ligt een heel ander doel verborgen dan je in eerste instantie zou vermoeden.
Het is jouw taak om de daadwerkelijke doelstelling boven tafel te krijgen en om de vraag die daarbij
hoort, te formuleren. (Tips en trucs blz. 51)
Met de vragen en doelstelling ga je het onderwerp afbakenen. Je beperkt de opdracht tot een te
onderzoeken vraag. Het doel is om de vraag te vertalen naar een onderzoekbare vraag.
Na de onderzoeksvraag te hebben vastgesteld, ga je manieren bedenken om de vraag te
beantwoorden of het probleem op te lossen. De oplossing is afhankelijk van de aard van de vraag, de
mogelijkheden en de beperkingen die de opdrachtgever biedt. De oplossing is mede afhankelijk van:
- Mogelijkheden om het onderzoek te organiseren in tijd en geld
- Mogelijkheden om gegevens te verzamelen bij een onderzoeksgroep
- Mogelijkheden en beperkingen die de vraagstelling heeft
- Mogelijkheden die de omgeving van je onderzoek biedt
Na de probleemanalyse kies je het plan dat volgens jou de beste oplossing voor het probleem biedt,
en doe je de opdrachtgever een voorstel voor de onderzoeksopzet.

Na de eerste gesprekken en het afbakenen van je onderwerp schrijf je een voorstel. Je vermeld
daarin de vraag van de opdrachtgever en de aanleiding daartoe, de achterliggende doelstelling, de
afbakening van de begrippen en de manier waarop jij denkt dat deze vraag beantwoord kan worden.
Maak een tijdplanning en een budget. Houd rekening met de volgende aandachtspunten
- Wees volledig in je voorstel, vermeld wie de opdrachtgever en de opdrachtnemer is
- Houd de aanleiding, probleemafbakening en de opzet kort en duidelijk
- Vermeld de taakverdeling tussen opdrachtgever en opdrachtnemer
- Lever je werk verzorgd en correct in en zorg voor een professionele uitstraling
- Maak de inhoud begrijpelijk voor de opdrachtgever, geen vakjargon wat niemand begrijpt
- Zorg voor een begeleidend schrijven
Men gaat ervanuit dat wetenschappelijk onderzoek onafhankelijk en betrouwbaar moet zijn. Als
onderzoek ben je onafhankelijk en objectief. Gebeurt al te vaak dat onderzoek in een richting wordt




Downloaded by Spam Lord ()

, lOMoARcPSD|6176808




gedrukt, dat resultaten worden overgenomen uit andere onderzoeken, dat resultaten worden
weggelaten om positievere conclusies te kunnen trekken.

2.3 informatie verzamelen
Een ontwerp voorbereiden betekend niet alleen dat je zo goed mogelijk de vraagstelling van het
onderzoek afbakent, maar ook dat je je op het onderwerp oriënteert. Informatie verzamelen doe je
gedurende het gehele onderzoek: als onderdeel van het vooronderzoek, als methode bij bijvoorbeeld
literatuuronderzoek en als methode om nieuwe informatie te verzamelen. Een eerste vindplaats van
informatie kan het archief of documentatiecentrum van je opdrachtgever zijn. Dit kan documenten
bevatten die de aanleiding van je onderzoek verduidelijken (vergaderverslagen, beleidsplannen).

2.3.1 zes regels voor het zoeken naar informatie
Big6™: er worden zes regels gepresenteerd op grond waarvan je de zoekopdracht omschrijft,
vervolgens op zoek gaan en je resultaten evalueert.
1. Formuleer een zoekvraag. Definieer het probleem, de zoekopdracht. Je stelt vast welke
informatie je al hebt en welke informatie je nog moet zoeken
2. Kies de juiste zoekstrategie. Je bepaalt op welke manier je in de gevonden boeken,
internetpagina’s of documenten op zoek gaat naar de informatie die jij nodig hebt
3. Bepaal waar je gaat zoeken. Afhankelijk van het onderwerp zal je keuzes maken voor de
juiste plaats om informatie te zoeken. Bibliotheek of internet.
4. Bestudeer de informatie en selecteer wat je nodig hebt. Als je de verschillende
informatiebronnen leest, kun je bepalen of er overlap in de informatie zit
5. Organiseer de informatie zo dat deze antwoord geeft op je vraag/probleem. Ordenen en
rubriceren op relevantie
6. Evalueer het resultaat.
Welke informatie ga je zoeken waar ga je informatie zoeken hoe ga je informatie zoeken
resultaten beoordelen resultaten organiseren resultaten evalueren

