Inleiding Privaatrecht
Filmpjes week 1
Overige verbintenissen uit de wet:
- Zaakwaarneming
- Onverschuldigde betaling
- Ongerechtvaardigde verrijking
Deze overige verbintenissen uit de wet roepen verbintenissen in het leven zonder dat
daaraan een wanprestatie, een onrechtmatige daad of een kwalitatieve aansprakelijkheid
ten grondslag ligt (geen verwijtbaarheid)
- Rechtmatige daden: verbintenissen die niet uit een normschending voortvloeien
Bronnen van verbintenissen
- Een overeenkomst (bijv. een auto kopen)
- Op grond van de wet (bijv. onrechtmatige daad)
- Overige verbintenissen uit de wet
Zaakwaarneming
- Art. 6:198 BW
o Zaakwaarneming is het zich willens en wetens en op redelijke grond inlaten
met de behartiging van eens anders belang, zonder de bevoegdheid daartoe
aan een rechtshandeling of een elders in de wet geregelde rechtsverhouding
te ontlenen
- Voorwaarden zaakwaarneming:
o Behartiging van eens anders belang
o Behartiging is willens en wetens
o Op redelijke grond
o Zonder bevoegdheid op grond van:
De wet, of
Een rechtshandeling
(als ouders voor kinderen zorgen is dat dus geen zaakwaarneming
want dit is de plicht van ouders, dit staat in de wet)
- Voorbeeld: je ziet dat een paar jongens een bal door het raam van de buren schieten
en je laat een aannemer komen om het raam te maken omdat het vanavond gaat
onweren
o Aan voorwaarde 1 en 2 is voldaan
o Voorwaarde 3: is er volgens de vermoedelijke wil van de belanghebbende
gehandeld? aannemelijk in dit geval
o Voorwaarde 4: je hebt geen wettelijke zorgplicht tegenover je buren en
hierover zijn geen afspraken gemaakt aan voorwaarde 4 is voldaan
- Rechtsgevolgen als aan alle voorwaarden van art. 6:198 BW is voldaan:
o Art. 6:200 BW (belanghebbende) belangrijkste rechtsgevolg
Belanghebbende moet de schade van de zaakwaarnemer vergoeden,
voor zover het belang naar behoren is behartigd
Bij het voorbeeld: buren moeten kosten van de aannemer vergoeden
1
, o Art. 6:199 BW (zaakwaarnemer)
De zaakwaarnemer heeft een zorgplicht en moet de zaakwaarneming
voortzetten (geen half werk leveren)
De zaakwaarnemer moet rekening en verantwoording afleggen
Onverschuldigde betaling
- Art. 6:203 BW
- Mogelijke scenario’s:
o Je maakt een verkeerd bedrag over (bijv. te hoog)
o Je maakt het juiste bedrag naar de verkeerde persoon over
o Je maakt het juiste bedrag over naar de juiste persoon, maar het contract op
basis waarvan je de betaling deed wordt achteraf vernietigd (bijv. wegens
dwaling)
- Moet de persoon die de onverschuldigde betaling heeft ontvangen, deze weer terug
betalen?
- Voorwaarden onverschuldigde betaling:
o Betaling:
Het betalen van een geldsom (lid 2)
Het geven van een goed (lid 1)
Het verrichten van een prestatie (lid 3)
o Onverschuldigd: betaling is zonder rechtsgrond gedaan
Niet gebaseerd op een rechtsfeit zoals een wettelijke verplichting of
overeenkomst
- Voorbeeld: je koopt van iemand een horloge in de veronderstelling dat deze van een
duur merk is, naderhand blijkt dat deze van een goedkoop namaak-merk is,
overeenkomst kan vernietigd worden op grond van dwaling en misschien ook wel
bedrog overeenkomst heeft hierdoor nooit bestaan en het bedrag is
verontschuldigd betaald (terugwerkende kracht van vernietiging)
o Voor verkoper ontstaat een verbintenis tot het terugbetalen van de geldsom
en voor koper ontstaat een verbintenis tot het teruggeven van het horloge
- Rechtsgevolgen:
o Hoofdregel: een verbintenis tot ongedaanmaking (zie art. 6:203 lid 1-3 BW)
o Als de verbintenis niet ongedaan kan worden gemaakt: een verbintenis tot
waardevergoeding (zie art. 6:210 lid 2 BW) (bijv. bij een huis dat is geschilderd
kan de verf er niet meer af worden gehaald)
o Art. 6:210 lid 2 BW ontstaat slechts als:
De ontvanger van de prestatie door de prestatie is verrijkt
Het aan hem toerekenbaar is dat de prestatie is verricht, of
De ontvanger ermee had ingestemd om een tegenprestatie te
verrichten
En: voor zover dit redelijk is
o Onzedelijke prestaties blijven zonder rechtsgevolg (bijv. als een
huurmoordenaar niet wordt betaald), geen verbintenis tot waardevergoeding
omdat een leven niet in geld kan worden uitgedrukt
2
,Ongerechtvaardigde verrijking
- Art. 6:212 lid 1 BW
o Hij die ongerechtvaardigd is verrijkt ten koste van een ander, is verplicht, voor
zover dit redelijk is, diens schade te vergoeden tot het bedrag van zijn
verrijking
- Voorwaarden ongerechtvaardigde verrijking
o Verrijking van de een
o Schade (verarming) van de ander
o De verrijking van de een ging ten koste van de verarming van de ander
(causaal verband)
o De verrijking is ongerechtvaardigd (geen redelijke grond)
- Voorbeeld: een aannemer wordt ingehuurd om een tuinhuisje in de tuin van persoon
A te plaatsen, maar plaatst deze per vergissing in de tuin van persoon B, de grond van
persoon B is mogelijk in waarde gestegen omdat er een tuinhuisje op staat
(natrekking) moet persoon B de schade van de aannemer (de kosten voor het
bouwen van het tuinhuisje) vergoeden?
o Persoon B is verrijkt en de aannemer is verarmd er wordt voldaan aan
voorwaarde 1 en 2
o Er is een causaal verband tussen de verrijking en de verarming er wordt
voldaan aan voorwaarde 3
o De verrijking van de grondeigenaar berust op een rechtsgrond, namelijk de
wettelijke natrekkingsregeling van art. 5:20 BW
Je kunt beargumenteren dat de verrijking geen redelijke grond heeft,
omdat de grondeigenaar zomaar een redelijk voordeel in haar schoot
geworpen krijgt door een vergissing van de aannemer er wordt
voldaan aan voorwaarde 4
- Rechtsgevolg:
o Art. 6:212 BW: een verbintenis tot schadevergoeding
o Drie maxima:
Er hoeft niet meer worden vergoed dan er schade is geleden
Er hoeft niet meer worden vergoed dan de verrijking, en
Voor zover redelijk (er kan jou geen bestedingspatroon worden
opgedrongen)
Contractenrecht I: Regels voor aanbod en aanvaarding
Overeenkomst: aanbod en aanvaarding:
- Een overeenkomst komt tot stand door een aanbod en de aanvaarding daarvan (art.
6:217 lid 1 BW)
- Aanbod en aanvaarding zijn (dus) rechtshandelingen
- Regels voor rechtshandelingen in het algemeen (gelaagde structuur BW):
o Art. 3:32 BW: handelings(on)bekwaamheid
o Art. 3:33-35 BW: wilsvertrouwensleer
o Art. 3:37 BW: vorm (lid 1), werking (lid 3) & intrekking van wilsverklaringen (lid
5)
o Art. 3:40, 3:44 BW: ongeoorloofde RH, wilsgebreken
- Regels voor aanbod en aanvaarding in het bijzonder:
o Art. 6:219 BW: herroeping aanbod
3
, o Art. 6:221 BW: verval aanbod
o Art. 6:224 BW: moment van totstandkoming overeenkomst
Aanbod: geldigheidsduur en herroepelijkheid
- Aanbod kan vervallen door:
o Intrekking (art. 3:37 lid 5 BW): moet de ontvanger eerder dan of gelijktijdig
met het aanbod bereiken (aanbod “inhalen”)
Bijv. je vertelt iemand dat je je fiets wilt verkopen voor tweehonderd
euro maar zegt daarna gelijk dat je hem eigenlijk voor vijfhonderd euro
wilt verkopen (gelijktijdig)
Bijv. iemand een aanbod doen per brief en in de tussentijd via een
sneller communicatiemiddel het aanbod intrekken (eerder dan)
