Inleiding Staats- en Bestuursrecht
Hoorcollege 1 – Inleiding staats- en bestuursrecht
Staatsrecht: recht dat gaat over de staat
- Je kijkt naar:
o Welke overheidsambten/-organen zijn er?
Hoe zijn ze samengesteld?
Hoe verhouden de ambten zich tot elkaar?
Welke bevoegdheden hebben de ambten?
o Verhouding tussen overheidsambten (regering, parlement, rechter) en de
burger
Grondrechten: rechten die aan de burger toekomen, roepen een
overheidsvrije sfeer in het leven
Overheidsambten:
- Het Rijk, de staat centraal niveau
o Regering, parlement, rechters, Raad van State
- Provinciaal niveau decentraal niveau
o Provinciale staten, gedeputeerde staten, commissaris van de koning
- Gemeente decentraal niveau
o Gemeenteraad, college van burgemeester en wethouders, burgemeester
Bronnen van het staatsrecht:
- De Grondwet
o Zegt iets over ambten (samenstelling, verhoudingen, bevoegdheden)
o Verzameling grondrechten
o Van toepassing op Nederland en Bes eilanden
- Gewoonterechtelijke regels
o Nergens neergeschreven
o Vertrouwensregel belangrijkste
o Kabinetsformatie: in de praktijk ontstaan, voor een klein deel gecodificeerd
Art. 11 reglement van orde van de Tweede Kamer (in)formateur
kabinet wordt aangewezen door Tweede Kamer, niet door de koning
o Gewoonterecht: niet opgeschreven
Het moet een praktijk zijn die steeds weer wordt toegepast
De rechtsovertuiging moet leven dat die nageleefd moet worden
- Aantal geschreven regelingen
o Organieke wetten: wetten waarvan de Grondwet zegt dat ze gemaakt moeten
worden (het woord “wet” moet genoemd worden in artikel, bijv. de wet
regelt)
Bijv.: art. 75 Grondwet: de wet regelt de inrichting, samenstelling en
bevoegdheden van de Raad van State
Bijv.: Kieswet aan de hand van art. 59 Grondwet
o Verdragen: grondrechtenverdragen, EU-recht, EU-verdrag, EU-
werkingsverdrag
o Reglementen van orde: Eerste Kamer, Tweede Kamer, Ministerraad
Democratische rechtsstaat:
, - Democratie:
o Gericht op de bevoegdheden van het volk of de bevoegdheden van de
volksvertegenwoordiging
o Regelmatige verkiezingen
o Machtswisseling
o Centrale rol parlement
Bij belangrijkste beslissingen moet het parlement betrokken zijn
- Rechtsstaat:
o De overheid moet geen onbeperkte macht hebben, moet worden ingeperkt
o Grondrechten
Gedachte dat er een staatsvrije sfeer voor individuen moet zijn
o Legaliteitsbeginsel
Eerste grondregel
Elke bevoegdheid moet een grondslag hebben in de Grondwet of in de
wet
o Machtenscheiding
Niet één ambt met alle macht of alle bevoegdheden
Ambten mogen niet zelf hun bevoegdheden uitbreiden, mag alleen
gebeuren door ander ambt
o Onafhankelijke en onpartijdige rechter
Regering: samenstelling:
- Art. 42-49 Gw
o Definitie: art. 42 lid 1 Gw: regering wordt gevormd door de koning + ministers
regering is een samengesteld orgaan
- Koning
o Onderdeel regering en staatshoofd (laatste staat niet in Grondwet)
o Art. 42 lid 2 Gw: koning is onschendbaar, ministers zijn verantwoordelijk
Niemand kan dwingend gezag over de koning uitoefenen (kan terwijl
koning in functie is niet veroordeeld worden)
Als je kritiek hebt op het regeringsbeleid, moet je de kritiek richten tot
de ministers de koning kan niet worden aangesproken op de
kwaliteit van het regeringsbeleid
o (+ 24-41 Gw): gaan over bijvoorbeeld erfopvolging en onbekwaamheid
o Art. 47 Gw: alle wetten en koninklijke besluiten worden door de koning en een
of meer ministers of staatssecretarissen worden ondertekend (contraseign)
Alleen door ondertekening kan minister verantwoordelijk zijn en is de
koning onschendbaar
Kabinet: staat niet in de Grondwet, bestaat uit ministers en staatssecretarissen
(samengesteld ambt)
- Meerderheidskabinetten: kabinet wordt gesteund door meerderheid van Tweede
Kamer (bij minderheidskabinetten is dit niet zo kabinet moet bij beleid op zoek
naar steun bij fracties)
- Demissionaire kabinetten: hebben ontslag al aangeboden, houden functie tot
volgend kabinet
, - Totstandkoming:
o Parlementair kabinet: nauw overleg tussen beoogde bewindslieden en
kamerfracties
o Extraparlementair kabinet: tijdens formatie geen overleg tussen beoogde
bewindslieden en Kamerfracties
- Ministers: art. 43, 44 en 48 Grondwet
o Art. 43: benoeming en ontslag ministers bij koninklijk besluit (art. 48 hoe dat
in zijn werking gaat, wie moet tekenen)
o Art. 44: bij kb worden ministeries ingesteld, zij staan onder leiding van een
minister
Ook ministers die niet aan de leiding staan van een ministerie
minister zonder portefeuille (voor de rest dezelfde bevoegdheden)
- Staatssecretarissen:
o Art. 46 Gw: bij kb kunnen worden benoemd en ontslagen, verhouding
ministers en staatssecretarissen (minister geeft aanwijzingen
staatssecretaris is ondergeschikt, staatssecretaris is voor beleid dat die
onderneemt politiek verantwoordelijk en de minister ook)
- Ministerraad:
o Art. 45 Gw: ministerraad wordt gevormd door alle ministers (met of zonder
portefeuille) daar worden de centrale besluiten genomen over algemeen
regeringsbeleid, bevordert eenheid van beleid
Staatssecretarissen maken daar geen deel van uit, maar moeten beleid
wel uitvoeren
o Reglement van Orde voor de Ministerraad art. 12 lid 2: homogeniteitsregel, in
geen geval handelt een minister of staatssecretaris tegen een besluit van de
raad (mag niet in openbaar laten blijken dat die er niet mee eens is, dan moet
je ontslag nemen)
Parlement: samenstelling:
- Art. 50-72 Gw: inrichting en samenstelling en werkwijze Staten-Generaal
- Reglement van Orde van de Tweede Kamer, Reglement van Orde van de Eerste
Kamer: geen wetten in formele zin, moeten wel worden vastgesteld omdat er een
opdracht toe is in de Grondwet
- Grondwet gebruikt term Staten-Generaal
- Tweekamerstelsel (art. 51 Gw) samengesteld ambt
o Tweede Kamer belangrijker dan Eerste Kamer, wordt als eerste benoemd,
meer bevoegdheden
o Eerste Kamer: chambre de reflection, reflectie op gewenste besluiten
regering, meer nadenken dan deelnemen aan politiek spel
- Totstandkoming (art. 52-56 Gw)
o Uitgewerkt in kieswet (actief en passief kiesrecht: tenminste 18 jaar en woont
in Nederland)
Verhoudingen: Staten-Generaal en regering
- Art. 57 Gw lid 2 en 3: lid van de Staten-Generaal kan geen minister zijn
incompatibiliteiten (onverenigbaarheden) (uitzondering: als een kabinet demissionair
is, kan een minister wel lid van de kamer zijn)
- Staten-Generaal controleert regering
, o 2e grondregel: niemand kan een bevoegdheid uitoefenen zonder
verantwoording schuldig te zijn en zonder dat er controle over die uitoefening
bestaat
o Controle via parlementair stelsel
o Controle via rechters (grondrechten)
Parlementair stelsel:
- Politieke ministeriële verantwoordelijkheid (art. 42 lid 2 Gw) (1848)
o 1840: strafrechtelijke ministeriële verantwoordelijkheid: als door een besluit
van de koning de wet of de grondwet wordt overtreden, de minister daarvoor
strafrechtelijk wordt vervolgd (contraseign moet er zijn)
o Basisregel: de minister of een staatssecretaris is verantwoordelijk voor zover
