Anatomie, fysiologie en pathologie
Zenuwstelsel
Bewustzijn: beseffen, realiseren > de toestand waarin iemand besef heeft van zichzelf en de
buitenwereld
- De inhoud: waarnemen, denken, gevoelens
o Wordt bepaalde door activiteit van de hersenschors
- De helderheid: wakker, alert op de omgeving
o Wordt gereguleerd vanuit de hersenstam
Beide aspecten kunnen onafhankelijk van elkaar verstoord zijn
- Medisch gezien: het bestuderen van de toestand waarin het afwezig is, het COMA
- Het verschil: tussen coma en slaap is dat een slapende persoon te wekken is en een patiënt
in coma niet
Hypothalamus: handhaven van de homeostase in het lichaam
Libisch systeem:
1. Thalamus: maakt selectie van alle binnen komende afferent prikkels, zodat een mens zich
goed kan concentreren bij de belangrijkste zaken
2. Hypothalamus
3. Hersenschors
4. Hippocampus
De formatio reticularis in de hersenstam
- Opstijgende en afdalende banen
o ARAS: Ascenderende Reticulaire ActiveringsSysteem
o DRAS: Descenderende Reticulaire ActiveringsSysteem
Bewustzijn en de hersenstam
- Hersenstam heeft belangrijke rol bij de helderheid van het bewustzijn
- Bij proefdieren
o Stimulatie van ARAS/DRAS bij een slapend dier doet het dier ontwaken
o Stimulatie van ARAS/DRAS bij een niet-slapend dier roept alertheidreacties op
o Laesies van het systeem leiden tot een blijvende toestand van niet-reageren
Oorzaken bewustzijnsstoornissen:
- Anatomische en metabole afwijkingen van het hersenparenchym
- Stoornissen van de cerebrale bloeddoorstroming
- Stoornissen van liquircirculatie
Cerebrale autoregulatie:
- De CBF wordt constant gehouden en is in de normale situatie onafhankelijk van de
systemische bloeddruk
Coma: naar de etiologie worden 2 groepen patiënten onderscheiden
- Door structurele laesies van het CZS
o Laesies van Thalamus & ARAS
Primaire laesie: door infarct, kleine takje van de a.basilaris
Secundaire laesie: door RIP/
- Door metabole stoornissen in en buiten het CZS (metabole encefalopathie)
, Samenvattend: leiden structurele laseies in het CZS tot coma wanneer
Coma door metabole stoornissen in en buiten het CZS (metabole encofalopathie)
- Hypoglykemie
- Hypoxisch – ischemische encofalopathologie
- Leverinsufficiëntie: (hepatische Encefalopathie HE)
- Nierinsufficiëntie: uremische encefalopathie
- Longfunctiestoornissen
- Stoornissen in de osmolariteit en het ionenevenwicht: hyperthermie en hyperglykemie
- Exogene neurotoxische
DSM-IV Defenitie – misbruik van middelen volgens de DSM
Oorzaken van een verslaving, neurobiologisch factoren
- Volgens modern neurobiologisch onderzoek:
o Verslaving is een hersenziekte met een pathogenese in twee hersencircuits
Beloningsgerichte gedrag
Functies in de zelfcontrole
o Dit is toe te lichten mbv de 4 fasen van middelenafhankelijkheid
Initiatie
Het vastleggen van het effect op het beloningsysteem door een
bepaalde stimulus
o Als je iets goeds doet (1) VTA stuurt dopamine naar (2) N.acc
> voelt goed
o Bij sommige mensen is veel meer nodig om de (2)N.acc. te
stimuleren dan bij andere
o Mensen die van zichzelf een gevoelige Nacc hebben: hebben
weinig nodig om een goed gevoel te krijgen
Continuering (craving)
Via het geheugen worden nog meer hersengebieden aangestuurd
om de frontale cortex te stimuleren
Onthouding
Lichamelijke ‘’afkickverschijnselen’’
Terugval
1. Verdovende middelen (downers)
a. Alcohol
b. Benzodiazepinen; barbituraten
c. Opiaten; zoals opium of het opiumderivaat heroïne
2. Stimulerende middelen (uppers)
a. Cocaïne
b. Amfetamines (doping/sport)
c. MDMA (hoofdbestanddeel van XTC0
d. Nicotine (stimuleert de afgifte van dopamine)
e. Plantaardige stoffen (of stoffen die voorkomen in bijv. thee, koffie, anabole steroïden
enz.)
3. Hallucinogene middelen (ook wel psychedelische drugs, of geestverruimende middelen)
a. Marihuana, cannabis
b. MDA
Zenuwstelsel
Bewustzijn: beseffen, realiseren > de toestand waarin iemand besef heeft van zichzelf en de
buitenwereld
- De inhoud: waarnemen, denken, gevoelens
o Wordt bepaalde door activiteit van de hersenschors
- De helderheid: wakker, alert op de omgeving
o Wordt gereguleerd vanuit de hersenstam
Beide aspecten kunnen onafhankelijk van elkaar verstoord zijn
- Medisch gezien: het bestuderen van de toestand waarin het afwezig is, het COMA
- Het verschil: tussen coma en slaap is dat een slapende persoon te wekken is en een patiënt
in coma niet
Hypothalamus: handhaven van de homeostase in het lichaam
Libisch systeem:
1. Thalamus: maakt selectie van alle binnen komende afferent prikkels, zodat een mens zich
goed kan concentreren bij de belangrijkste zaken
2. Hypothalamus
3. Hersenschors
4. Hippocampus
De formatio reticularis in de hersenstam
- Opstijgende en afdalende banen
o ARAS: Ascenderende Reticulaire ActiveringsSysteem
o DRAS: Descenderende Reticulaire ActiveringsSysteem
Bewustzijn en de hersenstam
- Hersenstam heeft belangrijke rol bij de helderheid van het bewustzijn
- Bij proefdieren
o Stimulatie van ARAS/DRAS bij een slapend dier doet het dier ontwaken
o Stimulatie van ARAS/DRAS bij een niet-slapend dier roept alertheidreacties op
o Laesies van het systeem leiden tot een blijvende toestand van niet-reageren
Oorzaken bewustzijnsstoornissen:
- Anatomische en metabole afwijkingen van het hersenparenchym
- Stoornissen van de cerebrale bloeddoorstroming
- Stoornissen van liquircirculatie
Cerebrale autoregulatie:
- De CBF wordt constant gehouden en is in de normale situatie onafhankelijk van de
systemische bloeddruk
Coma: naar de etiologie worden 2 groepen patiënten onderscheiden
- Door structurele laesies van het CZS
o Laesies van Thalamus & ARAS
Primaire laesie: door infarct, kleine takje van de a.basilaris
Secundaire laesie: door RIP/
- Door metabole stoornissen in en buiten het CZS (metabole encefalopathie)
, Samenvattend: leiden structurele laseies in het CZS tot coma wanneer
Coma door metabole stoornissen in en buiten het CZS (metabole encofalopathie)
- Hypoglykemie
- Hypoxisch – ischemische encofalopathologie
- Leverinsufficiëntie: (hepatische Encefalopathie HE)
- Nierinsufficiëntie: uremische encefalopathie
- Longfunctiestoornissen
- Stoornissen in de osmolariteit en het ionenevenwicht: hyperthermie en hyperglykemie
- Exogene neurotoxische
DSM-IV Defenitie – misbruik van middelen volgens de DSM
Oorzaken van een verslaving, neurobiologisch factoren
- Volgens modern neurobiologisch onderzoek:
o Verslaving is een hersenziekte met een pathogenese in twee hersencircuits
Beloningsgerichte gedrag
Functies in de zelfcontrole
o Dit is toe te lichten mbv de 4 fasen van middelenafhankelijkheid
Initiatie
Het vastleggen van het effect op het beloningsysteem door een
bepaalde stimulus
o Als je iets goeds doet (1) VTA stuurt dopamine naar (2) N.acc
> voelt goed
o Bij sommige mensen is veel meer nodig om de (2)N.acc. te
stimuleren dan bij andere
o Mensen die van zichzelf een gevoelige Nacc hebben: hebben
weinig nodig om een goed gevoel te krijgen
Continuering (craving)
Via het geheugen worden nog meer hersengebieden aangestuurd
om de frontale cortex te stimuleren
Onthouding
Lichamelijke ‘’afkickverschijnselen’’
Terugval
1. Verdovende middelen (downers)
a. Alcohol
b. Benzodiazepinen; barbituraten
c. Opiaten; zoals opium of het opiumderivaat heroïne
2. Stimulerende middelen (uppers)
a. Cocaïne
b. Amfetamines (doping/sport)
c. MDMA (hoofdbestanddeel van XTC0
d. Nicotine (stimuleert de afgifte van dopamine)
e. Plantaardige stoffen (of stoffen die voorkomen in bijv. thee, koffie, anabole steroïden
enz.)
3. Hallucinogene middelen (ook wel psychedelische drugs, of geestverruimende middelen)
a. Marihuana, cannabis
b. MDA