Hoofdstuk 1.1;
Politiek probleem
- Wat is politiek?
- Wat is een probleem?
Percepties; Subjectieve aspecten (onware aspecten)
Lokaal, regionaal, nationaal en internationaal
Hoofdstuk 1.2;
Politiek en de overheid
- Waarom stappen mensen met hun problemen naar de overheid?
Hoogerwerf, (politiek = Het overheidsbeleid, alsmede de totstandkoming en effecten ervan)
Laver, (Politiek = Elke mengeling van conflict en samenwerking)
Hoofdstuk 1.3;
Politiek en het verdelingsvraagstuk
- Verdelingsvraagstuk, verdelen van financiën maar ook rechten en plichten
Lasswell, (Politiek = Wie krijgt wat, wanneer en hoe?)
Lasswell en Kaplan, (Politiek = het vormen en verdelen van macht)
Easton, (Politiek = De gezaghebbende toedeling van waarden voor een samenleving)
- 2 soorten waarden
Hoofdstuk 1.4;
Politiek en collectieve actieproblemen
- In een collectief-actieprobleem conflicteert het eigenbelang van elk individu in een
bepaalde mate met het eigenbelang van ieder ander individu. (Een probleem omdat
twee partijen met elkaar concurreren en er daaruit een probleem is ontstaan)
- Kenmerken van publieke goederen
- Free-riders (profiteren zonder te betalen)
Taylor (Politiek = Het oplossen van het collectief-actieprobleem)
3 manieren om het collectief-actieprobleem op te lossen
- Overheidsingrijpen
- De verleiding om te free-riden verkleinen
- Moraal
Hoofdstuk 1.5 Geen belangrijke dingen
,Hoofdstuk 1.6;
Politicologie
Politicologische benaderingen;
- Het object van politicologie; Politiek is een object van politicologie
- De centrale begrippen van politicologie; Staat-overheid, macht-invloed, democratie-
vrijheid en rechten-plichten.
- Wetenschappelijke strategie; Welke strategie in onderzoek naar politiek?
- Wetenschappelijke benadering; Zowel het object als de centrale begrippen van de
politicologie kunnen vanuit verschillende invalshoeken worden bestudeerd
Hoofdstuk 1.7
Wetenschappelijke benadering
Theoretische politicologie; Zuivere theorieën (VB machtenscheiding Montesquieu (Trias
politica))
Empirische politicologie; Het toetsen van theorieën aan feitelijke gegevens (VB NKO)
- Empirische cyclus; Probleemstelling, theorie, operationalisering,
gegevensverzameling, gegevensanalyse, conclusie, bijstelling theorie
Normatieve politicologie; Het vraagstuk van de gewenste politieke orde (VB
Rechtvaardigheidstheorie van Rawls (een theorie waarin mensen door middel van een
gedachte-experiment kiezen voor een bepaalde rechtvaardige verdeling))
- De 3 Rechtsvaardigheidsprincipes;
1. De vrijheidsrechten van alle individuen dienen gegarandeerd te worden
2. Banen en functies moeten voor iedereen toegankelijk zijn
3. De samenleving mag de sociale en economische ongelijkheden kennen. Maar voorop
staat dat de armsten zo rijk mogelijk moeten zijn.
Vergelijkende politicologie; Vergelijken naar tijd en/of plaats (VB Veranderlijkheid van
verkiezingen in Europa (diachrone methode = verschijnselen door de tijd heen bestuderen –
synchrone methode = verschijnselen tegelijkertijd bestuderen op verschillende plekken))
Hoofdstuk 2.1
Theorie en model
Theorie = meer dan 1 benadering, namelijk een geheel van samenhangende begrippen
Model = een vereenvoudigde weergave van een theorie (geen details)
, Hoofdstuk 2.2
Het politiekesysteemmodel
- Kernbegrippen systeemmodel; stabiliteit en continuïteit
2.2.1
- Werking van het politiekesysteemmodel van Easton;
1. Invoer
2. Conversie
3. Uitvoer
4. Terugkoppeling
Invoer
- Politieke actoren
- Poortwachters
- Diffuse steun = loyaliteit aan het politieke systeem
Conversie = Proces waarbij de wensen en eisen van actoren worden omgezet
Uitvoer = Het daadwerkelijk uitvoeren van politieke besluiten
Terugkoppeling = Het oordeel van actoren over het uitgevoerde beleid
2.2.2
Stabiliteit en continuïteit
Demand- en content overload (overmaat aan eisen en tegenstrijdige eisen)
Hoofdstuk 2.3
Het beleidsprocesmodel
- Centrale begrippen beleidsprocesmodel; agendavorming, beleidsvoorbereiding,
beleidsbepaling, beleidsuitvoering, beleidsevaluatie
- Openbaar bestuur; Het geheel van instellingen waarbinnen politiek wordt bedreven
2.3.1
Agendavorming
- Politieke agenda
- In het beleidsproces hebben media een…;
1. Informatieve functie = burgers informeren
Politiek probleem
- Wat is politiek?