Art. 3:37 lid 3 BW: ontvangsttheorie, alle verklaringen die strekken tot
het doen van een rechtshandeling hebben pas hun werking op het
moment dat ze ontvangen worden
o Herroeping (art. 6:219 BW): moet uiterlijk voor aanvaarding of verzending van
aanvaarding gebeuren (aanvaarding “voor” zijn)
Niet elk aanbod kan worden herroepen (onherroepelijk aanbod)
o Tijdsverloop (art. 6:221 lid 1 BW): mondeling aanbod moet direct worden
aanvaard; schriftelijk aanbod binnen redelijke tijd (“nu of nooit”)
Bij een mondeling aanbod moet je gelijk ja of nee zeggen, bij een
schriftelijk aanbod hangt de redelijke tijd van het geval af (bijv. hoe
ingewikkeld het aanbod/de overeenkomst is)
o Verwerping (art. 6:221 lid 2 BW): aanbod vervalt door verwerping (“nee is
nee”) afwijkende aanvaarding geldt als nieuw aanbod (art. 6:225 BW)
Als het aanbod wordt afgewezen vervalt het aanbod
Geldt ook als er een tegenbod wordt gedaan
- Bijzondere regels voor:
o Onherroepelijk aanbod (art. 6:219 lid 1 BW): aanbod dat termijn voor
aanvaarding inhoudt of anderszins onherroepelijk is
Als je bij het aanbod een termijn voegt, is het een onherroepelijk
aanbod geworden, dan zou je het eventueel nog kunnen intrekken
maar dat moet dan heel snel gebeuren
o Vrijblijvend aanbod (art. 6:219 lid 2 BW): herroeping kan onverwijld na
aanvaarding
Bijv. een aannemer die een offerte opmaakt, die behoudt dan het
recht om er vanaf te kunnen komen als je het aanvaardt (als hij het
niet meer wil doen of er geen tijd voor heeft)
Verruiming herroepelijkheid
Aanvaarding: hoe/wanneer komt een overeenkomst tot stand?
- De overeenkomst komt tot stand door aanvaarding van het aanbod (art. 6:217 lid 1
BW)
- Aanvaarding is, evenals het aanbod, een rechtshandeling:
o Aanbod en aanvaarding zijn vormvrij (art. 3:37 lid 1 BW), kunnen dus ook
mondeling of impliciet geschieden (bijv. product op de kassaband leggen)
4
Filmpjes week 1
Overige verbintenissen uit de wet:
- Zaakwaarneming
- Onverschuldigde betaling
- Ongerechtvaardigde verrijking
Deze overige verbintenissen uit de wet roepen verbintenissen in het leven zonder dat
daaraan een wanprestatie, een onrechtmatige daad of een kwalitatieve aansprakelijkheid
ten grondslag ligt (geen verwijtbaarheid)
- Rechtmatige daden: verbintenissen die niet uit een normschending voortvloeien
Bronnen van verbintenissen
- Een overeenkomst (bijv. een auto kopen)
- Op grond van de wet (bijv. onrechtmatige daad)
- Overige verbintenissen uit de wet
Zaakwaarneming
- Art. 6:198 BW
o Zaakwaarneming is het zich willens en wetens en op redelijke grond inlaten
met de behartiging van eens anders belang, zonder de bevoegdheid daartoe
aan een rechtshandeling of een elders in de wet geregelde rechtsverhouding
te ontlenen
- Voorwaarden zaakwaarneming:
o Behartiging van eens anders belang
o Behartiging is willens en wetens
o Op redelijke grond
o Zonder bevoegdheid op grond van:
De wet, of
Een rechtshandeling
(als ouders voor kinderen zorgen is dat dus geen zaakwaarneming
want dit is de plicht van ouders, dit staat in de wet)
- Voorbeeld: je ziet dat een paar jongens een bal door het raam van de buren schieten
en je laat een aannemer komen om het raam te maken omdat het vanavond gaat
onweren
o Aan voorwaarde 1 en 2 is voldaan
o Voorwaarde 3: is er volgens de vermoedelijke wil van de belanghebbende
gehandeld? aannemelijk in dit geval
o Voorwaarde 4: je hebt geen wettelijke zorgplicht tegenover je buren en
hierover zijn geen afspraken gemaakt aan voorwaarde 4 is voldaan
- Rechtsgevolgen als aan alle voorwaarden van art. 6:198 BW is voldaan:
o Art. 6:200 BW (belanghebbende) belangrijkste rechtsgevolg
Belanghebbende moet de schade van de zaakwaarnemer vergoeden,
voor zover het belang naar behoren is behartigd
Bij het voorbeeld: buren moeten kosten van de aannemer vergoeden
1
, o Art. 6:199 BW (zaakwaarnemer)
De zaakwaarnemer heeft een zorgplicht en moet de zaakwaarneming
voortzetten (geen half werk leveren)
De zaakwaarnemer moet rekening en verantwoording afleggen
Onverschuldigde betaling
- Art. 6:203 BW
- Mogelijke scenario’s:
o Je maakt een verkeerd bedrag over (bijv. te hoog)
o Je maakt het juiste bedrag naar de verkeerde persoon over
o Je maakt het juiste bedrag over naar de juiste persoon, maar het contract op
basis waarvan je de betaling deed wordt achteraf vernietigd (bijv. wegens
dwaling)
- Moet de persoon die de onverschuldigde betaling heeft ontvangen, deze weer terug
betalen?
- Voorwaarden onverschuldigde betaling:
o Betaling:
Het betalen van een geldsom (lid 2)
Het geven van een goed (lid 1)
Het verrichten van een prestatie (lid 3)
o Onverschuldigd: betaling is zonder rechtsgrond gedaan
Niet gebaseerd op een rechtsfeit zoals een wettelijke verplichting of
overeenkomst
- Voorbeeld: je koopt van iemand een horloge in de veronderstelling dat deze van een
duur merk is, naderhand blijkt dat deze van een goedkoop namaak-merk is,
overeenkomst kan vernietigd worden op grond van dwaling en misschien ook wel
bedrog overeenkomst heeft hierdoor nooit bestaan en het bedrag is
verontschuldigd betaald (terugwerkende kracht van vernietiging)
o Voor verkoper ontstaat een verbintenis tot het terugbetalen van de geldsom
en voor koper ontstaat een verbintenis tot het teruggeven van het horloge
- Rechtsgevolgen:
o Hoofdregel: een verbintenis tot ongedaanmaking (zie art. 6:203 lid 1-3 BW)
o Als de verbintenis niet ongedaan kan worden gemaakt: een verbintenis tot
waardevergoeding (zie art. 6:210 lid 2 BW) (bijv. bij een huis dat is geschilderd
kan de verf er niet meer af worden gehaald)
o Art. 6:210 lid 2 BW ontstaat slechts als:
De ontvanger van de prestatie door de prestatie is verrijkt
Het aan hem toerekenbaar is dat de prestatie is verricht, of
De ontvanger ermee had ingestemd om een tegenprestatie te
verrichten
En: voor zover dit redelijk is
o Onzedelijke prestaties blijven zonder rechtsgevolg (bijv. als een
huurmoordenaar niet wordt betaald), geen verbintenis tot waardevergoeding
omdat een leven niet in geld kan worden uitgedrukt
2
,Ongerechtvaardigde verrijking
- Art. 6:212 lid 1 BW
o Hij die ongerechtvaardigd is verrijkt ten koste van een ander, is verplicht, voor
zover dit redelijk is, diens schade te vergoeden tot het bedrag van zijn
verrijking
- Voorwaarden ongerechtvaardigde verrijking
o Verrijking van de een
o Schade (verarming) van de ander
o De verrijking van de een ging ten koste van de verarming van de ander
(causaal verband)
o De verrijking is ongerechtvaardigd (geen redelijke grond)
- Voorbeeld: een aannemer wordt ingehuurd om een tuinhuisje in de tuin van persoon
A te plaatsen, maar plaatst deze per vergissing in de tuin van persoon B, de grond van
persoon B is mogelijk in waarde gestegen omdat er een tuinhuisje op staat
(natrekking) moet persoon B de schade van de aannemer (de kosten voor het
bouwen van het tuinhuisje) vergoeden?
o Persoon B is verrijkt en de aannemer is verarmd er wordt voldaan aan
voorwaarde 1 en 2
o Er is een causaal verband tussen de verrijking en de verarming er wordt
voldaan aan voorwaarde 3
o De verrijking van de grondeigenaar berust op een rechtsgrond, namelijk de
wettelijke natrekkingsregeling van art. 5:20 BW
Je kunt beargumenteren dat de verrijking geen redelijke grond heeft,
omdat de grondeigenaar zomaar een redelijk voordeel in haar schoot
geworpen krijgt door een vergissing van de aannemer er wordt
voldaan aan voorwaarde 4
- Rechtsgevolg:
o Art. 6:212 BW: een verbintenis tot schadevergoeding
o Drie maxima:
Er hoeft niet meer worden vergoed dan er schade is geleden
Er hoeft niet meer worden vergoed dan de verrijking, en
Voor zover redelijk (er kan jou geen bestedingspatroon worden
opgedrongen)
Contractenrecht I: Regels voor aanbod en aanvaarding
Overeenkomst: aanbod en aanvaarding:
- Een overeenkomst komt tot stand door een aanbod en de aanvaarding daarvan (art.
6:217 lid 1 BW)
- Aanbod en aanvaarding zijn (dus) rechtshandelingen
- Regels voor rechtshandelingen in het algemeen (gelaagde structuur BW):
o Art. 3:32 BW: handelings(on)bekwaamheid
o Art. 3:33-35 BW: wilsvertrouwensleer
o Art. 3:37 BW: vorm (lid 1), werking (lid 3) & intrekking van wilsverklaringen (lid
5)
o Art. 3:40, 3:44 BW: ongeoorloofde RH, wilsgebreken
- Regels voor aanbod en aanvaarding in het bijzonder:
o Art. 6:219 BW: herroeping aanbod
3
, o Art. 6:221 BW: verval aanbod
o Art. 6:224 BW: moment van totstandkoming overeenkomst
Aanbod: geldigheidsduur en herroepelijkheid
- Aanbod kan vervallen door:
o Intrekking (art. 3:37 lid 5 BW): moet de ontvanger eerder dan of gelijktijdig
met het aanbod bereiken (aanbod “inhalen”)
Bijv. je vertelt iemand dat je je fiets wilt verkopen voor tweehonderd
euro maar zegt daarna gelijk dat je hem eigenlijk voor vijfhonderd euro
wilt verkopen (gelijktijdig)
Bijv. iemand een aanbod doen per brief en in de tussentijd via een
sneller communicatiemiddel het aanbod intrekken (eerder dan)
Art. 3:37 lid 3 BW: ontvangsttheorie, alle verklaringen die strekken tot
het doen van een rechtshandeling hebben pas hun werking op het
moment dat ze ontvangen worden
o Herroeping (art. 6:219 BW): moet uiterlijk voor aanvaarding of verzending van
aanvaarding gebeuren (aanvaarding “voor” zijn)
Niet elk aanbod kan worden herroepen (onherroepelijk aanbod)
o Tijdsverloop (art. 6:221 lid 1 BW): mondeling aanbod moet direct worden
aanvaard; schriftelijk aanbod binnen redelijke tijd (“nu of nooit”)
Bij een mondeling aanbod moet je gelijk ja of nee zeggen, bij een
schriftelijk aanbod hangt de redelijke tijd van het geval af (bijv. hoe
ingewikkeld het aanbod/de overeenkomst is)
o Verwerping (art. 6:221 lid 2 BW): aanbod vervalt door verwerping (“nee is
nee”) afwijkende aanvaarding geldt als nieuw aanbod (art. 6:225 BW)
Als het aanbod wordt afgewezen vervalt het aanbod
Geldt ook als er een tegenbod wordt gedaan
- Bijzondere regels voor:
o Onherroepelijk aanbod (art. 6:219 lid 1 BW): aanbod dat termijn voor
aanvaarding inhoudt of anderszins onherroepelijk is
Als je bij het aanbod een termijn voegt, is het een onherroepelijk
aanbod geworden, dan zou je het eventueel nog kunnen intrekken
maar dat moet dan heel snel gebeuren
o Vrijblijvend aanbod (art. 6:219 lid 2 BW): herroeping kan onverwijld na
aanvaarding
Bijv. een aannemer die een offerte opmaakt, die behoudt dan het
recht om er vanaf te kunnen komen als je het aanvaardt (als hij het
niet meer wil doen of er geen tijd voor heeft)
Verruiming herroepelijkheid
Aanvaarding: hoe/wanneer komt een overeenkomst tot stand?
- De overeenkomst komt tot stand door aanvaarding van het aanbod (art. 6:217 lid 1
BW)
- Aanvaarding is, evenals het aanbod, een rechtshandeling:
o Aanbod en aanvaarding zijn vormvrij (art. 3:37 lid 1 BW), kunnen dus ook
mondeling of impliciet geschieden (bijv. product op de kassaband leggen)
4