Schadevergoedingsrecht 2025
RECHTSTHEORETISCH UITGANGSPUNT (!!)
Studie-object = bestaand recht (= lex lata ≠ lex ferenda)
- juridische realiteit = concrete beslissingen in specifieke feitensituaties (=
rechtspraak)
- recht = sociaal feit = systematiek in rechtspraak → voorspelbaarheid (O.W.
HOLMES)
Theorie (positieve = de lege lata ≠ normatieve = de lege ferenda)
- = poging om realiteit te vatten in beperkt aantal onderling consistente
wetmatigheden
- = talige (in woorden en syntax) weergave van recht = rechtsleer = doctrine
- → motivering in rechterlijke beslissing = doctrine ≠ recht (ontologisch)
Rechtsregel = feitelijke wetmatigheid in rechterlijke beslissingen in functie van feiten
- ≠ empirisch waarneembaar (wet = tekst = bron van recht → wet ≠ recht)
- bestaat (‘toont zich’) alleen in ‘werking’ ervan (‘toepassing’): conformiteit
beslissingen
- → geformuleerde regel = theoretische constructie die bestaand recht zou
weergeven
Praktijk: discussie mogelijk over welke regel het recht het meest accuraat weergeeft!
- → daarom aandacht aan alternatieve doctrines voor zelfde bestaande recht
- ‘gangbare doctrine’ = regels die volgens meeste juristen het recht accuraat
weergeven
1
,Inleiding
overzicht leerstof en lessenplan
In deze inleidende colleges en bijbehorende slides (serie 01) wordt behandeld
- Overzicht onderdelen schadevergoedingsrecht (helikopterblik)
- Algemene beschouwingen over aansprakelijkheidsrecht en -doctrine
overzicht leerstof (slide 01-3)
Thema = niet-contractuele verbintenissen tot schadeloosstelling
Klassiek: buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht (= grootste deel & core cursus)
Andere schadevergoedingsmechanismen (= nodig om verbanden te zien met core)
- indemnitaire verzekeringen
o particuliere rechtstreekse eigenschadeverzekering
o sociale rechtstreekse eigenschadeverzekering (ziekte & invaliditeit)
o eigenschadeverzekering ten behoeve van derden (arbeidsongevallen)
- wettelijk opgelegde vergoedingsplicht verkeersschade WAM-verzekeraars
o letselschade
o ongeval zonder vaststelbare aansprakelijkheid
- schadefondsen
Situering (civiele) aansprakelijkheid
begrip aansprakelijkheid (slide 01-4)
Artikel 5.3, lid 1, BW
Artikel 5.3, lid 1, BW stelt dat verbintenissen ontstaan uit een rechtshandeling, uit een
oneigenlijk contract, uit de buitencontractuele aansprakelijkheid of uit de wet.
Dit roept de vraag op of aansprakelijkheid daadwerkelijk kan worden beschouwd als een
bron van verbintenissen.
Aansprakelijkheid als verbintenis
Aansprakelijkheid moet echter niet worden gezien als een bron van verbintenissen, maar
als de verbintenis zelf. Deze opvatting verschilt van wat letterlijk in de wettekst vermeld
staat.
Aansprakelijkheid houdt immers concreet het volgende in:
Enerzijds het recht op schadeloosstelling (actieve zijde van de verbintenis),
Anderzijds de plicht tot schadeloosstelling (passieve zijde van de verbintenis).
Deze benadering sluit volledig aan bij de definitie uit artikel 5.1 BW, waarin een
verbintenis wordt omschreven als:
2
,"een rechtsband op grond waarvan een schuldeiser van een schuldenaar, indien nodig in
rechte, de uitvoering van een prestatie mag eisen."
Aansprakelijkheid als rechtsgevolg
Aansprakelijkheid ontstaat omdat het objectief recht bepaalde rechtsgevolgen koppelt
aan specifieke feiten.
Dit betekent dat het bestaan van aansprakelijkheid zelf nooit afzonderlijk hoeft te worden
bewezen; wat wél bewezen moet worden, zijn de feiten waarop deze aansprakelijkheid
berust.
De eigenlijke bron van aansprakelijkheid
De echte bron van aansprakelijkheid is daarom altijd een combinatie van:
Een rechtsregel (zoals beschreven op slides 01-29 → 01-32)
én
Een rechtsfeit (zoals beschreven op slide 01-05).
Het is dus deze combinatie van rechtsregel en rechtsfeit die leidt tot aansprakelijkheid,
oftewel tot de verbintenis tot schadeloosstelling.
Rechtsfeiten
Délits et quasi-délits in terminologie
Juridische achtergrond: artikel 1370, lid 4 Oud BW
Artikel 1370, lid 4 van het Oud Burgerlijk Wetboek bepaalde vroeger het volgende:
"De verbintenissen die hun oorsprong vinden in de eigen daad van degene die verbonden
is, ontstaan ofwel uit oneigenlijke contracten, ofwel uit misdrijven of oneigenlijke
misdrijven."
Dit artikel werd vervangen door artikel 5.3 BW in het nieuwe Burgerlijk Wetboek. De
inhoud van het oude artikel is oorspronkelijk afkomstig van jurist Pothier uit ongeveer
1760, later opgenomen in de Code Civil van 1804.
De oorspronkelijke formulering van artikel 1370 was juridisch accurater dan die van het
huidige artikel 5.3 BW. De auteurs van artikel 5.3 BW hebben zich immers vergist door
aansprakelijkheid zelf te benoemen als bron van verbintenissen. In werkelijkheid is niet
de aansprakelijkheid zelf, maar zijn het juist de misdrijven of oneigenlijke misdrijven
(rechtsfeiten) de eigenlijke bronnen van verbintenissen.
Hoewel de terminologie "misdrijven en oneigenlijke misdrijven" in het huidige Burgerlijk
Wetboek verdwenen is, betekent dit niet dat deze rechtsconcepten zijn verdwenen. Enkel
de termen zelf worden niet meer gebruikt.
Rechtsfeiten en aansprakelijkheid: constitutieve bestanddelen
Om aansprakelijkheid juridisch te analyseren, moet men kijken naar het rechtsfeit waaruit
aansprakelijkheid voortvloeit. Rechtsfeiten bestaan juridisch uit verschillende
constitutieve elementen of bestanddelen. Volgens de huidige gangbare doctrine zijn er
drie elementen nodig om te spreken van een rechtsfeit dat leidt tot aansprakelijkheid:
3
, 1. Schade
Er moet sprake zijn van schade.
2. Causaliteit (veroorzaking)
De schade moet veroorzaakt zijn door iets of iemand.
3. Tot aansprakelijkheid leidend feit (TALF)
Er moet een specifiek feit aanwezig zijn dat leidt tot aansprakelijkheid. Dit feit
wordt in het Nederlands omschreven als het "tot aansprakelijkheid leidend feit"
(afgekort TALF).
De term "tot aansprakelijkheid leidend feit" (TALF) is een directe vertaling van het Franse
begrip "fait générateur de responsabilité". In oudere Nederlandstalige juridische teksten
bestond hiervoor geen vaste term; er werd eerder gesproken van een "fout" of andere
omschrijvende formuleringen. De term "TALF" wordt nu algemeen gehanteerd in de
juridische doctrine, hoewel hierover oorspronkelijk discussie bestond vanwege zijn
omslachtige karakter.
Constitutieve bestanddelen vs. ontstaansvoorwaarden aansprakelijkheid
De drie genoemde elementen (schade, causaliteit en TALF) vormen samen de
constitutieve bestanddelen van het rechtsfeit. Vanuit het perspectief van
aansprakelijkheid zijn deze drie elementen de ontstaansvoorwaarden ervan:
Constitutieve bestanddelen: deze begrippen verwijzen naar het rechtsfeit zelf.
Ontstaansvoorwaarden: deze begrippen verwijzen naar het ontstaan van
aansprakelijkheid.
Er is hierbij een belangrijk onderscheid te maken: de drie genoemde elementen zijn dus
geen bestanddelen van de aansprakelijkheid zelf, maar bestanddelen van het rechtsfeit
dat aansprakelijkheid doet ontstaan.
Relativering van de doctrinaire benadering
De voorstelling van aansprakelijkheid via drie constitutieve bestanddelen (schade,
causaliteit, TALF) is hoe juristen vandaag het bestaande recht analyseren en presenteren.
Het is echter belangrijk om te beseffen dat deze manier van beschrijven geen
verandering van het recht inhoudt, maar eerder een andere presentatie van hetzelfde
recht.
Vroeger hanteerden auteurs andere classificaties van ontstaansvoorwaarden: sommigen
onderscheidden vier of vijf voorwaarden, anderen combineerden meerdere voorwaarden
tot één enkel punt. Dit toont aan dat de manier waarop we aansprakelijkheid beschrijven
en structureren, vooral een kwestie is van doctrinaire voorkeur en terminologische
precisie.
Hoewel de juridische realiteit inhoudelijk niet is veranderd, is het kader waarmee we
aansprakelijkheid beschrijven en analyseren doorheen de tijd sterk geëvolueerd. Het
verschil in het aantal of de formulering van voorwaarden verandert dus niets aan het
recht zelf; het verandert enkel hoe juristen erover spreken en denken.
4
RECHTSTHEORETISCH UITGANGSPUNT (!!)
Studie-object = bestaand recht (= lex lata ≠ lex ferenda)
- juridische realiteit = concrete beslissingen in specifieke feitensituaties (=
rechtspraak)
- recht = sociaal feit = systematiek in rechtspraak → voorspelbaarheid (O.W.
HOLMES)
Theorie (positieve = de lege lata ≠ normatieve = de lege ferenda)
- = poging om realiteit te vatten in beperkt aantal onderling consistente
wetmatigheden
- = talige (in woorden en syntax) weergave van recht = rechtsleer = doctrine
- → motivering in rechterlijke beslissing = doctrine ≠ recht (ontologisch)
Rechtsregel = feitelijke wetmatigheid in rechterlijke beslissingen in functie van feiten
- ≠ empirisch waarneembaar (wet = tekst = bron van recht → wet ≠ recht)
- bestaat (‘toont zich’) alleen in ‘werking’ ervan (‘toepassing’): conformiteit
beslissingen
- → geformuleerde regel = theoretische constructie die bestaand recht zou
weergeven
Praktijk: discussie mogelijk over welke regel het recht het meest accuraat weergeeft!
- → daarom aandacht aan alternatieve doctrines voor zelfde bestaande recht
- ‘gangbare doctrine’ = regels die volgens meeste juristen het recht accuraat
weergeven
1
,Inleiding
overzicht leerstof en lessenplan
In deze inleidende colleges en bijbehorende slides (serie 01) wordt behandeld
- Overzicht onderdelen schadevergoedingsrecht (helikopterblik)
- Algemene beschouwingen over aansprakelijkheidsrecht en -doctrine
overzicht leerstof (slide 01-3)
Thema = niet-contractuele verbintenissen tot schadeloosstelling
Klassiek: buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht (= grootste deel & core cursus)
Andere schadevergoedingsmechanismen (= nodig om verbanden te zien met core)
- indemnitaire verzekeringen
o particuliere rechtstreekse eigenschadeverzekering
o sociale rechtstreekse eigenschadeverzekering (ziekte & invaliditeit)
o eigenschadeverzekering ten behoeve van derden (arbeidsongevallen)
- wettelijk opgelegde vergoedingsplicht verkeersschade WAM-verzekeraars
o letselschade
o ongeval zonder vaststelbare aansprakelijkheid
- schadefondsen
Situering (civiele) aansprakelijkheid
begrip aansprakelijkheid (slide 01-4)
Artikel 5.3, lid 1, BW
Artikel 5.3, lid 1, BW stelt dat verbintenissen ontstaan uit een rechtshandeling, uit een
oneigenlijk contract, uit de buitencontractuele aansprakelijkheid of uit de wet.
Dit roept de vraag op of aansprakelijkheid daadwerkelijk kan worden beschouwd als een
bron van verbintenissen.
Aansprakelijkheid als verbintenis
Aansprakelijkheid moet echter niet worden gezien als een bron van verbintenissen, maar
als de verbintenis zelf. Deze opvatting verschilt van wat letterlijk in de wettekst vermeld
staat.
Aansprakelijkheid houdt immers concreet het volgende in:
Enerzijds het recht op schadeloosstelling (actieve zijde van de verbintenis),
Anderzijds de plicht tot schadeloosstelling (passieve zijde van de verbintenis).
Deze benadering sluit volledig aan bij de definitie uit artikel 5.1 BW, waarin een
verbintenis wordt omschreven als:
2
,"een rechtsband op grond waarvan een schuldeiser van een schuldenaar, indien nodig in
rechte, de uitvoering van een prestatie mag eisen."
Aansprakelijkheid als rechtsgevolg
Aansprakelijkheid ontstaat omdat het objectief recht bepaalde rechtsgevolgen koppelt
aan specifieke feiten.
Dit betekent dat het bestaan van aansprakelijkheid zelf nooit afzonderlijk hoeft te worden
bewezen; wat wél bewezen moet worden, zijn de feiten waarop deze aansprakelijkheid
berust.
De eigenlijke bron van aansprakelijkheid
De echte bron van aansprakelijkheid is daarom altijd een combinatie van:
Een rechtsregel (zoals beschreven op slides 01-29 → 01-32)
én
Een rechtsfeit (zoals beschreven op slide 01-05).
Het is dus deze combinatie van rechtsregel en rechtsfeit die leidt tot aansprakelijkheid,
oftewel tot de verbintenis tot schadeloosstelling.
Rechtsfeiten
Délits et quasi-délits in terminologie
Juridische achtergrond: artikel 1370, lid 4 Oud BW
Artikel 1370, lid 4 van het Oud Burgerlijk Wetboek bepaalde vroeger het volgende:
"De verbintenissen die hun oorsprong vinden in de eigen daad van degene die verbonden
is, ontstaan ofwel uit oneigenlijke contracten, ofwel uit misdrijven of oneigenlijke
misdrijven."
Dit artikel werd vervangen door artikel 5.3 BW in het nieuwe Burgerlijk Wetboek. De
inhoud van het oude artikel is oorspronkelijk afkomstig van jurist Pothier uit ongeveer
1760, later opgenomen in de Code Civil van 1804.
De oorspronkelijke formulering van artikel 1370 was juridisch accurater dan die van het
huidige artikel 5.3 BW. De auteurs van artikel 5.3 BW hebben zich immers vergist door
aansprakelijkheid zelf te benoemen als bron van verbintenissen. In werkelijkheid is niet
de aansprakelijkheid zelf, maar zijn het juist de misdrijven of oneigenlijke misdrijven
(rechtsfeiten) de eigenlijke bronnen van verbintenissen.
Hoewel de terminologie "misdrijven en oneigenlijke misdrijven" in het huidige Burgerlijk
Wetboek verdwenen is, betekent dit niet dat deze rechtsconcepten zijn verdwenen. Enkel
de termen zelf worden niet meer gebruikt.
Rechtsfeiten en aansprakelijkheid: constitutieve bestanddelen
Om aansprakelijkheid juridisch te analyseren, moet men kijken naar het rechtsfeit waaruit
aansprakelijkheid voortvloeit. Rechtsfeiten bestaan juridisch uit verschillende
constitutieve elementen of bestanddelen. Volgens de huidige gangbare doctrine zijn er
drie elementen nodig om te spreken van een rechtsfeit dat leidt tot aansprakelijkheid:
3
, 1. Schade
Er moet sprake zijn van schade.
2. Causaliteit (veroorzaking)
De schade moet veroorzaakt zijn door iets of iemand.
3. Tot aansprakelijkheid leidend feit (TALF)
Er moet een specifiek feit aanwezig zijn dat leidt tot aansprakelijkheid. Dit feit
wordt in het Nederlands omschreven als het "tot aansprakelijkheid leidend feit"
(afgekort TALF).
De term "tot aansprakelijkheid leidend feit" (TALF) is een directe vertaling van het Franse
begrip "fait générateur de responsabilité". In oudere Nederlandstalige juridische teksten
bestond hiervoor geen vaste term; er werd eerder gesproken van een "fout" of andere
omschrijvende formuleringen. De term "TALF" wordt nu algemeen gehanteerd in de
juridische doctrine, hoewel hierover oorspronkelijk discussie bestond vanwege zijn
omslachtige karakter.
Constitutieve bestanddelen vs. ontstaansvoorwaarden aansprakelijkheid
De drie genoemde elementen (schade, causaliteit en TALF) vormen samen de
constitutieve bestanddelen van het rechtsfeit. Vanuit het perspectief van
aansprakelijkheid zijn deze drie elementen de ontstaansvoorwaarden ervan:
Constitutieve bestanddelen: deze begrippen verwijzen naar het rechtsfeit zelf.
Ontstaansvoorwaarden: deze begrippen verwijzen naar het ontstaan van
aansprakelijkheid.
Er is hierbij een belangrijk onderscheid te maken: de drie genoemde elementen zijn dus
geen bestanddelen van de aansprakelijkheid zelf, maar bestanddelen van het rechtsfeit
dat aansprakelijkheid doet ontstaan.
Relativering van de doctrinaire benadering
De voorstelling van aansprakelijkheid via drie constitutieve bestanddelen (schade,
causaliteit, TALF) is hoe juristen vandaag het bestaande recht analyseren en presenteren.
Het is echter belangrijk om te beseffen dat deze manier van beschrijven geen
verandering van het recht inhoudt, maar eerder een andere presentatie van hetzelfde
recht.
Vroeger hanteerden auteurs andere classificaties van ontstaansvoorwaarden: sommigen
onderscheidden vier of vijf voorwaarden, anderen combineerden meerdere voorwaarden
tot één enkel punt. Dit toont aan dat de manier waarop we aansprakelijkheid beschrijven
en structureren, vooral een kwestie is van doctrinaire voorkeur en terminologische
precisie.
Hoewel de juridische realiteit inhoudelijk niet is veranderd, is het kader waarmee we
aansprakelijkheid beschrijven en analyseren doorheen de tijd sterk geëvolueerd. Het
verschil in het aantal of de formulering van voorwaarden verandert dus niets aan het
recht zelf; het verandert enkel hoe juristen erover spreken en denken.
4