Endocrinologie
Overgewicht en obesitas
DEFINITIES
Obesitas = toestand van overtollige vetopstapeling
Body Mass Index (BMI)/Quetelet index (QI): inschatten van hvh lichaamsvet
- Lichaamsgewicht (kg)/ lengte (m2)
- Dezelfde BMI komt niet bij iedereen overeen met gelijk vetpercentage
o Overschatting bij hoge spiermassa <> onderschatting lage spiermassa
o Geen rekening met geslacht, leeftijd, etnische origine
- ~ gezondheidsrisico
o Sterk individueel bepaald + verschil ts verschillende populaties
- Goed beeld van prevalentie op populatieniveau
- Weinig info over individuele gezondheidsrisico
- Levensverwachting daalt bij stijgende BMI
o Normale BMI: 80% kans om 70j te bereiken
o BMI ts 35-40: 60% kans
o BMI >40: 50% kans
Lichaamsvetverdeling: belangrijke factor voor bepalen van morbiditeit- en mortaliteitsrisico
- Vooral gerelateerd aan CV risico en totale mortaliteit
- Abdominale vetverdeling = androïde/viscerale/appelvormige obesitas
o Hoger gezondheidsrisico
- Perifere vetverdeling = gynoide/peervormige obesitas
- Meten van middel/buikomtrek
o Lintmeter op middelpunt ts onderste rib en crista iliaca
o Op einde van normale expiratie
o Onafhankelijke voorspellende factor
▪ Hoog: ↑ risico voor DMII, CV RF (dyslipidemie en HT)
o Alternatief: waist-to-hip ratio (moeilijker te meten)
,Edmonton Obesity Staging System (EOSS)
- Ernst van obesitas weergeven
- Rekening houdend met in welke mate het leidt tot ontwikkelen van medische RF,
lichamelijke en psychologische S/, negatieve weerslag op welzijn en/of functionele
beperkingen
- 4 stadia
o Stadium 0-1: levensstijlmaatregelen
o Vanaf stadium 2: aanvullend farmacoptherapie geven of HK overwegen
,Anamnese KO
- Onstaan: onderliggende oorzaak - Gewicht
opsporen - Lengte
o Belang van gewichtshistoriek: - Buikomtrek
al tijdje bezig - Organen
- Eetgewoonte - BP
- Fysieke activiteit: positieve
energiebalans Technische onderzoeken:
- Weet van co-morbiditeiten - Labo: COFO, glycemie/ lipiden/
- Subjectieve last leverfunctie/ vitaminebilan (risico
- Familiale anamnese ijzertekort/vitamine D tekort)/c-peptide
- Medicatie: anti-D, anti-psychotica, anti- (berekening HOMA-IR)/TSH (evt
E, orale anti-diabetica, CS, cortisolurie)
medroxyprogesterone (provera) - Slaaplabo bij moe/snurken/hoofdpijn
PREVALENTIE
Frequentie neemt wereldwijd toe
- Progressieve toename van zwaarlijvigheid, ook in Midden-Oosten en Afrika
o Health paradox in Afrika: hoe zwaarder, hoe minder kans op HIV
o Double trouble tijdens COVID
- Ook meer en meer bij kinderen en adolescenten (VS: basis van hoge prevalentie DMII)
- Globalisering: toename obesitas in ‘groeilanden’
ETIOLOGIE
Secundaire vormen
Bij minderheid van pten is teveel lichaamsvet door welbepaald ziektebeeld
Vb M.Cushing, hypothyroidie, insulinoma (endocrinologisch)
Erfelijke vs omgevingsfactoren
‘exogene’ obesitas: multifactorieel → erfelijkheid + omgevingsfactoren
, - Erfelijk: groeiend aantal genen gecorreleerd aan obesitas
o Doorsnee vorm is wel polygenetisch
o Hier aan denken bij early onset overgewicht (monogenetisch)
o Vb leptine deficienty
- Omgeving: essentiele rol
