1. Genre?
= een soort literatuur, met bepaalde kenmerken
1.1 De Genredriehoek
o.b.v. 3 parameters:
o Wordt er getoond (uitbeelding) of verteld (bericht)?
o Staat er een toestand centraal of een handeling?
o Is de vorm een monoloog of een dialoog?
3 genres:
o Epiek = een bericht van een handeling in de vorm van een monoloog
• + sprekers: vertellers en personages
• + temporaliteit: vervloeien van heden & verleden
• Bv. De Arthurepiek
o Lyriek = de uitbeelding van een toestand in de vorm van een monoloog
• + sprekers: lyrisch-ik
• + temporaliteit: tijdloosheid
• Bv. Het Egidiuslied
• Subgenres: sprookje, legende, sage, mythe
o Dramatiek = de uitbeelding van een handeling in de vorm van een dialoog
• + sprekers: personages
• + temporaliteit: tijddekking
• Lanseloet van Denemerken
Samenvatting Nederlands: literatuurgenres 1
,2. Sprookje
2.1 Kenmerken van het sprookje
Vorm
o Plaats en tijd onbepaald
o Taal en stijl eenvoudig
o Beknopt verhaal → overzichtelijk
o Weinig hoofdpersonages
o Niet alleen mensen, maar ook sprekende dieren, planten, kabouters… met
menselijke eigenschappen
o Veel herhalingen
o Begin en einde op formuleachtige manier verwoord
o Rechtlijnig van bouw, karakter en thema
o Vaak 3 figuren en 3 episodes, belangrijke dingen driemaal herhaald
• 3 biggetjes
o Magische helper: fee, dier…
o Eenvoudige karaktertekening (rijk vs arm, lelijk vs mooi…)
o Goede beloond, kwade gestraft → verborgen zedenles
Inhoud
o Setting = irreële, fantastische wereld, fictieve personages
o Morele vertelling
o Tragisch begin, verlossing door magisch element
o Wonderlijke wereld
2.2 Oorsprong en geschiedenis
Sprookje → ‘spreken’ → de sproke
o Aanvankelijk puur mondeling genre
o Voor en door volwassenen
o 17-18e eeuw: systematische verzameling bundeling, ook voor kinderen
Samenvatting Nederlands: literatuurgenres 2
, Romantiek (19e eeuw)
o Kind, vaderland, onderwijs
o Sprookje als eigen genre
Jacob en Wilhelm Grimm
o Volkskunde
o Systematische verzameling: ze noteerden en catalogeerden de verhalen
• Wat blijkt? Een verhaal bestaat uit talloze varianten (204 sprookjes)
o Kinder- und Hausmärchen: tussen 1812 en 1822 (aanvankelijk niet voor kinderen)
o Enorme invloed op genre
Hans Christian Andersen
o Schreef zelf sprookjes (cultuursprookjes)
• Bv. Het meisje met de zwavelstokjes
Volkskundig onderzoek: 2 perspectieven
o Monogenese
• Sprookjes zijn van 1 (mondelinge) bron afkomstig en werden steeds
doorverteld
o Polygenese
• Sprookjes zijn opgebouwd uit verschillende bronnen, zowel schriftelijk als
mondeling
• Idee van ‘getalenteerde schrijver’, verklaring voor bijna identieke verhalen
A.d.h.v. volkskundig-literair onderzoek: stambomen
= reconstrueerden zo de ontstaansgeschiedenis door verschillende versies naast elkaar
te leggen en stap terug in de tijd te zeten wanneer iets in de taal, karakter of handelingen
veranderde
Samenvatting Nederlands: literatuurgenres 3