2.3.2 zoekregels op internet
Volg je een aantal aanwijzingen, dan zal je sneller resultaat boeken.
1. Maak je zoekopdracht zo specifiek mogelijk: zet deze tussen aanhalingstekens.
2. Geavanceerd zoeken. Manier op je zoekopdracht zo specifiek mogelijk te maken
3. Op zoek naar een specifiek gegeven. Probeer dan een incomplete zin (tussen
aanhalingstekens) als zoekopdracht te geven
4. Zoek je een webpagina met een bepaalde naam, maar weet je die naam niet precies. Dan
kun je de zoekopdracht voorafgaan met allintitle: de hierachter getypte woorden zullen dan
alleen een hit opleveren als ze in de titel van de webpagina voorkomen
5. Mogelijk om naar documenten te zoeken door filetype:doc of filetype:pdf erachter te typen
6. Pagina met foutmelding. Haal de extensie (.nl of .com. of .org) plus alle informatie na het
domein weg, en laat de pagina nog een zoeken.
7. Op zoek naar internationale gegevens, treffers in verschillende talen hebben of een woord
dat begint met een bepaalde lettergreep. Gebruik dan de asterisk: Lond*n, Par*s.

2.3.3 het logboek
Een handig hulpmiddel bij het vormgeven van je onderzoek is het bijhouden van een logboek. Een
logboek is een soort dagboek dat je dagelijks (of wekelijks) bijhoudt en waarin je al je notities maakt
die met het proces en de inhoud van je onderzoek te maken hebben. Het belangrijkste is dat het
logboek voor jou een bruikbaar document wordt. Het kan daarmee in allerlei vormen verschijnen.
Schrijft alles op wat met het onderzoek te maken heeft en wat relevant is of lijkt, zoals: keuzes die je
maakt, argumenten, ideeën, tijdpad, proces, inhoud, methode, populatie en steekproef, zaken waar
je tijdens de analyse tegenaan loopt, interpretatiemogelijkheden en terugkoppelingen naar de
vraagstelling.




Downloaded by Spam Lord ()

, lOMoARcPSD|6176808




Hoofdstuk 3 afbakening van het onderzoek
Een onderzoeksplan geeft een duidelijke en realistisch antwoord op de vraag waarom, wat, waar,
hoe, hoeveel en wanneer onderzocht gaat worden.

3.1 het onderzoekspad
Onder het ontwerpen van een onderzoek verstaan we alle activiteiten die leiden tot het afbakenen
van het onderzoeksontwerp (het domein). In de ontwerpperiode gaan de contouren van je
onderzoek zich steeds beter aftekenen. Niet alleen het domein wordt duidelijk, maar ook de vragen
en uitspraken over dat domein. Dit is het beweerde.

3.2 verder met de voorbereidingen
De ontwerpfase is onder te verdelen in de volgende subfasen:
a. Oriëntatie, van idee naar onderwerp
b. Probleemomschrijving, het maken van een centrale vraag- en doelstelling
c. Vaststellen van het onderzoekstype, bedenken van antwoorden op je vragen, een methode
om deze antwoorden te controleren
d. Maken van een onderzoeksplan, het opschrijven van je antwoorden, planning, budget, etc.
De fasen vormen slechts een hulpmiddel om je onderzoek structuur te geven. De volgorde van de
fasen ligt niet strikt vast. De afbakening van het probleem moet plaatsvinden voordat de
dataverzameling start en de analyse kan pas beginnen als de data compleet is. probleemanalyse 6W-
formule:
1. Wat is het probleem?
2. Wie heeft het probleem?
3. Wanneer is het probleem ontstaan?
4. Waarom is het een probleem?
5. Waar doet het probleem zich voor?
6. Wat is de aanleiding?

3.3 vragen stellen
Opstellen van een probleemomschrijving is het belangrijkste onderdeel van een onderzoeksproject.
Je moet veel aandacht besteden aan het formuleren van een centrale vraag voor je onderzoek,
evenals het afbakenen van de doelstelling.