- Wat is een probleem?
Percepties; Subjectieve aspecten (onware aspecten)
Lokaal, regionaal, nationaal en internationaal
Hoofdstuk 1.2;
Politiek en de overheid
- Waarom stappen mensen met hun problemen naar de overheid?
Hoogerwerf, (politiek = Het overheidsbeleid, alsmede de totstandkoming en effecten ervan)
Laver, (Politiek = Elke mengeling van conflict en samenwerking)
Hoofdstuk 1.3;
Politiek en het verdelingsvraagstuk
- Verdelingsvraagstuk, verdelen van financiën maar ook rechten en plichten
Lasswell, (Politiek = Wie krijgt wat, wanneer en hoe?)
Lasswell en Kaplan, (Politiek = het vormen en verdelen van macht)
Easton, (Politiek = De gezaghebbende toedeling van waarden voor een samenleving)
- 2 soorten waarden
Hoofdstuk 1.4;
Politiek en collectieve actieproblemen
- In een collectief-actieprobleem conflicteert het eigenbelang van elk individu in een
bepaalde mate met het eigenbelang van ieder ander individu. (Een probleem omdat
twee partijen met elkaar concurreren en er daaruit een probleem is ontstaan)
- Kenmerken van publieke goederen
- Free-riders (profiteren zonder te betalen)
Taylor (Politiek = Het oplossen van het collectief-actieprobleem)
3 manieren om het collectief-actieprobleem op te lossen
- Overheidsingrijpen
- De verleiding om te free-riden verkleinen
- Moraal
Hoofdstuk 1.5 Geen belangrijke dingen
,Hoofdstuk 1.6;
Politicologie
Politicologische benaderingen;
- Het object van politicologie; Politiek is een object van politicologie
- De centrale begrippen van politicologie; Staat-overheid, macht-invloed, democratie-
vrijheid en rechten-plichten.
- Wetenschappelijke strategie; Welke strategie in onderzoek naar politiek?
- Wetenschappelijke benadering; Zowel het object als de centrale begrippen van de
politicologie kunnen vanuit verschillende invalshoeken worden bestudeerd
Hoofdstuk 1.7
Wetenschappelijke benadering
Theoretische politicologie; Zuivere theorieën (VB machtenscheiding Montesquieu (Trias
politica))
Empirische politicologie; Het toetsen van theorieën aan feitelijke gegevens (VB NKO)
- Empirische cyclus; Probleemstelling, theorie, operationalisering,
gegevensverzameling, gegevensanalyse, conclusie, bijstelling theorie
Normatieve politicologie; Het vraagstuk van de gewenste politieke orde (VB
Rechtvaardigheidstheorie van Rawls (een theorie waarin mensen door middel van een
gedachte-experiment kiezen voor een bepaalde rechtvaardige verdeling))
- De 3 Rechtsvaardigheidsprincipes;
1. De vrijheidsrechten van alle individuen dienen gegarandeerd te worden
2. Banen en functies moeten voor iedereen toegankelijk zijn
3. De samenleving mag de sociale en economische ongelijkheden kennen. Maar voorop
staat dat de armsten zo rijk mogelijk moeten zijn.
Vergelijkende politicologie; Vergelijken naar tijd en/of plaats (VB Veranderlijkheid van
verkiezingen in Europa (diachrone methode = verschijnselen door de tijd heen bestuderen –
synchrone methode = verschijnselen tegelijkertijd bestuderen op verschillende plekken))
Hoofdstuk 2.1
Theorie en model
Theorie = meer dan 1 benadering, namelijk een geheel van samenhangende begrippen
Model = een vereenvoudigde weergave van een theorie (geen details)
, Hoofdstuk 2.2
Het politiekesysteemmodel
- Kernbegrippen systeemmodel; stabiliteit en continuïteit
2.2.1
- Werking van het politiekesysteemmodel van Easton;
1. Invoer
2. Conversie
3. Uitvoer
4. Terugkoppeling
Invoer
- Politieke actoren
- Poortwachters
- Diffuse steun = loyaliteit aan het politieke systeem
Conversie = Proces waarbij de wensen en eisen van actoren worden omgezet
Uitvoer = Het daadwerkelijk uitvoeren van politieke besluiten
Terugkoppeling = Het oordeel van actoren over het uitgevoerde beleid
2.2.2
Stabiliteit en continuïteit
Demand- en content overload (overmaat aan eisen en tegenstrijdige eisen)
Hoofdstuk 2.3
Het beleidsprocesmodel
- Centrale begrippen beleidsprocesmodel; agendavorming, beleidsvoorbereiding,
beleidsbepaling, beleidsuitvoering, beleidsevaluatie
- Openbaar bestuur; Het geheel van instellingen waarbinnen politiek wordt bedreven
2.3.1
Agendavorming
- Politieke agenda
- In het beleidsproces hebben media een…;
1. Informatieve functie = burgers informeren