Adipositas is steeds het gevolg van positieve energiebalans
Te veel lichaamsvet = in verleden positieve E-balans
- Meer E opnemen dan noodzakelijk voor gebruik
o Overschot aan E → opstapelen in vet
- E-opneming = E-verbruik + E-opslag
➔ Te grote E-toevoer of te klein E-verbruik
E-verbuik (over 24u) = TEE
▪ Ruststofwisseling: cst hvh E nodig voor functioneren van lichaam in rust in basale
omstandigheden
o In thermoneutrale omgeving, 8-12u na maaltijd/fysieke inspanning
o E voor werking van bloedsomloop, AH en normale in nuchtere toestand
verlopende stofwisselingsprocessen
o 60-65% van totale E-consumptie
o Majeure determinanten:
• Vet-vrije lichaamsmassa = totaalgewicht – vetmassa
• EW-turnover
• Schildklierhormonen
o Vetmassa verbrandt bijna niets <> meer vet verbranden als meer spiermassa
▪ Thermogenese: E-verbruik in rust dat niet tot ruststofwisseling kan worden gerekend
o E nodig voor vertering, absorptie, metabolisme en opslag van voedsel
• DIT = diet Induced Thermogenesis
• Belangrijkste component van thermogenese
o E nodig voor effecten van blootstelling aan koude, thermogene agentia en
psychologische factoren
o 15% van totale E-verbruik
▪ Activiteitenstofwisseling
o Extra E-verbuik tijdens en na fysieke activiteit
• Afhankelijk van duur – intensiteit – snelheid - wijze
• Heel variabel
• Afhankelijk van lichaamsgewicht en leeftijd
o Extra E nodig voor groei, herstel van ziekte/verwonding, zs en lactatie
o 15-20% van totale E-verbuik
GEVOLGEN
Mentaal: vaker depressie, angst- en persoonlijkheidsstoornissen, vertroebeld zelfbeeld
Overgewicht en obesitas
DEFINITIES
Obesitas = toestand van overtollige vetopstapeling
Body Mass Index (BMI)/Quetelet index (QI): inschatten van hvh lichaamsvet
- Lichaamsgewicht (kg)/ lengte (m2)
- Dezelfde BMI komt niet bij iedereen overeen met gelijk vetpercentage
o Overschatting bij hoge spiermassa <> onderschatting lage spiermassa
o Geen rekening met geslacht, leeftijd, etnische origine
- ~ gezondheidsrisico
o Sterk individueel bepaald + verschil ts verschillende populaties
- Goed beeld van prevalentie op populatieniveau
- Weinig info over individuele gezondheidsrisico
- Levensverwachting daalt bij stijgende BMI
o Normale BMI: 80% kans om 70j te bereiken
o BMI ts 35-40: 60% kans
o BMI >40: 50% kans
Lichaamsvetverdeling: belangrijke factor voor bepalen van morbiditeit- en mortaliteitsrisico
- Vooral gerelateerd aan CV risico en totale mortaliteit
- Abdominale vetverdeling = androïde/viscerale/appelvormige obesitas
o Hoger gezondheidsrisico
- Perifere vetverdeling = gynoide/peervormige obesitas
- Meten van middel/buikomtrek
o Lintmeter op middelpunt ts onderste rib en crista iliaca
o Op einde van normale expiratie
o Onafhankelijke voorspellende factor
▪ Hoog: ↑ risico voor DMII, CV RF (dyslipidemie en HT)
o Alternatief: waist-to-hip ratio (moeilijker te meten)
,Edmonton Obesity Staging System (EOSS)
- Ernst van obesitas weergeven
- Rekening houdend met in welke mate het leidt tot ontwikkelen van medische RF,
lichamelijke en psychologische S/, negatieve weerslag op welzijn en/of functionele
beperkingen
- 4 stadia