3.3.1 probleemomschrijving
De probleemomschrijving bestaat uit de doelstelling voor het onderzoek en de probleemstelling,
ofwel de centrale vraagstelling. Dat is de hoofdvraag die met het onderzoek wordt beantwoord.
Onder deze probleemstelling kunnen een aantal deelvragen vallen, die de probleemstelling
verduidelijken en een stap zijn in de richting van onderzoeksvragen die tijdens de analyse worden
beantwoord. Een goede centrale vraag bestaat uit de volgende onderdelen:
1. Samenhang met de doelstelling
2. Een aantal deelvragen over het onderwerp
3. Specificatie in onderzoeksvragen is mogelijk. Uit de centrale en deelvragen kunnen
onderzoeksvragen worden geformuleerd, die vervolgens met behulp van de analyse
beantwoord kunnen worden
4. Relatie met de verwachtingen.
Een probleemstelling moet volledig zijn. Veel onderzoekers maken de fout dat ze onvolledig blijven.
Je probleem- en doelstelling zijn doel vrij. Je hebt deze als onafhankelijk en objectief onderzoeker
opgesteld, vrij van achterliggende doelen van de opdrachtgever. Een goede probleemstelling is
opgezet in de vorm van een vraag. Verder wordt in de vraag opgenomen
- Welke kennis de onderzoeker nodig heeft
a. Gedrag, motieven, feiten, meningen van personen?
b. Kwantitatief of kwalitatief?




Downloaded by Spam Lord ()

, lOMoARcPSD|6176808




c. Is het een beschrijvende, een evaluatieve of een vraag naar een bepaald effect?
- Over wie de onderzoeker kennis nodig heeft
- Over welke periode de onderzoeker kennis nodig heeft
- Welke begrippen belangrijk zijn

3.3.2 deelvragen
Forumleren van een brede, algemene probleemstelling, gevolgd door een aantal deelvragen die
enkele aspecten (doelgroep, eenheden, onderwerpen en tijdpad) van de centrale vraag nader
belichten. Rafelen en rasteren. Je kunt je probleemstelling in een aantal eenvoudige kernbegrippen
opsplitsen. Deze kernbegrippen zijn het onderwerp van de te formuleren deelvragen.

3.3.3. doelstelling
Een goede doelstelling bestaat uit de volgende onderdelen:
1. Centrale formulering (niet te specifiek)
2. Aanduiding van het onderzoekstype (praktijkgericht)
3. Aanduiding van de relevantie (praktijkgericht)
4. Vermelding van de doelen en wensen van de opdrachtgever

3.4 begripsafbakening
3.4.1 definiëren van begrippen
Als het onderwerp en de vragen voor je onderzoek helder zijn, is er nog één stap te gaan voordat je
met het onderwerp en de dataverzameling aan de slag kunt: je moet de begrippen uit je vraagstelling
verduidelijken. Het is de bedoeling dat je een definitie geeft, geen uitwerking van vragen voor een
vragenlijst. Je maakt de begrippen nog niet onderzoekbaar. Dit heet operationaliseren. Je stelt vast
wat je onder een begrip verstaat. Drie redenen waarom begripsafbakening nodig is
- De betekenis van een begrip staat vast en is helder gedurende de rest van het onderzoek
- Je laat duidelijk de grenzen van je onderzoek zien, wat je wel en niet gaat onderzoeken
- De afbakening bepaalt welke informatie straks moet worden verzameld.
Bij theoriegericht onderzoek wordt meestal in wetenschappelijke literatuur gekeken naar definities.
Bij praktijkgericht onderzoek word geadviseerd om stipulatieve definities te gebruiken. Definities die
speciaal voor een bepaald onderzoek worden gegeven.

3.4.2 hypothesen
Als je aan het onderzoek begint, heb je waarschijnlijk verwachtingen over de uitkomsten ervan. Deze
verwachtingen kun je opschrijven in de vorm van een hypothese. Hypothesen zijn toetsbare
uitspraken over je onderzoeksgroep, de populatie. Je kunt pas concluderen dat je uitspraken waar
zijn als je met zekerheid kunt aantonen dat ze geldig zijn in je steekproef. Berusten je resultaten niet
op toeval, dan spreek je van significantie. Hypothesen worden meestal opgesteld in twee delen: een
nulhypothese en een alternatieve hypothese. Als je kunt aantonen dat de gevonden relatie geen
toeval is, dan verwerp je de nulhypothese ten gunste van de alternatieve hypothese.

3.4.3 modellen en verwachtingen
Bij het opstellen van een model laat je zien hoe volgens jou de begrippen geplaatst moeten worden.
Belangrijk is dat je binnen de grenzen van je definitie alle aspecten meeneemt die een rol spelen. Een
pijl met twee pijlpunten is een tweezijdige relatie (ofwel samenhang) tussen de definities. Een pijl
met één pijlpunt dan word er een effect verwacht van de definities. De relatie tussen de begrippen
krijgt een bepaalde richting, dat is een causale relatie of oorzaak-gevolgrelatie. De theorie van
gepland gedrag laat zien hun je kunt bekijken of mensen bepaald gedrag vertonen. Door te vragen of
zij de bedoeling (intentie) hebben om dat gedrag te vertonen. Die bedoeling word bepaald door de
attitude (hoe denk je er zelf over, wat is je houding) en de sociale norm (hoe denkt je omgeving
erover) ten aanzien van het gedrag, evenals de mate van zelfcontrole.




Downloaded by Spam Lord ()

, lOMoARcPSD|6176808




3.5 onderzoeksplan
Aan een onderzoeksontwerp liggen een paar argumenten of overwegingen ten grondslag
- Theoretische overwegingen
• Kennis over een bepaalde methode
• Vaardigheden in een bepaalde methode
• Opvattingen over hoe je je onderzoek moet doen
• Vind het plaats op één moment of word het op meerdere momenten herhaald
- Praktische overwegingen
• Hoeveel tijd en geld is er beschikbaar
• Welke onderzoekseenheden zijn er beschikbaar
• Welke andere mogelijkheden (beperkingen) heeft de onderzoeker

3.5.1 hoe bouw je een onderzoeksplan op?
Een goed onderzoeksplan bestaat uit een aantal vaste onderdelen
- Aanleiding tot onderzoek. Ligt onderzoek toe aan de hand van resultaten vooronderzoek
- Probleemstelling. Centrale vraagstelling voor het onderzoek
- Doelstelling. Functie van het onderzoek en wat opdrachtgever ermee gaat doen
- Eventueel een voorlopig (theoretisch) antwoord op de vraag
- Onderzoeksontwerp en verantwoording. Welke methode kies je en waarom
- Tijdpad. Wanneer moet het onderzoek zijn afgerond

3.5.2 ontwerpkeuze
Bij kwantitatief onderzoek horen vragenlijstonderzoek, experimenten, analyses van bestaande
gegevens. Bij kwalitatief onderzoek horen open interviews, observaties, groepsgesprekken. Met
ontwerpkeuze wordt het kiezen van een onderzoeksmethode bedoeld. De dataverzamelingsmethode
ofwel het onderzoekstype. De belangrijkste reden om voor een bepaalde methode te kiezen is dat
met behulp daarvan een antwoord op de centrale vraagstelling van je onderzoek kan worden
gevonden en gegeven. Daarnaast zijn factoren als budget, personen, tijd, onderzoekomstandigheden
belangrijk. Kijk telkens terug op je werk. Dit herhalingsproces is iteratie.

3.5.3 tijdpad
Je moet voor elk onderdeel voldoende tijd inplannen, inclusief uitloopmogelijkheden. Bij het
opstellen van een tijdpad moet je nagaan:
- Wat je doelen zijn
- Uit welke onderdelen je onderzoek bestaat
- In welke volgorde je de onderdelen wil uitvoeren
- Welke prioriteit de voltooiing van de verschillende onderdelen heeft
- Welke deadlines (mijlpalen) de opdrachtgever heeft
- Welke mijlpalen tijden het onderzoek zeker gehaald moeten worden en in welke enige rek zit
- Op welke deadlines je enige invloed hebt en op welke niet
- Welke onderdelen van je onderzoek tegelijkertijd uitgevoerd moeten worden
Na het voltooien van je tijdpad zijn twee dingen van belang
1. Je moet controleren of je met je planning wel voor de laatste deadline klaar bent
2. Je moet structuur geven aan je onderzoek door alvast een inhoudsopgave te maken

3.5.4 voorbereiding op de rapportage
De rapportage doe je het hele onderzoek. Schrijf als ware met je onderzoek mee, dan kun je
gemakkelijker een overzichtelijk onderzoeksverslag samenstellen. Hulpmiddelen bij de voorbereiding
- Je onderzoeksvoorstel en latere onderzoeksontwerp
- Je logboek, waarin je aantekeningen tijdens je onderzoek bijhoudt
- Het raamwerk van je onderzoeksverslag, dat je van tevoren maakt




Downloaded by Spam Lord ()

Gekoppeld boek

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
Hoofdstuk 1 t/m 8
Geüpload op
27 oktober 2020
Bestand laatst geupdate op
2 november 2020
Aantal pagina's
23
Geschreven in
2020/2021
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
collectief_samenvattingen Nyenrode Business Universiteit
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
1957
Lid sinds
9 jaar
Aantal volgers
1669
Documenten
5
Laatst verkocht
4 dagen geleden

3.8

297 beoordelingen

5
97
4
106
3
51
2
22
1
21

Populaire documenten

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen