Inhoud
NOVA Scheikunde 5 VWO | Gymnasium................................................................................................1
7.1 Zure en basische oplossingen...................................................................................................2
7.2 Sterk en zwak............................................................................................................................3
7.3 Bijzondere zuren en basen........................................................................................................4
7.4 Zuur-basereacties.....................................................................................................................5
7.5 Rekenen met zwakke zuren en basen.......................................................................................6
, 7.1 Zure en basische oplossingen
zuren
H+-ion (proton) afstaan
karakteristiek deeltje dat een oplossing zuur maakt: H3O+ (oxoniumion)
zure oplossing pH < 7
BINAS 49
basen
H+-ion (proton) opnemen
karakteristiek deeltje dat een oplossing basisch maakt: OH- (hydroxide-ion)
basische oplossing pH > 7
waterevenwicht
pKw = pH + pOH = 14,00 bij T = 298 K
H2O-moleculen zijn zuur en base
waterconstante Kw: evenwichtsconstante van het waterevenwicht
alleen (g) of (aq) in evenwichtsvoorwaarde
pH-waarde: maat voor de concentratie H3O+-ionen in een oplossing
BINAS 38A
pH = -log[H3O+] dus [H3O+] = 10-pH
aantal decimalen in de pH-waarde is gelijk aan het aantal significante cijfers in de [H 3O+]
aantal significante cijfers in de [H3O+] is gelijk aan het aantal decimalen in de pH-waarde
pOH-waarde
BINAS 38A
pH = -log[OH-] dus [OH-] = 10-pH
indicatoren: stoffen die bij verschillende pH-waarden een andere kleur hebben
BINAS 52A