100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Leerdoelen H8 Verlichting en Revoluties

Rating
-
Sold
3
Pages
5
Uploaded on
27-10-2020
Written in
2019/2020

Deze samenvatting bevat de leerdoelen van H8, verlichting en revoluties, van het boek MEMO. Tijdvak 7.

Institution
Course









Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
October 27, 2020
Number of pages
5
Written in
2019/2020
Type
Summary

Subjects

Content preview

Hoofdstuk 8
Paragraaf 1
 Uitleggen dat het rationalisme van de Verlichting een nieuwe manier van
denken was.
Rationeel denken > doordachte denken & niet direct vanuit gaan dat de kerk gelijk heeft.
Kritische geesten (Voltaire) namen niet zomaar aan wat de kerk zei, maar zochten bewijzen
en onderbouwden hun standpunten met logische redeneringen. Zij onderbouwden dingen
met wetenschap. Denken met eigen verstand populairder door de wetenschappelijke
revolutie en onderzoek via waarnemingen (empirisme). Voorheen werden
natuurverschijnselen verklaard op basis van traditie, geloof en ideeën v. klassieken. Door de
werking van de natuur en de mens te begrijpen was het leven van mensen maakbaar.
 Met voorbeelden uitleggen dat het verlichte denken leidde tot discussies over
allerlei aspecten van de samenleving
Boek van de Amsterdamse dominee Balthasar Bekker (gepubliceerd 1691-1693) waarin hij
vaststelde dat er in de Bijbel geen bewijzen te vinden zijn van het bestaan van de duivel of
kwaadwillige geesten. Dit zorgde ervoor dat veel mensen gingen twijfelen aan de rol van
God en aan de Bijbel.
 Beredeneren dat het verlichte denken leidde tot nieuwe denkbeelden over de
plaats van God in de wereld en de functie van religie.
Voorheen geloofde mensen dat God een directe invloed op hun leven had, dit veranderde
tijdens de Verlichting. Het verlichte denken zorgde voor nieuwe denkbeelden, zo dachten
veel mensen nu dat God de wereld, de mens en de natuurwetten had geschapen, maar zich
hierna niet meer actief bemoeide met de wereld (deïsme). Sommige zagen God niet meer
als persoon, maar zij zagen het goddelijke in natuurlijke processen (ongodisme). Het
verlichte denken zorgde er ook voor dat de functie veranderde. Zo moest een geopenbaarde
religie niet meer de reden zijn voor het menselijk handelen, maar moesten mensen hun
eigen verstand gebruiken en kijken naar het nut voor de samenleving.
 Uitleggen dat het verlichte denken leidde tot cultuurrelativisme.
Verlichte denkers vergeleken wereldreligies met elkaar, waardoor men de conclusie trok dat
het christendom niet uniek was, en bekritiseerden daarom het dogmatische denken binnen
die christelijke kerk. Maar ook de rol van de religie in de samenleving werd kritisch
bestudeerd. Der meeste verlichte denkers waren het er over eens dat religie niet de
voornaamste leidraad voor menselijk handelen moest zijn. De mens moest zijn eigen
verstand gebruiken. Een aantal ging er van uit dat er een universele moraal was, een richtlijn
voor ethisch handelen die voor alle mensen gelijk zou zijn.
 Uitleggen welke nieuwe ideeën over het bestuur Locke, Montesquieu en
Rosseau hadden.
John Locke (GB)  alle mensen hebben natuurlijke rechten (recht op leven, bezit). Men kon
deze rechten niet in zijn eentje beschermen > sociaal contract: regering faalt/kwaadwillig,
hebben burgers recht zich te verzetten en andere regering kiezen.
Rosseau (FR)  volkssoevereiniteit: volk grootste macht in regering > regering voert de wil
van de burgers uit en de burgers kiezen de regering.
Montesquieu (FR)  trias politica: scheiding der machten. Scheiden van de wetgevende,
uitvoerende en rechtsprekende machten.

, Paragraaf 2
 Uitleggen hoe het bestuur van een verlicht vorst verschilden van het bestuur
van een absoluut vorst.

Verlicht vorst Absoluut vorst
. hervormingen doorvoeren met de bedoeling de . Droit Divin (macht gekregen van God)
samenleving te verbeteren. . ancien régime (het oude bestuurssysteem)
. macht was niet gebaseerd op religie maar op een
rationele redering.
Stimuleren kunst, wetenschap Religie belangrijk  wetenschap stond in de weg
Religieuze vrijheden Het geloof van de vorst was het geloof van het volk
Beperken lijfstraffen Lijfstraffen werden uitgedeeld
Edellieden, steden of provincies bepaalden niet langer Edellieden, steden en of provincies bepaalden hun
meer hun eigen regels eigen regels en rechtspraak
Lijfeigenschap werd niet altijd afgeschaft Lijfeigenschap bleef bestaan
Eerlijke rechtspraak en kans op scholing Boeren hadden geen rechten, alleen plichten
Goed geregelde belasting waar iedere burger aan De 3e stand betaald de volledige belasting en de andere
meebetaalde twee standen betaalden niks
Eigen ideeën uiten en veel vrijheden Censuur


 Beredeneren waarom een verlicht vorst niet alle verlichte idealen doorvoerde.
Koning Frederik van Pruisen schafte het lijfeigenschap niet af op het platteland. Dit deed hij
niet om de adel te vriend te houden. De adel bekleedde alle hoge functies in het leger. Op de
domeinen van hemzelf kregen de lijfeigenen wel meer vrijheid. Verlichte vorst Jozef II van
Oostenrijk schafte lijfeigenschap wel af wat werd gevolgd door grote opstanden van de adel,
kerk en boeren.
 Beredeneer welk verband er is tussen het ontstaan van een publieke opinie en
de politieke bewustwording van burgers.
Doordat de mensen bewust werden van dingen doordat ze er met elkaar over gingen praten
en nadenken ontstond er een publieke opinie. Een mening kan je pas vormen als je weet
waar je het over hebt, als je je dus bewust bent van iets. Het verband is dus dat de publieke
opinie een gevolg is van de politieke bewustwording van burgers.
 Verklaren waarom in Frankrijk, de Nederlandse Republiek en Groot-Brittannië
anders werd omgegaan met de kritische mening van burgers.
De Franse koningen hadden geen interesse in verlichte denkbeelden & vonden het
vanzelfsprekend dat hun macht absoluut was > gesteund kerk & adel. In ruil voor die steun
kregen ze privileges. Vrijheid om ideeën uit te wisselen was beperkt. De Franse koningen
waren bang om hun absolute macht te verliezen  censuur.
Verschillen tussen de drie Europese landen zijn te verklaren door de grotere religieuze
vrijheid en grotere bestuurlijke invloed van burgers in GB en NR. In de Republiek vormden
geen enkele religieuze groep een absolute meerderheid en werden verschillende
opvattingen getolereerd. Censuur was er wel, maar de Republiek had geen centraal bestuur
dus kon men in een andere stad/provincie boeken laten publiceren. Censuur zorgde voor
onrust en kon de economie schaden dus was er vaak weinig belang bij een streng censuur.

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
ImkeVerstraaten Tilburg University
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
79
Member since
5 year
Number of followers
56
Documents
39
Last sold
2 months ago

4.4

12 reviews

5
5
4
7
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions