100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting genetica

Rating
-
Sold
-
Pages
44
Uploaded on
21-07-2025
Written in
2024/2025

inhoud: - mutatie: homo en heterozygoot - monomorf en polymorf - soorten mutaties - oorzaken mutaties - gevolgen mutaties - forensische genetica - principes overerving: stamboom - wetten van mendel - kruisingsrooster - mendeliaanse overervingspatronen - niet-mendeliaanse mechanismen: penetratie en expressiviteit - epigenetica - genomische imprinting - niet-mendeliaanse dominantie - epistase - dynamische mutaties - mozaïcisme - mitochondriale overerving - novomutatie - multifactoriële overerving: polygenie met normaalverdeling - foliumzuur - klinische genetica: syndromen en aandoeningen recessief en dominant - genen geassocieerd met kanker - aneuploïdie van autosomen en geslachtschromosomen - nipt test - microdeletie-syndromen - gentherapie

Show more Read less
Institution
Course












Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
July 21, 2025
Number of pages
44
Written in
2024/2025
Type
Summary

Subjects

Content preview

Embryologie en genetica Genetica



HOOFDSTUK 16 – MUTATIES
= verandering = een variatie in de genetische code.

 Belangrijke eigenschap van DNA is het vertonen van variatie.

Allel = elke mogelijke variant van eenzelfde gen.

= > ontstaan door mutaties in de DNA-code.

Elk mens: bezig 20 687 genen => maken ons mens, maar er bestaan toch variaties in de
DNA-code voor heel wat genen.

Mens => diploïd = op elke locus plaats voor 2 allelen.


HOMO- EN HETEROZYGOOT
Homozygoot = als een individu voor een bepaalde locus eenzelfde allel heeft.

Heterozygoot = als beide allelen verschillend zijn voor dat gen.

Hemizygoot = bij genen op X-chromosoom en Y-chromosoom bij man.

= > homo- en heterozygoot zijn hier niet van toepassing.




MONOMORF EN POLYMORF
MONOMORFE GENEN

= genen waarvan weinig verschillende allelen in omloop zijn. Er is 1 allel dat heel
frequent is en andere allelen die zeldzaam zijn in de populatie.

 Wild-type = vaak voorkomende allel.
 Mutante = zeldzame variant.

= > afhankelijk van land – cultuur – omgeving - … (bv. blond haar hier opvallend,
maar in Afrika zeldaam.

POLYMORFE GENEN

= genen waarbij veel genetische variaties in omloop zijn.

= > moeilijker om te bepalen wat wild-type en mutanten zijn => polymorfisme

= 1/3de van de genen bij de mens
zijn zo.

Bv. bloedgroepen – hemoglobine
- ….


1

,Embryologie en genetica Genetica


Genotype = beschrijven over welke allelen iemand beschikt voor een bepaald gen.

1.SOORTEN MUTATIES

= aard van de wijziging in het DNA; structurele wijzigingen in de DNA-code zelf.


PUNTMUTATIE
= SNiP = single nucleotide polymorphism

= 1 base wordt vervangen door een andere.

 Meest voorkomende mutatie.
 Spelen een rol in de genetische variatie tussen mensen.




 Bij SNiP: complementaire base streng wordt ook gewijzigd.

Analyseren mutaties: enkel coderende streng wordt besproken => mRNA-code


DELETIE
= 1 of meer baseparen gaan verloren.




Microdeletie = deletie van < 5 000 000 bp => verschillende genen kunnen hierbij
verloren gaan.


INSERTIE
= 1 of meerdere baseparen worden toegevoegd.




DUPLICATIE
= 1 of meerdere baseparen worden herhaald.




2

,Embryologie en genetica Genetica


INVERSIE
= een groepje baseparen wordt omgedraaid.




TRANSLOCATIE
= een deel van een chromosoom wordt uitgewisseld met een chromosoom.

 Ingrijpende mutatie

Ongebalanceerde translocatie = soms gaat wat erfelijk materiaal verloren of wordt dit
gedupliceerd.

Gebalanceerde translocatie = hoeveelheid erfelijk materiaal blijft gelijk.

Bv. Philadelphia translocatie => er gebeurd een uitwisseling tussen lange arm
van chromosomen 9 en 22. De dragers van deze translocatie hebben een grotere
kans op leukemie.