zijn of haar bevoegdheden strekken je bent verantwoordelijk omdat je
bevoegd bent (volgorde belangrijk, bevoegdheid mogelijkheidsvoorwaarde
voor verantwoordelijkheid)
o Reikwijdte minister:
Voor het handelen van de koning en handelen samen met de koning
Voor het handelen van de regering (collectieve verantwoordelijkheid
homogeniteitsregel)
Voor je eigen handelen als minister
Voor het handelen van jouw staatssecretaris
Voor het handelen van de ambtenaren die aan jou ondergeschikt zijn
- Vertrouwensregel (1868)
o Ongeschreven recht
o Definitie: een minister of staatssecretaris of een kabinet waarin een
meerderheid van het parlement niet langer vertrouwen heeft, moet ontslag
aanbieden aan de koning (koning zal dat ontslag altijd verlenen)
Motie (wens/oordeel van het parlement reglementen van orde [TK:
art. 8.20, EK: art. 66], normaliter niet verplichtend)
Vertrouwensregel in werking bij motie van wantrouwen, wordt
toegelicht door indiener of het een motie van wantrouwen is
o TK en vertrouwensregel:
Vertrouwensregel geldt in relatie Tweede Kamer en regering, kabinet
of minister moet opstappen
o EK en vertrouwensregel:
Geldt vertrouwensregel ook tussen de Eerste Kamer en de regering?
Meningen over verdeeld, ja maar waarschijnlijk terughoudender
o Verhouding tot ministeriële verantwoordelijkheid
Vertrouwensregel meestal sanctie op onvoldoende afleggen van
ministeriële verantwoordelijkheid, waardoor de Kamer een motie van
wantrouwen indient
- Ontbindingsrecht voor de regering (art. 64 Gw) (1848)
o Beide Kamers kunnen ontbonden worden bij koninklijk besluit nieuwe
verkiezingen (bijv. als er een conflict is tussen de Tweede Kamer en de
regering, dit gebeurt alleen bijna niet meer)
o Wanneer gebruikt:
Hoorcollege 1 – Inleiding staats- en bestuursrecht
Staatsrecht: recht dat gaat over de staat
- Je kijkt naar:
o Welke overheidsambten/-organen zijn er?
Hoe zijn ze samengesteld?
Hoe verhouden de ambten zich tot elkaar?
Welke bevoegdheden hebben de ambten?
o Verhouding tussen overheidsambten (regering, parlement, rechter) en de
burger
Grondrechten: rechten die aan de burger toekomen, roepen een
overheidsvrije sfeer in het leven
Overheidsambten:
- Het Rijk, de staat centraal niveau
o Regering, parlement, rechters, Raad van State
- Provinciaal niveau decentraal niveau
o Provinciale staten, gedeputeerde staten, commissaris van de koning
- Gemeente decentraal niveau
o Gemeenteraad, college van burgemeester en wethouders, burgemeester
Bronnen van het staatsrecht:
- De Grondwet
o Zegt iets over ambten (samenstelling, verhoudingen, bevoegdheden)
o Verzameling grondrechten
o Van toepassing op Nederland en Bes eilanden
- Gewoonterechtelijke regels
o Nergens neergeschreven
o Vertrouwensregel belangrijkste
o Kabinetsformatie: in de praktijk ontstaan, voor een klein deel gecodificeerd
Art. 11 reglement van orde van de Tweede Kamer (in)formateur
kabinet wordt aangewezen door Tweede Kamer, niet door de koning
o Gewoonterecht: niet opgeschreven
Het moet een praktijk zijn die steeds weer wordt toegepast
De rechtsovertuiging moet leven dat die nageleefd moet worden
- Aantal geschreven regelingen
o Organieke wetten: wetten waarvan de Grondwet zegt dat ze gemaakt moeten
worden (het woord “wet” moet genoemd worden in artikel, bijv. de wet
regelt)
Bijv.: art. 75 Grondwet: de wet regelt de inrichting, samenstelling en
bevoegdheden van de Raad van State
Bijv.: Kieswet aan de hand van art. 59 Grondwet
o Verdragen: grondrechtenverdragen, EU-recht, EU-verdrag, EU-
werkingsverdrag
o Reglementen van orde: Eerste Kamer, Tweede Kamer, Ministerraad
Democratische rechtsstaat:
, - Democratie:
o Gericht op de bevoegdheden van het volk of de bevoegdheden van de
volksvertegenwoordiging
o Regelmatige verkiezingen
o Machtswisseling
o Centrale rol parlement
Bij belangrijkste beslissingen moet het parlement betrokken zijn
- Rechtsstaat:
o De overheid moet geen onbeperkte macht hebben, moet worden ingeperkt
o Grondrechten
Gedachte dat er een staatsvrije sfeer voor individuen moet zijn
o Legaliteitsbeginsel
Eerste grondregel
Elke bevoegdheid moet een grondslag hebben in de Grondwet of in de
wet
o Machtenscheiding
Niet één ambt met alle macht of alle bevoegdheden
Ambten mogen niet zelf hun bevoegdheden uitbreiden, mag alleen
gebeuren door ander ambt
o Onafhankelijke en onpartijdige rechter
Regering: samenstelling:
- Art. 42-49 Gw
o Definitie: art. 42 lid 1 Gw: regering wordt gevormd door de koning + ministers
regering is een samengesteld orgaan
- Koning
o Onderdeel regering en staatshoofd (laatste staat niet in Grondwet)
o Art. 42 lid 2 Gw: koning is onschendbaar, ministers zijn verantwoordelijk
Niemand kan dwingend gezag over de koning uitoefenen (kan terwijl
koning in functie is niet veroordeeld worden)
Als je kritiek hebt op het regeringsbeleid, moet je de kritiek richten tot
de ministers de koning kan niet worden aangesproken op de
kwaliteit van het regeringsbeleid
o (+ 24-41 Gw): gaan over bijvoorbeeld erfopvolging en onbekwaamheid
o Art. 47 Gw: alle wetten en koninklijke besluiten worden door de koning en een
of meer ministers of staatssecretarissen worden ondertekend (contraseign)
Alleen door ondertekening kan minister verantwoordelijk zijn en is de
koning onschendbaar
Kabinet: staat niet in de Grondwet, bestaat uit ministers en staatssecretarissen
(samengesteld ambt)
- Meerderheidskabinetten: kabinet wordt gesteund door meerderheid van Tweede
Kamer (bij minderheidskabinetten is dit niet zo kabinet moet bij beleid op zoek
naar steun bij fracties)
- Demissionaire kabinetten: hebben ontslag al aangeboden, houden functie tot
volgend kabinet
, - Totstandkoming:
o Parlementair kabinet: nauw overleg tussen beoogde bewindslieden en
kamerfracties
o Extraparlementair kabinet: tijdens formatie geen overleg tussen beoogde
bewindslieden en Kamerfracties
- Ministers: art. 43, 44 en 48 Grondwet
o Art. 43: benoeming en ontslag ministers bij koninklijk besluit (art. 48 hoe dat
in zijn werking gaat, wie moet tekenen)
o Art. 44: bij kb worden ministeries ingesteld, zij staan onder leiding van een
minister
Ook ministers die niet aan de leiding staan van een ministerie
minister zonder portefeuille (voor de rest dezelfde bevoegdheden)
- Staatssecretarissen:
o Art. 46 Gw: bij kb kunnen worden benoemd en ontslagen, verhouding
ministers en staatssecretarissen (minister geeft aanwijzingen
staatssecretaris is ondergeschikt, staatssecretaris is voor beleid dat die
onderneemt politiek verantwoordelijk en de minister ook)
- Ministerraad:
o Art. 45 Gw: ministerraad wordt gevormd door alle ministers (met of zonder
portefeuille) daar worden de centrale besluiten genomen over algemeen
regeringsbeleid, bevordert eenheid van beleid
Staatssecretarissen maken daar geen deel van uit, maar moeten beleid
wel uitvoeren
o Reglement van Orde voor de Ministerraad art. 12 lid 2: homogeniteitsregel, in
geen geval handelt een minister of staatssecretaris tegen een besluit van de
raad (mag niet in openbaar laten blijken dat die er niet mee eens is, dan moet
je ontslag nemen)
Parlement: samenstelling:
- Art. 50-72 Gw: inrichting en samenstelling en werkwijze Staten-Generaal
- Reglement van Orde van de Tweede Kamer, Reglement van Orde van de Eerste
Kamer: geen wetten in formele zin, moeten wel worden vastgesteld omdat er een
opdracht toe is in de Grondwet
- Grondwet gebruikt term Staten-Generaal
- Tweekamerstelsel (art. 51 Gw) samengesteld ambt
o Tweede Kamer belangrijker dan Eerste Kamer, wordt als eerste benoemd,
meer bevoegdheden
o Eerste Kamer: chambre de reflection, reflectie op gewenste besluiten
regering, meer nadenken dan deelnemen aan politiek spel
- Totstandkoming (art. 52-56 Gw)
o Uitgewerkt in kieswet (actief en passief kiesrecht: tenminste 18 jaar en woont
in Nederland)
Verhoudingen: Staten-Generaal en regering
- Art. 57 Gw lid 2 en 3: lid van de Staten-Generaal kan geen minister zijn
incompatibiliteiten (onverenigbaarheden) (uitzondering: als een kabinet demissionair
is, kan een minister wel lid van de kamer zijn)
- Staten-Generaal controleert regering
, o 2e grondregel: niemand kan een bevoegdheid uitoefenen zonder
verantwoording schuldig te zijn en zonder dat er controle over die uitoefening
bestaat
o Controle via parlementair stelsel
o Controle via rechters (grondrechten)
Parlementair stelsel:
- Politieke ministeriële verantwoordelijkheid (art. 42 lid 2 Gw) (1848)
o 1840: strafrechtelijke ministeriële verantwoordelijkheid: als door een besluit
van de koning de wet of de grondwet wordt overtreden, de minister daarvoor
strafrechtelijk wordt vervolgd (contraseign moet er zijn)
o Basisregel: de minister of een staatssecretaris is verantwoordelijk voor zover
zijn of haar bevoegdheden strekken je bent verantwoordelijk omdat je
bevoegd bent (volgorde belangrijk, bevoegdheid mogelijkheidsvoorwaarde
voor verantwoordelijkheid)
o Reikwijdte minister:
Voor het handelen van de koning en handelen samen met de koning
Voor het handelen van de regering (collectieve verantwoordelijkheid
homogeniteitsregel)
Voor je eigen handelen als minister
Voor het handelen van jouw staatssecretaris
Voor het handelen van de ambtenaren die aan jou ondergeschikt zijn
- Vertrouwensregel (1868)
o Ongeschreven recht
o Definitie: een minister of staatssecretaris of een kabinet waarin een
meerderheid van het parlement niet langer vertrouwen heeft, moet ontslag
aanbieden aan de koning (koning zal dat ontslag altijd verlenen)
Motie (wens/oordeel van het parlement reglementen van orde [TK:
art. 8.20, EK: art. 66], normaliter niet verplichtend)
Vertrouwensregel in werking bij motie van wantrouwen, wordt
toegelicht door indiener of het een motie van wantrouwen is
o TK en vertrouwensregel:
Vertrouwensregel geldt in relatie Tweede Kamer en regering, kabinet
of minister moet opstappen
o EK en vertrouwensregel:
Geldt vertrouwensregel ook tussen de Eerste Kamer en de regering?
Meningen over verdeeld, ja maar waarschijnlijk terughoudender
o Verhouding tot ministeriële verantwoordelijkheid
Vertrouwensregel meestal sanctie op onvoldoende afleggen van
ministeriële verantwoordelijkheid, waardoor de Kamer een motie van
wantrouwen indient
- Ontbindingsrecht voor de regering (art. 64 Gw) (1848)
o Beide Kamers kunnen ontbonden worden bij koninklijk besluit nieuwe
verkiezingen (bijv. als er een conflict is tussen de Tweede Kamer en de
regering, dit gebeurt alleen bijna niet meer)
o Wanneer gebruikt: