College 1 – Inleiding belastingrecht en formeel belastingrecht
De overheid heeft vier manieren om de uitgaven te dekken:
- Belastingen: verplichte bijdragen van burgers, zonder specifieke tegenprestatie.
o Rijksbelastingen
o Gemeentelijke en provinciale belastingen
o Waterschapslasten (zuivering van rioolwater, onderhoud van dijken)
o Product- en bedrijfschapslasten (voedselveiligheid, eisen beroepsuitoefening)
- Retributies: vergoedingen die een burger betaald bij het afnemen van een dienst.
- Sociale premies:
o Premie volksverzekeringen: voor betaling uitkeringen (bv. AOW).
à Worden samen geïnd met de inkomstenbelasting.
o Zorgverzekeringswet: iedereen in Nederland heeft recht op zorg (basis).
à Wordt samen geïnd met de inkomstenbelasting.
o Premies werknemersverzekeringen: WIA, ZW, WAO en WW.
à Wordt geïnd via de aangifte loonheffingen bij de werkgever.
- Overige inkomsten: bijvoorbeeld de verkoop van gas.
Belangrijkste inkomsten van gemeenten:
- Van het rijk: gemeentefonds en specifieke uitkeringen.
- Belastingen: onroerende zaakbelasting, toerismebelasting en hondenbelasting.
- Heffingen: rioolheffing, kaartje voor een zwembad, paspoort.
- Overige inkomsten: bijvoorbeeld bouwgrondexploitatie en onttrekking reserves.
Directe belastingen Indirecte belastingen
- Loonbelasting - Omzetbelasting (accijns)
- Inkomstenbelasting - Overdrachtsbelasting
- Vennootschapsbelasting - Assurantiebelasting
- Dividendbelasting - Motorrijtuigenbelasting
- Schenkbelasting - Milieubelasting
- Erfbelasting - Invoerrechten
Aanslagbelasting Aangiftebelasting
- Inkomstenbelasting - Loonbelasting
- Vennootschapsbelasting - Omzetbelasting
- Schenkbelasting - Motorrijtuigenbelasting
- Erfbelasting
Douane rijksbelasting (Awr) Douane niet-rijksbelasting (douanerecht)
Accijns en verbruiksbelasting Rechten van invoer
Doelen van belastingheffing zijn:
- Budgettaire functie: financiering van overheidsuitgaven.
o Ambtenaren, gebouwen, onderwijs, infrastructuur, overheidsschuld.
- Regulerende functie: politieke beïnvloeding van de maatschappij.
o Inflatie, werkloosheid, drankmisbruik, inkomensverdeling, verduurzaming.
Taken van de Belastingdienst:
- Heffing, toezicht en invordering (Blauwe Belastingdienst + Douane)
- Andere taken: toeslagen, FIOD, handhaven veiligheid, economie en milieu.
, College 1 – Inleiding belastingrecht en formeel belastingrecht
Het belastingrecht valt onder het publiekrecht (verhouding: overheid ↔ burger).
- Soms ook privaatrecht, dit gebeurt wanneer de overheid handelt als gewone burger.
Materieel recht = de wijze waarop moet worden bepaald hoeveel belasting verschuldigd is.
- Inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, loonbelasting, omzetbelasting.
Formeel recht = de verhouding Belastingdienst (grenzen) belastingplichtige (verplichtingen).
- Algemene wet bestuur, algemene wet inzake rijksbelastingen, invorderingswet.
Subjectieve belastingen houden rekening met de persoonlijke omstandigheden (IB).
Objectieve belastingen houden hier geen rekening mee (overdrachtsbelasting).
Aan het systeem van belastingheffing liggen meerdere beginselen ten grondslag:
- Draagkrachtbeginsel: progressief tarief voor de inkomstenbelasting + loonbelasting.
- Profijtbeginsel: iedere burger heeft profijt van het betalen van belasting (onderwijs).
- Beginsel van de minste pijn: loonheffing wordt ingehouden door de werkgever.
o Inhouding bij de bron, vrijstelling voor geringe bedragen, forfaits.
- Beginsel van de bevoorrechte verkrijging: over financiële meevallers wordt geheven.
Bronnen van het belastingrecht:
- Wetten + uitvoeringsbepalingen
o Algemene maatregel van bestuur à uitvoeringsbesluit.
o Ministeriële regeling à uitvoeringsregeling.
- Verdragen / EU-richtlijnen / EVRM
- Jurisprudentie (rechtbank, gerechtshof, hoge raad, hof van justitie Europese Unie)
- Beleidsregels (= pseudowetgeving, bijvoorbeeld BBBB)
- Algemene Beginselen van Behoorlijk Bestuur, ABBB (gelijkheid, opgewekt
vertrouwen, evenredigheid).
Een aangifte moet duidelijk, stellig en zonder voorbehoud worden ingevuld.
De actieve informatieverplichting (uit zichzelf melden) geldt in de volgende gevallen:
- Het doen van suppletieaangifte omzetbelasting.
- Het melden van een dreigende overschrijding van de 500-kilometergrens.
- Bij de verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto.
- Bij het doen van onjuiste aangifte erfbelasting over buitenlands
vermogensbestanddeel.
Aanslagbelastingen:
art. 14 lid 1 Awr
art. 15 Awr 1) Eventueel voorlopige aanslag op basis van de schatting van de inspecteur.
art. 8 Awr 2) De belastingplichtige dient voor 1/5 (IB) of 1/6 (VPB) de aangifte in.
art. 6 Awr
art. 2 uitv. reg. Awr o Zo nodig moet belastingplichtige zelf verzoeken om aangifte te doen.
art. 9 lid 2 Awr o Er is een mogelijkheid tot het vragen van uitstel.
art. 9 lid 3 Awr
o Eventuele aanmaning vanuit de inspecteur, na het verstrijken van de termijn.
art. 11 lid 2 Awr
o Hierna een ambtshalve aanslag inclusief eventuele verzuimboete.
art. 11 lid 3 Awr 3) De inspecteur legt binnen 3 jaar (+ verleende uitstel) de aanslag op.
art. 16 lid 3 Awr 4) Eventuele navordering binnen 5 jaar (+ verleende uitstel).
art. 16 lid 4 Awr o Dit is 12 jaar bij buitenlandse bronnen.
, College 1 – Inleiding belastingrecht en formeel belastingrecht
Wanneer kan er een navorderingsaanslag worden opgelegd?
art. 16 lid 1 1e zin Awr
- Nieuw feit: bij het opleggen van de definitieve aanslag was dit feit niet bekend bij de
inspecteur en redelijkerwijs is dit ook niet te verwachten.
art. 16 lid 1 2e zin Awr o Ambtelijk verzuim: de inspecteur heeft onzorgvuldig gehandeld.
art. 16 lid 1 2e zin Awr - Te kwader trouw: opzettelijk onjuiste informatie verschaft.
art. 16 lid 2 Awr - Onjuiste berekening voorheffing, herverdeling partners en kenbare fout.
Eventueel voorlopige Definitieve aanslag Navorderingsaanslag
Aangifte na afloop
aanslag tijdens het ( 3 jaar + verleende (5 jaar + verleende
tijdvak
tijdvak uitstel) uitstel)
Aangiftebelastingen:
art. 19 lid 1 Awr
1) Aangifte en betaling binnen 1 maand na afloop van het tijdvak.
art. 67b Awr
art. 67c Awr o Als hier niet aan voldaan is komt er een verzuimboete bovenop.
BBBB
o Voldoeningsbelastingen: de belastingplichtige is de belasting verschuldigd.
o Afdrachtsbelastingen: door een inhoudingsplichtige voor een ander betaald.
art. 20 lid 3 Awr
2) Eventuele naheffing binnen 5 jaar na afloop van kalenderjaar waarin het tijdvak viel.
art. 20 lid 2 Awr
o Ook mogelijkheid om de naheffing op te leggen bij ander (bv. loonheffing).
Eventueel Aangifte doen + Eventuele
voorlopige betaling betalen Eventuele controle naheffingsaanslag
(loonbelasting) (1 maand) (5 jaar)
art. 2:4 Awb De fiscale procedure:
art. 6:4 lid 1 Awb
art. 10:3 lid 3 Awb 1) Bezwaarschrift bij de inspecteur (binnen zes weken).
art. Art. 6:7 Awb
art. 6:11 Awb
o Als dit niet binnen de termijn gebeurt, is het bezwaar niet ontvankelijk.
o Verschoonbare termijnoverschrijding bij bijvoorbeeld een ernstig ongeluk.
art. 65 Awr
o Wanneer de termijn is verstreken, kan wel een verzoek worden ingediend bij
de inspecteur om de aanslag te herzien.
art. 26 Awr
art. 2:4 Awb 2) Beroepschrift bij de rechtbank (onpartijdige feitenrechter in 1e aanleg).
art. 6:4 lid 3 Awb
art. 6:4 lid 2 Awb o Bij administratief beroep sla je de bezwaarfase over.
art. 27h Awr
art. 8:104 lid 1 Awb
3) Hoger beroep bij het gerechtshof (onpartijdige feitenrechter in 2e aanleg).
art. 28 Awr 4) Beroep in cassatie bij de Hoge Raad, alleen mogelijk bij:
o Vormverzuim (procedurefout).
o Verkeerde toepassing of schending van het recht (interpretatiefout).
art. 6:5 Awb De eisen voor het bezwaarschrift en beroepschrift zijn:
- Schriftelijk
- NAW, handtekening, dagtekening
- Door belastingplichtige / gemachtigde
- In Nederlandse taal (Friesland: in het Fries)
- Onderbouwing bezwaar / beroep
De overheid heeft vier manieren om de uitgaven te dekken:
- Belastingen: verplichte bijdragen van burgers, zonder specifieke tegenprestatie.
o Rijksbelastingen
o Gemeentelijke en provinciale belastingen
o Waterschapslasten (zuivering van rioolwater, onderhoud van dijken)
o Product- en bedrijfschapslasten (voedselveiligheid, eisen beroepsuitoefening)
- Retributies: vergoedingen die een burger betaald bij het afnemen van een dienst.
- Sociale premies:
o Premie volksverzekeringen: voor betaling uitkeringen (bv. AOW).
à Worden samen geïnd met de inkomstenbelasting.
o Zorgverzekeringswet: iedereen in Nederland heeft recht op zorg (basis).
à Wordt samen geïnd met de inkomstenbelasting.
o Premies werknemersverzekeringen: WIA, ZW, WAO en WW.
à Wordt geïnd via de aangifte loonheffingen bij de werkgever.
- Overige inkomsten: bijvoorbeeld de verkoop van gas.
Belangrijkste inkomsten van gemeenten:
- Van het rijk: gemeentefonds en specifieke uitkeringen.
- Belastingen: onroerende zaakbelasting, toerismebelasting en hondenbelasting.
- Heffingen: rioolheffing, kaartje voor een zwembad, paspoort.
- Overige inkomsten: bijvoorbeeld bouwgrondexploitatie en onttrekking reserves.
Directe belastingen Indirecte belastingen
- Loonbelasting - Omzetbelasting (accijns)
- Inkomstenbelasting - Overdrachtsbelasting
- Vennootschapsbelasting - Assurantiebelasting
- Dividendbelasting - Motorrijtuigenbelasting
- Schenkbelasting - Milieubelasting
- Erfbelasting - Invoerrechten
Aanslagbelasting Aangiftebelasting
- Inkomstenbelasting - Loonbelasting
- Vennootschapsbelasting - Omzetbelasting
- Schenkbelasting - Motorrijtuigenbelasting
- Erfbelasting
Douane rijksbelasting (Awr) Douane niet-rijksbelasting (douanerecht)
Accijns en verbruiksbelasting Rechten van invoer
Doelen van belastingheffing zijn:
- Budgettaire functie: financiering van overheidsuitgaven.
o Ambtenaren, gebouwen, onderwijs, infrastructuur, overheidsschuld.
- Regulerende functie: politieke beïnvloeding van de maatschappij.
o Inflatie, werkloosheid, drankmisbruik, inkomensverdeling, verduurzaming.
Taken van de Belastingdienst:
- Heffing, toezicht en invordering (Blauwe Belastingdienst + Douane)
- Andere taken: toeslagen, FIOD, handhaven veiligheid, economie en milieu.
, College 1 – Inleiding belastingrecht en formeel belastingrecht
Het belastingrecht valt onder het publiekrecht (verhouding: overheid ↔ burger).
- Soms ook privaatrecht, dit gebeurt wanneer de overheid handelt als gewone burger.
Materieel recht = de wijze waarop moet worden bepaald hoeveel belasting verschuldigd is.
- Inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, loonbelasting, omzetbelasting.
Formeel recht = de verhouding Belastingdienst (grenzen) belastingplichtige (verplichtingen).
- Algemene wet bestuur, algemene wet inzake rijksbelastingen, invorderingswet.
Subjectieve belastingen houden rekening met de persoonlijke omstandigheden (IB).
Objectieve belastingen houden hier geen rekening mee (overdrachtsbelasting).
Aan het systeem van belastingheffing liggen meerdere beginselen ten grondslag:
- Draagkrachtbeginsel: progressief tarief voor de inkomstenbelasting + loonbelasting.
- Profijtbeginsel: iedere burger heeft profijt van het betalen van belasting (onderwijs).
- Beginsel van de minste pijn: loonheffing wordt ingehouden door de werkgever.
o Inhouding bij de bron, vrijstelling voor geringe bedragen, forfaits.
- Beginsel van de bevoorrechte verkrijging: over financiële meevallers wordt geheven.
Bronnen van het belastingrecht:
- Wetten + uitvoeringsbepalingen
o Algemene maatregel van bestuur à uitvoeringsbesluit.
o Ministeriële regeling à uitvoeringsregeling.
- Verdragen / EU-richtlijnen / EVRM
- Jurisprudentie (rechtbank, gerechtshof, hoge raad, hof van justitie Europese Unie)
- Beleidsregels (= pseudowetgeving, bijvoorbeeld BBBB)
- Algemene Beginselen van Behoorlijk Bestuur, ABBB (gelijkheid, opgewekt
vertrouwen, evenredigheid).
Een aangifte moet duidelijk, stellig en zonder voorbehoud worden ingevuld.
De actieve informatieverplichting (uit zichzelf melden) geldt in de volgende gevallen:
- Het doen van suppletieaangifte omzetbelasting.
- Het melden van een dreigende overschrijding van de 500-kilometergrens.
- Bij de verklaring uitsluitend zakelijk gebruik bestelauto.
- Bij het doen van onjuiste aangifte erfbelasting over buitenlands
vermogensbestanddeel.
Aanslagbelastingen:
art. 14 lid 1 Awr
art. 15 Awr 1) Eventueel voorlopige aanslag op basis van de schatting van de inspecteur.
art. 8 Awr 2) De belastingplichtige dient voor 1/5 (IB) of 1/6 (VPB) de aangifte in.
art. 6 Awr
art. 2 uitv. reg. Awr o Zo nodig moet belastingplichtige zelf verzoeken om aangifte te doen.
art. 9 lid 2 Awr o Er is een mogelijkheid tot het vragen van uitstel.
art. 9 lid 3 Awr
o Eventuele aanmaning vanuit de inspecteur, na het verstrijken van de termijn.
art. 11 lid 2 Awr
o Hierna een ambtshalve aanslag inclusief eventuele verzuimboete.
art. 11 lid 3 Awr 3) De inspecteur legt binnen 3 jaar (+ verleende uitstel) de aanslag op.
art. 16 lid 3 Awr 4) Eventuele navordering binnen 5 jaar (+ verleende uitstel).
art. 16 lid 4 Awr o Dit is 12 jaar bij buitenlandse bronnen.
, College 1 – Inleiding belastingrecht en formeel belastingrecht
Wanneer kan er een navorderingsaanslag worden opgelegd?
art. 16 lid 1 1e zin Awr
- Nieuw feit: bij het opleggen van de definitieve aanslag was dit feit niet bekend bij de
inspecteur en redelijkerwijs is dit ook niet te verwachten.
art. 16 lid 1 2e zin Awr o Ambtelijk verzuim: de inspecteur heeft onzorgvuldig gehandeld.
art. 16 lid 1 2e zin Awr - Te kwader trouw: opzettelijk onjuiste informatie verschaft.
art. 16 lid 2 Awr - Onjuiste berekening voorheffing, herverdeling partners en kenbare fout.
Eventueel voorlopige Definitieve aanslag Navorderingsaanslag
Aangifte na afloop
aanslag tijdens het ( 3 jaar + verleende (5 jaar + verleende
tijdvak
tijdvak uitstel) uitstel)
Aangiftebelastingen:
art. 19 lid 1 Awr
1) Aangifte en betaling binnen 1 maand na afloop van het tijdvak.
art. 67b Awr
art. 67c Awr o Als hier niet aan voldaan is komt er een verzuimboete bovenop.
BBBB
o Voldoeningsbelastingen: de belastingplichtige is de belasting verschuldigd.
o Afdrachtsbelastingen: door een inhoudingsplichtige voor een ander betaald.
art. 20 lid 3 Awr
2) Eventuele naheffing binnen 5 jaar na afloop van kalenderjaar waarin het tijdvak viel.
art. 20 lid 2 Awr
o Ook mogelijkheid om de naheffing op te leggen bij ander (bv. loonheffing).
Eventueel Aangifte doen + Eventuele
voorlopige betaling betalen Eventuele controle naheffingsaanslag
(loonbelasting) (1 maand) (5 jaar)
art. 2:4 Awb De fiscale procedure:
art. 6:4 lid 1 Awb
art. 10:3 lid 3 Awb 1) Bezwaarschrift bij de inspecteur (binnen zes weken).
art. Art. 6:7 Awb
art. 6:11 Awb
o Als dit niet binnen de termijn gebeurt, is het bezwaar niet ontvankelijk.
o Verschoonbare termijnoverschrijding bij bijvoorbeeld een ernstig ongeluk.
art. 65 Awr
o Wanneer de termijn is verstreken, kan wel een verzoek worden ingediend bij
de inspecteur om de aanslag te herzien.
art. 26 Awr
art. 2:4 Awb 2) Beroepschrift bij de rechtbank (onpartijdige feitenrechter in 1e aanleg).
art. 6:4 lid 3 Awb
art. 6:4 lid 2 Awb o Bij administratief beroep sla je de bezwaarfase over.
art. 27h Awr
art. 8:104 lid 1 Awb
3) Hoger beroep bij het gerechtshof (onpartijdige feitenrechter in 2e aanleg).
art. 28 Awr 4) Beroep in cassatie bij de Hoge Raad, alleen mogelijk bij:
o Vormverzuim (procedurefout).
o Verkeerde toepassing of schending van het recht (interpretatiefout).
art. 6:5 Awb De eisen voor het bezwaarschrift en beroepschrift zijn:
- Schriftelijk
- NAW, handtekening, dagtekening
- Door belastingplichtige / gemachtigde
- In Nederlandse taal (Friesland: in het Fries)
- Onderbouwing bezwaar / beroep