o Stadium 0-1: levensstijlmaatregelen
o Vanaf stadium 2: aanvullend farmacoptherapie geven of HK overwegen
,Anamnese KO
- Onstaan: onderliggende oorzaak - Gewicht
opsporen - Lengte
o Belang van gewichtshistoriek: - Buikomtrek
al tijdje bezig - Organen
- Eetgewoonte - BP
- Fysieke activiteit: positieve
energiebalans Technische onderzoeken:
- Weet van co-morbiditeiten - Labo: COFO, glycemie/ lipiden/
- Subjectieve last leverfunctie/ vitaminebilan (risico
- Familiale anamnese ijzertekort/vitamine D tekort)/c-peptide
- Medicatie: anti-D, anti-psychotica, anti- (berekening HOMA-IR)/TSH (evt
E, orale anti-diabetica, CS, cortisolurie)
medroxyprogesterone (provera) - Slaaplabo bij moe/snurken/hoofdpijn
PREVALENTIE
Frequentie neemt wereldwijd toe
- Progressieve toename van zwaarlijvigheid, ook in Midden-Oosten en Afrika
o Health paradox in Afrika: hoe zwaarder, hoe minder kans op HIV
o Double trouble tijdens COVID
- Ook meer en meer bij kinderen en adolescenten (VS: basis van hoge prevalentie DMII)
- Globalisering: toename obesitas in ‘groeilanden’
ETIOLOGIE
Secundaire vormen
Bij minderheid van pten is teveel lichaamsvet door welbepaald ziektebeeld
Vb M.Cushing, hypothyroidie, insulinoma (endocrinologisch)
Erfelijke vs omgevingsfactoren
‘exogene’ obesitas: multifactorieel → erfelijkheid + omgevingsfactoren
, - Erfelijk: groeiend aantal genen gecorreleerd aan obesitas
o Doorsnee vorm is wel polygenetisch
o Hier aan denken bij early onset overgewicht (monogenetisch)
o Vb leptine deficienty
- Omgeving: essentiele rol
Adipositas is steeds het gevolg van positieve energiebalans
Te veel lichaamsvet = in verleden positieve E-balans
- Meer E opnemen dan noodzakelijk voor gebruik
o Overschot aan E → opstapelen in vet
- E-opneming = E-verbruik + E-opslag
➔ Te grote E-toevoer of te klein E-verbruik
E-verbuik (over 24u) = TEE
▪ Ruststofwisseling: cst hvh E nodig voor functioneren van lichaam in rust in basale
omstandigheden
o In thermoneutrale omgeving, 8-12u na maaltijd/fysieke inspanning
o E voor werking van bloedsomloop, AH en normale in nuchtere toestand
verlopende stofwisselingsprocessen
o 60-65% van totale E-consumptie
o Majeure determinanten:
• Vet-vrije lichaamsmassa = totaalgewicht – vetmassa
• EW-turnover
• Schildklierhormonen
o Vetmassa verbrandt bijna niets <> meer vet verbranden als meer spiermassa
▪ Thermogenese: E-verbruik in rust dat niet tot ruststofwisseling kan worden gerekend
o E nodig voor vertering, absorptie, metabolisme en opslag van voedsel
• DIT = diet Induced Thermogenesis
• Belangrijkste component van thermogenese
o E nodig voor effecten van blootstelling aan koude, thermogene agentia en
psychologische factoren
o 15% van totale E-verbruik
▪ Activiteitenstofwisseling
o Extra E-verbuik tijdens en na fysieke activiteit
• Afhankelijk van duur – intensiteit – snelheid - wijze
• Heel variabel
• Afhankelijk van lichaamsgewicht en leeftijd
o Extra E nodig voor groei, herstel van ziekte/verwonding, zs en lactatie
o 15-20% van totale E-verbuik
GEVOLGEN
Mentaal: vaker depressie, angst- en persoonlijkheidsstoornissen, vertroebeld zelfbeeld