Werkzitting 2: Neuromusculaire synaps en regeling spiercontractie
Drie stappen in de contractie van de spier:
1. Actiepotentiaal: elektrisch signaal
2. Calcium transient: Vrijzetting van Calcium (verhoging van calciumconcentratie in de
spier)
3. Krachtontwikkeling
Actiepotentialen zien er anders uit bij hartspiercellen dan bij skeletspiercellen
- Spiervezels: Staan onder controle van het motorneuron
- Synapsen: de plaats waar er NT wordt vrijgezet
- De synaps noemt neuromusculaire junctie / synaps
- Het motorneuron zal elektrisch prikkelen. Dit zorgt voor een AP.
- De elektrische prikkel wordt omgezet in biochemische prikkel (NT = Acetylcholine)
- Het motorneuron is belangrijk voor de eerste elektrische prikkeling
In Presynaps omgeving: Hier bevinden zich Vesikels met NT
- Kunnen naar de postsynaps gaan
- Tussenin: Synaptische spleet
- De membraan maakt allerlei inkepingen. Dit geeft het extra contactoppervlak.
- In de spleet zitten enzymen die de acetylcholine gaat afbreken zodanig dat de
synaptische spleet wordt vrijgemaakt voor een nieuw prikkel met acetylcholine
Excitatie van de skeletspier:
- Het wordt mogelijk gemaakt door Spanningsgevoelige Kalium en Natrium
Kanalen
- Zorgen er voor dat de Spanningsgevoelige Calciumkanalen open gaan
- Calcium gaan in de cel stromen aan de presynaptische zijde
- Gevolg: Zorgt dat vesikels kunnen samengaan met het membraan
, - Daardoor zal NT naar de andere zijde gaan en binden met de receptor
- Er ontstaat een depolarisatie in de plasmamembraan. Die wordt gevolgd door
repolarisatie
- Dankzij dat er eerst depolarisatie: zorgt het dat het over de drempelpotentiaal is en er
een AP ontstaat
- Er is een elektrische prikkel in de skeletspier en dit zorgt voor de excitatie van de
spier
- Gevolg van excitatie: Ryanodine receptor gaat een conformatieverandering doen
want het zorgt voor een opening van calciumkanalen.
- Calcium stroomt in het cytosol en de Calcium Gradient stijgt
- Na vrijzetting moet Calcium terug verplaatst worden naar het ER wat met een
Calcium pomp zal gebeuren
- Tijdelijke Calcium concentratieverhoging: dit is het signaal dat myofilamenten
over elkaar gaan schuiven. Dit zorgt voor Contractie
Spiervezels bestaat uit meerdere fibrillen
Myofibrillen: zijn opgebouwd uit sarcomeren (= Alternering tussen dikke en dunne
filamenten)
- Dikke banden: Myosine
- Dunne banden: Actine
Elektrodense zone: dikke en dunne overlappen een stukje
Contractie: door de sarcomeren korter te maken.
De Z-schijven komen dichter bij elkaar
- Myofilamenten gaan over elkaar glijden
- Bevatten motoreiwitten
- Het zal zowel naar links en naar rechts bewegen zodanig dat de myofilamenten op
hun plaats blijven en actine wordt dus dichter getrokken.
- Er is meer overlap en dus wordt de Z-schijven dichter bij elkaar houden
Drie stappen in de contractie van de spier:
1. Actiepotentiaal: elektrisch signaal
2. Calcium transient: Vrijzetting van Calcium (verhoging van calciumconcentratie in de
spier)
3. Krachtontwikkeling
Actiepotentialen zien er anders uit bij hartspiercellen dan bij skeletspiercellen
- Spiervezels: Staan onder controle van het motorneuron
- Synapsen: de plaats waar er NT wordt vrijgezet
- De synaps noemt neuromusculaire junctie / synaps
- Het motorneuron zal elektrisch prikkelen. Dit zorgt voor een AP.
- De elektrische prikkel wordt omgezet in biochemische prikkel (NT = Acetylcholine)
- Het motorneuron is belangrijk voor de eerste elektrische prikkeling
In Presynaps omgeving: Hier bevinden zich Vesikels met NT
- Kunnen naar de postsynaps gaan
- Tussenin: Synaptische spleet
- De membraan maakt allerlei inkepingen. Dit geeft het extra contactoppervlak.
- In de spleet zitten enzymen die de acetylcholine gaat afbreken zodanig dat de
synaptische spleet wordt vrijgemaakt voor een nieuw prikkel met acetylcholine
Excitatie van de skeletspier:
- Het wordt mogelijk gemaakt door Spanningsgevoelige Kalium en Natrium
Kanalen
- Zorgen er voor dat de Spanningsgevoelige Calciumkanalen open gaan
- Calcium gaan in de cel stromen aan de presynaptische zijde
- Gevolg: Zorgt dat vesikels kunnen samengaan met het membraan
, - Daardoor zal NT naar de andere zijde gaan en binden met de receptor
- Er ontstaat een depolarisatie in de plasmamembraan. Die wordt gevolgd door
repolarisatie
- Dankzij dat er eerst depolarisatie: zorgt het dat het over de drempelpotentiaal is en er
een AP ontstaat
- Er is een elektrische prikkel in de skeletspier en dit zorgt voor de excitatie van de
spier
- Gevolg van excitatie: Ryanodine receptor gaat een conformatieverandering doen
want het zorgt voor een opening van calciumkanalen.
- Calcium stroomt in het cytosol en de Calcium Gradient stijgt
- Na vrijzetting moet Calcium terug verplaatst worden naar het ER wat met een
Calcium pomp zal gebeuren
- Tijdelijke Calcium concentratieverhoging: dit is het signaal dat myofilamenten
over elkaar gaan schuiven. Dit zorgt voor Contractie
Spiervezels bestaat uit meerdere fibrillen
Myofibrillen: zijn opgebouwd uit sarcomeren (= Alternering tussen dikke en dunne
filamenten)
- Dikke banden: Myosine
- Dunne banden: Actine
Elektrodense zone: dikke en dunne overlappen een stukje
Contractie: door de sarcomeren korter te maken.
De Z-schijven komen dichter bij elkaar
- Myofilamenten gaan over elkaar glijden
- Bevatten motoreiwitten
- Het zal zowel naar links en naar rechts bewegen zodanig dat de myofilamenten op
hun plaats blijven en actine wordt dus dichter getrokken.
- Er is meer overlap en dus wordt de Z-schijven dichter bij elkaar houden