= kanker van
WBC.

= > eerste mutatie waarbij een verband aangetoond werd met het
ontstaan van kanker.




2. OORZAKEN VAN MUTATIES


SPONTANE MUTATIES
= complexiteit van DNA en enorme aantal celdelingen tijdens een mensenleven leiden
onvermijdelijk tot fouten tijdens het kopiëren  optreden van vele willekeurige mutaties.

 Meeste mutaties ontstaan zo.

Gebeuren: op plaatsen waar basesequenties zich herhalen => per 2 – per 3 – per 4 - ….


3

,Embryologie en genetica Genetica


= stotterfrequenties => belangrijke mutatie-hotspots!


GEÏNDUCEERDE
DNA-repair = eenMUTATIES
systeem van herstellende enzymen die in elke cel actief zijn  DNA-
replicatie is vrij accuraat (ondanks optreden
Mutagenen = omgevingsfactoren vankunnen
die mutaties spontane mutaties).
uitlokken.

Bekende voorbeelden:

 Tabaksrook
 Bepaalde geneesmiddelen
 Straling (UV-straling) en ioniserende straling (radioactiviteit)
 Industriële agentia (benzeen) en zware metalen (cadmium)
 Sommige virussen (HPV) en bacteriën (helicobacter pylori)


SOMATISCHE MUTATIES VS. KIEMBAANMUTATIES
Somatische mutaties = mutatie die aanwezig is in de lichaamscellen.

Bv. verworven mutatie in cellen van long door roken.

 Zijn niet overerfbaar!!

Kiembaanmutaties = mutatie die aanwezig is in de kiembaancellen (= voorlopers van
eicellen en zaadcellen).

 Zijn overerfbaar => zal in alle lichaamscellen van nageslacht aanwezig zijn.
= je kan geboren worden met een mutatie die niet bij jou is ontstaan, maar
in vorige generaties.

3. GEVOLGEN VAN MUTATIES

Mutatie = veroorzaakt geen ziekte, maar kan wel leiden tot een ziekte.

Bv. functie van een bepaald eiwit wordt door mutatie verstoord.


GEVOLGEN OP EIWITFUNCTIE
Mutatie: leidt tot een gewijzigde eiwitfunctie als de mutatie:

 In exon van gen plaatsvindt.
 Niet gecorrigeerd wordt door DNA-repair.
 Leidt tot de selectie van ander aminozuur tijdens
transcriptie.

Betekenis gewijzigde eiwitfunctie:

 Loss of function
= functie van het eiwit gaat geheel of gedeeltelijk verloren.
 Gain of function
= functie van het eiwit neemt toe of wijzigt.




4

, Embryologie en genetica Genetica




GEVOLGEN OP HET FENOTYPE
Mutatie in genotype, effect op fenotype => hangt af van:

 Weefsel waarin deze mutatie optreedt.
 Aantal cellen waarin deze mutatie optreedt.
 Rol die het tweede allel speelt.
 Omgevingsfactoren.

WEEFSEL WAARIN MUTATIE OPTREEDT

= ze komen enkel tot uiting in het fenotype als de genen waarin ze zich bevinden tot
expressie worden gebracht.

Bv. HBB-gen => komt enkel tot uiting in cellen van het beenmerg.

AANTAL CELLEN WAARIN ZE OPTREEDT

= ze komen enkel tot uiting in het fenotype als voldoende cellen de mutatie tot expressie
brengen.

 Overgeërfde mutaties komen in alle cellen voor.

Bv. HBB-gen; als dit enkel voorkomt in 1 cel in het beenmerg => zal dat geen effect
hebben op het fenotype.

ROL VAN 2DE ALLEL

= ze komen enkel tot uiting in het fenotype bij afwezigheid van een dominant, wild-type
allel.

Ons genoom => diploïd; we hebben voor elk gen 2 allelen.

Voordeel: zelfs bij aanwezigheid van 1 mutant allel, slaagt de andere er toch niet
in om het fenotype te redden.

Beschouw een heterozygoot genotype:




5
$4.88
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
isaliet

Get to know the seller

Seller avatar
isaliet Katholieke Hogeschool VIVES
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
0
Member since
6 months
Number of followers
0
Documents
6
Last sold
-

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions